Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Copie van het verhandelde in de zittingen van den kleinen raad der vrije kolonien, over de maand september 1827


Zaturdag den 1 september 1827

Compareerden voor den kleinen raad, de navolgende personen:

1. Vrouw Doesburg van kol 1, wijk 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Amsterdam, om hare familie te bezoeken.

2. Antonie Broers, ingedeelde bij de wed. Zwaan, kol 3, vraagt voor 14 dagen verlof om zijne familie te Rotterdam wonende te mogen bezoeken. De jongen gedraagt zih zeer wel.

3. Vrouw Taatchen, van kol 3, voor gelijken tijd naar Appingadam en Delfzijl.

4. Vrouw Mulder,
5. Vrouw Zwak, beiden van kol 3, en
6. Vrouw Bijsterveld van kol 2, zijnde alle drie oppassende huisvrouwen, verzoeken voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Gorkum, om hare familien te bezoeken.

Allen zijn van kleeding en reisgeld behoorlijk vorzien. Onder nadere approbatie van den Heer Direkteur is het verlofgaan hierboven gebraagd toegestaan.


Nog verzocht eindelijk
7. Vrouw Poelstra, van kol no 2, om voor gelijken tijd met verlof te mogen gaan naar Leeuwarden, ten einde hare familie te bezoeken.
Aangezien haar man voor eenigen tijd derwaards geweest is, en er thans in Vriesland vele menschen ziek zijn, heeft men de vrouw geraden nog eenigen tijd te wachten.

(was get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 8 september 1827

Compoareerden heden voor den kleinen raad:

1. Volkering van kol 2, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Rotterdam, om hare familie te bezoeken.
Aangezien deszelfs huisvrouw dezen zomer reeds twee malen met verlof derwaards is geweest, is dit uitgesteld.

2. Vrouw Kok en
3. Karel van der Klei, van kol 3, verzoekende voor gelijken tijd derzelver familien, te Rotterdam, te mogen bezoeken, zijn beide van kleeding en reisgeld behoorlijk voorzien.
Is onder nadere approbatie van den Heer Direkteur toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Dit verlofgaan is insgelijkas door den Heer Direkteur geaccordeerd.

(was get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 15 september 1827

Compareerden heden voor den kleinen raad der vrije kolonien:

1. Mooi en
2. Marinus, beide goede kolonisten van kol 2, verzoekende verlof, om voor 14 dagen te mogen gaan naar Groningen, daar hunne familien en kommissie wonen.

3. Vrouw Winkelhuis van kol 1, wijk 3, verlangende 14 dagen te gaan naar Amsterdam, waar haar zoon en verdere familie woont.

4. Modderman, ingedeelde bij den kolonist de Vos, in kol 1, vraagt 14 dagen verlof om zijne moeder en en verdere familie, te Zaandam wonende, te bezoeken.

5. De Ruiter, van kol 1, verzoekende voor eenen gelijken tijd te mogen gaan naar Axel, provincie Zeeland, waar zijne en verdere familie woonachtig is, en die hij in de laatste zeven jaaren niet gezien heeft.

Deze lieden zijn van kleeding en reisgeld voorzien, en onder nadere approbatie van den Heer Direkteur is hun het verlofgaan geaccordeerd.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur toegestaan.

(was get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 22 september 1827

Compareerden heden voor den kleinen raad der vrije kolonien:

1. Gottfried Range van kol 2, verzoekende verlof om voor acht dagen te mogen gaan naar Amsterdam. Een zijner zonen, aldaar woonachtig stond te trouwen, en had daartoe de toestemming zijns vaders noodig. De kosten tot het passeren eener acte van toestemming benoodigd, kan hij niet betalen.

2. Johannes Beekman, en
3. Hermanus Brink, ingedeelde weezen bij de wed. de Karper in kol 3, verzoeken 14 dagen verlof, om hunne familien in Dokkum wonende te bezoeken. De subkommissie heeft hare toestemming verleend.

4. Kornelis Hoedt, ingedeeld bij Fahrenkamp, kol 1 wijk 3, zijnde een zeer geschikte jongen, verzoekt voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Zaandam, waar zijne vader en verdere familie woont.

Deze lieden zijn van kleeding en reisgeld voorzien, en onder nadere approbatie van den Heer Direkteur is hun het gevraagde verlof toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Is medew door den Heer Direkteur geaccordeerd.


5. Trijntje Krom, ingedeelde bij de wed van Driel, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Zaandam, om hare familie te bezoeken.

6. Johanna van Son, van kol 2, verzoekende eenen gelijken tijd met verlof te gaan naar hare oom te Oestgeest, die de vrouw verloren had, ten einde zich als meid te verhuren.

7. Hermanus van der Geer, ingedeeld bij van der Lugt in kol 1, en
8. Piet van der Windt, ingedeeld bij Geertje Steunenberg, kol 3, verzoekende beide met verlof te mogen gaan naar Vlaardingen, om de familie te bezoeken.

Het meisje onder no 5 voorkomende, was hare huismoeder sedert eenigen tijd niet gehoorzaam, zal met verlofgaan wachten tot dat zij zich hierin gebeterd zal hebben.
Johanna van Son is aangeraden, zoo zij toch bij haren oom wilde gaan wonen, dat dan hare moeder haar ontslag van de kolonie moest vragen.
De jongens, onder no 7 en 8 voorkomende, kunnen thans niet gemist worden, maar zijn tot het delven van aardappelen benoodigd; zullen alzoo eenigen tijd wachten.

(was get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 29 september 1827

Verschenen voor den kleinen raad der vrije kolonien:

Geen kolonisten, maar verzocht den onderdirekteur Faaken 14 dagen verlof voor de huisvrouw van den kolonist van Ooijen. om te gaan naar Wijk bij Duurstede, dat, onder nadere approbatie van den heer Direkteur toegestaan is.


En verzocht den onderdirekteur Schuurer voor gelijken tijd verlof voor vrouw Leeuwe, zijnde eene zwakke vrouw, die verleden jaar ziek van Groningen is te rug gekomen, om wederom derwaards te mogen gaan;

en voor Adam Werf, om naar  naar Enkhuizen te mogen reizen.

Is voor beiden uitgesteld.

In de kantlijn bijgeschreven: Goedgekeurd door de Perm. Komm. van Weld. den 14 October 1827, van K.

(was get.) J.H. van Wolda secr.


Voor copie conform
De secretaris van den kleinen raad
J.H. van Wolda