Naar het overzicht
van stukken over GENEESKUNDE





Geneeskundig verslag over Veenhuizen in de maand januari 1842: het ongeluk in de rogmolen

Onderstaande verslag bevindt zich in Invnr 256 de scans 848-849. Ik zal nog een keer een pagina maken over het gezin van de molenaar van Veenhuizen inclusief de hier vermelde ongelukkige.

De maand January, die met uitzondering van eenige dagen aanhoudend vorstig was met Z.O. en Ooste winden soms Z.W. en N.W. gaf ons enkelde meerdere zieken en was in het algemeen voor de ziekten der ademhalingswerktuigen minder voordeelig; aan het 1e Gesticht stierven eenige der reeds lang onder behandeling geweest zijnde kindertjes aan teringen; aan het 2 was de sterfte weinig; en aan het 3e Gesticht allergelukkigst.

In de afgelopen week had alhier op de rogmolen een zeer belangrijk ongeluk plaats.
Een der zoonen van den molenaar oud 18 jaren, een zeer ongelukkig voorwerp, die aan beide de armen de gewrichten van de elleboog verstijfd heeft, zoo dat hij, met de linkerhand alleen, de spijzen ternaauwernood aan de mond konde brengen; wilde, bij windstilte den molen aan de loop helpen brengen en duuwde daartoe binnen den molen aan het kroonrad, doch nu vatte de molen weder wind, en daar hij zich niet spoedig genoeg kon verwijderen ging dat rad over de linkervoorarm verbrijzelde de kleine ellepijp en maakte op de handpalmzijde en rugzijde aanmerkelijke gekneusde wonden, waardoor men de stukken van het verbrijzelde been konde voelen;
daar bij geroepen zijnde besloot ik niet dadelijk tot de afzetting, wijl de natuur ook soms in deze gecompliceerde gevallen nog wonderen kan doen, doch heden het verband weder vernieuwende, is alle hoop op behoud der arm vervlogen daar zij tot aan het ellebooggewricht met stinkende etter gevuld was en versterving (gangruene) ons dreigd;
niets blijft mij dus overig zoo morgen of overmorgen door de aangewende middelen geen verbetering intreed dan den arm woensdag boven den elleboog aftezetten.