Naar het overzicht
van stukken over GENEESKUNDE





Dokter Huet verdedigt zich, helaas grotendeels onleesbaar en onbegrijpelijk

Blijkbaar is er een maatregel tegen dokter Huet genomen (inhouding van een halve maand salaris), want op 30 oktober 1834, invnr 152, schrijft hij een brief die als verdediging bedoeld is. Het is nauwelijks te lezen, maar gelukkig heb ik de hulp van een paar zeer capabele transcribeerders en die wisten er nog het volgende van te ontcijferen:


Veenhuizen den 30 October 1834

In weerwil het gesprek hetwelk ik de eer gehad heb met den WelEdGestr Heer Faber van Riemsdijk te hebben gehouden kan ik niet nalaten UWelEd Heeren deeze letteren te schrijven om tot verdediging te dienen in de zaak welke UWEd: besluit van den 22 September LL N. 21: heeft doen ontstaan ten einde hier door het verkeerde oogpunt waaruit UWEd mijn persoon en gedrag beschouwt nader toe te lichten.

In dit besluit van onwilligheid, ongepast en weerbarstig gedrag, eigendunkelijke handelwijze en laakbare gedragingen zonder een stuk bewijs aan te halen, beschuldigd en zonder tot verantwoording opgeroepen te zijn, gestraft met verlies van een halve maand bezoldiging en in geval van verdere aanleijding tot ontevredenheid over mijn gedrag en met bedreiging van geheel ontslag kan ik niet nalaten Mijne Heeren met UWEdg: te verklaren hoe zeer mij dit oordeel getroffen heeft.

In de volle overtuiging waar ??, van niet hier alleen, maar overal waar ik verkeerd heb, als een man van eer en deugd te hebben verkeert en gehandeld, zoo in de particuliere practijk, als, als officier van Gezondheid der tweede klasse, meer dan drie jaren lang, en welke betrekking ik nog bekleed zonder iemand in geld, goed of eer te hebben te kort gedaan, met een bestendigen afkeer van leugen en oneerlijkheid, onopregtheid, heerschzucht, onderdrukking en onregtvaardigheid.

Ja Mijne heeren, ik heb in den tijd te Veenhuizen doorgebragt, heb ik volgens eer en geweten mijn pligt betragt en gerust verwagt ik hier op het scherpste onderzoek, zoo als ook het oordeel van elk in ??? der drie gestichten, zoo dat ik durf staande houden, dat wel een Ambtenaar der Maatschappij van weldadigheid zoo goed, maar geen een in staat is beter, stipter, naauwgezetter en eerlijker zijnen post waar te neemen dan ik dit doe in het belang der Maatschappij welke ik de eer heb te bedienen.

Zoodat vaak mijnen IJver ?? gemaakt, door de laakbare handelwijzen van sommige zwakken(??), mij het doel der maatschappij als zijnde een Gesticht van weldadigheid, en daarom met te grote eerlijkheid te behandelen, met ijver heeft doen verdedigen en ik houde mij verzeekert dat dit niet zonder goed gevolg geweest is.-
En deeze daadzaak is eenig en allen de oorzaak, Mijne Heeren, welke de aanleijding is der klagten welke ZEd nopens zijn persoon en gedrag zijn ter ooren gekomen.

En van deezen IJver, Mijne Heeren, voor het belang der Maatschappij en het goede, zonder dat er eenig wezendlijk strafbaar plichtverzuim is te lasten gelegd, waar toe ik ook ieder der Heeren aanbelagers gerust durf ??, heb ik van mijne al zoo kleine bezoldiging in ?? van het werk dat er voor gedaan moet worden, en den gelegenheid der plaats waar men woont, zoo veel moeten missen, en zoo veel hoon moeten verdragen.-

Neen Mijne Heeren! Zoo iets kan zoo niet blijven, zulk een handelwijze strijd tegen alle regels van regt en billijkheid, ik houde staande dat de HWed zelve, als voorstanders van de waarheid en regtvaardigheid, in deeze mijne letteren het ?? derzelve zult erkennen en met ?? zult instemmen met mij dat ?? WelEd: nopens mij, verleid zijt geworden door menschen welke willens en weetens hunne oogen en ooren voor de waarheid en het regt sluiten, en het kwaad dat bestaat om hun eigen belang niet willen ??, en mij bij ZEd hebben voorgestelt als iemand, welk indien alles waarheid waren, onwaardig was het vertrouwen, dat sedert Jaren herwaarts zoo veele menschen in hem gestelt hebben tot eeuwige schande voor hem en zijne famillie en desgeenen, welke hem de posten die hij nog bekleed, gegeven hebben.-

Ten gevolge van al dit ?? hoop en wensch ik mijne Heere! om de liefde voor de waarheid en regtvaardigheid, UEd deeze mijne letteren in aanmerking gelieft te neemen en mij dit regt zult doen en weder om die beloning zult toewijzen welke den ijver waarmede ik mijne post steeds waarneem, verdient en welk regt en welke beloning ik UEd in de eerste plaats met bevoegd ?? verzoek te willen laten bestaan in de intrekking en vernietiging van UWEd besluit van den 22 September ?? om mij hierdoor die eer terug te geeven welke ik altijd, zoo hier, als bij het mobile leeger, als ook in vroeger betrekkingen, ?? heb behouden en waarvan ik UWEd de bewijzen zoude kunnen produceeren.-

Hier mede Mijne Heeren, heb ik de eer mij met de meeste respect te noemen
De Geneesheer op het 1ste Gesticht der Kolonie Veenhuizen van de Maatschappij van Weldadigheid
P.G. Hut