Naar het overzicht
van stukken over GENEESKUNDE





De directeur doet verslag van de gezondheidstoestand in Veenhuizen: rode loop, ontmoediging bij de geneesheer en een amputatie wegens slagaderbreuk

Onderstaande fragment komt uit een brief van de directeur van 10 november 1826, invnr 82. Blijkbaar is het nu ook al erg in het derde gesticht, maar komt dat pas in 1829 naar buiten:


De Permanente Kommissie heb ik de eer aangaande de ziekte te Veenhuizen 3e Etablissement te rapporteeren dat, hoewel het getal der lijdenden nog vrij aanmerkelijk is, er egter naar mijn inzien zoo wel als de overtuiging des Heeren Smit, geene de minste kwestie bestaat van roode loop;

zelfs is de vroeger meermalen genoemde persloop verminderd, doch daarentegens de waterzugt vermeerdert;

de kinderen zijn eerst zeer gezond, krijgen daarna dikke beenen en opgezetten buik, en sterven daaraan spoedig, vooral wanneer, zooals somtijds plaats heeft, de persloop zich daarmede vereenigd:

het is dus niet zoo zeer den aard der ziekte als wel het ongelukkig veel overlijden der kinderen, hetwelk den Heer Smit ontmoedigd, en alleen de eigen bewustheid van al het mogelijke te doen of gedaan te hebben, dat hem een consult met een Med. Dr. doet verlangen;

ik heb gemeend dit niet te moeten tegengaan, en zal dus den Heer Radijs, te Noordwolde verzoeken zich tot dat eind derwaarts te begeeven.

Een ander meer bijzondere omstandigheid vorderde een dadelijk besluit tot handelen, en heb daaraan gevolg gegeven;

namenlijk dat van den arbeider kolonist Johannes Boekhart uit ís Hage;

die man lijd zedert eenige weeken aan een slagaderbreuk bij de knie:

de Heer Smit was door een en ander symptomen lang in het denkbeeld dat de oorzaak der pijnen van den lijder in iets anders dan de wezenlijke kwaal gelegen was, en rigtte daarnaar zijnen behandeling;

nu ZEd eindelijk het wezenlijk gebrek heeft ontdekt, zijn de omstandigheden zodanig verergerd, dat er geene keuze meer overblijft, dan tusschen eenen amputatie en gewissen dood:

daar egter het eerste in het tegenswoordig geval met doodsgevaar verzeld is, durfde onzen geneesheer het niet op zich neemen deeze bewerking alleen of zonder hulp van een deskundigen te onderneemen;

en daar de nood hoog was, heb ik zoo als bovengemeld, de Heer Smit geauthoriseerd dadelijk naar Groningen te gaan en zoo nodig elders, een man te halen die ZijnEd zal vermeenen noodig te hebben;

hiermede ben ik van Veenhuizen vertrokken en wagt nader berigt van den afloop dier zaak, waar na ik de eer zal hebben de perm: Kommissie dezelve mede te deelen.


Hier blijft ten aanzien der gezondheid van de kolonisten alles op den ouden voet; en volgens eene gisteren van de Ommerschans ontvangen brief, is tot die tijd gedurende deze maand slegts een man overleeden.

De arbeiderskolonist Johannes Broekhart, die hier bedoeld zal zijn, staat op deze pagina en hij overlijdt gezien het bovenstaande niet geheel onverwacht op 16 november 1826, dus vlak na deze brief.