Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Copie uit de notulen van den kleinen raad der vrije kolonien, mei 1828


Zaturdag den 3 mei 1828

Verschenen heden voor den raad:

1. Vrouw Smid, van kol 1, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Texel, om hare familie betrekkingen te bezoeken.

2. Vrouw Nienkemper, en
3. Vrouw Muijen, beide van kol 1, verlangende ten zelfden einde 14 dagen te gaan naar Dordrecht.

4. Vrouw Jansen, van kol 2, idem naar Arnhem.

5. Vrouw Dirksen van kol 2, naar 's Gravenhage.

Aan deze vrouwen is het gevraagde verlof, onder nadere approbatie van den Heer Direkteur, toegestaan, wijl hare huisselijke omstandigheden het toelaten.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur goedgekeurd.


6. Remmert Meuwisse, ingedeelde wees bij Wiemes in kol 1, verzoekende om buiten de kolonie te mogen dienen. Hij had zich aanvankelijk bij eenen boer in de nabijheid der kolonie bij eenen boer verhuurd, en verwachtte iedere dag zijn ontslag van de kolonie.
De raad oordeelt beter, dat deze jongeling zoo lang in de kolonie blijft, tot dat zijn ontslag komt.

7. Vrouw van der Korst, van kol 2, onlangs van Veenhuizen aangekomen, verzoekende voor 8 dagen met verlof te mogen gaan naar Zwol, om hare familie te bezoeken.
Is, omdat deze menschen nog maar kort hier zijn, eenigen tijd uitgesteld.

8. Hoekstra, van kol 1, verzoekende voor gelijken tijd met verlof. te gaan naar Tsjum, provincie Vriesland, ten einde zijne betrekkingen aldaar te bezoeken.
Is toegestaan, onder dezelfde voorwaarde als boven.

In de kantlijn bijgeschreven: Het verlofgaan van Hoekstra is door den Heer Direkteur goedgekeurd.

(get.) J.H. van Wolda Secr.


Zaturdag den 10 mei 1828

Verschenen voor den kleinen raad:

1. Vrouw van Haften, van kol 2, verzoekende verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Monnickendam, om de familie te bezoeken.

2. Vrouw Vegters, van kol 2, idem naar Haarlem.

3. Vrouw Bollen, van kol 1, verzoekende dat voor hare dochter, om te gaan naar Rotterdam.

4. Vrouw Winkelhuis, van kol 1, verlangende als boven om te gaan naar Amsterdam, om haren zoon en verdere familie te bezoeken.

5. Jan Aukes, zoon van den kolonist en wijkmeester Aukes, in kol 1, idem naar 's Gravenhage.

Het verlofgaan dezer kolonisten is, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur, toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Door den Heer Direkteur goedgekeurd.


6. Trijntje Tjebbes, wed. Bakker, van kol 2 (Doldersum), verlangende verplaatst te worden in de nabijheid der fabrijken, omdat haar zoon aan het weven zijnde, des morgens & des avonds, te veel tijd moet verloopen, anders zoude zij haren zoon liever te huis en aan het landwerk houden.
De raad heeft geoordeeld dat haar verzoek billijk was, en bepaald, haar bij de eerste gelegenheid te verplaatsen naar de Oostvierdeparten, kol 2.

7. Hagenberg, van kol 3, verzoekende voor 14 dagen zijne familie te mogen bezoeken in Rotterdam.

8. Vrouw Gaal, van kol 3, verzoekt hetzelfde voor hare dochter, om te mogen gaan naar 's Gravenhage.

Het verzoek der beide laatsten is uitgesteld, tot dat het aardappelpoten gedaan zal zijn.

(get.) J.H. van Wolda Secr.


Zaturdag den 17 mei 1828

De kleine raad in overweging genomen hebbende, dat Jan Wind, ingedeeld bij de wed Puper, kol 1, even groot, klein en onzindelijk blijft en derhalve noodzakelijk eens in een ander huisgezin diende verplaatst te worden, heeft goedgevonden, dat kind, onder nadere goedkeuring des Heeren Direkteurs, in te deelen bij den huisverzorger Smid, in dezelfde kolonie.

Verschenen voorts:

1. De wed. van Achteren, en
2. Pietertje Hendriks, als huishoudster ingedeeld bij Jan Sierps, beide van kol 3, verzoekende voor 8 dagen met verlof te mogen gaan naar het Hogeveen.
3. Groenekamp
, van kol 3, voor 14 dagen naar Amsterdam.
4. Groenenwoud, van kol 3, idem naar Monnickendam,
allen om hunnen familien te bezoeken.

5. Vrouw Hendriks, van kol 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Amsterdam, wijl haar kind aldaar, aangenomen zoude worden tot de R.K. kommunie, en waarbij zij gaarne als moeder tegenwoordig wilde zijn.

6. Kranendonk, van kol 1, verzoekende vppr 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Dordrecht, waar hij in geen 8 jaren geweest was: en zijne familie had hem boodschap beschikt om zoo spoedig mogelijk over te komen.
.
Het verlofgaan dezer lieden, is, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur, toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Door den Heer Direkteur geapprobeerd.


7. Vrouw Nieuwenhoven, van kol 2, verzoekende 14 dagen met verlof te gaan naar Leyden, om de familie te bezoeken.

8. Westhoff, van kol 2, verlangende voor eenen gelijken tijd naar Amsterdam te gaan, om zijne zieke dochter, verleden jaar in ?? van de kolonie gegaan, te bezoeken.

Het verlofgaan der beide laatsten is voor eenigen tijd uitgesteld.

9. Vrouw Jansen, van kol 2, verzoekende dat bij haar mag worden ingedeeld, de bij Mommers geplaatste weesmeid Aaltje Abbenes.
De raad zegt, dat vrouw Jansen hare eigene kinderen niet wel opbrengt, en zij derhalve geene weezen of meiden hebben moet.

10. Kooistra, van kol 1, verzoekende om eene andere koe, omdat zijne tegenwoordige oud was en bijna geen melk meer gaf.
Er zal gezorgd worden dat hij spoedig eene andere koe bekome.

(get.) J.H. van Wolda Secr.



Zaturdag den 24 mei 1828

Verschenen voor den raad:

1. Vrouw van der Heide, van kol 1, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Leryden;
2. Vrouw van Duuren, van kol 2, idem naar Utrecht;
3. Vrouw van der Werf, van kol 3, naar Enkhuizen;
4. Geesje de Vries, van kol 1, naar Medemblik;
5. Vrouw Nieuwenhoven, van kol 2, naar Leyden,
allen met oogmerk, zoo zij te kennen geven, om hare oude familien en betrekkingen te bezoeken. Onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur is deze vrouwen het verlofgaan geaccordeerd.

In de kantlijn bijgeschreven: Door den Heer Direkteur geapprobeerd.


6. Mommers, van kol 2, verzoekende dat de bij hem ingedeelde weesmeid Aaltje Abbenes, van hem mogte worden afgenomen, dewijl hij met dezelve niet wel meer te regt kon.
Is goedgevonden, dit meisje, dat reeds eenen ouderdom van meer dan 30 jaren bereikt heeft, te plaatsen bij den huisverzorger Hendr. Jacobs in dezelfde kolonie.

7. Vrouw Verbeek, van kol 1, verzoekende om hare dochter Pieternella Verbeek, in Rotterdam, bij den Heer Hubert, voor eenigen tijd te mogen laten dienen, naderhand wilde zij dan het ontslag vragen.

8. Bollen, van kol 1, verzoekende om zijnen zoon Leonardus Bollen, oud 15 jaren, voor 3 maanden te mogen laten dienen, te Alkmaar, bij eenen bakker, hij meende dat dit voor den jongen eene gunstige gelegenheid was.

Daar de kleinen raad het met groot verlof gaan buiten de kolonie niet op zich durft te nemen, zal dit worden gevraagd aan den Heer Direkteur der kolkonien.

In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Directeur der kolonien stelt voor, teneinde het met groot verlof gaan en dienen buiten de kolonie, gematigd worde, dat de kleine raad vrouw Verbeek en Bollen andermaal voor zich ontbiede, en hun voorstellen, dat aan deze hunne kinderen voor den tijd van 3 maanden verlof zal gegeven worden, om het dienen te beproeven, doch dat dan, in gevalle dezelve binnen die tijd, niet wederom in de kolonien zijn terug gekomen, het daarvoor zal gehouden worden, dat ze buiten blijven, en alzoo dan hun ontslag dadelijk zal worden aangevraagd.

((NB: Hiermee verzint de directeur ter plekke de regeling die er in maart 1829 zal komen, zie hier.))


9. Jozina van Diest, volwassen dochter van den kolonist van Diest, vragende, met toestemming harer ouders, het ontslag van de kolonie.
Dit ontslag zal bij den Heer Direkteur en de Permanente Kommissie worden aangevraagd.

((NB: Dit is de dochter die Van Diest in november 1830 uit een bordeel in Zwolle weg gaat halen.))


10. Vrouw Spoelstra, van kol 2, te kennen gevende, dat zij de kleedingstukken welke zij bij de vorige uitgifte van kleeding had moeten ontvangen, bij deze laatste uitgifte van kleeding nog niet ontvangen had.
Alsmede verzocht dezelve voor 8 dagen met verlof te mogen gaan naar Sneek, om hare dochter en verdere familie te bezoeken.
Het eerste zal doorgegeven worden, daar er een abuis bij de opschrijving heeft plaats gehad, en het tweede is haar, onder nadere goedkeuring van den heer Direkteur toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Door den Heer Direkteur goedgekeurd.


11. Vrouw Doodhagen, van kol 2, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Texel, om hare familie te bezoeken.
Men zal den Heer Direkteur vragen of de SubKommissie van Texel hiertoe niet eerst haar verlof moet geven.

In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Directeur zegt, dat de kolonisten van Texel afkomstig niet met verlof mogen gaan voor en aleer de Subkommissie aldaar, ten gevolge haar gedaan verzoek, daartoe vooraf de toestemming gegeven heeft; en dat dit aan vrouw Doodhagen zal worden bekend gemaakt.


12. Johanna Emmers, van kol 2, vragende om eenige kleedingstukken voor de kinderen van de vrouw, bij welke zij als huishoudster geplaatst is.
Wordt aangemaakt.

13. Hendericus de Vroeg, van kol 1, verzoekende een verlofpas vppr dezen zomer om buiten de kolonie te mogen werken, alsmede vraagt dezelve zijn ontslag van de kolonie.
Het laatste zal worden aangevraagd.

14. Jan Kolier, van kol 1, Ingedeelde bij de wed. Kok, en zich wel gedragende, verzoekt voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Delft, om zijne familie te bezoeken. Hij zegt dat Gerrit Oosterhout ook derwaards mede gaat, doch deze niet in den raad verschenen zijnde, heeft men het verlofgaan van Jan Kolier, echter onder goedkeuring van den heer Direkteur, uitgesteld.

Daarna is de kleine raad op last van den Heer Direkteur overgegaan, tot het uiteenbrengen, en wederom indeelen van het kleine huisgezin van de wed van Driel, kol 1 wijk 3, en wordt er voorgesteld hetzelve op deze wijze weder in te deelen:
- de wed van Driel als huishoudster te plaatsen bij den weduwnaar Doodhagen die geen vrouwvolk heeft, alsmede haar kind.
- Hendrik Kila in te deelen bij de wed. Hoen, in kol 2, en
- Willem la Croix benevens Trijntje Krom, bij Le Loux in kol 1, wijk 3.

Terwijl eindelijk, mede op raad van den heer Direkteur, wordt voorgesteld, om Cornelis Simon, tot hiertoe ingedeeld bij Spoelstra, in kol 2, waar dezelve het niet best schijnt te hebben, te plaatsen bij Thomas Baas, in dezelfde kolonie.

(get.) J.H. van Wolda Secr.



Zaturdag den 31 mei 1828

Verschenen heden voor den kleinen raad en verzochten voor 14 dagen met verlof te mogen gaan, de navolgende kolonisten:

1. Pieter van der Bil, van kol 3, naar Schiedam;
2. Vrouw Wels, van kol 1, naar Amsterdam;
3. Dekker, van kol 2, naar ter Veere;
4. Pieter Koemans, van kol 1, naar Zaandam;
5. Vrouw Marinus, van kol 2, naar Groningen;
6. Meijer, van kol 3, vraagt dit voor zijne dochter naar Amsterdam;
7. Wijkmeester Visscher vraagt hetzelve voor twee zijner dochters naar Amsterdam.

Onder nadere goedkeuring des Heeren Direkteurs, is dit gevraagde verlof geaccordeerd.

In de kantlijn bijgeschreven: Door den Heer Direkteur goedgekeurd.


8. Haakmeester, van kol 1, naar 's Gravenhage;
9. Brouwer, van kol 1, naar Alkmaar.

Daar er reeds zoo vele zijn, is dat van de beide laatsten eenigen tijd uitgesteld.

Eindelijk hebben de kolonisten Bollen en Verbeek van kol 1, welke voor 8 dagen verzocht hebben eenen zoon en eene dochter in Holland te mogen laten dienen, op het voorstel hun door de kleinen raad, van wege de aanmerking van den Heer Direkteur gedaan, geantwoord, dat zij daarmee gaarne genoegen namen; dat dus de beide jonge lieden, of zeker binnen 3 maanden alhier terug zouden zijn, of dat anders dadelijk hun ontslag mogt worden aangevraagd en afgegeven.

(get.) J.H. van Wolda Secr.


Voor copie conform
De secretaris van den kleinen raad
J.H. van Wolda


In de kantlijn bijgeschreven: Goedgekeurd door de Permanente Kommissie van Weldadigheid den 30 Juny 1828, van Konijnenburg.