Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Notulen van het verhandelde bij den kleinen Raad der gewonen kolonien over de maand December 1830


Zaturdag den 4 December 1830

1. Vrouw Bolkenstein, van kol 3, verzoekende dat hare dochter Anna Margaretha, oud 22 jaren, die, voor vijf jaren van de kolonie ontslagen is, om in de gewone maatschappij te dienen, doch wegens haar bijziende gezigt onbekwaam was bevonden te dienen, andermaal als koloniste mogt worden aangenomen.
In aanmerking genomen, dat deze meid tegenwoordig ongelukkig en verlegen is, en er op het huisgezin niets valt aan te merken, is besloten voor haar wederaanneming gunstig te adviseren.

2. Muijen, van kol 1, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan, om den Heer Heemskerk te bezoeken, die hem daartoe ten sterkste had uitgenoodigd.
Is toegestaan

3. Vrouw van Luipen, van kol 3, klagende dat hare aardappelen op waren, waarvan zij tot aan den 1e january 1831 hadden moeten eten.
Is bepaald dit gezin, dat tevoren om wangedrag naar de Ommerschans is verplaatst geweest, uit 5 zielen bestaat, en alzoo wekelijks 90 kop aardappelen kon bekomen, van nu af tot 1e Maart aanstaande wekelijks zoo veel zal genieten, dat zij dan wederom gelijk zijn.

4, Vrouw Volkering, verzoekende voor 3 maanden verlof, om te gaan wonen met haar eenig kind, bij haren man, die tegenwoordig als schutter te Kampen is, en zijne vrouw als waschvrouw bij zich verlangde.
In overweging genomen, dat de vrouw niets verdient, en dit verlof de Maatschappij geene schade kan veroorzaken, bij aldien hare geinventariseerd in bewaring genomen worden.
Is toegestaan.

5. Vrouw van den Brink van kol 1, verlangende voor haren zoon Arie, die als vrijwilliger bij de Schutterij is uitgetrokken, wekelijks eenige vergoeding zoo als de wed Hoofien genoot.
Men heeft dit gezin het volle brood laten houden, het ontvangt (4 zielen) drie brooden, dus een voorregt boven anderen.
In dit verzoek kan niet worden getreden, doch zoodra de gelegenheid het toelaat, zal haar eene tweede koe gegeven worden die melk geeft.

6. Vrouw Smid, huisverzorgster in kol 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Groningen, om hare moeder te bezoeken.
De vrouw kan bezwaarlijk gemist worden, heeft dezen zomer verlof gehad, is daarom geweigerd.

(get.) J.H. van Wolda


Zaturdag den 11 December 1830

Verschenen voor den raad:

1. Kleijzing van kol 3, verzoekende het ontslag van zijnen oudsten zoon Fredrik, sedert eenigen tijd dienstbaar op de proef te Beemster.
Zal bij den Heer Directeur worden aangevraagd.

2. Vrouw La Tour van kol 1, verzoekende het ontslag voor hare voordochter Sara Maria van der Heide, oud 22 jaren, sedert drie maanden dienende te Middelburg.
Zal bij den heer Directeur worden aangevraagd.

3. Bartels van kol 2, verzoekende dat zijn kind Katrina Bartels, oud 5 jaar en 8 maanden, dezen winter bevrijd mogt blijven van de school.
Kan niet worden toegestaan, zijnde de onderwijzer uitgenoodigd, het wegblijven dezes kinds, bij ongunstig weder aan te teekenen, als zwak.

4. Vrouw Kraan van kol 2, het brood terug vragende dat haar deze week wegens verzuimd schoolonderwijs, was ingehouden.
Is behandeld naar het reglement, en kan niet terug gegeven worden.

(get.) J.H. van Wolda



Zaturdag den 19 December 1830

((NB: Die datum kan niet kloppen, zal 18-12 moeten zijn))

Verschenen voor den Raad:

1. Geersema, van kol 1, verzoekende om eenigen turf.
De raad heeft dezen kolonist onder het oog gebragt, dat hij voortaan wat zuiniger met den brand zal moeten omgaan.
Voorts zal hij heden middag met den kruiwagen eenigen turf halen van Hendriks, den opziener der turfgraverij, waartoe hem een briefje is medegegeven.

2. Vrouw de Vries van kol 2, verzoekende meer hooi voor hare beide koeijen, die nu maar 100 pond hooi in de week kregen, waarbij zij voorts heide plukken en voerden.
In het begin der eerstvolgende week belooven Adjunct- en Onderdirecteur deze koeijen te zullen bezigtigen en naar bevind van zaken de hoeveelheid hooi regelen.

3. Cornelis Simon, ingedeelde bij de wed. Groen, verzoekende eenige kleeding, als 1 broek, 1 buis, 1 paar kousen en één paar klompen.
Hij is dadelijk met een briefje gezonden naar den boekhouder Poulie, welke hem het benoodigde geven zal.

4. van der Sluis en zijne vrouw , van kol 2, verzoekende verplaatst te worden op de hoef van Volkering, thans bij de Schutterij in dienst.
Het huisgezin van Volkering terug gewacht wordende, kan hun verlangen voor als nog niet bevredigt worden.

5. Volkering, onlangs als remplacant schutter uitgetrokken, verzoekende de terugneming zijner vrouw op hunne vorige hoef, zij was ziek geworden en kon in Kampen niet te regt.
Is toegestaan

(get.) J.H. van Wolda



Vrijdag 31 december 1830

((NB: De enige kleine raad ooit op een vrijdag. Natuurlijk wegens nieuwjaarsdag.))

Verschenen voor den Raad:

1. Jacobus Martinus Westhoff, zoon van den ouden Westhoff van kol 2, verzoekende eene reispenning, wijl hij aanstaanden maandag als schutter zou uittrekken.
De raad meent in het zekere onderrigt te zijn, dat de schutters, bij hunne in diensttreding, dadelijk van al het noodige voorzien worden.
Is alzoo besloten dit verzoek niet toetestaan.

2. De bestedeling Leendert Houtman, te kennen gevende, dat zijne besteders te 's Hage toen hij laatst met verlof geweest was, hem beloofd hadden, dat zoodra hij een geschikt meisje voor zijne huisvrouw gevonden zou hebben, zij hem, in de gewone kolonien, eene hoeve zouden verschaffen, en daar hij nu eene zoodanige gevonden had, gaf hij daarvan kennis aan de directie der kolonien, terwijl hij zijne besteders om het hem beloofde zoude vragen.
Aangenomen voor kennisgeving.

((NB: Leendert Houtman trouwt echter pas in 1840, met de weduwe Strouw, en wordt dan kolonist, dus met deze huwelijkskandidaat ging het niet door))

3. van Dalen van kol 2, klagende dat hem in den loop dezer week 6 pond brood was ingehouden, ten oorzake dat een zijner kinderen, slechts den halven dag van de vorige week had school gegaan; verzekerende niet geweten te hebben, dat de kinderen 's daags tweemaal moeten school gaan.
Aangenomen zijnde, dat de man zulks inderdaad niet geweten heeft, zoo is hem, bij de noodige herinnering, toegezegd dat hij dit ingehouden brood terug zal ontvangen.

4. De wed. Maatje, van kol 1, verzoekende dat haar zoon jurrien, welke wever is op de fabrijk van kol 2, doch daar des winters weinig te doen heeft, voor drie maanden mogt gaan dienen, bij zijnen oom te Oranjewoud, om daar het weven verder te leeren, en iets mede voor haar te verdienen.
Den Heer Directeur hierover geraadpleegd zijnde, is dit verzoek aan het wel oppassende huisgezin toegestaan.

(get.) J.H. van Wolda


Voor copie conform
De secretaris van den kleinen raad
J.H. van Wolda