Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Notulen van het verhandelde door den kleinen raad gedurende de maand September 1830


Zaturdag 4 September 1830

Verschenen voor den Raad:

1. Brada, van kol 2, verzoekende voor acht dagen met verlof te gaan naar Leeuwarden tot het bezoeken zijner aanverwanten.
Is toegestaan.

2. Zoutebier, van kol 1, voor 14 dagen naar Den Haag.
Is toegestaan.

3. Vrouw van den Berg, van kol 1, verzoekende verlof voor hare dochter Annetje, oud 21 jaren, om 3 maanden op de proef te dienen te Overschie.
In aanmerking genomen zijnde dat deze meid, met 1 November aanstaande een jaar wederom tehuis zal geweest zijn, na ook verleden jaar buiten de kolonie gediend te hebben, en uit het huisgezin wel gemist kan worden.
Is toegestaan om met 1 November te vertrekken.

4. Vrouw Steinmetz, van kol 1, verzoekende dat hare dochter Willemina voor 14 dagen met verlof mogt gaan naar Amsterdam om hare aanverwanten te bezoeken.
Is toegestaan.

5, Cornelis Dorenbosch, van kol 3, voor acht dagen naar Groningen.
Is toegestaan.

6, Vrouw Surstedt, van kol 3, voor 14 dagen naar Amsterdam tot het bezoeken harer familie.
Is toegestaan.

7. Vrouw Ladru, van kol 1. verzoekende dat haar zoon Arend, voor 14 dagen met verlof mogt gaan naar Amsterdam, daar zijne familie woonde, en waar hij in 9 jaren niet geweest was.
Is toegestaan.

(get.) J.H. van Wolda (secr.)



Zaturdag 11 September 1830

Verschenen heden:

1. Vrouw Beuman, van kol 3, verzoekende dat haar dochtertje Mietje eerstkomende zaturdag voor 14 dagen met verlof mogt gaan naar Amsterdam.
Is toegestaan.

2. Vrouw Nak, van kol 1, verzoekende dat haar zoon Hermanus, voor gelijken tijd met verlof mogt gaan naar Harlingen.
Is eenigen tijd uitgesteld.

3. Vrouw Rozeboom, van kol 1, verzoekende aanstaanden zaturdag voor 14 dagen naar Groningen te gaan.
Is toegestaan.

4. Limbroek van kol 1, verzoekende eene tweede koe, eene andere en betere hoef en meer verdiensten. Haar man kon geen landwerk doen en kon ook op de zaal bij van Puffelen niet wezen, er bij voegende, dat hij in de kolonie eene dubbele breuk had bekomen, en daarom moest men hem ook helpen en onderhouden.
De raad in aanmerking genomen hebbende,
dat Limbroek ofschoon zwak zijnde, niet werkt: noch op het land, noch in de fabrijk, en dat men voor dezen man geene bijzondere verdiensten kan uitdenken.
Ziet hierin geene verandering te maken.

In de kantlijn bijgeschreven: De Directeur heeft den onderdirecteur van kolonie no 1 gelast, Limbroek de tweede koe te geven, zijnde dat het eenige voor de Maatschappij minst schadelijke middel om dien kolonist, die inderdaad niet veel doen kan en zijne koe goed verzorgt, te hulp te komen, vK.


5. Frans Bodenstaff, van kol 1, verzoekende voor 3 maanden met verlof te gaan naar Arnhem.
Is geweigerd, als zullende dadelijk naar de Ommerschans weder keeren, waar hij al nog behoort.

((NB: Héél brutaal van Frans Bodenstaff. Hij is november 1829, zie hier, samen met zijn vriendinnetje verbannen naar de strafkolonie op de Ommerschans, en daar dus blijkbaar weggelopen om voor de kleine raad te kunnen komen.))


6. Gotz, van kol 1, te kennen gevende, dat zijne tuinaardappelen op waren, en verzoekende van de andere aardappelen het noodige gebruik te mogen maken.
Besloten den Adjunct-Directeur uit te noodigen, dit te onderzoeken en vervolgens den Heer Directeur daarover te spreken. Gotz is kolonist van den 1e rang.

In de kantlijn bijgeschreven: Toegestaan, bij aldien het de Adjunct-Directeur blijkt, dat het gebrek aan meer tuinaardappelen buiten de schuld van Gotz ontstaan is.


7. Vrouw Kranendonk, van kol 1, verzoekende aanstaanden woensdag voor 8 dagen met verlof te gaan naar Katwijk.
Is toegestaan.

8. Gerritsma, van kol 2, vertoonende een briefje van 11 Mei 1828, waarbij de Onderdirecteur Faaken voor eenen onbepaalden tijd verlof verleent aan zijnen zoon Gerrit, ten einde buiten de kolonie te gaan dienen.
Is besloten dezen zoon tot  ontslag bij den heer Directeur voor te dragen.

In de kantlijn bijgeschreven: Wordt aan de Perm. Comm. tot ontslag voorgedragen, vK.


9. Paulus Verra, van kol 2, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Leyden.
Daar zijne ouder voor eenige dagen derwaards is geweest, is zulks uitgesteld.

10. Letterie, van kol 2, verzoekende dat zijne vrouw voor 8 dagen mogt gaan naar hare ouders, in het gesticht te Ommerschans.
Is toegestaan.

11. De spinbaas van Puffelen, verzoekende aanstaanden maandag, met zijne huisvrouw, voor 14 dagen met verlof te gaan naar Oudewater. Hij zegt voor de zaken der fabrijk intusschen gezorgd te hebben.
Is toegestaan onder nadere goedkeuring van den Heer Directeur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Directeur goedgekeurd.

(get.) J.H. van Wolda (secret.)



Zaturdag 18 September 1830

Vervoegden zich voor den Raad:

1. Vrouw Winkelhuis, van kol 1, zich bitter beklagende over de zinneloosheid en boosheid van haren zoon Willem, verleden jaar wederom van het buitengasthuis van Amsterdam terug gekomen, met de verklaring van dr Suadorf(?), dat hij geheel hersteld zoude zijn, doch nu intuschen zijnen vader, die ziek geweest is, deerlijk mishandeld hebbende.
De moeder verzoekt dat haar zoon wederom opnieuw in dat huis moge worden opgenomen.
Is besloten de vrouw aan te moedigen, om andermaal te bewerken, dat deze zoon wederom in datzelfde huis wordt opgenomen, daar hij tevoren een huis in brand gestoken en nu zijne vader mishandeld heeft.

Iin de kantlijn bijgeschreven: Afwachten den uitslag van het aanzoek der moeder aan de Subk. te Amsterdam om haren zoon andermaal in het zelfde buiten gasthuis geplaatst te zien, vK


2. Dirksen, van kol 2, verzoekende voor Johanna Hochepied, bestedeling van 's Gravenhage, wekelijks tien of vijf stuivers te mogen ontvangen.
Besloten, dit kind in de volgende week persoonlijk te onderzoeken, om dan met Dirksen daar over nader te spreeken.

3. Jurrien Maatje, van kol 1, zich beklagende, dat hij verleden maandag bij de lading van hooi, aan de Vriesche brug, eenen rijksdaalder was kwijt geworden, dien hij in een zakje in het buis had geborgen, meenende dat hetzelve uit het buis genomen was door Jacob Westhoff.
Hieraan kan de raad niets doen omdat dezelve volstrekt geen bewijs heeft voor de waarheid van dit vermoeden.

4. Vrouw de Vries, van kol 2, verzoekende voor 8 dagen met verlof te gaan naar Leeuwarden.
Toegestaan.

5. Vrouw Geersma, van kol 1, als boven voor 14 dagen naar 's Gravenhage.
Toegestaan.

6. Vrouw van Hemert, van kol 3, als boven voor gelijken tijd naar Zalt Boemel.
Toegestaan.

7. Johanna Zeverink, ingedeelde bij Kleinman, kol 1, verzoekende een jak en rok, een boezelaar en een paar schoenen, die zij hoogst noodig had.
Het is den Raad bekend, dat hare opgaaf waarheid bevat. Besloten den Onderdirecteur van kol 3 te autoriseren haar de gevraagde kleedingstukken te verstrekken. Zij is voor eenige dagen van die kolonie naar herwaards overgeplaatst.

((NB: De kleine raad vergadert te Frederiksoord en noemt die kolonie dus 'hier'.))


8. Martinus de Vries, van kol 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Dordrecht.
Toegestaan.

9. Vrouw Mulder van kol 3, als boven naar Gorcum.
Toegestaan.

10. Vrouw Homricht, van kol 3, als boven naar Schiedam.
Toegestaan.

11. Jan Boele, bestedeling van Rotterdam, en verzoekende derwaards te gaan voor 14 dagen. Zijne besteders hebben hem geschreven, dat hij zich ter bekoming van verlof bij den Directeur moest vervoegen.
Toegestaan.

12. De bestedeling Hooft verzoekende verplaatst te worden van de Braun bij eenen anderen kolonist, wijl hij het tegenwoordig slechts had.
Is besloten hem provisioneel te doen indeelen bij Keizer, insgelijks in kol 2.

13. Kooistra, van kol 1, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Leeuwarden en voorts om de voeding.
Het eerste is uitgesteld, en het tweede zal hedenavond onderzocht worden, en en naar de behoefte destijds behandeld.

14. Jan Andries Smit, van kol 3, verzoekende, dat zijne dochter Elisabeth Andries, oud 17 jaren, die tegenwoordig wel te huis, doch niet op het stamboek ingeschreven is, in de sterkte van zijn huisgezin opgenomen mag worden.
Deze Smid is kolonist der 1e rang. Besloten dit verzoek gunstig voor te dragen.

In de kantlijn bijgeschreven: Dat kind is met het huisgezin in der tijd niet mede gekomen, alzoo hetzelve door familie onderhouden wordt. Dit niet meer hebbende kunnen geschieden, zoo bestaat er, mijns inziens, geene zwarigheid haar alsnog in de sterkte optenemen, waartoe de toestemming der Comm. gevraagd wordt, vK.


15. Hendrik Kolder, van kol 2, verzoekende om eene ingedeelde weesmeid.
Zal in nadere overweging genomen worden.

(get.) J.H. van Wolda (secr.)



Zaturdag 25 September 1830

Verschenen voor den Raad:

1. Peters, van kol 3, verzoekende eenen tiendaagschen verloftijd voor zijnen zoon Gerrit naar Rotterdam tot het verrigten van familiezaken.
Is toegestaan.

2. Vrouw Schnoor, van kol 2, voor 8 dagen naar Thiel, tot het bezoeken harer moeder.
Is toegestaan.

3. Frans Heidingsfeld, verzoekende voor 14 dagen met zijnen broeder Jan Karel in 's Gravenhage zijne familie te bezoeken, hebbende verlof bekomen van hunne uitbesteders.
Is toegestaan.

(get.) J.H. van Wolda (secr.)


Voor eensluidend afschrift
De secretaris van den kleinen raad
J.H. van Wolda