Naar het overzicht
van de POST







De POST van OKTOBER 1825

Zaterdag 1 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76 scans 1-3. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Voorts in voorlopig antwoord op de missive der Permanente Kommissie van den 20e dezer N570 te berigten dat wij de oude stukken waar uit het te kort in de kas van Evers specifiek kan blijken zullen tragten op te sporen, en het zelve daar na bij het in uitgaaf stellen van dat te kort, zullen opgeven.

- over het ontslag van Johanna de Jaar. transcriptie

- over de ontslagvoordracht voor wezen. transcriptie

De missive der Permanente Kommissie van den 22 dezer N576, met 4 stuks mandaten is bij mijne afwezigheid wel ontvangen; doch de brief zelve verlegd zijnde, zoo dat die mij niet is kunnen worden overgegeven, ben ik ook buiten staat die te beantwoorden; ingeval daar in een of ander gevraagd of vermeld is, waaromtrent de Permanente Kommissie bepaald antwoord behoeft moet ik zoo vrij zijn kopie van die brief te vragen; overigens zegt mij de Heer Reese dat de noodige orders tot executie van den inhoud zijn gegeven.
Nog is bij mijne afwezigheid wel ontvangen de missive der Perma­nente Kommissie van den 17 september N500 met de lijst van het personeel der vrije koloniën ten gebruike als bij de brief vermeld; daar het met de menigvuldige bezigheden niet mogelijk was, die werkzaamheden voor het eind van september te doen plaats hebben, heb ik gemeend de verandering staten nog naar de oude nummering te moeten doen opmaken en inzenden, en intusschen de hernummering en herziening in de loop dezer maand te doen geschieden, hopende dit na genoegen der Permanente Kommissie zijn zal.

Ook is mij wel geworden de missive der Permanente Kommissie van den 27e Sept. N591 met 4 stuks mandaten, N288-291, te samen groot f 4000.- als mede de rekening van de leverancier Pik & Rietman; deze rekening wordt hier op nieuw met den staat der ontvangsten van den algemeenen winkelier en deszelfs uitgaven vergeleken, en zal daarna spoedig aan de Permanente Kommissie ten nadere specificatie en approbatie worden gezonden, terwijl van de goederen, buiten de in het kontrakt vermeld, geleverd, geene andere staat waar tegen de prijzen op de rekening zoude kunnen worden vergeleken, voorhanden is, wijl die goederen zonder contract zijn geleverd, en der halven, de daar van gestelde prijs, hier als de eenige en ware moet worden beschouwd..

Eindelijk heb ik de eer gehad te ontvangen de missive der Permanente Kommissie van 28 sept. N592. In antwoord op dezelve dient, dat aan Dina Bakker bij eerste gelegenheid verlof zal worden gegeven.

Dat Johannes Huijser niet is gedeserteerd maar in de kolonie aanwe­zig,

dat de kinderen van Alles zullen worden ontslagen en hunne rekening aan de Permanente Kommissie eerstdaags geadresseerd. vermelding

Ingekomen post invnr 76 scans 4-6. Visser stuurt enkele stukken, waaronder: Bestek en begroting van kosten, mitsgaders contract van aanbesteding in duplo wegens de geautoriseerde verandering aan de doctors woning, benevens het maken van tralieraams voor de keukenraams van 't eerste gestigt.
Die zelfde stukken betrekkelijk het behangen der kamers bij de Heer Reeze en het leggen van zink in de middengoot.
Voorts is er o.m. sprake van een aardappelmolen en -machine.

Zondag 2 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76 scans 7-9. Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie. Stuurt de wekelijkse stukken over de comptabiliteit plus de rekening van geleverde levensmiddelen en winkelwaren te Ommerschans en Veenhuizen 2e etablissement door de Heer E. Brouwer met verzoek na verificatie en approbatie de nodige fondsen tot afbetaling te mogen ontvangen.:

Ten slotte neem ik de vrijheid de Permanente Kommissie te verzoeken aan mij uit 'S Hage aftezenden de 20 à 25000 ellen linnen, waaromtrent door haar in de kolonie de nodige bepalingen zijn gemaakt.


Maandag 3 oktober 1825

Administrateur van het Armenwezen autoriseert het ontslag uit de OS van G. de Klerk (berigt aan den Direkteur 13 Oct N 635, not 14 id N39) brievenboek 348



Woensdag 5 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76. P.J. Armand verzoekt opnieuw om uitbetaling van zijn spaargeld nadat zijn vorige brieven zonder eenig gevolg of het minste antwoord zijn gebleven. vermelding


Ingekomen post invnr 76 scans 29-30. Visser stuurt enkele stukken.



Vrijdag 7 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76 scans 56-58. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- over ontslagvoordracht wezen. transcriptie

- over de employé Ras, met bijgevoegd diens ontslagverzoek. transcriptie

- over de onderwijzer Albert Schuurman. transcrip[tie

- over de zaalopziener Johannes de Waal. transcriptie

- over de proefkolonist Jan Berends. transcriptie


Ingekomen post invnr 76 scans 64-65. Visser stuurt de staten van door Pik en Rietman aan de vrije kolonien en door Meijhuizen en Visser aan het eerste etablissement te Veenhuizen geleverde winkelwaren.



Zaterdag 8 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76. Uit een brief met nummer 347A van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Voorts te vragen authorisatie tot het geeven van ontslag aan de zoon van den arbeider kolonist Bosz genaamd Pieter, ten einde zich in de militairen dienst te kunnen begeeven vermelding

en aan Jannetje, dogter van den hoevenaar H. Zevenbergen te Veenhuizen en Elisabeth dogter van den hoevenaar Gerards te Ommerschans, beide tot het aangaan van een huwelijk buiten de koloniën.

Volgens het brievenboek met invnr 348 wordt dit besproken 14 oktober artikel 60 en beantwoord met brief N643 op 16 oktober.



Zondag 9 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76 scans 78-80. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Visser stuurt de verantwoording over april in een pakket buiten het valies.

De mutatie-staat over de afgelopen maand is bij missive van den 4e dezer door de Heer Falck bij mijne afwezigheid naar Veenhuizen verzonden, niet twijfelende of zal op deezen ogenblik bij de Permanente Kommissie zijn ontvangen.
De staat der vermeerdering en vermindering van de koloniale gebou­wen hoop ik na mijne terugkomst van de voorgenomene rijs naar de Ommer­schans te zullen kunnen inzenden.



Dinsdag 11 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76. Brief van de Administrateur van het Armenwezen aan de Permanente Commissie over de ontslagvoordracht voor wezen. transcriptie


Ingekomen post invnr 76. Visser stuurt de verantwoording over mei en eene aanvrage tot het akkor­deeren van sommen op het Onderdirekteurs boek, van het bedelaars etablis­sement te Veenhuizen, volgens de bepaling van den WelEdelGestr. Heer mr. Faber van Riemsdijk, tijdens deszelfs aanwezen in de kolonien, gebragt op 1500 hoofden.



Woensdag 12 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76 scans 150-152. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

De bij besluit der Permanente Kommissie dd. 6 aug. ll. bedoelde staat van augustus kon niet op den bepaalden tijd worden ingezonden reden de staten der Heeren adjunkt Direkteuren in het algemeen zoo fout of weinig overeen­komstig het voorschrift waren opgemaakt, dat daar uit geen geheel kon worden geformeerd. ZHEdGest. den Heer 2e Ads. heeft daarom dien staten tijdens mijne absentie, aan het Algemeene Bureau, geheel doen overwerken, met eenige modificatie in het model waaruit vervolgens een geheel was geformeerd, met uitzondering nogtans van de opgaaf der goederen door de koloniën aan de winkels enz afgeleverd, welke opgave nu ook bekomen hebbende, die staat in zijn geheel hier nevens gaat.
De staten over sept. waren in het algemeen beter opgemaakt, doch ik vond nodig alvorens de algemeene daaruit te doen formeeren, eenige inligting te vragen welke ik hoofdzakelijk van de O.S. heb bekomen. De Heer Mulder te Wateren heeft niet tegenstaande het voorschrift en dat daarom meermalen is gevraagd, deszelfs staat eerst dezer morgen ingezonden. Ik heb daarna dadelijk de verzameling doen opmaken, waardoor ik mij in de gelegenheid bevind dezelve hier ook nu te kunnen bijvoegen, gelijk ik de eer heb te doen.
Van Veenhuizen zijn mij nog niet geworden de renseignementen gevraagd bij nota der Perm. Kommissie van den 4 dezer en zal dus dezelve ook niet beantwoord, hier bij worden geretourneerd. Zoo ook moet ik nog uitstellen de inzending der staten van vermeerdering en vermindering der koloniale gebouwen, reden mij daaromtrent te Veenhuizen duisterheden bestaan, welke ik om hier in zeker te zijn in loco wilde onderzoeken, waartoe ik in de eerste dagen der volgende week hoop gelegenheid te hebben.

- over de Raad van Policie. transcriptie

Voorts neem ik de vrijheid ter kennis van de Permanente Kommissie te brengen dat meerdere koloniale geemployeerden, welke hun traktement per mandaat van de Perm. Komm. ontvangen, mij hebben te kennen gegeven hun verlangen naar voldoening van drie sedert eenigen tijd maanden, als zijnde dat in hunne huiselijke betrekking benodigd.
Eindelijk heb ik het genoegen de Permanente Kommissie te berigten dat, ds. Jentinck door den Heer kassier der Maatsch. te Amsterdam van eenige godsdienst-vrienden te Utrecht wederom heeft ontvangen 170 gezang­boeken, om onder de kolonisten te worden verdeeld. De bedoelde zenders zagen gaarne hiervan ter gelegener tijd melding gemaakt in het tijdschrift de Star, hoe welk zij zediglijk hunne namen niet hebben genoemd en dus niet verlangen dat die worden bekend gemaakt ingeval men die langs een of ander weg mogt hebben vernomen.


Koninklijk Besluit 12 oktober 1825 No 175 over bedelarij, invnr 8. transcriptie



Vrijdag 14 oktober 1825


Ingekomen post invnr 76 scans 163-165. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Kommissie:

Nog ontving ik gisteren van den Heer Harloff nevensgaande staat van verlangde schadeloosstelling van eenige gebruikers van boekweitenlanden door de Maatschappij geoccupeerd, terwijl ik voor eenige dagen de eer had aan ZHEdGest. den Heer 2e Ads. te zenden, twee geteekende kontrakten betreffende de afstand bij ruiling of verkoop dier gronden, door de vorige eigenaars aan de Maatschappij, en welke kontrakten door gen. ZHEdGest. tijdens deszelfs laatsten verblijf te Ommerschans van den adjunkt Direkteur zijn gevraagd; bij nadenken is het mij voorgekomen dat misschien deze stukken gezamenlijk moeten strekken tot afdoening dier bij de Permanente Kommissie bekende zaak, in welke veronderstelling ik de vrijheid neem de Perm. Komm. te verzoeken, de gem. kontrakten als aan haar gezonden, te considereren.

- over de algemeen winkelier Kluvers. transcriptie

Ten slotte moet ik de Permanente Kommissie berigten dat de tweede zaalopziener Honing te Ommerschans zijn ontslag als zodanig gevraagd heeft en voornemens is, in de aanstaande week te vertrekken; het zal mij aangenaam zijn wanneer door de Perm. Komm. een ander ter vervulling dier plaats kan worden gezonden of aangewezen. Zekeren Bourse Wils, welke in der tijd om eenig emploij heeft gevraagd, is dezer dagen overleeden.


Besluit van de Perm: Kommissie van Weldadigheid, houdende het ontslag van de boekhouder bij de Fabriek te Veenhuizen, Jacobus Ras, van den 14 october 1825, transcriptie


Zaterdag 15 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76. Uit een brief van Ameshoff aan de Permanente Commissie:

Van eenige Utrechtse godsdienstvrienden heb ik voor den Heer predikant Jentink te Steenwijkerwolde ontvangen om aan de kolonisten in zijn kerspel uittedeelen 170 evangelische gezangboeken. Ik verzoeke van deze gift melding te willen maken in het tijdschrift de Star.


Ingekomen post invnr 76 scans 178-180. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Wat voorts aangaat het daarbij voorgestelde omtrent het inzenden van den wekelijkschen petitie en verantwoording der gelden door het extrakt uit het register der geldelijke uitgaven; hieromtrent neem ik de vrijheid de Permanen­te Kommissie te observeeren dat het ons niet wel mogelijk is, dit extrakt reeds des maandags te kunnen opmaken en de gelden te verantwoorden welke wij vrijdags te voren ontvangen, wordende deze gelden eerst in den loop der volgende week uitgegeven: het zoude derhalve, behoudens beter oordeel der Permanente Komm., naar onze gedagten verkieslijker zijn, dat de mandaten in voldoening van de gewone petitie eerst des zondags - zijnde dit de eerste dag der week op het register der uitgaven bij de Perm. Komm. - wierden geexpedieerd om maandag avond bij mij aantekomen, en dan die gelden als naar gewoonte in het laatst dierzelfs week op het extrakt te brengen en te verantwoorden - bv. de gelden bij nevensgaande aanvraag gepetitioneerd ten bedrage van ƒ8600.- worden geexpedieerd zondags den 23e om te strekken ter voorziening in de behoeften van den 23e tot den 30e oct: en bij de Permanente Kommissie gebragt als uitgaven in dien week, terwijl zoo als thans plaats heeft die zelfde gelden te 'S Hage behoren, en worden gebragt onder de uitgaven der week lopende van den 16e - 23e, even als de ƒ1200.- bij missive van den 13e dezer ontvangen, zeker in deze week of van den 9e tot den 16e bij de Permanente Komm. in uitgaaf zullen gesteld zijn.
Hier uit zou dan volgen dat, om gelijk te komen in de aanstaande week geene gelden aan mij moeten worden gezonden, en dat de voldoening mijner aanvraag om fondsen van heden, voor de behoefte van den 23 tot 30 oct: zoo als in het hoofd derzelver is vermeld, eerst op den 23e of 24e aanstaande plaats had, en bij gevolg ook eerst in die week bij de Perm. Komm. als uitgaven geboekt.

Verder heb ik de eer te berigten den goeden ontvangst der missive van de Permanente Kommissie dd. 13 dezer N (ruimte opengelaten) met de mandaten N306-317 ten bedrage van ƒ12000.- Aangaande de ontbreekende renseignementen van N260 en 340 voorkomende op de nota der Perm. Komm. van den 15e sept: en den 1e dezer geretourneerd, neem ik de vrijheid aantemerken dat die nota tijdens mijne afwezigheid door den Heer Reese is ontvangen, en bij mijne terugkomst, alleen op het rapport van den algemeene boekhouder dat zij behoorlijk beantwoord of opgehelderd was, zonder genoegzame confrontatie, door mij aan de Permanente Kommissie geretour­neerd.
Bij het onderzoek naar de grond dezer onnaauwkeurigheid is het mij nu verder voorgekomen, dat op de later ingezondene staat van renseigne­menten niet zouden zijn gebragt die betreffende den persoon van G. Geurs N1299; ik zal dus omtrent alle de hier bovengen. zoo wel als die bij de nota's van den 4e, 8e & 13e dezer vermelde personen, voor zoo ver zij zich te Veenhuizen bevinden, in de eerste dagen der volgende week in dat etablisse­ment zelve de nodige informatiën nemen, en met die van de Ommerschans, van waar mij de inligtingen doorgaans in order geworden, alle nog voor beantwoordde nota's van benodigde renseignementen tragten af te doen.



Zondag 16 oktober 1825

16 oktober 1825 schrijft de pc aan Armand dat hij zijn tegoed krijgt uitbetaald
Zie ook bij besluiten van 16 september 1825. vermelding



Maandag 17 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76. Brief van C.H. Schouberg aan de Permanente Commissie:

Met bewijzen van waare hoogachting neemt de ondergetekende C.H. Schou­berg geboortig alhier, de vrijmoedigheid zich, aan deze Commissie te addres­seren.
Den ondergetekende dewelke genegen zijnde, om waar het mogelijk te Veenhuizen onder UWEd. orders zijn verblijf te mogen nemen, tegen betaling a ƒ60:- per jaar, en aldaar voor hetzelve van UWEdeles van het nooddruftige te voorzien, waar voor zijne vader is aannemende de gemelde gelden te voldoen, voor den tijd van een jaar van zestig gulden.
Hierop dan hopende van UWEdelen met eene spoedig antwoord te mogen worden vereerd, en heeft de eere zich met alle hoogachting te noemen

UWEdelens Zeer Gehoorzame Onderdanige Dienaar
C:H: Schouberg

Addres Kalvermarkt No 277 S'Hage

Bijgevoegd:

de ondergetekende verklaard te hebben behandelt den persoon van ... Schouburg en achten zodanig hersteldt dat dezelve(?) aan geen ziekelijkheid meer is onderhevig.
in S'Gravenhage den 10 october 1825

Smid
Stadsdoctor 76)

Brievenboek: beantw 9 nov N720, berigt aan den direkteur 8 id N725, not 3 id art 31brievenboek 348


±Woensdag 19 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76. Brief van het Heilige Geestgasthuis te Leiden aan de Permanent Commissie over de conditie van hun weeskinderen. transcriptie




±Donderdag 20 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76. Brief van Philip Christiaan Pracht aan de Permanente Commissie, invnr 76. transcriptie:






Vrijdag 21 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76 scans 225-227. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Met de aannemer Wind kan ik niet voor aanstaande maandag, uit hoofde zijner afwezigheid, deszelfs oude rekeningen likwideeren, en zal daarom de nu ontvangen ƒ7000- in deeze week op mijne kasboek alleen in ontvangst nemen, zonder daar van verder gebruik te maken; voorts in de volgende week op de aanvraag om fondsen voor de behoeften van den 1e tot den 6e november, stellen een post van ƒ7000- of meer, tot afbetaling van oude rekeningen en dan van het totaal aftrekken de reeds ontvangen somma van ƒ7000- terwijl het gebruik dezer ƒ7000- benevens der aangevraagde ƒ8600- bij het extrakt uit de rekening der geldelijke uitgaven en nota van bepaalde posten van 1 junij gedurende de volgende week, op de 28e of 29e intezenden zal worden aangewezen; waardoor naar ons inzien het best, aan de intentie der Permanente Kommissie voldaan en deze zaak vereffend zal zijn.



Zaterdag 22 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76. Uit een brief van de subcommissie Rotterdam aan de Permanente Commis­sie:

- over Muisson. transcriptie

a. hebben wij van de aanwezigheid des bestedelings Johannes Huijzer aan 't armbestuur kennis gegeven.

b. over kolonist Leeuwenberg. transcriptie

Eindelijk hebben wij de desertie der 3 bestedelingen Florian Rigter, Johannes de Vries & Joh. Carel Wilton aan 't armbestuur alhier kennis gegeven.

Geen bijlagen gevonden.

Brievenboek met invnr 348 ook nog: Meldt het gezin van Leeuwenberg te hebben aangemaand om in de kolonien te blijven.


Ingekomen post invnr 76. Brief van E.C. Zweers aan de Permanente Commissie. transcriptie


Ingekomen post invnr 76 scans 230-233. Brief van directeur Visser met een verslag van zijn bezoek aan Veenhuizen..transcriptie:



Zondag 23 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76. Brief van Ameshoff aan de Permanente Commissie:

Het is met groot leedwezen dat ik mij verpligt gevoele UWE te moeten schrijven, dat het mij onmogelijk is de vergadering van 29 dezer ten tien ure bij te wonen. Ik kan niet twee dagen mij van hier verwijderen, en de dagen zijn te kort om zoo als ik veelal gedaan heb 's morgens vroeg van hier te rijden en 's avonds terugtekeeren. Zulks doet mij te meer leed om dat ik nimmer eene vergadering het verzuimd en mij bij het berigt van de Heeren in de vorige vergadering gedaan dat dezelve kort kon zijn, gevleid had met de diligence van hier en 's avonds op deze wijze, op een dag heen en terug, zonder benadeeling mijner eigene belangens de vergadering te kunnen bijwonen.
Gelieve mijne verschoning bij onzen Koninkl. Doorl. Voorzitter te willen overbrengen, en mij met ware hoogagting te geloven

UWE DWDienaar
P.J. Ameshoff
lid der Komm. van Weldad.

Bijgeschreven met potlood:
Dit is eene abusive stellen, want behalve dat de convocatie missives zijn gecollativeerd, is de dat daarin aldus stellig uitgedrukt: heden over 8 dagen zijnde den 28e aanstaande: - terwijl de missives zijn gedateerd op den 21 oct. 1825. 76)


Ingekomen post invnr 76. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Een rekwest van den kolonist Ido Jans Kremer, om als zaalopziener te Veenhuizen te worden geplaatst: deze man schijnt te zijn van een goede familie uit Groningen, heeft benevens zijne vrouw gedurende hun verblijf in de koloniën zich braaf en zedelijk gedragen, de vrouw munt bijzonder uit in proprieteit en is meermalen door den Heer Brouwer tot het snijden van hemden en dergelijke geemploijeerd; om alle welke reden ik zoo vrij ben hem der bijzonder attentie van de Permanente Kommissie aantebevelen.

Bijgevoegd scan 260:

Geeft met schuldigen eerbied te kennen Edo Jans Kremer zedert 16 mei 1822 in de betrekking als kolonist geplaatst op hoef no. 23 in kolonie 6.
Dat den suppliant zich flateerd alsook deszelfs vrouw de vereischten te bezitten tot de waarneming van den post als zaalopziener in een der etablissementen te Veenhuizen bij de weesen en sich in die betrekking gaarne geplaatst zag.
Waarom den Suppliant de vrijheid gebruikt zich bij deezen tot UE Gestrengen te wenden met een ootmoedig verzoek dat het UE Gestrengen goedgunstig behage mogen om bij eene facatuure in een der voornoemde etablissementen den suppliant als zaalopziener te plaatsen.

'T welk is doende Edo Jans Kremer


Ingekomen post invnr 76. Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Ingesloten afschrift eens briefs van den heer Eekma, advokaat te Heeren­veen, heb ik voor eenige dagen ontvangen; alvorens daarop te antwoorden heb ik die zaak onderzogt en volgens bekomen informatie bestaat zij op de volgende wijze. Een stukje heideveld van de Steggerder Kompagnie aange­kogt is ten oosten en ten westen door zigtbare scheidingen en ten zuiden door de Oostvierde parten bepaald, ten noorden grenst het aan het land van de in dien brief genoemde Gerben Jans en Dirk Feijen doch zonder bepaalde of zigtbare scheiding; in deze zomer hebben wij van dat stukje heideveld plaggen voor de schapen hokken doen steeken en zijn daar door mede verder gegaan dan volgens gedagten van dien men­schen ons regt uitstrekte, en dat wel op grond van hun oud gebruik van 70 oude roeden; en daar wij voor zoo verre ik heb kunnen vernemen, geen verder regt van eigendom kunnen aantonen, en het derhalve voor ons geene duidelijke zaak is, heb ik gemeend dezelve in de minne buiten gen. advocaat, onder approbatie der Permanente Kommissie te moeten afdoen en de scheiding te bepalen, zoo als op mede ingesloten overeenkomst is vermeld: en heb daar van nu den Heer Eekma kennis gegeven.
Indien deze schikking door de Permanente Kommissie wordt goedge­keurd zal het mij aangenaam zijn, dat de overeenkomst in behoorlijke vorm worde gesteld, en aan mij ter tekening ook van partijen ten andere zijde gezonden; of wel dat de Permanente Kommissie mij gelieve te informeeren hoedanig die zaak verder te behandelen.

Bijgevoegd is alleen de brief van Eekma:

Gerben Jans en Trijntje Klasen, benevens Dirk Feijen en Grietje Sjoerds te Noordwolde, hebben eenig land te Noordwolde gelegen verkocht aan eenen Jochem Arends te Noordwolde.
Zoo als zedert onheugelijke jaren gebruikt is, en wel zeventig roeden over de boven schipsloot - Daar nu de Maatschappij van dat land te veel zich heeft doen toemeeten vier en veertig dito oude roeden, en Jochem Arends slechts zes en twintig roeden dito heeft doen houden, zoo dient deze om van UEd. te mogen vernemen of wij deze zaak ook in der minne kunnen vinden dan of dezelve in rechten haar voortgang moet nemen, waar op berigt verwachtende, heb ik de eer mij met achting te noemen

W. Eekma advocaat



Woensdag 26 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76. Brief van de Administrateur van het Armenwezen aan de Permanente Commissie

- over Charlotte Colot. transcriptie

- over Augustinus de Knop. transcriptie




Donderdag 27 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76. Brief van Ameshoff aan de Permanente Commissie:

De Heer Nieuwenhuis voegt zijne verschooning bij de mijne, wegens het niet komen op de vergadering van morgen. Het is ons beiden onmogelijk 2 dagen uit de stad te gaan. Was de vergadering zoodanig gesteld geweest, dat wij op een dag heen en weder hadden kunnen reizen, zoo hadden wij ons van huis verwijderd.
Het doet mij te meer leed om dat door mij nog nimmer eene alge­meene vergade­ring is verzuimd en om dat in deze vergadering punten behandeld worden, van welke ik op de vorige vergadering eenige kennis bekwam en welke mij ten hoogste belangrijk voorkomen. Ik durf het er niet op te wagen en het zoude welligt ook onbeleefd zijn door later te komen, nog eene gedeelte der vergadering bij te wonen; anders vertrok ik nog met de morgen diligence, hoewel mijn verblijf hier op morgen noodzakelijk is.


Ingekomen post invnr 76. Brief van Frederik ter Horst aan Johannes van den Bosch over de bedelaar Johanna de Knegt. transcriptie:



Vrijdag 28 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76 scans 310-312. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- over de sollicitant Faber. transcriptie

- Meldt aan een schrijffout in een ontvangen brief met mandaten:

- over het vertrek van de boekhouder Ras. transcriptie

Ik maak van deze gelegenheid gebruik de Permanente Kommissie te verzoe­ken de goedheid te hebben wel eenige consideratie te willen gebruiken, wanneer dezer dagen een of ander diergelijk stuk wat later inkomt dan zij anders billijk reden had te verwagten, uit hoofde de Heer Falck zich thans uitsluitende en met de meest mogelijke werkzaamheid bezig houd met het bijwerken der agterstallige adm. Op morgen hopen wij te verzenden de verantwo. over junij en mogelijk ook die van julij waartoe alle stukken reeds op het Bureau van ZEdGest. voorhanden zijn.

- over zaalopziener Vormann. transcriptie




Ingekomen post invnr 76 scans 313-315. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Daar de tijd naderd dat de leverancie der winkelwaren voor het volgende kwartaal behoord te worden aanbesteed, en dat naar mijn inzien de voorzig­tigheid vorderd, dat in de maand november het grootste gedeelte der, zoo niet alle, benodigde goederen voor dec., jan. en februarij in de magazijnen, vooral te Veenhuizen worden opgeslagen, ten einde bij invallende vorst, wanneer het transport te water ophoud en per as bijna onmogelijk word, niet verlegen te zijn, heb ik nodig geoordeeld de onderscheidene leveranciers aangaande de prijzen en tijd van aflevering voor de volgende drie maande te horen: algemeen en vrij overeenkomende hebben zij op eenige art. verhogin­gen gevraagd en sommige iets lager gesteld.


Ingekomen post invnr 76 scans 319-320. Visser stuurt enkele stukken.


Ingekomen post invnr 76. Brief van de Administrateur van het Armenwezen aan de Permanente Commissie over ex-onderdirecteur Vogelsang. transcriptie:

Brievenboek: beantw 10 nov N702, not 8 id art 2. brievenboek 348



Zaterdag 29 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76. Visser stuurt de verantwoording over juni en juli en eene aanvrage tot het akkorderen van sommen op het Onderdirekteursboek van het etablissement voor wezen te Veenhuizen N3, overeenkomstig de bepaling van den WelEd­Gestr. Heere mr. Faber van Riemsdijk tijdens zijn aanwezen in de kolonien, gebragt op 1500 hoofden.



Zondag 30 oktober 1825

Ingekomen post invnr 76. Brief van Elizabeth Schrikkel aan de Permanente Commissie over haar dochter Anna Christina Seijffer. transcriptie:

Brievenboek: beantwoord 11 nov N751, berigt a/d direkteur 10 nov N741, not 3 id art 80. brievenboek 348