Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Copie uit de notulen van het verhandelde bij den kleinen raad der vrije kolonien, over de maand Juli 1829



Zaturdag den 4 Juli 1829

Verschenen voor den Raad en verzochten om voor 14 dagen met verlof te mogen gaan en hunne familien te bezoeken, de navolgende kolonisten:

1. Kamstra, van kol 1, naar Franeker;
2. Dirk en
3. Marinus de Willige, van kol 3, naar Vlaardingen;
4. Vrouw van Pigchelen van kol 1, naar Utrecht;
5. Grietje Zwaan, van kol 3, naar Bovenkarspel;
6. La Grange, idem, naar Amsterdam;
7. v d Sluis, idem, naar Utrecht;
8. Vrouw Leonhardt, van kol 2, naar 's Hage;
9. Vrouw van Duren, idem, naar Utrecht;
10. Coenrades, idem, naar Utrecht;
11. Brada, idem, naar Leeuwarden;
12. Letterie, idem, naar 's Hage;
13. de wed. Dijkstra, van kol 3, naar Harlingen;
14. de wed. Lagerwij, van kol 2, naar Deventer.

Zijn van reisgeld en kleeding voorzien, en het gevraagde verlofgaan is hun toegestaan, onder nadere approbatie van den Heer Direkteur.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur der kolonien geaccordeerd.

15. Jan Beets, van kol 1, naar Purmerend;
16. Simon Ran, idem, naar Texel.
Is voor deze beiden eenigen tijd uitgesteld geworden.

Verschenen daarna voor den raad:

17. Maria Elisabeth Zwendelaar, en
18. van Zolingen, ingedeelden bij den huisverzorger Zeeuws, in kol 3, klagende over de voeding en handelwijze van vader Zeeuws.
Is goedgevonden, deze zaak in kommissie te onderzoeken, waartoe benoemd zijn geworden de President en Secretaris van dezen raad en den Onderdirekteur van kol 3, zullende van dat onderzoek aan den Heer Direkteur der kolonien verslag worden gedaan.

19. Henderica Johanna Emmers, tegenwoordige huisvrouw van Willem de Vries, verzoekende om haar geld uit de spaarbank.
Zal door den onderdirekteur worden aangevraagd en uitbetaald.

20, van der Walle, van kol 2, verzoekende de vrijheid om zijne dochter Johanna Elisabet, oud 17 jaren, voor 3 maanden te mogen laten hooijendienen bij eenen boer buiten de kolonie.
Is Toegestaan.

21. Zwier, van kol 2, verzoekende als boven de vrijheid om zijnen oudsten zoon Zwier, oud 27 jaren, voor 3 maanden in Vriesland te mogen laten hooijen.

Is voor beiden goedgevonden toe te staan, onder nadere goedkeuring als boven.

In de kantlijn bijgeschreven: Is toegestaan als boven.

(get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 11 Juli 1829

Kwamen voor den Raad en verlangden om voor 14 dagen met verlof hunne familien te bezoeken, deze kolonisten:

1. van der Heide, van kol 1, te Leyden;
2. Govert Kramer, en
3. Kornelis Fennekes, ingedeelde weezen bij van Marle, te Kampen;
4. Westhoff, van kol 2, te Amsterdam;
5. Vrouw Marinus, van kol 2, te Groningen;
6. Willemse, van kol 2, te Arnhem;
7. Dirk Visser, van kol 2, te Grootebroek.

Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is toegestaan als boven.


Nog vervoegden zich voor den Raad:

8. Dammers, van kol 2;
9. Vrouw Penning, van kol 1;
10. Schouten, van kol 2;
11. Hazeloop, van kol 1,
allen verzoekende om eene tweede koe.
Bij den aankoop van koeijen en de noodige voorraad van hooi, zal daaraan, zoo mogelijk nog dezen herfst voorzien worden.

12. Leonhard, van kol 2, verzoekende dat hem verruild mogte worden 1.75 koloniaal geld, zijne vrouw had vrijheid 14 dagen met verlof naar Den Haag te reizen.
Bij dne kleinen raad geene zoodanige fondsen bestaande, nemen twee leden van de raad op zich, hem dat geld te verwisselen.

13. Vogelzang van kol 2, verzoekende de vrijheid om zijnen zoon Hein, oud 20 jaren, voor drie maanden te laten dienen te Echten, in Vriesland.

Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is toegestaan als boven.


Eindelijk berigt ons de kommissie, laatsleden zaturdag benoemd, tot het onderzoeken der oneenigheden, in het huisgezin van Zeeuws op kol 3, dat zij dien huisvader over de klagte zijner weezen gehoord en de geheele zaak wederom in orde heeft gebragt, doch z, dat Maria Elisabeth Zwendelaar van daar weggenomen en overgeplaatst is bij Bollen in kol 1, welks huisgezin, mede R.K. is.

(get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 18 Juli 1829

Vervoegden zich voor den Raad en verzochten om hunne familien te mogen bezoeken, de navolgende kolonisten:

1. Dr wed. Scholten, van kol 1, te Arnhem;
2. Jammetje, en
3. Cornelis Boon, ingedeelde weezen bij Smid in kol 1, te Zaandam, hebben de toestemming hunner besteders;
4. Stoffels, van kol 2, te Zwol;
5. Frankot, idem, te Graaf;
6. Vrouw de Vries, van kol 3, te Medemblik;
7. Vrouw Franken, van kool 1, te Leyden.

Deze alle zijn van kleeding en reisgeld behoorlijk voorzien, waaroom ook hun het gevraagde verlofgaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkter der kolonien, is toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Is toegestaan als boven.


Voorts verzochten om voor den tijd van 3 maanden buiten de kolonien te mogen laten dienen, hunne kinderen hierbij vermeld:

8. Bakema, van kol 1, zijne twee dochters, Johanna, oud 18 jaren, en Jacomina, oud 20 jaren, beide in de gemeente Ruinerwolde;
9. Doede de Vries, van kol 3, zijnen zoon Jan, oud 18 jaren, te Steenwijkerwolde;
10. Vrouw Peetsold, van kol 1, hare dochter Leentje, oud 19 jaren, te Dordrecht;
11. Vrouw Mommers, van kol 2, haren zoon Jan, oud 18 jaren, te Eesveen;
12. Vrouw Ladru, van kol 1, haren zoon Willem, oud 18 jaren, te Amsterdam.

Deze jonge lieden kunnen uit de huisgezinnen, waartoe zij behooren, wel gemist worden. De Raad geene zwarigheid in dit dienen vindende, , staat het toe, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is toegestaan als boven.

Eindelijk verschenen voor den Raad:

13. Vrouw van der Korst, van kol 2, verzoekende met verlof te gaan naar Zwol, werwaards haar man voor eenige dagen geweest is, om zijn pensioen te halen, doch dat niet, of slechts gedeeltelijk heeft gekregen.
De raad is van gevoelen, dat deze reis vruchteloos zijn zoude en stelt daarom het verlof uit.

14. de wed Kuipers, van kol 3, welke den onderdirekteur uitgenoodigd had een 14 daagsch verlof voor haar te vragen, om te reizen naar Groningen.
Daar echter de vrouw, volgens haar zeggen niet naar de kerk te Steenwijkerwold kan gaan, heeft de raad ook dit verlof van de hand gewezen

(get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 25 Juli 1829

Verzochten om voor 14 dagen hunne familien te mogen bezoeken, de navolgende kolonisten:

1. Olie, van kol 1, te Alkmaar;
2. de Graaf, van kol 3, te Leyden;
3. Hagenberg, idem, te Rotterdam;
4. de wed. Brandsma, van kol 1, te Sloten;
5. Strau, van kol 3, te Harlingen;
6. Vrouw Spoelstra, van kol 2, te Sneek;
7. Petrus Fransman, te 's Hage;
8. Elisabet van Waveren, van kol 2, te Monnickendam;
9. Hendrik Dammers van kol 2 te Amsterdam;
10. Vrouw de Jong, van kol 3, te Gouda,
welke alle verklaarden van kleeding en reisgeld voorzien te zijn, uitgezonderd Petrus Fransman, wien het aan geld ontbrak. Het verlofgaan is allen toegestaan, ondfer nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien, ook Fransman, zoodra deze het noodige reisgeld bijeen zal hebben.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur der kolonien toegestaan.

.
Voorts verschenen voor den Raad:

11. Lukas, van Wateren, klagende over den vorigen schaapherder van het instituut, welke volgens zijn zeggen, zoo wel voor de kweekelingen als voor de boeren huisgezinnen aldaar ten nadeele werkte, als gevende aanleiding tot verkeerdheden.
Is in den raad, onder nadere goedkeuring besloten, dezen man aan te zeggen van ten spoedigste te moeten vertrekken.

Daarna verzochten om eenige kleedingstukken, de volgende:

12. Vrouw Kamstra, van kol 1;
13. Vrouw Goosens, van kol 2;
14. Vrouw le Loux, van kol 1;
15. Gerrit Runia. van kol 2, en
16. Kornelis Simon, van kol 1.
Is besloten de drie eerstgenoemden eenigen tijd te laten wachten, wijl de kleeding voor die huisgezinnen pas is afgeloopen, doch de beide laatsten, als zijnde weezen, in den loop der volgende week, het benodigde te verstrekken.

Eindelijk vervoegden zich voor den raad:

17. Vrouw Elzing, van kol 2, verzoekende om meerdere voeding. Zij kon haar huisgezin, bestaande uit 10 zielen, van het gegeven wordende niet wel onderhouden.
De onderdirekteur zal dit heden avond met den wijkmeester trachten te schikken.

18. Vrouw Steinmetz, van kol 1, verzoekende dat haar 4 koloniaal geld mogte worden verwisseld, ter aankoop van het benoodigde voor hare aanstaande kraam.
Dit huisgezin is zuinig en oppassend en de kleine raad heeft haar geraden dat zij zich te dien einde vervoegen zoude bij den algemeen boekhouder der kolonien, met verzoek als boven.

19. Mailly, van kol 2, verzoekende om eene tweede koe, daar zijne eene koe gestorven was, ook verlangde hij meerdere uitbetaling.
Hij zorgt bijzonder voor zijne koeijen. En hem is beloofd, dat hij ten spoedigste eene koe wederom bekomen zoude

20. Kuiters, van kol 2, verzoekende allervriendelijkst:
a. om eene tweede koe, en
b. dat zijne woning, die zeer bouwvallig is, hersteld mogte worden.
In het laatste zal zeker, en in het eerste, zoo mogelijk voorzien worden.

21. Vrouw Heinsbergen, van kol 1, verzoekende, nu haar man sukkelachtig was, eenige meerdere uitbetaling.
Is toegestaan en beloofd, dat naar de behoefte van haren toestand te regelen.

(get.) J.H. van Wolda secr.


Voor eensluidend afschrift
De secretaris van den kleinen raad
J.H. van Wolda