Naar het overzicht
van stukken over Willempje van der Dooze





1853: De hoeve in Wilhelminaoord wordt overgeschreven op naam van zoon Willem Harbrecht

Het rekwest waarmee Christiaan Willem Harbrecht is niet bewaard gebleven, want dat is teruggestuurd naar de subcommissie Amsterdam, maar er zal alleen maar de vraag of zijn zoon hem mag opvolgen ingestaan hebben. De subcommissie van weldadigheid Amsterdam schrijft er 31 maart 1853 over aan de permanente commissie. De brief zit bij de uitgaande post van 6 mei 1853 N3, invnr 751.

Amsterdam, 31 Maart 1853

Wij hebben de eer U Edelen te doen toekomen het rekest van C.W. Harbregt om overschrijving zijner hoeve op zijnen zoon Willem waartegen wij geene bedenkingen hebben en waarvan het ons aangenaam zal zijn te vernemen of er ook bij U Edelen daartegen bezwaren bestaan.

De Subcommissie van Weldadigheid te Amsterdam,
J.W. Kluppel
D.M. Gerstel, secretaris.

Achterop de brief heeft de permanente commissie genoteerd om wie het gaat en hoe het ook alweer zit:

Kol 2/41. C.W. Harbregt en vrouw, respectivelijk 56 en 65 jaar oud, geplaatst uit de contributie Amsterdam.
Willem, onecht kind der vrouw, geboren 12 december 1830, de weduwe Schoolbroek was met hare kinderen in de strafkolonie toen haar zoon Willem werd geboren; den 5 mei 1838 is zij getrouwd met Harbregt en overgeplaatst onder de arbeidershuisgezinnen. Den 15 April 1843 is dat gezin overgeplaatst naar de gewone Kolonien en sedert die tijd aldaar gebleven.
M. Zandwijk met vrouw en 9 kinderen benevens de moeder der vrouw geplaatst op Contract met de Regenten van het Arm-, Gast- en Weeshuis te Oudewater. Cornelia geboren 13 december 1829. Beide van de Hervormde Godsdienst.

De permanente commissie doet na het ontvangen van deze brief wat ze altijd doet, ze stuurt alles door naar de directeur voor advies, uitgaande post 12 april 1853 N2, invnr 748:

2) Missive idem (= subcommissie Amsterdam) 31 mrt om berigt inzendende een verzoek van de gewone Kolonist W. Harbregt om overschrijving zijner hoeve op zijnen zoon Willem na aangegaan huwelijk.
Directeur der kolonien rapport vragen.

De directeur doet ook het gebruikelijke, hij vraagt het aan de adjunct-directeur voor de vrije koloniŽn Coenraad Hulst. Die reageert op 23 april 1853, uitgaande post permanente commissie 6 mei 1853 N3, invnr 751:

Aan den Heer Directeur der Kolonien

Welgelegen, 23 April 1853

Ik heb de eer bij dezen terug te zenden de bij UWEd brief van den 18 dezer maand N1037 ontvangen Marginale der Perm: Comm: betrekkelijk het verzoek van den Kolonist C.W. Harbrecht om verschrijving zijner hoeve op zijn vrouws voorzoon, Willem van Doze, na dienst huwelijk met de Kolonistendochter Cornelia Zandwijk;

UWEd hieromtrent te kennen gevende, dat er dezerzijds geene bezwaren bestaan die de inwilliging van het verzoek zouden bemoeijlijken, aangezien er zo min op de jonge als op den ouden lieden iets van nadeeligen aard valt te zeggen.

Maar of de verstandhouding tusschen oude en jonge lieden op den duur wel goed zal blijven,meen ik te moeten betwijfelen aangezien Harbrecht en zijn vrouw respectievelijk 56 en 65 jaar niet dien leeftijd hebben bereikt waarop men zich gaarne onderwerpt aan de afhankelijkheid zijner kinderen.

De Adjunct-Directeur
C.Hulst

Dat stuurt de directeur op 26 april 1853 met begeleidend briefje met nummer N1147, door naar de permanente commissie, ook uitgaande post 6 mei 1853 N3, invnr 751: 

Frederiksoord, 26 April 1853

Ter voldoening aan de Marginale van den 12 dezer maand N2 heb ik de eer UWHoogEdelG bij dezen aan te bieden een rapport van den Adjunct-Directeur voor de gewone Kolonien op het verzoek en voorstel, in de teruggaande stukken vervat, om de hoeve van den Kolonist Harbregt op hun zoon over te schrijven, waarvoor mijns oordeels nogal termen bestaan in de invaliditeit van den oude vrouw en den aan oogziekte lijdende jongeren man, waar nog gunstig bijkomt, dat er geen meer kinderen in huis zijn.

De Directeur der Kolonien,
J. van Konijnenburg

De permanente commissie ontvangt dat op 3 mei 1853 N24, invnr 751 en houdt dat 'in advies' tot ze besluit op 6 mei 1853 N3, invnr 751:

Maatschappij van Weldadigheid N3, nader 3 dezer N24

ís-Gravenhage, den 6 Mei 1853

De Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid

besluit:

Aan de subcommissie te Amsterdam te schrijven als volgt:

in antwoord op eene missive van den 31 Maart laatstleden en onder terugzending van het daarbij ontvangen adres van den gewonen Kolonist C.W. Harbregt te Frederiksoord hebben wij de eer UwEd te kennen te geven, dat er tegen de inwilliging van het verzoek om de door hun bewoonde hoeve te doen overschrijven op den voorzoon zijner vrouw Willem van der Dooze, na diens huwelijk met den Kolonistendochter Cornelia Zandwijk met opzigt tot het gedrag, zoo der oude als jonge lieden, geene bedenkingen bestaan doch dat het te betwijfelen is of hier door de goede verstandhouding niet zal lijden, daar toch Harbregt en zijne vrouw, ofschoon respectievelijk reeds 56 en 65 jaren oud, nog niet den leeftijd hebben bereikt om hun bestaan der huishouding zo geredelijk te laten varen en aan hunne kinderen over te laten.

Bij aldien die bedenking echter geene verandering mogt teweeg brengen in UwEd gezindheid om het verzoek in te willigen, dan zou er ook aan onze zijde geen overwegend bezwaar bestaan, de hoeve overschrijving te doen bewerkstelligen en zijn wij alzoo bereid op het der ?? nader door UwEd te kennen te geven verlangen daartoe autorisatie te verlenen.

De P. C.

Amsterdam reageert op 14 mei 1853. De brief bevindt zich bij de uitgaande post permanente commissie 26 mei 1853 N9, invnr 753:

14 mei 1853

In antwoord op Uwe missive van 6 dezer N3, hebben wij de eer te berigten, dat wij, ook uit hoofde bij UwEd. ten dezen geen overwegend bezwaar bestaat, toetestemmen in de overschrijving der hoeve van C.W. Harbregt op W. van der Doozen, na zijn huwelijk met C. Zandwijk, echter onder de stellige, in soortgelijke gevallen, steeds daaraan gehechte voorwaarde, dat de ouders bij hun blijven inwonen, en, op den duur, door hen met liefde zullen worden verzorgd.

En op de agenda van die dag, uitgaande post 26 mei 1853 N9, invnr 753, noteert men:

9) Missive idem (= subcommissie Amsterdam) daarbij toestemming verleenende tot de overschrijving der door den gewone kolonist C.W. Harbregt bewoond wordende hoeve op den voorzoon zijner vrouw W. vd Doozen na diens huwelijk met de kolonistendochter C. van Zandwijk.
Conform autorisatie verleenen; schrijven aan directeur der koloniŽn en subcommissie Amsterdam.