Naar het overzicht
van stukken over GENEESKUNDE





Besluit van de Permanente Kommissie van Weldadigheid, houdende bepalingen, omtrent de geneeskundige dienst in de Kolonien en de gestichten van den 4 december 1827 N1


De Permanente Kommissie van Weldadigheid,

Willende voor zien in eene goede en gepaste genees-, heel-, en verloskundige dienst in de Kolonien en Gestichten, door de in dezelve geplaatste geneesheeren en de hun toevertrouwde Apotheken der Maatschappij en mitsdien alles regelen en op een bepaalden voet brengen, wat hiertoe betrekking heeft;

Gelet op de voorstellen dien aangaande van den Heer Direkteur der Kolonien ontvangen,

Besluit

Artikel 1
De genees-, heel- en verloskundige dienst van de Geneesheren der Maatschappij strekt zich uit tot alle Kolonisten en derzelver bestuurders, ieder die van de Kolonien en Gestichten waarin of waarbij hij geplaatst is; de onderdirecteurs en andere ambtenaren van gelijken of hogeren rang uitgezonderd.

Artikel 2
Het is aan de Geneesheeren verboden hunne praktijk buiten de Kolonien of aan personen, die niet tot dezelver behoren uit te oefenen, enkele bijzondere gevallen, waarin de menschelijkheid hunne dienst volstrekt vordert en de benoodigde hulp van elders niet spoedig genoeg verkrijgbaar is, uitgezonderd.

Artikel 3
De Onderdirecteurs en verdere ambtenaren van gelijken en hogeren rang kunnen zich echter mede van de Geneesheeren der Maatschappij als van vreemde bedienen, en mogen deze dezelve hun dan ook voor eigen rekening verleenen.

Artikel 4
De Apotheken der Maatschappij aan de zorg en ten gebruike van de Koloniale Geneesheeren toevertrouwd, mogen tot geen ander gebruik als voor de zieken van de Koloniale Bevolking dienen, de enkele gevallen bij artikel 2 omschreven uitgezonderd, terwijl het daarbij den Geneesheeren uitdrukkelijk verboden wordt, om eene bijzondere Apotheek te houden, of zelfs eenige geneesmiddelen hoegenaamd van hun zelve bij of onder zich te hebben.

Artikel 5
De geneeskundige bediening en verzorging uit de Koloniale Apotheken van de bedelaars, niet als arbeiders-huisgezinnen geadministreerd wordende, en van de weezen in de Gestichten zullen op den ouden voet blijven gescheiden, tegen de bepaalde vergoeding door de bij de administrative bepalingen vastgestelde bijdragen.

Artikel 6
De bediening en verzorging van de Kolonisten in de gewone Kolonien, van de hoevenaars, arbeiders- en strafkolonisten, huisgezinnen en van die der Veteranen zullen voortaan voor gemeene rekening plaats hebben, en zal, te dien einde, door ieder huisgezin in vergoeding daarvan, aan de Maatschappij, wekelijks of ineens jaarlijks, van zijne verdiensten of inkomsten worden afgedragen of door de Direktie worden ingehouden eene cent ’s weeks voor elk lid van een huisgezin.

Artikel 7
De ambtenaren beneden de rang van Onderdirecteur zullen mede, bij wijze van abonnement: de geneeskundige behandeling en toediening van medicijnen erlangen en wel tegen betaling van vijf cents ’s maands voor elk lid van een huisgezin, in de eerste week van iedere maand voor deze maand uit zijn salaris te voldoen of door hen, die met de uitbetaling van hetzelve zijn belast, daarvan in te houden.

Artikel 8
De ambtenaren, bij het vorig artikel genoemd, van de daarbij door de Maatschappij aangeboden gunstige gelegenheid geen gebruik verkiezende te maken, kunnen zich ook in dat geval, van elders geneeskundige hulp en middelen doen verschaffen, wordende het intusschen aan de Geneesheeren verboden, anders dan tegen de vastgestelde bijdrage aan dezelve hunne dienst te verleenen en geneesmiddelen uit te reiken.

Artikel 9
De ambtenaren van den rang van Onderdirekteur en daarboven die verkiezen van de dienst der Koloniale Geneesheeren gebruik te maken, kunnen zich dan ook uit de koloniale Apotheken geneesmiddelen doen verschaffen.
De Geneesheeren zijn mitsdien gehouden om van zoodanige afgeleverde medicijnen behoorlijk boek te houden en bij het einde van iedere maand eene algemeene rekening in te zenden aan den Adjunct-Direkteur der Kolonie of het Gesticht, waarin ieder hunner geplaatst is; moetende dezelve inhouden den namen en rangen van hen, aan wie geleverd is, en de waarde der medicijnen welke dezelve voor de Maatschappij hebben, en ook gespecificeerd worden, wanneer de belanghebbenden zulks verkiezen.

Artikel 10
De Adjunkt-Direkteurs zullen de sommen van bovengemelde maandelijksche rekeningen, op den 1e of 2e  van elke maand moeten invorderen, inhouden of zelve storten, die vervolgens op hunne rekening overnemen en op de gebruikelijke wijze verantwoorden.

Artikel 11
In de gewone Kolonien moeten alle stortingen, hetzij van kolonisten of van ambtenaren bij de hoofddirektie zelve plaatshebben; terwijl die in de Gestichten moeten gedaan worden bij de fondsen, waaruit de aankoop van medicijnen geschiedt.

Artikel 12
De geneesheeren zijn verpligt, om zoowel de ambtenaren van de minderen rang dan dien van den Onderdirekteur, als de kolonisten van welke klasse ook, - als behoorende allen tot de uitgestrekheid van hunne dienst bij de Maatschappij -, met dezelfde zorg en ijver te bedienen en te behandelen.

Artikel 13
Met den 1e van den derden maand van ieder trimester (te beginnen met 1e December aanstaande) zullen de Geneesheeren aan den Heer Direkteur der Kolonien en zal deze vervolgens aan de Permanente Kommissie, moeten inzenden eene nauwkeurige en duidelijke opgave van hetgeen zij vermeenen, voor de volgende drie maanden, in de Apotheken noodig te hebben, dat hun daarop, voor den aanvang der drie maanden vanwege de Permanente Kommissie zelve zal worden verstrekt.
In bijzondere gevallen kunnen zoodanige aanvragen ook tusschentijds gedaan worden; zijnde het echter zoowel aan de Geneesheeren als aan de Direktie van eenige Kolonie of Gesticht verboden, zelve eenige aankoopen van geneesmiddelen te doen, doch tevens aanbevolen te zorgen, dat de aanvraage genoegzaam tijdig geschiede, om van al het noodige behoorlijk voorzien te blijven.

Artikel 14
De Heeren Adjunkt-Direkteurs inzonderheid, wordt het toezigt op eene naauwgezette nakoming van al de voorgaande bepalingen ernstig aanbevolen, en worden zij zelfs verantwoordelijk gesteld voor de misbruiken, die ten aanzien van artikel 2 en 4 onverhoopt mogten plaatsgrijpen.

En zal hiervan afschrift worden uitgereikt aan den Heer Direkteur der Kolonien tot narigt en uitvoering.

Aldus gearresteerd door de Permanente Kommissie van Weldadigheid te ’s-Gravenhage, den 4 december 1827
(was geteekend) J. Sluiter
voor eensluidend afschrift, de secretaris der Permanente Kommissie van Weldadigheid (geteekend) J. van Konijnenburg