Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Copie uit de notulen van het verhandelde in den kleinen raad der vrije kolonien, over de maand november 1828



Zaturdag den 1 november 1828

Verschenen voor den kleinen raad:

1. Vrouw Raaphorst, van kol 2, verzoekende hare dochter Neeltje van Zon, oud 20 jaren, voor drie maanden te mogen laten dienen, op Nijensleek, nabij de kolonie, waar zij eene goede dienst kon bekomen.
Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Wordt door den heer Direkteur geapprobeerd.

2. Vrouw Boddendijk, van kol 2, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Amsterdam, om hare kinderen te bezoeken.
Is onder voorwaarde als boven toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Idem.


3. Leloux, van kol 1 wijk 3, verzoekende om eene koe te rug te mogen hebben, in plaats van die, welke hem voor 3 weken was afgenomen, en gegeven aan den nieuwen kolonist van Roijen, omdat dezelve niet behoorlijk was opgepast geworden.
Hem zal spoedig eene koe bezorgd worden.

(get.) J.H. van Wolda Secr



Zaturdag den 8 november 1828

Verschenen voor den kleinen raad:

1. Vrouw Dorenbosch, van kol 3, en
2. Evert Spoelstra, van kol 2, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan, de eerste naar Groningen en de tweede naar Sneek, beide om hunne familien te bezoeken.
Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Idem.


3. Vrouw de Vries, van kol 2, te kennen gevende, dat haar man niet in staat was hare rogge te dorschen.
De man is zwak. Is goedgevonden eene dorscher bij hem te doen, die den man helpt te dorschen.

Nadat er geene kolonisten meer kwamen opdagen, is bij den raad in overweging genomen, dat, daar sommige veronderstellen, dat er nu en dan, inzonderheid na de uitgifte der nieuwe kleeding, eenige stukken door kolonisten verkocht of weggemaakt worden, of verloren raken, het van belang kan geacht worden, dat hierop zoo veel mogelijk, een wakend oog worde gehouden, en zulk door geen' anderen beter en voegzamer kan geschieden dan door de wijkmeesters, ieder in zijne wijk, welke ook de huisgezinnen het meest van nabij dienen te kennen.
Om welke reden er onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien wordt bepaald en vastgesteld:
De wijkmeesters zullen ieder 14 dagen, te beginnen, zaturdag den 15 dezer, en zoo vervolgens, aan den raad inzenden, eene opgaaf van den toestand der kleeding en het huisraad van ieder huisgezin in zijne wijk, met naauwkeurige vermelding van datgene wat er vermist wordt.

In de kantlijn bijgeschreven: Wordt door den heer Direkteur goedgekeurd.

(get.) J.H. van Wolda Secr


Zaturdag den 15 Nov. 1828

Door den secretaris werd verzocht om twee jongelingen, met name Jan Aukes en Abr. de Haan, beide van Frederiksoord, deze winter buiten de kolonie te mogen laten gaan, daar de eerstgemelde door de boeren van Wapse, gemeente Diever, en de laatste door die van Doldersum, gemeente Vledder, verzocht en uitgenoodigd waren om bij hen school te houden.
Ook verleden winter hadden zij jonge meesters uit de kolonie gehad, die hen zeer bevallen waren. Deze jongens hebben van den schoolopziener des districts reeds eene acte van den 4e rang bekomen, en zoo dit toegestaan wordt, dan kunnen dezelve in het aanstaande voorjaar, bij vertrek van ondermeesters, wederom in den dienst der M. te rug keeren.
De Kleine Raad keurt dit voorstel goed, onder nadere approbatie van den Heer Direkteur, te meer nog daar men hieruit zien kan, dat de om de kolonie toe wonende boeren, anders over onze kolonisten beginnen te denken dan tevoren.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur der kolonien volkomen goedgekeurd.


Compareerden voor den raad:

1. Mandos van kol 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Schiedam, om zijne familie te bezoeken;

2. Grondhout, van kol 1, idem naar Dord;

3. Vrouw v. Kooten, idem naar Woerden;

4. Le Loux, idem naar Vazen;

5. Hitje Duiker idem naar Sneek.

Zijn allen van reisgeld en de noodige kleeding voorzien, en is het gevraagde verlof, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien, toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Door den Heer Direkteur goedgekeurd.

6. Johanna Christina Emmers, van kol 2, verzoekende met verlof te gaan naar 's Hage, om nog ťťne poging aan te wenden ter verkrijging harer papieren, daar zij ten sterkste verlangde te trouwen met Willem de Vries, hetgeen haar reeds door de P.K. was toegestaan.
De leden van den raad zijn van gevoelen, dat de zaak van deze Johanna Christina Emmers, die volgens haar zeggen in de R.K. kerk gedoopt is, en Willem de Vries, noodzakelijk geŽindigd moet worden, en nemen alzoo de vrijheid den Heer Direkteur te verzoeken. om, of deze meid met verlof te laten gaan, om hare papieren te zoeken, of er eens over te willen denken, hoe het met dit huisgezin zoo voortgaande eindelijk zal afloopen.

In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Directeur zoude insgelijks gaarne een einde aan deze zaak zien, maar keurt het verlofgaan af.


7. Vrouw Bohle, van kol 2, klagende over oneenigheden, welke haar huisgezin bestendig met dat van Pennings, hare buurman had
Is goedgevonden deze zaak door eene kommissie, op donderdag 20 dezer te laten onderzoeken.

(get.) J.H. van Wolda Secr



Zaturdag den 22 november 1828

Verschenen voor den kleinen raad:

1. Prins, van kol 1, vertoonende een briefje van eenen boer uit de Eexte, prov. Groningen, welke den zoon van Prins, met name Otto, in zijnen dienst nemen en voor denzelve zorgen wilde.
Dit briefje is goedgekeurd en onderteekend door den secretaris der Groninger Subkommissie. Is onder goedkeuring van den Heer Direkteur toegestaan, om dezen Otto Prins aldaar te laten dienen.

In de kantlijn bijgeschreven: Door den Heer Direkteur geapprobeerd.

2. Westhof, van kol 2, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Amsterdam om zijne familie te bezoeken;

3. Aaltje Smallenburg, van kol 1, naar Vinkeveen;

4. Annetje van den Berg, van kol 1 naar Vlaardingen;

5. Vrouw Tek v. Reineveldtshoek, van kol 3, naar Rotterdam;

6. Hendriks, van kol 2 naar 's Hage.

Zijn allen behoorlijk gekleed en van reisgeld voorzien, en is hun gevraagd verlofgaan, onder nadere goedkeuring van den heer Direkteur der kolonien, toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Idem.

(get.) J.H. van Wolda Secr



Zaturdag den 29 november 1828

Verschenen voor den kleinen raad:

1. Aagje Brandsma, van kol 1, dochter van de wed. Brandsma, verzoekende voor 3 maanden te mogen dienen buiten de kolonie aan de Oldemarkt.
Dit verzoek is het vlijtige meisje onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Door den Heer Direkteur geapprobeerd.


2. Schouten en de vrouw, van kol 1, verzoekende dat van hen afgenomen en verplaatst mogte worden, den jongeling Simon Ran, dien zij niet wel meer hebben konden.
Dit voorstel komt den kleinen raad gegrond voor en wordt alzoo de vrijgeid genomen, deze jongen die daar te eigen is geworden te verplaatsen bij Leendert Doodhage in kol 2, dat ook een Texelsch huisgezin is.

3. Raaphorst, van kol 2, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Gouda, om zijne familie te bezoeken;

4. du Mortier, van kol 2, idem naar Leyden;

5. Barbera Bolhuis,
6. Johannes Julsing,
7. Jan Wilkens,
8. Antonie Schols,
9. Jannigje Lammers,
10. Eise Haman, Groninger weezen, allen van kol 3, verlangende met verlof naar Gron. te gaan, dat hunne kommissie had toegestaan;

11. Titia Haman, van kol 3, verzoekende voor 3 mqaanden te mogen dienen in Gron., daar haarinsgelijks door de kommissie was vergund;

12. Vreeling, van kol 3, met verlof naar Monnickendam;

13. Adam Werf, van kol 3, naar Enkhuizen, en

14. van der Sluis, van kol 3, naar Utrecht.

Het vorenstaande verlof en het dienen gaan buiten de kolonie, is, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur der kolonien  geapprobeerd.


Voorts is, op voorstel van onzen Heer DireKteur in den raad overwogen, dat er eenige kolonisten en inzonderheid groote jongens zijn, die zich niet ontzien in de herbergen te gaan, borrels te koopen en daar met elkanderen wat blijven praten. Dat dit, behalve het nadeel dat de huisgezinnen hierdoor lijden, lijnregt strijdig is met de reglementen der M. v. Weldadigheid.
Waarom door de geheele vrije kolonien henen, in iedere wijk zal worden afgekondigd:
"Een ieder wachte zich voor het noodeloos in de herbergen gaan en het jenever drinken, wijl die huisgezinnen, welker leden daarop betrapt worden, naar evenredigheid van hun gemaakte misbruik, met inhouding van brood gestraft zullen worden."

(get.) J.H. van Wolda Secr.


Voor copie conform
De secretaris van den kleinen raad der vrije kolonien
J.H. van Wolda


In de kantlijn bijgeschreven: Goedgekeurd door de Permanente Kommissie van Weldadigheid, te 's Gravenhage, den 25 December 1828, vK