Naar het overzicht
van stukken over GENEESKUNDE





Besluit van de Permanente Commissie 1 juni 1830 N1: Instructie nopens de Geneeskundige dienst te Veenhuizen

De Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid

In aanmerking nemende, dat de ondervinding de noodzakelijkheid heeft doen zien van eene afscheiding van de geneeskundige en heelkundige dienst bij de Gestichten te Veenhuizen.

Gelet op het Besluit van den 4 december 1827 no.1 en op de resolutie van den 8 february ll. N13,

besluit

Artikel 1.
De geneeskundige en heelkundige dienst te Veenhuizen zal voortaan zijn afgescheiden op den voet en de wijze in de volgende artikelen vermeld.

Artikel 2.
De dienst van de Medicina Doctor strekt zich uit tot de behandeling der inwendige ziekten van alle personen welke in of bij de drie gestichten gehuisvest zijn. In spoed vereischende en geen uitstel duldende voorvallen van eigenlijke heelkundige of verloskundige hulpbetooning in of bij het gesticht, waarin hij gehuisvest is, zal hij zelf daarin moeten voorzien, in afwachting dat de heel- en vroedmeester zal kunnen tegenwoordig zijn. Alle gevolgen, bij nalatigheid, daarin ontstaan, zullen zijn te zijner verantwoordelijkheid.

Artikel 3.
De dienst van den Heel- en Vroedmeester bepaalt zich tot de behandeling van de uitwendige ziekten en gebreken en der zwangere, barende en verloste vrouwen van alle personen, welke in of bij de drie gestichten gehuisvest zijn. In spoed vorderende voorvallen van eigenlijke inwendige of geneeskundige hulpbetooning, in of bij het gesticht waarin hij gehuisvest is, zal  hij op zijne verantwoordelijkheid zelf daarin moeten voor zien in afwachting dat de Medicina Doctor zal kunnen tegenwoordig zijn, wien hij zal kenbaar maken wat door hem middelerwijl bij den zieken is aangewend.

Artikel 4.
De Heel-en Vroedmeester zal zich omtrent den Medicina Doctor steeds beschouwen als in een ondergeschikt aspect te staan en diens mededelingen, aanwijzingen en voorlichting met bescheidenheid aannemen en opvolgen.

Artikel 5.
Hij zal alle heelkundige bewerkingen als aderlatingen, appliceren van bloedzuigers, verbindingen, vaccinaties (doch deze laatste slechts in het 2e of 3e gesticht) enzovoort zelf moeten verrichten; geen keel- of verloskundige kunstbewerkingen van aanbelang zonder voorkennis en niet in de tegenwoordigheid van den Medicina Doctor mogen doen en zich zoowel bepaaldelijk van deze als in het algemeen met betrekking tot de uitoefening zijner kunst gedragen, overeenkomstig de instruktien voor de plattelands heel- en vroedmeesters, gearresteerd bij Koninklijk Besluit van den 31 mei 1818.

Artikel 6.
Het gewoon echtene bezoek bij de zieken zal in de maanden april tot october beginnen des morgens te 7 uren en de overige zes maanden ten 8 uren, zoodanig dat immers in gewone omstandigheden het ziekenbezoek tijdig genoeg zij afgeloopen dat alle recepten te 12 uren in de apotheek voorhanden zijn.

Artikel 7.
De Medicina Doctor zal zich in het voorschrijven zijner geneesmiddelen naar Pharma Copoca gearresteerd of te arresteren zoodanig dat hij ook geenen anderen voorraad en soorten van geneesmiddelen te zijner beschikking hebben zal, dan die daarin zijn opgenomen; de magistrale formula daarin opgegeven, worden hem over het algemeen ten gebruike aanbevolen.

Artikel 8.
Dien onverminderd blijft het zijner doorzigt toevertrouwd in de laatsten individueel zoodanige wijzigingen te maken, als hij in bijzondere omstandigheden nuttig en nodig zal oordelen; zooals hem evenzeer vergund wordt ook in bijzondere gevallen, en niet ten algemeene gebruike, zoodanige geneesmiddelen aan te vragen en te gebruiken, welke niet indien voorraad Pharma Copoca mogten zijn opgenomen.

Artikel 9.
De zorg der apotheek, bijzonder aan den Medicina Doctor zijnde opgedragen, zal hij gehouden zijn toe te zien op de goede bereiding der geneesmiddelen door den apotheker en dadelijk van al hetgeen hij ten deze onbehoorlijk mogt bevinden kennisgeven aan den Directeur.

Artikel 10.
Voor elk der drie gestichten zal hij zijne recepten en een daartoe geschikt boek met inkt in de Latijnsche taal opschrijven, de geneesmiddelen in derzelve hoeveelheden met letters uitdrukken en er den naam der lijders en de wijze van gebruik of aanwending van het geneesmiddel bijvoegen.

Artikel 11.
Hij zal bij het ziekenbezoek acht geven op den levensregel der zieken, en dien aangaande de vereischte voorschriften geven, zooals ook omtrent anderen aan te wenden of noodzakelijke hulpmiddelen als lavementen, pappen, baden, aderlatingen en wat meer van dien aard is.

Artikel 12.
Hij zal ook acht geven op de behoorlijke reiniging en verschooning der zieken, het behoorlijk luchten en verwarmen der ziekenzalen en ten deze of dadelijk de noodige orders geven, of vereischte voorstellen doen.

Artikel 13.
Bij ontvangen berigt van het overlijden van een zieke, zal hij het lijk examineren, teneinde van zijne uitspraak afhange of de dood genoegzaam geconstateerd zij, dat hetzelve kan worden ter aarde besteld.

Artikel 14.
Wanneer hij het van belang oordeelt het lijk van den verpleegden te openen, zoo zal hem zulks geoorloofd zijn, na voorafgaande kennisgeving van den Adjunct-Directeur.

Artikel 15.
Hij zal van zoodanige lijkopeningen aanteekening houden in een daartoe afzonderlijk te bestemmen boek met opgave zijner bevindingen, waarnemingen en oordeelvellingen, en dit boek ten allen tijde, des gevorderd, aan de Permanente Commissie, Directeur en Inspecteur der Kolonien of gecommitteerden tot onderzoek moeten exhiberen.

Artikel 16.
Hij zal toezien dat de koepokinenting in de drie gestichten behoorlijk worde in t werk gesteld aan de zoodanige welke of die kunstbewerking nog niet mogten hebben ondergaan of nog geene kinderpokken gehad hebben. Hoezeer het gesticht waarin  of waarbij hij gehuisvest is, ten deze meer bepaaldelijk aan zijne eigen behandeling is opgedragen, zal alle verzuim hetwelk ten deze in de twee andere gestichten mogt plaats hebben, en zulks door hem, niet mogt zijn kenbaar gemaakt ter zijner verantwoordelijkheid zijn.

Artikel 17.
Bij het onverhoopt ontstaan eener bepaald heerschende al of niet besmettelijke ziekte, of wel van eene sporadische en uit haren aard besmettelijke, zal hij daarvan dadelijk kennisgeven aan het hoofd van het plaatselijk bestuur alsmede aan den President der Provinciale Geneeskundige Commissie met bijgevoegde beschrijving aan laatstgemelde en wijze van behandeling.

Artikel 18.
De aanvragen der geneesmiddelen en van hetgeen verder tot de apotheek behoort, daaronder begrepen  de zalven, het verbandlinnen, pluksel enzovoort zullen door den Medicina Doctor op de bij de instruktien voorgeschreven wijze geschieden; die van de heel- en verloskundige instrumenten zullen door den Heel-en Vroedmeester worden gedaan. Daarin zal, als naar gewoonte, door de Permanente Commissie worden voorzien, terwijl bij amplicatie in zooverre van het bepaalde bij artikel 13 van het besluit van 4 december 1827 aan den Adjunct-Directeurs wordt toegestaan om in buitengewone en onvoorziene gevallen en onder goedkeuring van den Directeur de aankoopen te doen van de geneesmiddelen welke de Medicina Doctor volstrekt en dadelijk mogt benodigd hebben.

Artikel 19.
De wekelijkse rapporten van de ziekten en sterften zullen door den Medicina Doctor worden opgemaakt aan wien door den Heel-en Vroedmeester de noodige opgaven zullen worden gedaan, met betrekking tot de lijders aan uiterlijke  gebreken.

Artikel 20.
De halfjaarlijkse verantwoording der gereedschappen voorgeschreven bij artikel 7 van den resolutie van 8 februari ll. No.13 zal door den Medicina Doctor worden gedaan, met uitzondering van die der heel-en verloskundige instrumenten als welke op den voet en den wijze bij dat artikel bepaald door den Heel-en Vroedmeester zal geschieden.

Artikel 21.
De bepalingen van de, in de nemisse dezer aangehaalde verordeningen blijven van kracht en de toepassing, voor zooverre daaraan bij deze resolutie niet is geroyeerd.

En zal een afschrift etcetera.