Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Copie uit de notulen van het verhandelde bij den kleinen raad der vrije kolonien, februarij 1828


Zaturdag den 2 februarij 1828

Compareerden voor den raad:

1. De Lang, van kol 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Arnhem, om te onderzoeken of hij ook eenige goederen zoude kunnen erven van zijnen aldaar overleden broeder, welk verzoek onder nadere approbatie van den Heer Direkteur, toegestaan is.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur der kolonien toegestaan.


2. Jan Brands, van kol no 3, zoon van den kleermaker en kolonist Brands, verzoekende zijn ontslag van de kolonie.
Is hier opgeteekend om te onderzoeken of zijn vader, wiens land hij grootendeels bearbeidt, hierin bewilligt.

3. Vrouw Poot, van kol no 1, verzoekende
a. eenig voorschot op kleeding, zij konden dezer dagen, bij de gwijzigde verdiensten, onmogelijk genoeg voor de kleeding laten staan,
b. het nog te goed hebbende van de in het voorjaar geleverde mangelwortelplanten.
Het eerste zal onderzocht en het tweede door den onderdirekteur aangevraagd worden.

4. de wed. de Koning. verzoekende te mogen ontvangen twee vrouwenhemden, één meisjeshemd van 14 jaar, één jongenshemd van 10 jaar, een hoofdpeuluw, drie doeken, één laken, één deken, en één meisjesboezelaar van 14 jaar.
Bij het te doene onderzoek, zal in de noodzakelijkste behoefte voorzien worden.

5. Dammers, van kol 2, verzoekende het ontslag van de kolonie voor zijne dochter Elisabeth Francisca Charlotte, oud 24 jaren, die reeds met toestemming der Directie, naar Amsterdam vertrokken, en volgens zeggen dez vaders, in dienst gegaan is.
Dit ontslag zal bij den Heer Direkteur aangevraagd worden.

(get.) J.H. van Wolda secr.


Zaturdag den 9 februarij 1828

Verschenen heden voor den kleinen raad:

1. Johannes Kok, van kol no 3, verzoekende 14 dagen met verlof te gaan naar Amersfoort, ten einde te onderzoeken hoe verre het met zijn ontslag van de kolonie gevorderd is,
2. Oostendorp, van kol 3, verzoekende 8 dagen met verlof te moigen gaan naar Amsterdam, om de op hem evrschenen intressen te ontvangen. dat aan beiden, onder nadere approbatie van den Heer Direkteur, toegestaan is.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den heer Direkteur geapprobeerd.


3. Laverman, van kol 3, verlangende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Leeuwarden. om zijne femilie te bezoeken.
Is eenigen tijd uitgesteld, daar de reis niet noodzakelijk was.

(get.) J.H. van Wolda secr.



Bijlage bij kleine raad van 9 februari 1828

De kleine raad der vrije kolonien heeft de eer, ter voldoening aan het besluit van .. October 1826, de de Permanente Kommissie te berigten:

1: Dat de uitgifte van de fabrijkmatigen arbeid, over de afgelopene week, overeenkomstig den daarvoor gemaakten regel, in de vrije kolonien, geschied, immers voor zoo verre de aanwezige grondstoffen en de geschiktheid der huisgezinnen zulks hebben toegelaten.

2: Dat de drie minst en meest verdiend hebbende huisgezinnen in iedere kolonie, den laatsten woensdag, volgens den betaalstaat, ontvangen hebben, als volgt:

Kol no 1, Hoefnr:
35
Hoffmann, 7 zielen
ƒ   .45    
53
de wed. Beets, 3 zielen
.50½
48
Verbeek, 8 zielen
.64½
77
de Haan, , 11 zielen
2.43   
37
Bakema, 6 zielen
2.19   
51
OIlie, 9 zielen
1.50½



Kol no 2, Hoefnr
56
wed. Jacobs, 5 zielen
.63   
62
Dammers, 8 zielen
.64   
1
Bohle, 7 zielen
.62   
15
v. Duuren, 7 zielen
1.41   
38
vegters, 7 zielen
1.57   
47
Beun, 10 zielen
1.98   



Kol no 3, Hoefnr.
41
Leeuwe, 4 zielken
.61   
65
v. Pigelen, 5 zielen
.63   
116
Broekman, 6 zielen
.62   
139
Wolfs, 6 zielen
1.32   
91
v.d. Bil, 5 zielen
1.41   
22
Vreelink, 9 zielen
1.37   

Zaturdag den 9 february 1828

Namens den kleinen raad
J.H. van Wolda secr.




Zaturdag den 16 februarij 1828

Compareerden voor den raad:

1. Maatje, en
2. Bakema van kol 1, verzoekende voor 14 dagen hunne familien te mogen bezoeken, de eerste te Kolham, en de laatste te Eenrum, provincie Groningen, dat hun, na aangetoond te hebben, van het noodige voorzien te zijn, onder nadere approbatie van den Heer Direkteur, is toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den heer Direkteur geapprobeerd.

(get.) J.H. van Wolda secr.


Bijlage bij kleine raad van 16 februari 1828

De kleine raad der vrije kolonien heeft de eer, de Permanente Kommissie te berigten:

1: Dat het fabrijkwerk bij het tegenwoordig bijna stilstaande landwerk, zoo ver mogelijk tot de aangewezen hoogte, is uitgegeven geworden.

2: Dat de drie minst en meest verdiend hebbende kolonisten, deze week, volgens den betaalstaat ontvangen hebben, hetgene volgt:

Kol no 1, Hoefnr:
77
de Haan, 11 zielen
ƒ   2.32    
42
v.d. Wulp, 5 zielen
2.49½
56
Uhl, 7 zielen
2.22   
38
Frens, 7 zielen
66½
48
Verbeek, 8 zielen
63   
53
Beets, 3 zielen
55   



Kol no 2, Hoefnr
47
Beun, 10 zielen
2.04½
54
Mooi, 7 zielen
1.85   
45
Verra, 11 zielen
1.88   
3
Penning, 6 zielen
64   
53 Kalbie, 4 zielen
63   
62 Dammers, 8 zielen
63   



Kol no 3, Hoefnr.
22
Vrelink, 9 zielen
1.15   
35
Brinkman, 8 zielen
1.29   
93
v.d. Wolde, 8 zielen
1.71   
27
v.d. Weerd, 4 zielen
60   
7
Engels, 6 zielen
71   
121
Steenmeijer, 5 zielen
60   

Zaturdag den 16 february 1828

Namens den kleinen raad
J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 23 februarij 1828

Verschenen voor den raad en verziochten om met verlof te mogen gaan

1. Wijhl, van kol 1,
2. Vrouw Cohen, van kol 1,
3. de wed. Hoofien, idem,
4. Bremer, van kol no 3,
5. Vrouw van Leeuwen, idem,
6. Hertog Spier, idem,
7. Barend Mozes Visser, idem,
allen behoorende tot de Israëlitischen gemeente, verlangende voor 14 dagen te gaan naar Amsterdam, om het noodige voor hun Paaschfeest te halen.
Is hun toegestaan, echter onder nadere approbatie van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Door den Heer Direkteur geapprobeerd.


8. Vrouw Doesburg, van kol 1, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Amsterdam, en
9. Vrouw Doodhagen, van kol 2, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Texel, om de familie te bezoeken.
Is voor beiden om het jaargetijde eenigen tijd uitgesteld.

10. Eikenbroek, van kol no 2, verzoekende voor gelijken tijd met verlof te mogen gaan naar Amsterdam, waar hij belangrijke zaken te verrigten had.
Is onder nadere approbatie van den Heer Direkteur toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Ook door den heer Direkteur geaccordeerd.

(get.) J.H. van Wolda secr.


Voor copie conform
De secretaris van den kleinen raad
J.H. van Wolda

In de kantlijn bijgeschreven: Goedgekeurd door de Permanente Kommissie van Weldadigheid, 15 Maart 1828 art. 65, vK.