Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Notulen van het verhandelde in den kleinen raad, gedurende de maand Maart 1830


Zaturdag 6 Maart 1830

Verschenen voor den kleinen Raad:

1. Maria Muntz, ingedeeld bij Klasem. kol 3, verzoekende voor 8 dagen met verlof te gaan naar de Dedemsvaart om hare dochter te bezoeken.
2. van Dinteren, van kol 3, verzoekende dat zijne vrouw voor 14 dagen met verlof mogt gaan naar 's Hage, tot het bezoeken van hare familie, welke zijne vrouw van Amsterdam zoude komen afhalen.
Is voor beide toegestaan.

3. Batink, van kol 3, verlangende voor 8 dagen met verlof te gaan naar Kampen, tot het ontvangen der gelden den 21jarigen zoon zijns vrouw toekomende, hetwelk met moeite en van regtswege gehaald moest worden.
Is toegestaan.

4. Woltertje van der Wind, van kol 3, verlangt met Batink voor genoemden tijd mede derwaards te faan.
Is toegestaan.

5. van der Sluis, en
6. Evenblij, kolonisten van kol 3, verzoekende instantelijk met hunne huisgezinnen, dit voorjaar, verplaatst te worden, als arbeiders naar Veenhuizen.
Op de vraag, waarom zij dit verlangen, antwoorden zij:
1. omdat zij met den wijkmeester niet goed over weg konden, maar inzonderheid
2. omdat zij zeker menen te zijn, dr beter aan den kost te kunnen komen.
Hun verzoek zal aan den Heer Directeur der kolonien kenbaar worden gemaakt.

In de kantlijn bijgeschreven bij punt 1.: van der Sluis reeds in eene andere wijk verplaatst zijnde, zoo vervalt voor hem het eerste punt van bezwaar, zullende omtrent het andere huisgezin de handelingen des wijkmeesters worden onderzocht.

In de kantlijn bijgeschreven bij punt 2.: In deze mening zoude zij zich ?? waarschijnlijk bedrogen vinden. ook zal het te Veenhuizen spoedig aan lokaliteit kunnen ontbreken. Waarom ik aan de commissie adviseer hun verzoek van de hand te wijzen, J van Konijnenburg


7. Goosen, verzoekende voor 8 dagen te gaan naar Meppel, waar hij voor het vredegeregt moet verschijnen, tot het vereffenen eener kleine en oude rekening.
Is toegestaan voor drie dagen.

8. Brada, van kol 2, verlangende voor 8 dagen met verlof te gaan naar Leeuwarden.
Is toegestaan.

9. Jan Beets, van kol 1, verzoekende zijn ontslag van de kolonie, wijl hij voornemens is te trouwen.
Is afgeraden, wijl hij nog te jong en niet in staat is, voor een huisgezin de kost te winnen, en zijne moeder hem bezwaarlijk missen kan.

((NB: Bij de tuchtraad van 9 juli 1831 blijkt het vriendinnetje van Jan zwanger. Hij staat pal voor haar, zie hier.))


10. Cornelis Meijer van kol 3, oud 21 jaren, verzoekende zijn ontslag van de kolonin, daar hij voornemens was buiten de kolonie te werken.
Zal mitsdien worden aangevraagd.

In de kantlijn bijgeschreven: Ondersteund, ofschoon weldra waarschijnlijk het geheele huisgezin zal vertrekken, vK

11. Westerveld, van kol 1, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Broek in Waterland, tot het bewerken van zijn ontslag van de kolonie.
Toegestaan.

12. Poot, van kol 1, vragende of het zoontje zijnen vrouw Lambert Mooi die verleden jaar met groot verlof buiten de kolonie geweest en in november 1829 bij zijne ouders teruggekomen is, wederom voor een half jaar bij eenen boer te Vledder dienen mogt.
Aangezien deze jongen nog geen half jaar weer in de kolonie is terug geweest, zoo kan dit niet worden ingewilligd; uitgesteld.

(get.) J.H. van Wolda, secr.



Zaturdag 13 Maart 1830

Verschenen op heden:

1. Dirksen van kol 2, verzoekende voor zijne vrouw om voor 14 dagen te vertrekken naar Amsterdam, om hare familie te bezoeken.
Is toegestaan.

2. Meijer van kol 1, verlangt met verlof naar Harlingen te gaan, ten einde de interest van een kapitaal groot 500, te ontvangen.
Is toegestaan.

3. Kranendonk van kol 1, verzoekt om voor den tijd van vier dagen naar Amsterdam te gaan, om de dochter zijner tegenwoordige vrouw te geleiden, welke van daar naar Katwijk zoude worden afgehaald.
Is toegestaan.

4. Klaas Knippel, stiefzoon van den kolonist Evenblij van kol 3, verzoekt om voor den tijd van acht dagen naar Amsterdam te vertrekken, om aldaar voor den Militie Raad te verschijnen.
Is toegestaan.

5. Spier van kol 3, verlangt voor 14 dagen naar Amsterdam te reizen, ten einde voor het aanstaande Paaschfeest zijne familie te bezoeken.
6. Vrouw van Leeuwen, van kol 3, verlangt verlof naar Amsterdam, ten einde hare moeder te bezoeken voor het aanstaande Paaschfeest.
7. Weil van kol 3, verzoekt voor 12 dagen verlof naar Amsterdam, om voor het aanstaande Paaschfeest het noodige op te doen.
Is deze Israelieten toegestaan.

8. Blokland van kol 2, verzoekt verlof voor 14 dagen naar Amsterdam, ten einde zijne familie te bezoeken.
Is toegestaan.

9. Weil, van kol 1, klaagde te weinig turf te hebben ontvangen.
Hem is onder het oog gebragt, dat het thans zoo ver was, dat hij zich zelven moest redden, en dus zorgen dat zijne natte turf droog wierd gemaakt.

10. Hoomoed van kol 3, verlangt verlof naar 's Gravenhage voor den tijd van 14 dagen om zijne familie te bezoeken.
Is toegestaan.

(get.) J.H. van Wolda, secr.



Zaturdag 20 Maart 1830

Verschenen op heden:

1. Vrouw van den Berg van kol 1, verzoekende met hare dochter Annetje, oud 21 jaren, die eene zekere som gelds te ontvangen had, voor 14 dagen met verlof te gaan naar Vlaardingen.
Is toegestaan

2. Manenberg, van kol 3, verzoekende dat zijn zoon Abraham Petrus Manenberg, oud 21 jaren, den 7e juny 1829 als wees van het 3e gesticht te Veenhuizen ontslagen, als kolonist in de vrije kolonien wederom mogt worden aangenomen.
Manenberg zelf is schoenmaker en het huisgezin heeft behoefte aan werkvolk; de genoemde zoon zou daarin kunnen voorzien, waarom de kleine raad besloten heeft hierop gunstig te berigten en de aanneming voor te stellen.

3. Willem van den Bosch van kol 1, voor 8 dagen naar Dordrecht, om eene erfenis te verrekenen en ontvangen,
4. Vrouw Goosens van kol 2, voor 4 dagen naar Havelte,
5. de wed. Moen van kol 2, voor 14 dagen naar Oostzaan, de beide laatste om hare familie te bezoeken.
Is toegestaan.

6. Vrouw Cohen van kol 1, te kennen gevende dat hare dochter Kaatje, reeds een half jaar buiten de kolonie gediend had, verzoekende voor dezelve of ontslag van de kolonie of verlenging van verloftijd.
Geene vrijheid hebbende het laatste toetestaan, zal het eerste worden aangevraagd.

In de kantlijn bijgeschreven: Ondersteund, vK


7. Jan Andries Smit van kol 3, verlangende zijnen oom te bezoeken te 's Hage, waartoe hij 14 dagen noodig had.
Is toegestaan.

8. Koelen van kolonie 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Utrecht, tot het bezoeken zijner familie.
Is toegestaan.

(get.) J.H. van Wolda, secr.



Zaturdag 27 Maart 1830

Verschenen op heden:

1. Vrouw Hagedoorn, van kol 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan naar 's Hage, tot het verkoopen van eenige goederen, welke daar nog bij de familie waren verbleven.
Is bij meerderheid van stemmen uitgesteld.

2. Vrouw van Helten, van kol 3, verzoekende dat haar zoon Joh: Bernardus, deze winter op zijn verzoek wederom als kolonist aangenomen, wederom voor drie maanden buiten de kolonie mogt gaan werken.
Is geweigerd, omdat hij nog maar weinige weken wederom in de kolonie is geweest.

3. Maria Westhoff, van kol 2, verlangende 14 dagen met verlof te gaan naar Amsterdam.
Is uitgesteld, omdat haar oude vader ziekelijk en zwak is, die de oppassing zijner eenigste dochter bestendig noodig heeft.

4. Schelte en
5. Gerrit Runia, weezen van Bolsward, vertoonende eenen toestemmingsbrief van hunne Sub-Commissie om drie maanden te gaan dienen, verzoekende derhalve ook den kleinen raad om de noodige toestemming in dezen.
Is toegestaan.

6. Karel van der Klei, van kol 3, verzoekende voor drie maanden te mogen dienen bij eenen boer te Wolvega.
Is toegestaan.

7. Vrouw Werf, van kol 3, verlangende veertien dagen met verlof te gaan naar Enkhuizen, tot het bezoeken harer familie.
Is toegestaan.

(get.) J.H. van Wolda, secr.


Voor copie conform
De secretaris van de kleinen Raad
J.H. van Wolda