Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Copie uit de notulen van den kleinen raad der kolonien, november 1826


Zaturdag den 4 november 1826

Verschenen heden:

1. De kolonist Kok van kol. no 3, verzoekende om belangrijke familiezaken voor 14 dagen te mogen gaan met verlof naar Amersfoort.
Is, onder nadere approbatie van den Heer Direkteur, toegestaan.

2. Drevers van dezelfde kolonie, verlangende met verlof te gaan naar Amsterdam.
Aangezien de vrouw nog geene fabriek arbeid heeft, en het huisgezin nu, zonder de verdiensten des mans niet bestaan kan, is dit verlof uitgesteld.

3. Vrouw van Hal, van kol. no 2, zich voorgenomen hebbende insgelijks naar Amsterdam te reizen.
Heeft kleine kinderen en kan bezwaarlijk uit de huishouding gemist worden, terwijl ook van Hal zelf heden voorjaar met verlof derwaards is geweest.
Is insgelijks uitgesteld.

4. Vrouw Doesburg van kol. N1, wijk 3, verzoekende volgens haar zeggen, op voorstel van den Heer Pastoor van Munster, om de, bij van Ham in kol. N2 ingedeelde wees Maria de Vrede, welke daar niet wel behandeld zoude worden, en niet behoorlijk naar de kerk kon gaan.
Haar is beloofd, dat den zaak onderzocht en in de wijze van indeeling naar bevind van zaken zoude voorzien worden.

5. Christiaan van Straten, ingedeeld bij van Vliet in kol. no 1, klagende daar niet goed behandeld en gekleed te worden en verlangende dus bij eenen anderen te mogen inwonen.

6. De wed. Verberne, van kol. N1, wijk 3, klagende over den bij haar als eigen ingedeelden wees Simon Ran, die weinig verdiende, brutaal was, en zijne huismoeder, bij zijn verlofgaan naar Texel, geblameerd had.

In den raad is, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur, besloten:

a. De behandeling der beide weezen Maria de Vrede en Christiaan van Straten, in den loop der eerstvolgende week, te doen onderzoeken, door eene kommissie bestaande uit den onderdirekteur der respectiven kolonien en den secretaris van den kleinen raad, die, zoo mogelijk de zaken wederom in orde brengen en van haren bevinding en verrigting rapporteren zal.

b. Den onderdirekteur van kol. no 2 in last te geven een wakend oog te houden op Simon Ran, waarover de vrouw reeds eerder geklaagd heeft, en welke bij die gelegenheid door ons naar behooren onderhouden is, doch zonder een duurzaam gevolg.

De kommissie laatstleden zaturdag benoemd tot het onderzoeken van het verschil tusschen den wijkmeester Schnell en den kolonist Limbroek, rapporteert dat zij den zaak geheel wederom in orde heeft gebragt.

(get) M. Bersma, Pres
J. H. van Wolda, secr


Zaturdag den 11 november 1826

Verschenen in den Raad:

1. De kolonist Lukassen van Wateren, verzoekende voor eenige dagen met verlof te mogen gaan naar Amsterdam, om belangrijke familiezaken waar te nemen.
Is onder nadere approbatie van den Heer Direkteur toegestaan.

2. vrouw van Duren, en

3. vrouw Mook, beide van kol. N2, verzoekende of hare dochters, van ieder ééne, met verlof mogen gaan naar Utrecht.

4. Vrouw Kalbie, verlangende voor 14 dagen te gaan naar Amsterdam, hoewel haar man sukkelend is.

5. Christiaan Hoffman, van kol. N3 naar Utrecht.

6. Elisabeth Bosman, van dezelfde, naar Amsterdam.

Deze lieden is het verlofgaan afgeraden, daar ook het weder dagelijks veranderen en het reizen moeijelijk en gevaarlijk worden kan.

(get) M. Bersma, Pres
J. H. van Wolda, secr


Zaturdag den 18 november 1826

Verschenen heden voor den kleinen raad:

1. Bulk, van kol. N3, verzoekende verlof om voor 14 dagen te mogen gaan naar Boskook(sic), prov. Z-Holland, ten einde eene erfenis te vereffenen
Het verzoek dezes mans is belangrijk beschouwd en hij kan voor dien tijd uit de huishouding gemist worden.
Is onder nadere approbatie van den Heer Direkteur toegestaan.

2. Bouke Faber, van kol N3, vragende ontslag van de kolonie voor zijn dochter Seike, oud 16 jaar 6 mnd, welke provisioneel besteed was bij eenen schoenmaker te Steenwijkerwold.
Het ontslag nemen voor dit meisje is den vader afgeraden.

3. Vrouw van Hall, van kol. N2, verzoekende 14 dagen verlof om haar familie te Amsterdam te bezoeken, alsmede
4. Drevers, van kol. N3, ten zelfden einde naar Amsterdam, voor 8 dagen.

Welk verlofgaan aan beiden, onder approbatie als boven, is toegestaan.

5. Gerritje van Deursen, van kol. N2, en
6. Hendrik Kolder, ingedeeld bij de weduwe Westhoff in dezelfde kolonie, vragende de eerste om voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Utrecht, om haren zieken broeder, en de laatste om voor gelijken tijd zijne kennisse en vrienden op Texel te bezoeken.

Het verlofgaan dezer jongelieden, ons niet zeer belangrijk voorkomende, is onder nadere goedkeuring van den Hr Direkteur, uitgesteld.

(get) M. Bersma, Pres
J. H. van Wolda, secr

Zaturdag den 25 november 1826

Compareerden voor den kleinen raad:

1. Vrouw Braun, van kol. N2, verlangende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Deventer, om eene oude moei te bezoeken.
Is uitgesteld, omdat het thans te laat in tijd is voor deze vrouw, en de zaak niet zo belangrijk voorkomt, dat het noodig ?? kan.

2. Bosman, van kol. N3, verzoekende voor gelijken tijd met verlof te gaan naar Amsterdam.
Is, om bovengemelde redenen insgelijks uitgesteld, alsmede om de verdiensten van het huisgezin.

3. De huisverzorger van Marle, van kol. N3, en drie zijner weezen,
4. Gerrit Kanes,
5, Bartelt Grooters,
6. Marten Hoogendal,
verlangende voor 8 dagen met verlof te gaan naar Kampen.
Is goedgevonden het verlofgaan van van Marle zelf en van den ingedeelden wees Bartelt Grooters, onder nadere approbatie van den Hr. Direkteur, toetestaan, en hetzelve voor eenigen tijd uit te stellen met de twee anderen, Gerrit Kanes en Marten Hoogendal, te meer nog om het huisgezin aan de noodige verdiensten te krijgen.

7, Vogelzang, van kol N2, klagende over de behandeling van den boekhouder van den Eijnde, die, volgens order van den onderdirecteur verzocht was, voor Vogelzang op te teekenen, de ontvangst van eenen kruiwagen en kantschop, zonder welke hij zijn werk niet kon verrigten, doch hetwelk door den boekhouder op eene zeer onvriendelijke wijze geweigerd was, en hem dienvolgens de goederen niet waren verstrekt geworden. Verzoekende daarin voorziening.
Is goedgevonden, den gemelden boekhouder, na daarover de onderdirecteur gehoord te hebben, schriftelijk te verzoeken, aan de gegevene orders te voldoen, en de kolonisten menschelijk te behandelen, hetwelk dadelijk geschied is.

8. Werf, van kol. N3, vragende voor 14 dagen verlof naar Enkhuizen, om zijne familie te bezoeken.
Daar dit huisgezin de verdiensten des mans noodig heeft, en de reis niet zeer belangrijk schijnt, is hetzelve uitgesteld

Vrouw Cohen, vragende of zij voor eenige dagen met verlof mag gaan nar Zwol, om hare dochter, aldaar dienende, te bezoeken,
ten anderen, verzoekende eene ingedeelde wees van den christelijken  godsdienst, welke hen op sabbath- en feestdagen kan bedienen.
Is beide afgekeurd, doch haar beloofd, te zullen zorgen, dat zij op de genoemde dagen, de noodige bediening zoude erlangen.

10. Westhoff, van kol. N2, verzoekende voor 10 dagen te gaan met verlof naar Leyen, waar hij nog geld tegoed had.

11. Maarten Bas, ingedeeld bij Jakobs in kol. N2, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Zaandam.

12. Pieter Nomen, ingedeeld bij Wiemes in kol. N1, voor gelijken tijd naar dezelfde plaats.

13. Leendert Waasdijk, ingedeeld bij Smit in kol. N1, verlangende 14 dagen te gaan naar Delft.

De kolonist Westhoff, onder nummer 10, kan wegens zijne werkzaamheden wel gemist worden, en de daarop volgende drie weezen hebben tot het doen dier reizen verlof bekomen van hunne sub-kommissiën.
Het verlofgaan dezer lieden, is alzoo, onder nadere approbatie van den Heer Direkteur, toegestaan.

14. Johanna Emmers, ingedeeld bij Eise de Graaf in kol no 2, verzoekende
a: of hare huisverzorger ééne koe kan bekomen, daar zijne eene geen melk geeft, en
b: of zij zelve een paar schoenen mag hebben om naar de kerk te gaan.
Aan beide verzoeken kan en zal voldaan worden.

Eindelijk nadat alle kolonisten vertrokken waren, heeft de kleine raad goedgevonden en besloten, om nader te melden redenen, de volgende verplaatsingen van weezen voor te dragen;

a. Het weesmeisje Maria de Vrede, ingedeeld bij van Ham in kol. N2, op hoef N13, over te mogen plaatsen bij den kolonist Doesburg in kol. N1, hoef N114.
De vrouw van Doesburg heeft zich veel met dit meisje ingelaten en om haar verzocht, terwijl van Ham zeer verlangende is van haar ontslagen te worden.

b. Cornelis de Vogel, ingedeeld bij Thomas Baas in kol. N2, hoef N26, welk huisgezin zonder weezen zeer goed bestaan kan, en hem als het ware tot de werkzaamheden niet noodig heeft, te mogen doen indeelen bij de wed. Spruit, op Willemsoord, hoef N60.
Dit huisgezin bestaat slechts uit moeder en twee kinderen, en de bij haar ingedeeld geweest zijnde weesmeid Antje van Wijk, is onlangs met ontslag van de kolonie gegaan.

(get) M. Bersma, Pres
J. H. van Wolda, secr