Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Copie van het verhandelde in den kleinen raad der vrije kolonien, maand october 1827


Zaturdag den 6 october 1827

Verschenen heden voor den kleinen raad, de navolgen de kolonisten:

1. Nieuwenhoven, van kol no 2, verzoekende voor zijnen zoon Kornelis die reeds dienstbaar was bij eenen wever te Wapse, ontslag van de kolonie

2. Vrouw Raaphorst, van kol 2, verzoekende voor hare dochter Johanna van Son, het ontslag van de kolonie, omdat deze als dienstmeid geplaatst kon worden, bij haren oom te Oestgeest, die de vrouw verloren en eene zoodanige meid noodig had.

Het ontslag voor deze beide jonge lieden, zal bij den Heer Direkteur worden aangevraagd.


3. Lagerwij, van kol 2, onder Doldersum, verzoekende vrijboer te worden; hij had vele onaangenaamheden met den wijkmeester Schnell, en naar zijn zeggen leeft hij gaarne in vrede; zoo dit niet kon, of hij dan in eene andere wijk mogte geplaatst worden.
Bij nader onderzoek, waartoe zich juist eene gunstige gelegenheid aanbood, is gebleken, dat de oorzaak dezer klagte, mede bij Lagerweij zelve te zoeken is, als hebbende zich eenen dag buiten de kolonie begeven, zonder toestemming van den wijkmeester.
Deze verkeerdheid is den man onder het oog gebragt, en hem het vrijboerschap afgeraden.

4. Vrouw Poelstra, van kol 2, verlangende veertien dagen met verlof te gaan naar Leeuwarden, om hare moeder te bezoeken.

5. Vrouw Bouman, van kol 1, wijk 3, als boven naar Oudewater, om de erfenis haars overledenen vaders mede te regelen.

6. Geertrui Rietberg, van kol 1, naar Kampen, ter bevordering harer gezondheid.

Zijn van kleeding en reisgeld voorziern, en onder nadere approbatie van den Heer Direkteur, is haar verlof toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur geaccordeerd.


7. Hermanus van der Geer, ingedeeld bij van der Lugt, naar Vlaardingen;
8. Hendrik Lukou, Ingedeeld bij Letterie, naar 's Hage.
Hebben beide laatsten de toestemming van hunne kommissie. Daar het echter met het aardappeldelven zoo druk is, heeft de raad dit verlofgaan eenigen tijd uitgesteld

(was get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 13 october 1827

Compareerden heden voor den klainen raad:

1. Kok, can kol 1, verzoekende een 10 daagsch verlof voor hem zelven en zijnen zoon Hendrikus om te gaan naar Amersfoort, ten einde geldelijke zaken te vereffenen, en voor zijnen genoemden zoon, voor wien hij het ontslag van de kolonie had aangevraagd en dat hij dagelijks wachtende was, eenen goeden dienst te zoeken.
Onder nadere approbatie is hem dit toegestaan.

2. De wed van Driel, van kol 1 wijk 3, vragende eenige kleedingstukken voor haar huisgezien, die zij volgens haar zeggen allernoodigst had.
Is onderzocht en zal in de behoefte voorzien worden.

3. v.d. Berg, van kol 1 wijk 3, verzoekende dadelijk een kantschop te mogen ontvangen; zonder die kon hij niet meer op het land werken.
Faaken heeft hem aanstonds een briefje gegeven, waarop hij van den boekhouder het gevraagde bekomen kan.

4. Modderman, ingedeeld bij den ouden de Vos, in kol 1, verzoekende van daar verplaatst te worden, omdat hij alle nachten slapende bij eenen ongelukkigen die toevallen heeft, in zijne rust gestoord werd, en menig maal den geheelen nacht waken moest.
Zal in den beginne der volgende week onderzocht worden.

(was get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 20 october 1827

Verschenen voor den kleinen raad:

1. de wed de Koning, thans met haar twee kindertjes geplaatst bij du Mortier, in kol 2, verzoekende wederom te mogen overgaan tot het huisgezin van Koenrades, in dezelfde kolonie, waar zij te voren ook geweest is.
Nadat de vrouw de redenen, die de raad hiertegen had, genoegzaam uit den weg had geruimd, is dit, onder nadere approbatie, toegestaan.

2. Johanna Emmeis, ingedeeld bij de Vries, in kol 2 (Doldersum), overhandigende een briefje van haren huisvader, in hetwelk hij verzocht om van de Maatschappij te mogen ontvangen: twee broeken en twee paar klompen voor zijne kinderen, die ze hoogst noodig hadden.
Zal onderzocht en naar bevind van zaken behandeld worden.

3. Anne Remmertsma, ingedeeld bij IJdema in kol 1, verzoekende 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Harlingen, om de familie te bezoeken.
Is uitgesteld om de drukte van de aardappeloogst.

4. Goosems, van kol 2, verzoekende voor zijne vrouw een rok en voor zich zelven een buis te mogen ontvangen, die zij naar hunne meening zeer noodig hadden.
Zal in de volgende week onderzocht worden.

(was get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 27 october 1827

Begaven zich heden voor den raad:

1. Strau, van kol van kol 3, verzoekende 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Harlingen, om zijne familie te bezoeken.

2. Vrouw Werf, van kol 3, verzoekende hetzelfde voor haren man, naar Enkhuizen.

3. Anne Remmersma, ingedeeld bij IJdema, kol 1, een braaf en vlijtig jongeling, als voren, naar Harlingen.

4. Hermanus Jurgens, ingedeeld bij Althoff, kol 1, even braaf en vlijtig, naar Schiedam.

Al deze lieden zijn behoorlijk van reisgeld en kleeding voorzien. Het aardappelrooyen binnen weinige dagen gedaan wordende, is hun het verlofgaan, onder nadere approbatie van den Heer Direkteur, toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur geaccordeerd.


5. Vrouw Hendriks, van kol 1, wijk 3, te kennen gevende, dat zij nu wekelijks, hoewel haar man alle dagen de koorts had, slechts tien stuivers in de huishouding ontving, en daarvan met haar groote gezin, niet rond kon komen, verzoekende in dezen eenige verandering.
Is een zeer goed en vergenoegd huisgezin. Er zal naar de behoefte voorziening gemaakt worden.

6. Vrouw Nak, van kol 1, verzoekende de vrijheid, hare dochter Elizabeth eenigen tijd buiten de koloniŽn, bij goede menschen, te mogen laten dienen.
Daar men met zekerheid meende geinformeerd te zijn, dat de Permanente Kommissie het dienen buiten de kolonien, in zekere gevallen niet geheel afkeurde, is het verzoek van deze vrouw onder nadere approbatie, toegestaan, zullende echter daarvan op de registers behoorlijke aanteekening worden gehouden, en het meisje door een pas voor eenen onbepaalden tijd worden afgegeven.

7. Vrouw Duiker, van kol 1, wijk 3, vertoonende een paar schoenen, die zij nu voor haren man ontvangen had, maar hem veel te klein waren. Dit was te zien.
Zij is met een briefje naar het magazijn gzonden, om dezelve aldaar te verruilen.

8. v.d. Poort, van kol 1, wijk 3, vragende om de twee en twintig stuivers en zes duiten, welke hij te goed had, van in het verleden voorjaar, op order van de wijkmeester de Jong, geleverde 1300 mangewortelplanten.
Zal worden aangevraagd door den onderdirekteur Faaken.

(was get.) J.H. van Wolda secr.


Voor eensluidend afschrift
De secretaris van den kleinen raad
J.H. van Wolda

In de kantlijn bijgeschreven: Goedgekeurd doorde perm. Komm. van Weldadigheid den 4 Dec 1827, vK