Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Copie van het verhandelde in den kleinen raad voor de vrije kolonien, maand augustus 1827


Zaturdag den 4 augustus 1827

Compareerden heden voor den raad, de navolgende personen:

1. Vrouw Steenmeijer, van kol 3, verlangende voor 14 dagen met verlof te gaan naar hare geboorteplaats Harderwijk.

2. Vrouw Bollen, van kol 1, als voren naar Rotterdam.

Dit zijn beide oppassende en vergenoegde huisgezinnen.

3. Vrouw Zeilmaker, van kol 1, verzoekende voor gelijken tijd te gaan naar Harlingen.
Dit huisgezin is in de kolonien niet zeer geschikt. De vrouw wil haar ontslag vragen.

Het verlofgaan der drie bovengenoemde kolonisten, is onder nadere approbatie van den Heer Direkteur toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door de Heer Direkteur geaccordeerd.


4. Jan Mommers, oud 16 jaren, van kol 2, verzoekt voor denzelfden tiujd met verlof te gaan naar Rotterdam.
Deze jongen is bij zijne ouders te huis; de moeder is nauwelijks van eene langdurige sukkeling bijgekomen; alles is hier achteruit gegaan; dus uitgesteld.

5. Arie Lukouw, ingedeelde bij Letterie in kol 2, verlangende met verlof te gaan naar 's Gravenhage; heeft geene toestemming van zijne besteders.
Uitgesteld.

6. Klaas en Elisabeth van Waveren, ingedeeld bij Jakobs in kol 2, voor 14 dagen naar Monnickendam, om de familie te bezoeken.
Klaas is niet zeer vlijtig, en is gewoon bij zijne Kommissie ongegronde klachten in te brengen. De jongelieden zullen eenigen tijd wachten.

7. Modderman, ingedeeld bij de Vos, in kol 1, verzoekt 14 dagen met verlof te gaan naar Zaandam; heeft echter geen reisgeld.
Is daarom zoolang uitgesteld, tot dat hij reisgeld zal oververdiend en bewaard hebben.

(was get.) M. Bersma, Pres.
J.H. van Wolda, secr.


Zaturdag den 11 augustus 1827

Verzochten heden om voor 14 dagen met verlof te mogen gaan, de volgende kolonisten:

1. Hoogmoed van kol 2, naar Haarlem;

2. Smid van kol 2, naar Alkmaar;

3. Zqacharias Kligge, ingedeeld bij de Braun in kol 2, naar Rotterdam;

4. Olie, van kol 1, naar Alkmaar;

5. Klaas en Elisabeth van Waveren, van kol 2, in de notulen van de voorige zaturdag reeds vermeld, hebbende omtrent het daarbij aangevoerde de beste beloften gedaan.

De bovenstaande kolonisten kunnen voor dien tijd uit de kolonie gemist worden, zijn van reisgeld en kleeding voorzien.
Onder inwachting der noodige approbatie van den Her Direkteur is hun het verlofgaan geaccordeerd.

(get.) M. Bersma, Pres.
J.H. van Wolda, secr.



Zaturdag den 18 augustus 1827

De volgende kolonisten hebben heden gevraagd om met verlof te mogen gaan:

1. Schelte Runia, ingedeelde bij Aukes in kol 1, en zijn broeder
2. Gerrit Runia, ingedeeld bij Stoffers in kol 2, naar Bolsward, om hunne familie te bezoeken.

3. Dirk Bruins, ingedeelde bij de wed. van Sent,
4. Antonie Scholte, en zijne zuster
5. Trijntje Scholte, ingedeelden bij de wed. Kuipers,
6. Antonie de Lange, ingedeeld bij Leeuwe, allen op kol 3 en verzoekende te gaan naar Groningen.

7. Dumortier, en
8. Beun, van kol 2, om de familie in Leyden te bezoeken.

9. Van Vliet, van kol 1, naar Amsterdam, en

10. Vrouw Broer Blom, van kol 3, naar Harlingen.

Deze alle zijn van het benoodigde reisgeld en behoorlijke kleeding voorzien, en deze tijd komt den raad nog al het geschikts voor om de menschen naar buiten te laten gaan. Onder nadere approbatie van den Heer Direkteur is hun gedane verzoek toegestaan.


Echter is het verlofgaan uitgesteld, gevraagd door:

11. Poelstra, van kol 2, naar Leeuwarden.
De verdiensten dezer maand zijn zeer noodzakelijk in dit huisgezin.

12. Jan Beets, van kol 1, naar Purmerend.
Zijne moeder is heden zomer derwaards geweest.

(get.) M. Bersma, Pres.
J.H. van Wolda, secr.


Zaturdag den 25 augustus 1827

Aangezien de wed Rausch, sedert eenige maanden huisverzorgster in kol no 1, in meer dan een opzigt, voor deze betrekking geheel ongeschikt wordt bevonden, en de kleine raad het alzoo zeer belangrijk en noodzakelijk oordeelt, dat de weezen van haar afgenomen en bij andere, meer geschiktelieden ingedeeld worden, zoo wordt de navolgende verplaatsing dier weezen voorgedragen:

a. Jan Boelen, van Rotterdamte plaatsen bij Berkenkamp op kol 3, hoef no 3, zijnde een Rotterdams huisgezin, en huisverzorgers die te weinig weezen hebben.

b. Adriana de Rijke, bij Hoffmann, kol 1, hoef no 15.

c. Gerardina Krans, bij Kranendonk, kol 1, hoef no , wn

d. Thomas Ooms, bij de huisverzorgster de wed. Gunther, kol 1, hoef no 97, waar slechts zes weezen zijn.

Voorts wordt goedgevonden te verzoeken, dat ook de volgende twee weezen, om op te gevenb reden verplaatst worden:

e. Martinus Roelandschap, ingedeeld bij de wed van den Bosch, kol 1, hoef no 124, te plaatsen bij de huisverzorgster de wed Groen, in dezelfde kolonie, hoef no 89. Hier zijn weezen te weinig en de wed van den Bosch is boos op den jongen.

f. Jakob de Vos, ingedeeld bij Bachius, kol 3, te doen bij den kolonis de Vos, kol 1 hoef no 7?. Uit familiebetrekking wordt dit verlangd.

Daarna verschenen voor den kleinen raad en verzochten om 14 dagen met verlof buiten de kolonie te mogen gaan:

1. Mandos, van kol no 3, naar Schiedam, om zijne familie te bezoeken;

2. Vrouw van der Lugt, van kol 1, naar Vlaardingen, om hare kinderen te bezoeken;

3. Vrouw Raaphorst, van kol 2, naar Amsterdam. (Deze was het verlofgaan voor eenige tijd reeds toegestaan, doch is toen verhinderd geworden).

4. Pieter en Hitje Duiker, de beide oudste kinderen van den kolonist Duiker, van kol 1, verlangende 10 dagen te gaan naar Wiorkum.

5. Vrouw de Haan, van kol 1, naar Haarlem. De vader des mans is dezer dagen aldaar ontslapen.

6. Bolkenstein, van kol 3, naar Amsterdam om de familie te bezoeken.

7. Jan Beets, van kol 1, naar Purmerend, om de familie te bezoeken.

Al deze kolonisten zijj behoorlijk gekleed en hebben het geld tot de reis benodigd. De kleine raad staat hun dit gevraagde verlof toe, echter onder nadere approbatie van den Heer Direkteur der kolonien.

Eindelijk vervoegde zich nog voor den raad, de tot hiertoe bij Kalbie in kol 2 ingedeelde
8. Johanna Emmers, oud 34 jaren, verzoekende eerbiediglijk geplaatst te mogen worden bij den kolonist De Vries, die weduwnaar is met drie kinderen, in dezelfde kolonie, te Doldersum.
De raad van oordeel zijnde, dat deze de Vries volstrekt eene meid hebben moet, die de huisselijke werkzaamheden verrigten kan, neemt de vrijheid te verzoeken dat haar voorstel moge worden aangenomen en goedgekeurd.

In de kantlijn bijgeschreven: Goedgekeurd door de permanente Kommissie van Weldadigheid den 13 Septmber 1827, vK

(NB: Hier zit waarscvhijnlijk meer achter. Johanne Emmers trouwt 27-06-1829 met de Vries.)

(get.) M. Bersma, Pres.
J.H. van Wolda, secr.

Voor copie conform
De secretaris van den kleinen raad
J.H. van Wolda