Naar het overzicht
van stukken over Willempje van der Dooze





18 januari 1836: Verzoekschrift Christiaan Willem Harbrecht of hij de weduwe Schoolbroek mag trouwen

inventarisnummer 167 de scans 272 & 273


Met verschuldigden eerbiedt nadert Christiaan Willem Harbregt, gevestigd aan de Ommerschans onder N1072, de Permanente Commissie,

het onderstaande blootleggende:

dat hij voor de 1e maal op den 21 December 1826 van Rotterdam in de kolonie is aangekomen, en alstoen onder N553 is gevestigd;

dat hij door zijn goed gedrag veldwachter is geworden en in die betrekking verbleven, tot hij op den 1 Mei 1831 als plaatsvervanger is in dienst getreden bij de schutterij;
gedurende zijn verblijf aan de Ommerschans heeft hij alstoen kennis verkregen aan de weduwe Schoolbroek, sedert 9 december 1825 walkoloniste, met haar gezin, overgenomen van kolonie N2;

dat zij van deze verkeering de vruchten onder haar hart heeft gedragen, en een kind bij hem verwekt, genaamd Willem, geboren op de 12 December 1830 aan de Ommerschans.
dat hij van dienst met onbepaald verlof te zijnen kunnende terukeeren, te rade is geworden zijne betrekkingen met de weduwe Schoolbroek te volgen,
dit heeft hem dan ook het besluit doen nemen, zich wederom vrijwillig voor de kolonie aantegeven en naar de Ommerschans te vertrekken,

zoo als ook werkelijk deed, en van Avereest, op den 25 februari 1835 in de kolonie ten tweeden male is aangekomen en zoo als bovengezegd thans gevestigd onder N1072, eenige tijd na zijn aankomst is hij weder in zijne vroegere betrekking van veldwachter opnieuw geplaatst, en hij durft vertrouwen, de dienst naar behooren en ten genoege der Directie waartenemen.

De Wed. Schoolbroek met twee kinderen behalve zijn eigen kind belast, hunne wederzijdsche bedoelingen dezelfde blijvende, zich beschouwende als onafscheidbaar, geene andere wenschen overig hebbende dan door een wettig huwelijk te zamen te worden vereenigd, om zoo doende geluk en tegenspoed, zoet en zuur met elkander te deelen, en elkanders lot op aarde te helpen torschen en dragen.

Doen hem dan de eerbiedige vrijheid nemen zich tot de Permanente Commissie te wenden met de eerbiedigste bede, dat het de Permanente Commissie allergoedgunstigst gelieve te behagen hem de hooge gunst te verleenen, te zamen een wettig huwelijk aantegaan waardoor hun geluk bevestigd en dat der kinderen bevorderd wordt, in het bijzonderst dat van het hierin gemelde zoontje Willem genaamd, hetwelk door dit huwelijk zoude worden gewettigd en alzoo uit de rei der onechten zou verdwijnen.

Al verder de Permanente Commissie eerbiedig onder het oog brengende, dat hij, het welzijn der wed. Schoolbroek voor oogen hebbende, om die reden als Plaatsvervanger is in dienst getreden, ten einde het daarvan trekkende geld, de weduwe ter hand te stellen om te strekken ter gemoetkoming in het onderhoud van dit gezin, zoo als hij dit dan ook als een eerlijk, welmeenend man gedaan heeft, hetgeen bij de directie overbekend is.

En ten laatste de Permanente Commissie op het eerbiedigst verzoekende, dat het UwHoogEdelGestrengen gelieve te behagen zijne opregte handelwijze en welmeenende gezindheid in aanmerking nemende, bij het toestaan van het verzoek tot het aangaan van een wettig huwelijk, te dezer gelegenheid de belangen van een heel gezin ter harte te willen nemen, en hem dan de gunst te verleenen, van met het geheele gezin op de hoef van de wed. Schoolbroek te worden geplaatst, welke zij tijdelijk heeft moeten verlaten.

De Permanente Commissie op dit een en ander eene gunstige dispositie implorerende, zoo onderteekend hij zich met de meesten eerbied.

Van de Permanente Commissie de zeer onderdanige dienaar,

Dit is het hand X merk van C.W. Harbregt, niet kunnende schrijven,
C.W.A. Pasdeloup
S Feddema

Ommerschans 18 Jan 1836