Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Copie uit de notulen van het verhandelde in den kleinen raad der vrije kolonien, over de maand Januarij 1829


Zaturdag 3 january 1829

Compareerde voor den raad:

1. Geersema van kol 2, verzoekende voor acht dagen met verlof te mogen gaan naar Amsterdam, waar hij meende eenig geld te ontvangen op zijne acte van pensioen, namelijk opnemen, de som van 65,-
De Raad oordeelt dat deze voorgestelde reis niet zoo zeer noodzakelijk is, doch laat dit over aan het nadere oordeel van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is geaccordeerd door den Heer Direkteur der kolonien.

(get.) J.H. van Wolda, secr.



Zaturdag 24 january 1829

Verschenen voor den Raad:

1. Vrouw Jansen, van kol 2, verzoekende eenige kleeding in deze koude.
Hier zal in de noodwendigste behoefte voorzien worden.

2. Martinus Roelandschap, ingedeelde wees bij de wed. Groen in kol 1, wijk 3, verzoekende vandaar verplaatst te worden bij de wed. van den Bosch.
Daar echter deze jongen te voren ook bij de wed. van den Bosch geplaatst is geweest, en dit niet goed ging, zoo heeft de kleine raad beter geoordeeld, hem in te deelen bij vrouw de Plot, die om denzelven verzocht heeft.

(get.) J.H. van Wolda, secr.



Zaturdag den 31 january 1829

Verschenen voor den kleinen raad:

1. Benjamins, van kol. 1, wijk 3, verzoekende van zijne onvruchtbare hoef verplaatst te worden.
De kleine raad heeft hem geantwoord, hieraan niets te kunnen doen, maar zijn verzoek te zullen brengen ter kennis van den Heer Direkteur der kolonien.

2. Vrouw Kraan, van kol 2,
3. Vrouw Sabelis, en
4. Vrouw Smallenburg, van kol 1, wijk 3, verzoekende allen eenige kleeding voor hare kinderen.
Ofschoon het wel geen tijd der uitgifte van kleeding is, zoo heeft de kleine raad gemeend, het gevraagde, als zijnde noodzakelijk, in deze koude, niet te mogen onthouden. Is toegestaan, en zal dadelijk verstrekt worden.

(get.) J.H. van Wolda, secr.


Voor copie conform
De secretaris van den kleinen raad
J.H. van Wolda

In de kantlijn bijgeschreven: Goedgekeurd door de Permanente Kommissie, den 25 February 1829, van Konijnenburg.