Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Copie uit de notulen van het verhandelde in den kleinen raad der vrije kolonien, over de maand February 1829


Zaturdag den 7 feb 1829

Verschenen voor den raad:

Vrouw Lagerweij, van kol 1, wijk 3, verzoekende om een derde bedzak, met deszelfs toebehoren. Zij waren nu met hun vijven, en eerstdaags zouden zij met hun zessen zijn.
Een ingedeeld meisje, voor weinige dagen hier gekomen, slaapt bij haar kindertjes, dat naar de gedachte van de kleine raad heel goed kan.
Is niet toegestaan, te minder nog, omdat er huisgezinnen zijn, die, zouden zij eenen ingedeelde krijgen, aanstonds nieuwe kleeding, bedgoed enz aanvragen

In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Direkteur keurt goed, dat die huisgezinnen, welke verzoeken van hunne weezen of ingedeelden ontslagen te worden, verpligt zullen zijn, die kinderen vr de verplaatsing, van kleeding, behoorlijk voorzien.

(get.) J.H. van Wolda, secr.


Zaturdag den 21 february 1829

Verschenen voor den kleinen raad

1. Prins, van kol. 1, verzoekende voor 10 dagen met verlof te gaan naar Veendam, om zijne zieke zuster te bezoeken.
Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Geaccordeerd door den Heer Direkteur.


2. Vrouw van der Hulst, van kol 3,
3. Horst, van kol 2 en
4. Vrouw Sabelis van kol 1,
verzoekende alle om eenige kleedingstukken voor hunne kinderen.
In den loop der volgende week zal in de noodzakelijkste behoeften dier huisgezinnen voorzien worden.

5. Vrouw Smallenburg, van kol 1, te kennen gevende dat de haar voor eenige dagen toegevoegde wees niets verdiende, dat ze hem van de spinzaal hadden afgejaagd, enz.
Deze wees is daar geplaatst, opdat hij na bij den Pastoor zoude zijn, waar hij dagelijks leeren moet.
Er zal gezorgd worden, dat de jongen wederom op de zaal geplaatst en aan het huisgezin van Smallenburg wekelijks eenige centen meer uitbetaald worde.

6. Een briefje van de wed. Hendriks, van kol 7, waarin dezelve verzoekt om nen weesjongen en wel bepaaldelijk om Hendrik Kila, thans ingedeeld bij de wed. Moen.
Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Geapprobeerd door den Heer Direkteur.

(get.) J.H. van Wolda, secr.



Zaturdag den 28 february 1829

Compareerden voor den kleinen raad

1. Vrouw Winkelhuis, van kol. 1, verzoekende dat van haar afgenomen worde Jan Prinse, en daarvoor weer in plaats te mogen hebben Willem Vreeswijk, ingedeelde bij Handrik Jacobs, in kol 2.
Is goedgevonden dezen Jan Prinse in te deelen bij Spoelstra, in kol 2, echter onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien, en Winkelhuis vooreerst geenen anderen weezen te geven.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur goedgekeurd.


2. Verra, en
3. Vrouw Deems, van kol. 2, klagende dat zij nu, omdat er geen spinwerk was uitgegeven, het noodige tot kleeding en voeding, onmogelijk konden verdienen, verzoekend derhalve dat hun wederom vlas moge worden uitgegeven.
Men zal hierover den raad van den Heer Direkteur der kolonien inwinnen, en dienovereenkomstig op de zalen handelen.

In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Direkteur geeft hierop te kennen, aangezien er meer dan een jaar lang genoegzaam voorraad van vlasgaren aanwezend is, er geen vlas meer moet worden uitgegeven; datgene, wat de menschen niet kunnen verdienen, en echter noodig hebben, zouden hen niet te min verstrekt worden.


4. Lelts, van kol 2, geadsisteerd door van der Korst, die tevens getuige zoude zijn, klagende dat zijne buren Smid, en deszelfs verdere huisgenooten hem dagelijks zeer beleedigend behandelden, zeggende onder anderen dat hij een dief was, enz., verzoekende daarin voorziening.
Zal door eene kommissie, bestaande uit den onderdirekteur der kolonie, den President en secretaris van den kleine raad, op donderdag den 5 maart aanstaande, nader worden onderzocht, en zoo mogelijk met elkanderen bevredigd.

In de kantlijn bijgeschreven: Genoemde kommissie heeft dit verschil, ten genoegen van beide partijen, uit de weg genomen.

(get.) J.H. van Wolda, secr.


Voor copie conform
De secretaris van den kleinen raad
J.H. van Wolda

In de kantlijn bijgeschreven: Goedgekeurd door de Permanente Kommissie van Weldadigheid, den 21 Maart 1829, van Konijnenburg.