Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van de kleine raad in maart 1827



Zaturdag den 3 maart 1827

Compareerden heden voor den raad:

1. Verhoeks, van kol no 1, verzoekende 14 dagen verlof voor zijne dochter Mietje naar 's Hertogenbosch, waar hun familie eene dienst voor haar zoude zoeken, doch haar eerst verlangde te zien.

2. Vrouw Folkering, van kol no 2 (Doldersum), verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Rotterdam, om oude rekeningen te vereffenen en eene oude moeder te bezoeken.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den heer Direkteur geaccordeerd.

3. Hielkemeijer, van kol no 1, verlangende voor 10 dagen met verlof te mogen gaan naar Amsterdam, om familie te bezoeken; zoude zorgen dat zijne werkzaamheden op de hoef vroegtijdig genoeg waren afgedaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Niet toegestaan, daar de werkzaamheden thans te veelvuldig zijn.


4. Clinge, van kol no 2, verzoekende voor gelijken tijd met verlof te mogen gaan naar Rotterdam, om belangrijke familiezaken waar te nemen.

In de kantlijn bijgeschreven: Idem.

5. Visser van kol no 2 (Doldersum), hebbende te Grootebroek twee kinderen ziek; verzoekende met verlof derwaarts te mogen gaan, om dezelve te bezoeken.

In de kantlijn bijgeschreven: Idem.

Zijn allen van de noodige kleeding en het vereischte reisgeld voorzien, zouden gaarne met den eersten beurtman op Amsterdam overvaren.
Daar dit goede huisgezinnen zijn, heeft de kleine raad hun verzoek onder nadere approbatie van den Heer Direkteur toegestaan.


6. Grondhout,
7. Boon,
8, Vrouw v.d. Brink, en
9. Vrouw v.d. Bosch, alle van kol 1 wijk 3, klagende dat zij niets voor de koeijen hadden te eten, verzoekende om eenig voeder.
Hun lieden is beloofd, dat in deze behoefte zoo veel en zoo spoedig nogelijk zoude voorzien worden.

10. Penning, van kol no 2, verzoekende verlof voor zijne dochter Kaatje om met Clinge mede te reizen naar Rotterdam.
Penning is aangeraden om hiermede te wachten tot den zomer, hetgeen hem zelven ook beter voorkwam.

11. Jan Marinus, ingedeeld bij Horst in kol no 2, moet in Leeuwarden loten, verzoekt voor 14 dagen derwaards te mogen gaan, ten einde in geval van vrijloting, zich te kunnen verkoopen als plaatsvervanger.
Is wees, en alzoo is hem aangeraden eerst verlof te vragen bij de SubKommissie te Leeuwarden, als zijnde men niet bevoegd eenen wees verlof te verleenen zonder toestemming des besteders.

12. Vrouw de Koning, ingedeeld met haar twee kindertjes bij Kalbie in kol no 2, verzoekende om een nieuw hemd, en hoe eerder hoe liever verplaatst te worden bij een ander huisgezin, uit hoofde het daar met de zere beenen des mans als anders te onzindelijk was.
Er zal gezorgd worden, dat de vrouw ten eersten een hemd bekomt, en naar een beter huisgezin voor haar zal men omzien, beide wordt als belangrijk beschouwd.

13. Vrouw Poot, van kol no 1 wijk 3, vertoonende 4 paar afgesleten klompen, verzoekende om even zoo veel nieuwen, alsmede eenige linnen broeken voor de jongens, die morgen naar de kerk moesten om hunnen hoogtijd te houden.
Klompen en broeken aanwezend zijnde, zullen de jongens heden avond bij den boekhouder komen om het gevraagde te ontvangen.

14. Vrouw Mook, van kol no 2, klagende dat 3 harer kinderen om de kleeding niet ter school konden gaan, verzoekende daarvoor eenig oud of nieuw goed.
De onderdirekteur Bosma zal de kleeding dier kinderen plaatselijk opnemen, en vervolgens in de dringendste behoefte voorzien.

15. Vrouw Heinsbergen, van kol no 1, verzoekende om eenen ingedeelden weesjongen, menende dan beter te kunnen bestaan.
Haar is onder het oog gebragt, dat men de weezen niet indeelde om de huisgezinnen te onderhouden, maar wel en inzonderheid om hen eene goede opvoeding te bezorgen, dat men over het indeelen van eenen wees bij haar, eerst daarover hooren moest den Heer Directeur der kolonien.

16. Tjaltje Valk, ingedeelde bij Bartelt Tent, kol 1, wijk 3, verzoekende, nu het water open komt, het bewijs van haar ontslag, als verlangende te vertrekken naar Enkhuizen.
Dit ontslagbewijs, benevens de uit de spaarbank te goed hebbende penningen, en nog eenige kleeding, welke de vlijtige en oppassende meid tot haar vertrek noodig heeft, zal haa, onder approbatie van den heer Direkteur, ten spoedigste geworden.

(get.) M. Bersma Pres.
J.H.van Wolda secr


Zaturdag den 10 maart 1827

Compareerden heden voor den kleinen raad:

1. Vrouw Drevers, van kol no 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Amsterdam, om hare lijfrente, ad f 52- 's jaars, te ontvangen

2. Vrouw Bosman, van kol no 3, verzoekende voor 14 dagen, met haren man, met verlof te mogen gaan naar Boskoop, waar de man meende, dat, volgens de annonce der Haarlemmer courant, eene zuster verloren te hebben.
N.B. de man is ongeschikt alleen te gaan, daar zijn verstandelijke vermogens thans niet wel geregeld zijn.

3. Kornelis Smit, huisverzorger op kol no 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Harlingen, waar hem ééne dochter en een kleinkind afgestorven waren. Hier had hij rekeningen te vereffenen.

4. Peters, schoenmaker in kol no 3, verlangende voor 14 dagen te gaan naar Rotterdam, om eene verdwaalde dochter, zoo mogelijk weer te regt te brengen.

5, Vrouw Leunissen, van kol no 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Harlingen, om familiezaken te verrigten; hare dochter was aldaar overleden.

6. Wijhl,
7. Vrouw Hoofien,
8. Vrouw Cohen, alle Israelieten in kol no 1, vragende voor 14 dagen naar Amsterdam te mogen gaan, teneinde het benoodigde tot de viering van hun Paaschfeest te halen, hier was het hun onmogelijk dat te bekomen.

9. Vrouw Blijdenstein, van kol no 2, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Amsterdam, om eene som van f 16- daar te goed hebbende, te ontvangen.

10. Vrouw Visser, van dezelfde kolonie, te kennen gevende, hare beide oudste kinderen, te Grootebroek wonende doch nu zijnde, te willen bezoeken, en daartoe had zij 14 dagen verlof noodig.

11. Vrouw Winkelhuis, van kol no 1, verzoekende met verlof naar Amsterdam te mogen gaan, om haren zoon Willem weg te brengen.

Al deze lieden zijn van de noodige kleeding en het vereischte reisgeld voorzien, en op hun gehouden gedrag heeft de raad geene aanmerking. Alzoo is goedgevonden hun gevraagde verlof onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien, toetestaan.

In de kantlijn staat steeds: Is geaccordeerd, behalve bij Kornelis Smit, waar staat: Is niet geaccordeerd.


12. Toepoel, van kol no 2, verzoekende voor 8 dagen met cverlof te mogen gaan naar Haarlem, om de hem beloofde tuinzaden te halen.

13. Vrouw Jansen, van kol no 2, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Gelderland, om de vrienden, familie en SubKommissie te bezoeken.

Het verlofgaan dezer beide lieden is in deze tijd uitgesteld.

14. Mollevanger, van kol no 1, vragende om hooi voor zijne koeijen, daar hij anders niet meer in staat was zijne beesten te onderhouden.
Hierin zal, zoo veel mogelijk, spoedig voorzien worden.

15. Jan Bakker, ingedeeld bij de wed Westhoff in kol no 2, verzoekende zijn ontslag van de kolonie, hij meende dat zijne Sub-Kommissie zijn ontslag bij den Heer Direkteru had gezonden.
Dit laatste geene waarheid zijnde, is hem geraden, zich daaromtrent te adresseren aan zijne Kommissie te Texel, die alleen bevoegd is, dit ontslag te bewerken.

16. Johanna Emmers, ingedeeld bij Eise de Graaf in kol no 2, verzoekende
a. een paar schoenen te ontvangen,
b. verlof om eenen brief aan hare Kommissie te 's Hage te mogen schrijven.
Is haar beide toegestaan.

17. Vrouw Hertzkamp, van kol no 1, klagende heden slechts voor 80 centen werk, vlas hekelen namelijk, ontvangen te hebben, vraagt meerdere verdiensten daar haar man niet in staat was, veldarbeid te verrigten.
Hierin zal, zoo veel het vlas toelaat, voorzien worden.

(get.) M. Bersma Pres.
J.H.van Wolda secr


Zaturdag den 17 maart 1827

Compareerden heden voor den raad;

1. Elstrodt, van kol no 2, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Alkmaar. Tot de voltrekking van het tweede huwelijk zijns zoons, word daar zijne tegenwoordigheid vereist.
Dit verzoek is, onder nadere goedkeuring van den heer Direkteur, aan dezen goeden kolonist toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur geaccordeerd.


2. Adr de Bruyn, van kol no 3, verlangt voor gelijken tijd met verlof te reizen naar Delft, 's vrouws moeder was overleden; hij zou alzoo de erfenis helpen deelen.
Is echter niet toegestaan, daar deze de Bruyn zich te vaak aan misstappen schuldig maakt.

(get.) M. Bersma Pres.
J.H.van Wolda secr


Zaturdag den 24 maart 1827

Compareerden heden voor den kleinen raad:

1. Prins, van kol no 1, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Veendam, waar hij de nagelaten goederen zijnes vaders met broeder en zusters zou deelen.

2. Kleising, van kol no 3, hebbende in de Beemster eenen broeder verloren, verlangt voor 14 dagen daarhenen te gaan, om het een en ander in order te brengen.

Aangezien het werk thans te veelvuldig is, om landwerkers met verlof te laten gaan, is dit eenigen tijd uitgesteld.


3. Vrouw Visser van kol no 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Amsterdam, om hare familie te bezoeken.
Is een zeer goede huisvrouw, en van kleeding en reisgeld voorzien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur geaccordeerd.


4. Vrouw Götz, van kol no 1, verzoekende voor gelijken tijd en met hetzelfde doel, te gaan naar 's Gravenhage. Is insgelijks van het noodige voorzien.

In de kantlijn bijgeschreven: Idem.


5. Leendert Doodhagen, oud 19 jaren, zoon van den ouden kolonist Doodhagen, in kol no 1, wijk 3, verzoekt permissie om zich in het huwelijk te mogen begeven met Neeltje de Wijn, oud 37 jaren, laatst wed. wijlen Westhoff, huisverzorgster in kol no 2, met verder verzoek, dat deze wed. met hare 2 voorkinderen, door de Sub Kommissie van Texel, als weezen bij haar ingedeeld, medegegeven, en haar jongste kind, uit haar laatste huwelijk, in de kolonie geboren, bij de voltrekking van hun voorgenomen huwelijk, te mogen komen inwonen bij den ouden kolonist Doodhagen, die weduwnaar is, met twee jongetjes, zonder meisjes. Zijn oude vader stemde erin toe en was voor beide.
De raad hierin niet kunnende voorzien, en in de zaak niet veel licht ziende, draagt hetzelve voor aan de permanente commissie.

In de kantlijn bijgeschreven: Het huwelijk geweigerd, not 24 april 1827, vK.

((NB: Op 13-05-1827 schrijft directeur Visser dat het gewenst is het huwelijk toe te staan omdat Neeltje zwanger is, maar hij vreest dat het een slecht voorbeeld is en Neeltje bekend staat als een zedeloze vrouw. op 02-10-1827 trouwen ze, op 16-08-1827 wordt geboren Jantje de Wijn, dus op moment van aanvraag is ze al vier maanden zwanger.))


6. vrouw van Diest, van kol no 2, klagende dat zij, nu haar op den 1 dezer maand van de bleek was afgestolen, een beddelaken en twee vrouwenhemden, niet meer in staat was zich tijdig te verschoonen.
Zal, voor en aleer daaraan iets gedaan wordt, nader onderzocht worden, door eene kommissie, bestaande uit den president en secretaris van den raad.

7. Elisabeth Schäffer, ingedeelde bij den huisverzorger Horst in kol no 2, klagende dat haar huisvader haar deerlijk mishandeld en in het aangezigt geslagen had, omdat zij, voorgevende geene mest te kunnen kruijen op een waterig stuk land, haren huisvader ongehoorzaam was geweest.
Dit zal insgelijks door dezelfde kommissie onderzocht en in orde gebragt worden.

(get.) M. Bersma Pres.
J.H.van Wolda secr


Zaturdag den 31 maart 1827

Verschenen heden voor den raad:

1. De wed de Koning, ingedeelde in kol no 2, verzoekende om met verlof te mogen gaan naar 's Hage, om de familie te bezoeken;
2. Vrouw Kemper, van kol no 2, verzoekt met verlof te mogen gaan naar Amsterda;
3. Vrouw Mook, van kol no 2, verzoekt met verlof te mogen gaan naar Utrecht, waar zij meende haren man te zullen vinden,

((NB: Mook was 15-09-1826 gedeserteerd en op 13-10-1827 is de moeder met de kinderen ontslagen.))


Het verlofgaan dezer drie vrouwen is niet toegestaan, aangezien de 1e als ingedeelde wees beschouwd wordt, de 2e nog maar kort in de kolonie is, en de 3e haar weggeloopen man wilde bezoeken en kleine kinderen heeft.

4. van der Wulp, van kol no 1, wiens dochter in Dordt wonende, trouwen zoude en daartoe de toestemming des vaders noodig had, verzoekt om 14 dagen met verlof daarheen te gaan;
5. Vrouw de Bruin, van kol no 1, heeft in Middelburg eene erfenis te goed, verzoekt voor 14 dagen derwaards te gaan om de zaak in orde te brengen;
6. Vrouw Wiebes, van kol no 3, verlangt voor dezelfden tijd naar Harlingen te gaan, om familiezaken;
7. Vrouw Grollée, van kol no 3, verzoekende met verlof te mogen gaan naar Amsterdam, om het welzijn harer dochter te bevorderen.

Deze lieden zijn van kleeding en reisgeld voorzien, en gedragen zich wel in de kolonie. Hun verlofgaan is alzoo, onder nadere approbatie van den Heer Direkteur, toegstaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Het verlofgaan dezer kolonisten, van no 4-7, is door den Heer Direkteur geaccordeerd.


Voorts is in de raad overwogen, dat de weezen ingedeeld geweest bij de voortvlugten de Groot, in kol no 3, verplaatst moeten worden, alsmede eenige anderen:
((NB: Ruurd Lieuwes de Groot, is in 1821 vanuit Harlingen geplaatst met een dochter van 5jaar. De twee zijn 15-03-1927 samen gedeserteerd))

1. Greetje Burghart, oud 18 jaren, te plaatsen bij den weduwnaar De Willige, die acht kinderen en slechts kleine meisjes heeft.

2. Geert van Vals, oud 20 jaren, te doen bij den zwakken huisverzorger Dijkstra, op hoef no 20, waar slechts 4 weezen zijn,

3. Kroeze, oud 14 jaren, bij den huisverzorger Smit, hoef no 51, alle te Willemsoord, te voren ingedeeld bij de Groot.


4. Pieter Kaptein, ingedeeld bij den huisverzorger Jan Kist, op kol no 3, te verplaatsen bij de huisverzorgster de wed. Kuijpers. De eerstgemelde huisverzorger kan met Kaptein niet huishouden, en de laatste heeft maar 5 weezen.

5. Christiaan Modderman, ingedeeld bij den huisverzorger Wiemes in kol no 1, wiens huisgezin thans bestaat uit 12 zielen, te plaatsen bij den kolonist Heijnsbergen, die 4 kinderen maar geene jongen heeft, en waar tot hier toe weinig verdiensten zijn. Alle belanghebbenden zijn voor deze verplaatsing

(get.) M. Bersma Pres.
J.H.van Wolda secr

Voor copie conform
De secretaris van den kleinen raad
J.H. van Wolda