Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Reactie van de kleine raad op aanmerkingen van de permanente commissie op het verhandelde in de kleine raad in januari 1826


De permanente commissie reageert op de kleine raad van januari 1826 met een stuk dat zich bevindt in invnr 961, mapje 1826, maar waarvan ik geen transcriptie heb. Daarop schrijft de kleine raad dan op 17 februari 1826 weer een reactie, zie hieronder. Daarover neemt de permanente commissie op 4 maart 1826 een besluit, zie onderaan. Deze stukken bevinden zich bij de andere kleine raadstukken in invnr 1624.


De kleine raad der kolonien, het genoegen genoten hebbende antwoorden en decisien op het verhandelde in de vergaderingen der afgelopene maand january, van de Permanente Kommissie, dd 7 dezer, te ontvangen;
Heeft de eer, daarop, voor zoo ver hem aangaat, het navolgende wederom te antwoorden:

Dat de gebrekkige IJzebrand Rens, dien den raad op den 21 january wenschte te verplaatsen bij de wed. Zwak, doch zulks door den Heer Directeur afgekeurd zijnde, als strijdig met de wetten en reglementen der Maatschappij, ten gevolge de inlichtingen der Kommissie, en met goedkeuring van den Heer Direkteur, ingedeeld en geplaatst is geworden bij H. Brand, kol 3 hoeve no 155.

Dat het verzoek van Berkenkamp, gedaan in de vergadering van den 21 january, om, in plaats van den ingedeelden Schuurman, W. de Nederlander te hebben. insgelijks, door den Heer Direkteur is afgeslagen, waarom nevens die notitie, achter de woorden, is door den Heer Direkteur geaccordeerd, gevoegd is: als hebbende zich met de decisie van den raad geconformeerd.

De verzochte verplaatsing van de wees Antje van Wijck thans bij Smit in kol 3, hoef 81, bij van Ooyen in kol 1, door de Permanente kommissie toegestaan zijnde, vindt de raad zich, door veranderde denkwijze van vrouw van Ooyen, in de onaangename noodzakelijkheid, hieromtrent der Kommissie bij dezen eene nieuwe voordragt te doen, namelijk om deze Antje van Wijck, te mogen plaatsen in kol 3, hoef 60 bij de wed Spruit, die een dusdanig meisje noodig heeft.

Bijgeschreven in de kantlijn: toegestaan

Omtrent de voltrekking van het door Dirk van Jeveren met Henderica Staal verlangde huwelijk, is de raad van meening, dat de voornaamste bedenkingen, die daartegen ingebragt zouden kunnen worden, alreeds opgegeven zijn in de notulen van den 28 january jl en er niets heeft bij te voegen dan alleenlijk dat hare ouders er tegen zijn.

Bijgeschreven in de kantlijn: verhinderen

Ten aanzien van de verzending van de huisverzorgster de wed Krediet, in kol 3 en de bezorging van de haar toevertrouwde weezen neemt de raad de vrijheid de Permanente Kommissie te verzoeken:
a. om de vrouw te laten gaan
b. de weezen in te deelen als volgt:
Kasper Hoenhout en Maria van Wardenburg, bij BrassÚ, kol 3, H 71
Herbert Alblas en Jan Witsier, bij de wed Koster, kol 3 H 55
en Frans Broeders bij de wed vd Klei, kol 3, H`82

Eindelijk neemt de kleine raad hierbij de vrijheid, de Permanente Kommissie te vragen of het op den 31 december 1825 door Hoffman in kol no 1 gedane verzoek, betrekkelijk de verplaatsing van de ingedeelde wees Hester van der Mark, ook kan worden geaccordeerd. De Heer Direkteur zoo wel als de raad was vˇˇr deze verplaatsing, en even zoo gaarne als Hoffman van deze ingedeelde ontslagen wil worden, zoude de kolonist de Nekker in Willemsoord haar wederhebben

Frederiksoord, den 17 february 1826
De kleine raad der kolonien,
M. Bersma
J.H. van Wolda


Beantwoording en bepaling van handelingen en voorstellen van de kleine raad der kolonien van den 17 february 1826

De nader voorgestelde verplaatsing van Antje van Wijck uit kol 3 hoeve 81, als nu bij de weduwe Spruit hoeve 60 dezer kolonie, wordt goedgekeud.

Omtrent het huwelijk van van Jeveren blijft de Permanente Kommissie van gevoelen, om hetzelve niet te verhinderen, kunnende hem evenwel duidelijker de gevolgen die daarvan te vrezen zijn, ernstig worden voorgehouden.

De wegzending der huisverzorgster Krediet en de verplaatsing van hare pleegkinderen worden overeenkomstig de voordragt van den kleinen raad mede goedgekeurd.

Insgelijks heeft de Permanente Kommissie geene bedenkingen op de verplaatsing van Hester van der Mark uit het huisgezin van den kolonist Hoffman in kol 1 naar dat van de Nekker in kol 3.

's Gravenhage, den 4 Maart 1826
Namens de Permanente Kommissie van Weld.
vR (= Faber van Riemsdijk)