Naar het overzicht
van stukken over GENEESKUNDE





Verslag door dokter Amshof over de gezondheid in Veenhuizen in april, mei en juni 1834

Onderstaande verslag met als datum 6 juli 1834 wordt op 12 juli 1834 door direkteur der kolonien Van Konijnenburg doorgestuurd aan de permanente commissie onder nummer N1301, invnr 149. De meer buitenissige medische termen in dit artikel staan in een verklarende woordenlijst op deze pagina.

Assen den 6 Julij 1834

Achtervolgens Besluit der Permanente Commissie van weldadigheid te ’s Hage, heb ik de eer UWEGestr het navolgende, opzichtelijk den Staat van gezondheid en ziekte der bevolking in de kolonien van weldadigheid te Veenhuizen, gedurende de maanden April, Meij en Junij 1834 te rapporteren.-

Weers Gesteldheid gedurende April.
De eerste 20 dagen der maand April was het weder veelal koud en guur, Noord en N:oostewinden waren heerschende, gepaard gaande met hooge barometerstand en droogte, de thermometer wisselde tusschen 6° en 12° Reamur. De laatste dagen van April hadden wij daarentegen zacht schoon weder en veelvuldige regen met Zuide en weste-winden-

Weers Gesteldheid gedurende Meij.
Het eerste derde  gedeelte der maand meij was het weder zacht en groeizaam, de wind veelal west en zuid west, als ook enkel zuid-oost, de Barometer afwisselend 28 gr: en eenige lijnen, de thermometer naar de schaal van Reamur over dag 17-18°, dalende hij des avonds meermalen tot 5-6°; de daaropvolgende dagen dezer maand waren meer guur en koud, de wind meestal Noord en Noord-westelijk – bij eene aanhoudende droogte met nagtvorsten.-

Weers Gesteldheid gedurende Junij.
De eerste agt dagen van Junij bragten ons meestal koud guur weder aan, met Noorde en N.weste winden, de droogte bleef aanhouden, de nagtvorsten die wij in het laatste der vorige maand gehad hadden, hielden ook nú nog niet geheel op; vooral den 4-5 en 6 Junij waardoor de Thermometer die des middagsch = 18 Reamur stond, des avonds om 10 en vooral in den vroegen morgen = 0-1 Reamur daalde; teekenende de Barometer bijna onveranderd = 28 met de geringe variatie van slegtsch eenige lijnen. Van af den 8sten  tot den 14 Junij kregen wij meer warme dagen en minder koude nagten, de wind bleef daarbij Noord en Noordwestelijk; van 14 tot 30 Junij was het weeder zachter, de thermometer veelal =17 en 18 Reamur, alleenlijk den 15 wierd de doorgaande warmte aanmerkelijk getemperd door een geweldig onweder.- De doorgaande winden waren dezer dagen Zuid Z: oost en Z: west – nu en dan hadden wij een zachte regen.-

Getal der zieken gedurende de maand April behandeld.
Behalve de 233 zieken welke van de vorige maand Maart in behandeling bleeven; en korten tijd daarna gezond de ziekenzaal hebben verlaten, behalve J. van der Grift, Trijntje Mulder Sluiter en G. Vellinga die ten gevolge hunner ongesteldheden zijn overleden, zijn lopende de maand April 667 zieken behandeld, hersteld zijn 408, overleden 8, terwijl 251 in behandeling bleven.

Getal der zieken gedurende de maand Meij.
In Meij zijn geneeskundig behandeld 645 personen, daarvan zijn hersteld 427, 5 overleden en 213 zijn in behandeling gebleven.

Getal der zieken gedurende de maand Junij.
Bij de 213 der vorige maand in behandeling geblevene zieken, zijn op het nieuw in behandeling opgenomen 596 lijders hiervan zijn overleden 15 hersteld 581 en in behandeling gebleven 213.-

Heerschend ziekte character.
Gedurende de maand April heb ik geen voor heerschend ziekte-character kunnen waarnemen; alle der opgenomene en behandelde lijders, laboreerden aan slegtsch ligte storingen in de normale verrigtingen der dierlijke huishouding; was eenige aandoening praedominerend, dan was dit de catharrhale; terwijl zich de inflammatore complicatie als geheel verloor.

Behandeling.
Van hier dat bloedonttrekkingen, zowel algemeene, als plaatselijke geheel overbodig wierden – Eene gepaste diaet en zacht op de huid werkende middelen, waaren meestal vermogende genoeg de lijders spoedig te doen herstellen.
De poitrinaires leeden in het midden der maand April (en wel bepaaldelijk den 15-16 en 17) buitengewoon veel aan benauwdheden en aan asthma gelijkende toevallen, terwijl een en ander ook meestal van zelf weder bedaarde;- aan welke cosmisch, tellorische oorzaken, dit was toe te schrijven heb ik niet kunnen ontdekken;- de gewone temperatuur en de zwaartemeters, als mede de wind en vogtigheidsveranderingen der Atmosphären deden toen ter tijd niets bijzonders waarnemen.-

Lijkopeningen.
De lijkopening van Van der Grift, een jongetje dat langen tijd aan scrophulöse atrophie geleden had, en ter bekamping van deze ongesteltheid (een in de Gestichten van weldadigheid te veenhuizen zeer veelvuldig voorkomend euvel) met alle daartegen aangeprezene middelen, als: antimonialia, mercurialia, digitalis, jodium, cicutan, etc. emollierende en involverende voedzels; als ???, sago, rijst enz: was behandeld geworden, bevestigde volkomen die vroegere onderkenning der ziekte en de daarna ingerigte behandeling.-

Bij de opening van het hoofd was niets bijzonder tegennatuurlijks te ontdekken, hoewel, bij naauwkeurig onderzoek, de plexus choroideus niet vrij scheen te zijn van klierachtige ontaarding; de borstholte geöpend zijnde vertoonde zich de regter long gezond, de linker daar en tegen was bijna geheel en al geabsorbeerd, en het nog overgebleven gedeelte sterk aan de pleura vast gegroeid, het hart klein.

De buikholte bevattede eene meer dan gewone hoeveelheid vogts, ??? net was opgetrokken, rood en klein, de lever natuurlijk hoezeer ook door pseudomenbranen met het buikvlies vergroeid, de galblaas met ligtgeele gal gevuld, de maag aanzienlijk groot – de alvleesch klier verhard, het ileum en jejumum vertoonden veele vergrootte en harde klieren, het colon was bij uitstek in zijn lumen (binnenkant) vernaauwd en vooral het dwarse (een bijna bij alle hier geopend wordende lijken voorkomend verschijnzel) het slijmvlies roodachtig ontstoken-

Trijntje Mulder, een meisje van nagenoeg 20 jaar, laboreerde langen tijd aan eenen kwaadaardigen hoest, met opgeven van fluimen, gepaard gaande met eenen herpetisch-schurftachtigen uitslag, terwijl zich alle die verschijnzelen vertoonden, dewelke men gewoonlijk waarneemt bij phthitis pulmonum waarneemt; bijkomend ziekteverschijnzel was defectus mentium.-
Doorgaande wierd patiente met zachte resolventive antiphlogistica, derivantia en van tijd tot tijd kleine aderlatingen behandeld – door een onverschonelijk misverstand, zoo het scheen, wierd patiente naar de schurftzaal gedelegeerd, de uitslag met schurftzalf enz: verdreven, en van daar wierd de arme lijderes weer veel erger dan vroeger in de ziekezaal opgenomen.
Het lijk op het uitwendig aanzien bij uitstek vermagerd – Bij het openen der borstholte vond ik de regter long tamelijk natuurlijk, het onderste gedeelte echter was aanzienelijk verhard en met de pleura enz: vastgegroeid – de linker long daarentegen was geheel en al gedesorganiseerd, en door de plaats gehad hebbende verëttering bijna geheel en al geäbsorbeerd – het hart eenigzins klein.
De tunica mucosa der maag en van het colon was verhard – de lever, galblaas, en milt natuurlijk – de dunne darmen eenigzins roodachtig, de dikke darme doorgaande vernaauwd.-

De overige lijkopeningen hebben niets bijzonders opgeleverd.


Heerschend ziekte character gedurende de maanden Meij en Junij.-
De doorgaande ziekte constitutie gedurende de maanden van meij en junij was variabel. Gedurende het grootste gedeelte der maand meij was het rheumatisch catharrale character voor heerschend, later in Meij en vervolgens in Junij naderde het meer het gastrische; wij hadden onderscheidene febres intermittentes en veele gastrico-rheumatische oogziekten te behandelen.

Behandeling.
De geneeswijze was zacht op de huid werkend, afvoerend of naar boven of naar beneden, al nadat de aanwijzing zulks indiceerde.- Voor het gebruik der kinine, week de tussenpoozende koorts meestal zeer gemakkelijk zonder te recidiveren; en vorderde slegtsch zeldzaam de Kina in Substantie met een of ander aromatisch bitter als nakuur.

De oogontsteekingen die doorgaande rheumatiesch gastriesch waren; (enkelde gevallen uitgezonderd, die iets naar het ontsteekingachtige helden; waar dan geringe bloedonttrekkingen noodzakelijk wierden) genazen meestal met zachte laxantia of door naar de huid werkende middelen.
Vooral deden eenige greinen calomel goed; met afwering van lucht en licht en kleine resicatoria in de nek. Als oogwaters voldeden bijzonder afkookzel der althea wortels met cicuta of belladonna. Enkeld moesten in den lateren loop der oogziekten zacht prikkelende oogwaters met spir. Matricalis, Tinct opii crocata etc worden aangewend.

Dit was de doorgaande behandeling der oogontsteekingen op het tweede en 3de Gestigt. De spoedige genezing van het aanzienelijk aantal, die weinig omslagtig en min kostbaar was, bevestigde a posteriori de goede onderkenning; als eene der voornaamste cardinalen eener gelukkige heelkunst; der grasseerende ziekte.-
De Epidemie toch, was, over het algemeen scrophulöse gestellen aantastende, haren oorsprong verschuldigd aan de koude en schrale gure voorjaarsdagen; de veele Noorde en Noordwestewinden, de nu en dan plotzeling tusschen komende afwisseling der temperatuur en de daaruit voortgevloeide verkouding.

Op het eerste Gestigt, waar ook deze oogziekte heerschte, wierden de teedere lijdertjes eerst met aderlatingen, daarna met bloedzuigers, pappen op de oogen, fonticuli van 2 tot 3 handpalmen groot in de nek en dan tusschen in met scherpe collyria van Tinct. camph. etc behandeld; daar de Heer Huet, die volstrekt naar geenen raad wilde luisteren dit de beste manier van handelen voor kwam te zijn – zij wierden ook, ja wel, genezen, echter langzamer kostbaarder en omslagtiger en op eene voor de zieken meer pijnelijke wijze.

Lijkopeningen.
De gestorvenen zijn bijna alle geöpend – deze autopsien hebben echter weinig merkwaardigs opgeleverd.

Bourée, een meisje van ruim 8 jaren, stierf na langen tijd, aan hoest opgeven van vele fluimen en hectische koorts geleden te hebben in den loop des maand meij nog al zeer onverwagts.-
Bij de sectie was hiervoor geene reden te vinden. Beide de longen waren gedesörganiseerd, verhard en aan zweeren gelijk, de lever was groot, de galblaas ledig, de maag ingekrompen en verdikt, het ileum van eene vuilachtig groene kleur; op de mucosa waren hier en daar donkere plekken te zien, het colon transversum verengd, het descendans door schijnvliezen aan het peritoreum gehegt.

De lijkopening van eene vrouw, aan het tweede Gestigt zeer subiet overleden, leverde alle verschijnzelen van apoplexia exquisita sanguinea op – als: uitstorting van veel bloed bij de opening van het bekkeneel, verder tusschen het harde hersenvlies en de lobuli cerebri, aangezwollene toestand der bloedvaten in de herssenen; uitstortingen van bloed in de ventriculi, om de plexus chorioidei etc.-

De Chef van den Geneeskundigen dienst in de Colonien van Weldadigheid te Veenhuizen
Dr.G: H: Amshoff