Naar het overzicht
van de POST







De POST van JULI 1825

Vrijdag 1 juli 1825

Ingekomen post invnr 75. Brief van de subcommissie Leiden aan de Permanente Commissie:

Vrouw Bodri, welke met haar man en verder huisgezin ontslag uit de kolonien verlangd had (waarover ampel te zien is in UEds. geŽerden van den 9 april ll.) verzocht ons heden bij herhaling, mondeling hetzelfde, uit aanmerking van hunne hoogere jaren, ziekelijke zoon, gemis van een genoegzaam overige getal kinderen, die door hunne kostwinning het huisgezin stijven, maar vooral (en dit deed wel het meeste bij ons af), gerugsteund door de onder mij berustende certificaten van een fabriekant in vlagdoek alhier, bij wien de man 10 jaren, en van een spinsterbaas alhier, waar de vrouw 13 jaren gewerkt had, en welke beide hen gaarne zagen terugkeeren tot en werkzaam zijn in gemelde ambachten, waar in zij weder terstond zoude geplaatst worden. Zoo zouden ze hier een even goed bestaan erlangen als in de kolonien, en wij onderwerpen dus gaarne dit verzoek nog maals aan het oordeel der Perman. Kommissie.
2e Vrouw Stephanus, wier zoon sedert 5 ŗ 6 jaren bij v.d.Heiden in de kolonien ingewoond heeft, en in Mt ll. ontslag voor zich verzocht had, hetgeen hem daarna met onderling goedvinden van de Perm. Komm. en onze sub≠kommissie geweigerd is, verzoekt nogmaals (daar zij volgens haar zeggen, geheel onkundig was gebleven van dit zijn verzoek) zijne demissie, onder voorgeven dat zij hem gaarne bij zich had en wel bij wevers werk voor hem vinden zou; hetzelve daardoor aandringende, dat zij hem toch grootendeels nu van klederen moest voorzien, wijl zulks vrouw v.d.Heijden niet mogelijk was; iets 't geen wij sterk betwijfelen, daar immers de kolonisten van hunne verdiensten gekleed worden. Hoet het zij, ook de zekerheid om alhier werk te erlangen, komt ons suspect voor, en bij de mededeeling van het voorgaande aan de Perm. Komm. voegen wij de ernstige objectie of het wel geraden zijn zoude, het laatste verzoek intewilligen? 75)


Ingekomen post invnr 75. Brief van pastoor Doorenweerd aan de Permanente Commissie. transcriptie




Ingekomen post invnr 75. Brief van de Administrateur van het Armenwezen over de weduwe Zuidhoorn. transcriptie



Zaterdag 2 juli 1825

Ingekomen post invnr 75. Brief van de Administrateur van het Armenwezen aan de Permanente Commissie over de kinderen Kist. transcriptie




Zondag 3 juli 1825

Ingekomen post invnr 75. Visser vraagt É11.625,- voor de komende week.



Maandag 4 juli 1825

Ingekomen post invnr 75. Brief van A. Eilings aan de Permanente Commissie over de bedelaarskoloniste Mutsar. transcriptie


Ingekomen post invnr 75. Visser stuurt enkele stukken.


Ingekomen post invnr 75. Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie

- over dokter Schuurman. transcriptie

- over Adrianus de Geus. http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Personen/Geus.html

- over de ingedeelde Johannes Nicolaas van Willigen.transcriptie

De kolonist Broer van Bellekom en de koloniste wed. Nobbe in gewe≠zen kol. N4 verlangende een wettig huwelijk aantegaan en mij geene reden daartegen bekend zijnde, heb ik de eer de auth. tot het accordeeren van dat verzoek te vragen. Als mede tot het geven van ontslag uit de koloniŽn aan Hendrina, dogter van gen. van Bellekom en aan IJpe Geerts van Vals, stief≠zoon van Ruurd de Groot in voormalige kol. N6.



Dinsdag 5 juli 1825

Ingekomen post invnr 75. Brief van G.A. van Hoeij-Schilthouwer aan de Permanente Commissie:

Gepasseerde jaar nam ik de vrijheid om aan de Heer van Heemert secretaris der Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid een zeer geschikt persoon - hebbende vrouw en drie kinderen, die zeedert eenige jaren als wachtmeester bij de huzaren gediend had, en toen gegageerd en alhier woonachtig was - voor te stellen, om zo mogelijk door deszelfs inter≠mediair, als opzigter, of in een andere betrekking in een der kolonien der gem. Maatschappij geplaatst te worden: terwijl ik het genoegen had om eenige tijd daar na, de voorgedragen wachtm. als opzigter naar wensch te zien geplaatst.
Mogt ik thans door UWEdG: tusschenkomst ook zo gelukkig slagen kunnen! dan zoude ik de vrijheid neemen om UWEdG: voor te stellen, een aller geschiktst sujet, om in de een of andere kolonie der Maatschappij voorn. als opzigter, of ander zints - mits niet om te werken - geplaatst te mogen worden.
De bedoelde persoon is 34 jaren oud - is getrouwd - zonder kinde≠ren - schrijft een goede hand - en verstaat naamelijk de reekenkunde; heeft eenige jaren bij de artillerie N.M. gediend en is thans nog als fourier dienende bij de 2e kompagnie artillerie N.M. No 3 alhier in garnisoen. Deese standsver≠wisseling zoude hij hoofdzakelijk verzoeken, om dat hij zig juist niet zeer in staat gevoeld om lange bij 't militair te dienen - echter niet uit hoofden van een of andere fout in zijn gedrag (daar voor kan ik des vereischt wordende reponderen) maar ik houde mij verzeekerd, dat zijn zachtzinnige inborst die niet meer tot den dienst geŽigend is, her van de grootste oorzaak is.
Ik heb voorlopig met de chef van het gem. bataillon hier over gespro≠ken; en Zijn Ed: is niet ongeneegen, om indien voorschreeven persoon in de kolonien konde opgenomen worden, als dan zijn ontslag uit den dienst te bewerken. 75)

Van Hoeij is volgens bijschrift commandant te Gorinchem en de bedoelde persoon heeft Lenselink.


Ingekomen post invnr 75. Brief van de Administrateur van het Armenwezen aan de Permanente Commissie:

Ik heb de (eer) UWelEd: hier nevens, te doen toekomen een nader request van Chartier de Fontenille om ontslag uit de Ommerschans.
Ik verzoek UWEdEd: mij hunne consideratien omtrent voorn: request mede te deelen in verband met dit, hetwelk ik UWelEd: bij missive van den 29 juny 1825 N26d heb toegezonden. 75)

Geen rekwest gevonden.


Ingekomen post invnr 75. Brief van de Administrateur van het Armenwezen aan de Permanente Com≠missie:

Ik heb de eer UWelEd. bij deze, te zenden een request van J.A. Heissenauer te 's Gravenhage, strekkende om als organist te Frederiks-Oord aangesteld, of met eene gratificatie begunstigd te worden.
Het voorsz. request begeleid doende gaan van een berigt, bij den Gouverneur van Zuid-Holland, op hetzelve ingewonnen, verzoek ik UWelEd. mij hunne consideratien omtrent het eerste punt van requestrant verlangen mede te deelen. 75)

Geen rekwest gevonden.


Ingekomen post invnr 75. Brief van de kolonisten De Jong en Dolkenaar aan de subcommis≠sie Purme≠rend(?):

Veenhuizen den 5 july

Metan de Heer in staaten de purmerendse kommissie gev ik mijne belangs te kennen als dat ik mijn smeekgeschrft aan de minister van binnelandseza≠ken heb geschreven waarvor ik ten aldervriendelijksten de Heeren in staten smeken en verzoeke om mijn rekwest met een oog van medelijkden dog te willen beschouwen en eene goed handt tekening aan de zelfde te willen doen dit zelfde daar smeke wij de Heer in staten om als aan de goede god om de vragen om dog ont slagen te mogen worden wij blijve HEG dienstwillie dienaar in dienaress Guurtje de Jong en Pier(?) Dolkenaar. 75)


Jul 05, tweeling voor Klaas Visser Vledder, geboorteakte, 7 juli 1825, aktenr. 16
Kind: Jan Visser, geboren te Doldersum (Vledder) op 05-07-1825, zoon van Klaas Visser, beroep: arbeider; oud: 38 jaren, en Marijtje Ruiter, oud: 37 jaren.
Vledder, geboorteakte, 7 juli 1825, aktenr. 16
Kind: Remmelt Visser, geboren te Doldersum (Vledder) op 05-07-1825, zoon van Klaas Visser, beroep: arbeider; oud: 38 jaren, en Marijtje Ruiter, oud: 37 jaren.



Donderdag 7 juli 1825

Ingekomen post invnr 75 scans 79-81. Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

ZHEdGest. den Heer 2e Ads. heeft mij geinformeerd, dat het de intentie der Permanente Kommissie is, het huis thans nog door den onder direkteur van kolonie N1 bewoond, te doen inrigten tot eene woning voor den Algemeenen boekhouder, het Algemeen Bureau en woning voor den Algemenen winkelier; terwijl de onder direkteur in het huis voorheen door den Heer Adjunkt dir. Drijber bewoond, zoude overgaan; mij tevens verzoekende het plan te beramen waarnaar een en ander kon geschieden, dat met opgaaf der kosten aan de Permanente Kommissie meede te deelen en authorisatie tot de uitvoering van hetzelve te vragen.
Ten gevolge daarvan heb ik met den Heer van Lemel het gebouw zoo als dit zich thans bevind, opgenomen; en is ons voorgekomen dat eene inrigting naar de hier nevens gaande ruwe schets en korte beschrijving, tot bereiking van het oogmerk der Permanente Kommissie zal voldoen, zullende de kosten volgens mede hier bij gevoegde begroting bedragen É642,-.
Indien dit plan door de Permanente Kommissie mogt worden goedge≠keurd, neem ik de vrijheid haar te verzoeken mij de schets, beschrijving en begroting te retourneren en te worden geinformeerd of wij met de uitvoering van het zelve kunnen voortgaan, het zij naar eene publieke of onderhandsche uitbesteeding of ingeval de Permanente Kommissie in het projekt of de wijze van uitvoering veranderingen mogt nodig oordeelen, mij hare intentie wel te willen mede deelen; als meede of zij eene naauwkeurige tekening en juister bestek verlangd; zijnde de hier nevens gaande stukken, slegts in deezen onvolkomen staat ingezonden, om op verzoek van den Heer Reese de zaak te bespoedigen; om welke reden ik mij durf vleijen dat de Perman. Kommis≠sie mij dit zal ten goede houden.
Bij deeze gelegenheid heb ik de eer de Permanente Komm. te informeeren dat te Ommerschans en Veenhuizen eenige schapen hokken, hooijbergen, boerenwoningen enz. onder handen, doch nog geene derzelve gedurende de laatst verlopen maanden geacheveerd zijn.



Vrijdag 8 juli 1825

Ingekomen post invnr 75 scans 100-102. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Ik heb de eer onder geleide dezes aan de Permanente Komm. te doen toekomen, een exemplaar van het kontrakt met de Heeren Visser en Meijhui≠zen; de Permanente Kommissie zal ontwaren dat die Heeren de nieuwe redactie van het kontrakt niet in hare geheel hebben aangenomen, maar ten aanzien van de plaats der aflevering, of liever de prijs der goederen eenen andere bepaling hebben gemaakt; hieromtrent moet ik zoo vrij zijn de Permanente Kommissie te berigten, dat het primitieve kontrakt door ZHEd≠Gest. den Heer 2e Ads. was aangegaan, en dezelven aan de leveranciers, bij hunne aanmerking dat de plaats van aflevering niet was te Veenhuizen maar te Hogezand, heeft geavoueerd, mede geene andere intentie te hebben gehad: ten gevolge waarvan ZHEdGest. voorn. met de leveranciers is overeengekomen, zoo als aan de voet van het kontrakt vermeld is.
Voorts geworden de Permanente Kommissie hier nevens de navol≠gende tekeningen van koloniale gebouwen, vervaardigd, de beide eerste door een bedelaar kolonist te Veenhuizen, de overige door den schilder van der Plas te Steenwijk en zulks op last van ZHEdGest. den Heer 2e Ads., zoo ik meen ten gevolge eener korrespondentie met het lid der Permanente Kom≠missie den WelEdGest. Heer Mr. Faber van Riemsdijk, te weeten

N1 gezigt van het 2e etablissement te Veenhuizen
N2 id. van eene boerderij aldaar
N3 id. van het Bedelaars Instituut te Ommerschans
N4 id. van eene boerderij van kol. N5
N5 id. op het huis des Adj. Direkteurs te Ommersch.
N6 id. van den ingang van kol. N1
N7 id. van het logement te Frederiksoord

Nog een bestek, tekening, begroting van kosten en kontrakt van aanbeste≠ding in duplo van een schoolgebouw bij het 1e etablissement te Veenhuizen; ZHEdGest. den Heer 2e Ads. naar 's Hage vertrekkende, heeft wel op zich gelieven te neemen, hieromtrent nadere inligting aan de Permanente Kom≠missie te suppediteren. 75)


Ingekomen post invnr 75 scans 108-109. Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie, invnr 75.

Stukje over aankomst van wezen en de weduwe Haarman.transcriptie:

Door deeze bevolking zal het ook nodig zijn, dat een boekhouder aan de Direktie van het 3e etablissement wordt toegevoegd; intusschen is onder de geemploijeerden op het Algemeen Bureau niemand welke de vereischte bekwaamheden tot dien post bezit, en die tevens hier niet volstrekt vereischt wordt: zoo is bv. Machielse veel te langzaam en heeft geen genoegzaam vertrouwen op zich zelf om die betrekking te aanvaarden; Bergner staat met hem nagenoeg op dezelfde hoogte; beide zijn brave menschen maar slegts voor eene min moeijelijke betrekking bereekend; Schuurman zoude welligt in staat zijn een etablissement binnen te administreeren, maar deeze is op het Algemeen Bureau bijna onmisbaar: om alle welke reden ik de vrijheid neem de Permanente Kommissie te verzoeken, zoo mogelijk een bekwaam admini≠strateur als boekhouder binnen voor het 3e etablissement te benoemen en herwaards op te zenden. 75)



Zaterdag 9 juli 1825

In de Haarlemmer Courant staat een oproep om te solliciteren naar de post van Algemeen Winkelier in de koloniŽn. Er volgt dan ook een groot aantal sollicita≠tiebrieven. Bij vrijwel allen staat "afgewezen". invnr 348


Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie over diverse deserties, invnr 75 scan 118 ev.transcriptie




Zondag 10 juli 1825

Ingekomen post invnr 75. Brief van de subcommissie Leiden aan de Permanente Commissie, gedateerd 10 juli 1825, invnr 75, over de voordracht van het gezin van Matthijs van der Heijde voor de vrije koloniŽn.transcriptie:


Ingekomen post invnr 75 scans 136-137. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Het zal de Permanente Kommissie zeker onaangenaam zijn, te zien, dat in de gepasseerde maand kinderen te Veenhuizen zijn aangekomen, waar van nu eerst melding wordt gemaakt; en zulks niet tegenstaande haar herhaalde verzoek, bij missiven van den 15 der vorige en 4 dezer maand.
Ik heb daar om nodig geoordeeld, kopy mijner aanschrijving aan de Heeren Adjunkt Direkteuren te Veenhuizen, betrekkelijk het vroegtijdig inzenden der mutatie staten van den 25 juny N352A benevens de origineele staat van aangekomen weezen in het 3e etablissement, hier bij te overleggen, uit welk een en ander de Permanente Kommissie zal kunnen zien dat de oorzaak van dit niet voldoen aan haare verlangen, niet bij ons, maar bij de Direktie te Veenhuizen moet worden gezogt.
Ik ben voornemens morgen, uiterlijk overmorgen, naar die etablisse≠menten te gaan, en zal mij op de plaats naar de reden van dat verzuim, of de schuldige geemploijeerden informeeren, en de Permanente Kommissie daarvan nader berigten.

P.S. Bij nadenken over het ontijdig inzenden der vestiging staat, komt mij in de gedagten, dat bij het 3e etablissement geen boekhouder is, en daarom de admin. in het 2e gestigt gehouden word; waarin misschien de reden van het verzuim gelegen is: ik neem de vrijheid de Permanente Kommissie te verzoeken dit vooreerst wel in konsideratie te willen nemen.

Bijgevoegd, scan 138:

Frederiksoord 25 juny 1825

Voorlopig heb ik UWEds. rees bij monde verzogt te willen zorgen, dat de mutatie staat van het personeel der beambten etc. etc. voortaan op den laatsten der maand uiterlijk op den 1e der volgende, mij geworden, alszoo de P:K: er op aandringt die reeds den 4e te 'S Hage te ontvangen; ik heb nodig geoordeelt, die bij deze te herhalen, met kennisgeving, dat ingeval ik buiten de mogelijkheid gesteld mogt worden, aan het verlangen der P:K: te voldoen, haar dadelijk zal informeeren, wie der geemployeerden hier van de oorzaak zijn mogt.

Ik heb de eer te zijn
Visser



Maandag 11 juli 1825

Ingekomen post invnr 75. Brief van B&W Dordrecht aan de Permanente Commissie over Hendrik van Kampen,
webpagina Archief 182507Desertie:




Brief van P.J. Armand aan de Permanente Commissie:

Geeft op met verschuldigde eerbied te kennen P.J. Armand fusilier bij de 17de afdeeling nationale infanterie, depot bataillon 1ste komp. in garnisoen te Gend, dat hij na zeventien maanden in de kolonien aan de Ommerschans te hebben werkzaam geweest, door gemelde zijne afdeeling, als deserteur is gereclameerd en in meij ll. door den Heer Adjunkt Direkteur Harloff aan het militair detachement aldaar is uitgeleverd.
Dat hij gedurende zijn verblijf in de kolonien, eenige gelden te goed gemaakt hebbende, echter dezelve niet kan erlangen, uit hoofde door gemelden Heer Adjunkt Direkteur tot de uitbetaling zwarigheid gemaakt wordt, vermits hij ondergetekende, de kolonien op eene andere wijze, als met het gewoon jaarlijks ontslag verlaten heeft, en de kwitantie niet in rekening mogt worden geratideerd(?) zonder autorisatie.
Daar deze penningen hem echter met billijkheid toekomen, zoo gebruikt hij de vrijheid zich aan UwEdGestrengen te wenden, met onderdanig verzoek den Heer Adjunkt Direkteur Harloff te willen autoriseren, om hem zijn van de Maatschappij te goed hebbende saldo uit te betalen. 75)



Vrijdag 15 juli 1825

Ingekomen post invnr 75 scans 219-221. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Dat ingeval de moeder van J. Stephanus in staat is geheel of gedeeltelijk in het onderhoud van haren zoon te voorzien of wel hem behoorlijke arbeid te kunnen verschaffen; en in aanmerking neemende hij bij van der Heden slegts als eigen kind is ingedeeld en die kolonist van zich zelf een talrijk huisgezin heeft, ik thans moet advijseren dat der moeder van J. Stephanus haar verzoek worde toegestaan.
Dat het huisgezin van Bodri waarschijnlijk op morgen uit de kolonie zal vertrekken.
Aangaande de reden waarom de kapellaan uit kol. N4 niet meer naar Veenhuizen gaat, tot het geeven van onder wijs in de R.K. godsdienst enz. neem ik de vrijheid mij te refereren aan het hier nevens gaande antwoord van ZWEerw. zelve.
Eindelijk gaat hier nevens de beantwoording der nota van gevraagde renseignementen, mij bij bovengemelde missive der Permanente Kommissie geworden, benevens de daar bij verlangde opgave omtrent de bedelaars kolonisten Anna Maria Wats, Chartier Etienne Fontenilles en Bernardus Trimp.
Ten gevolge der missive der Permanente Kommissie van de 9 dezer N371, is de uitvoering van het werk, waartoe ik bij dezelve wierd geauthori≠seerd, aanbesteed aan de aannemer Wind voor eene somme van É670.- waarvan ik de eer heb kontrakt in duplo benevens korte beschrijving van het werk, begroting van kosten en tekening hier bij te overleggen.
De missive van de Permanente Kommissie van den 13 dezer N388 met de daar bij vermelde nota's en brief heb ik al mede de eer gehad te ontvangen, in antwoord op dezelve diend dat de kinderen uit Utrecht, abusi≠velijk naar Veenhuizen opgezonden en gevolgelijk aldaar gevestigt, naar aanleiding van de mij dienaangaande gegeven vrijheid te Veenhuizen zullen blijven, doch op de lijst der bijzondere kontrakten aangenomen worden overgeplaatst, en op dezelve zullen bekomen N17 - 21. Aangaande het plaatsen van bedelaars op nummers welke bij de Permanente reeds vervuld waren, zal ik mij informeeren, en daar nader eer hebben de Perm. Komm. te eulicideren.

Bijgevoegd:

Frederiksoord den 11 july 1825

De reden waarom ik niet meer naar Veenhuisen gaa is de volgende: omdat ik onder 3 of 400 kinderen mijn doel niet kan bereiken, om van eene nut te zijn zou ik er permanente moeten blijven, om mij onafgebroken met de kinderen bezig te kunnen houden. De bezigheden die ik nu nog het te Veenhuizen bestaan daarin: dat ik aan de zieken de laatste heilige sacramenten en de eerstgeborene kinderen het heilig doopzel toediene. Ook ben ik er in de paastijd geweest, om de menschen in staat te stellen aan hunne paaspligt te voldoen.
Met het meeste gevoel van hoogachting heb ik de eer te zijn

Hoog Edele Gestrenge Heer
UWHoogEd: getrouwe Dienaar

N. van Munster



Zaterdag 16 juli 1825

Ingekomen post invnr 75. Uit een brief van Ameshoff aan de Permanente Commissie over het transport van het gezin van Matthijs van der Heijde, invnr 75. transcriptie:


Visser stuurt enkele stukken.


Ingekomen post invnr 75 scans Brief van Binnenlandse Zaken over de weduwe Zuidhoorn, invnr 75.transcriptie



Zondag 17 juli 1825

Ingekomen post invnr 75 scans 258-260. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Bij het besluit der Permanente Kommissie dd. 27 mey 1825 houdende eene beredeneerde instructie voor den Directeur der koloniŽn, benevens bepalin≠gen omtrent de geldelijke uitgaven daar uit voortvloeiende, heb ik geene voorschriften gevonden omtrent de aankoop van huisraad en gereedschap≠pen in de etablissementen te Veenhuizen; als daar zijn kantschoppen, plagge≠schoffels, kruiwagens, ringen en touw tot ophangen van hangmatten, borden, vorken, messen, lepels enz:
Daar intusschen naar mijne gedagten onvermijdelijk is, goederen tot die kathegorie behoorende aan te kopen, en dienvolgens overeenkomstig de geest van bovengemelde besluit een bepaalde somme en respect word aangewezen, neem ik de vrijheid de Permanente Kommissie te verzoeken dit wel in overweging te willen nemen, en mij hare intentie dien aangaande mede te deelen.

De Heer Wardenburg welke zijne tractement op mandaat door de Permanente Kommissie betaald word, genoot tot hiertoe van tijd tot tijd of liever wekelijks van den Heer Reese, als uit zijn bijzondere fondsen, een geevenredigd voorschot en rekwireerde telkens, bij den ontvangst van een mandaat. Door het vertrekken van den Heer Wardenburg, en om andere redenen is de Heer Reeze niet langer genegen deze schikking te continue≠ren. Intusschen heeft de Heer Wardenburg mij verklaard, niet wel zijne huishouden geduurende die of meer maanden te kunnen mainteneren, zonder dadelijke ontvangst zijner salaris, en verzogt mij dien ten gevolge maandelijks nog liever wekelijks, door mij te worden betaald; dan daar toe geene vrijheid vindende, en evenwel aan het verzoek van de Heer Warden≠burg willende voldoen, heb ik gemeend de Permanente Kommissie te moeten verzoeken gelijk ik de eer heb bij deze te doen, de authorisatie om aan ZijnEd. wekelijks zijn salaris te mogen betalen en dit op mijne rekening met diverse bij de Maatschappij of wel in dadelijke uitgaaf te stellen.



Woensdag 20 juli 1825

Ingekomen post invnr 75. Brief van M. Siderius aan de Permanente Commissie:

Ontvangen hebbende UWEd: missive van den 11e dezer No 387 waarbij de Kommissie verlangt eenige inlichtingen van mij te bekomen nopens de kwitantie en rekening van P.J. de Visser, zo moet ik vooraf UWelEd. informe≠ren dat ik geen de minste kennis drage van eenig voorstel aan den Heer Generaal van den Bosch gedaan door eigenaren van landen aan de Oude≠merkt en andere plaatsen, om een kanaal door hunne gronden te doen lopen. Ik was destijds in 1819 geinteresseerd in eene kompagnie veenen onder Steenwijkerwolde, doch had die bij de vaart geen het minste belang, aange≠zien zij een geschikte afvaart had voor hare turf langs de vaart, die door Ossenzijl loopt. Ook is er bij die kompagnie nooit eenige questie geweest om zich met de zaak te bemoeijen: elders in die streken heb ik nooit een duim grond bezeten.
Mijne papieren hebbende doorgelopen vindt ik de minuten van een brief der 19e mei 1819 aan Uwe Kommissie geschreven, welke brief openlegt wat aanleiding tot de zaak heeft gegeven en waarvan ik hiernevens kopij overlegge. Daarop is gevolgd een antwoord van den Heer van Hemert, mij daarbij op last van de Kommissie verzoekende om te doen opnemen de gronden waarlang de geprojecteerde vaart van Frederiksoord tot de Oude≠merkt zoude lopen, bij welke laatste plaats deze vaart in de rivier de Lijnde zoude vallen.
Ik heb met deze opneming belast den Hr. P.J. de Visser, die de gehele lengte gewaterpast en daarvan eene naauwkeurige kaart heeft gemaakt, welke ik aan de Permanente Kommissie heb overgezonden. In den Haag gekomen, ter gelegenheid van de eerste vergadering der Kommissie van Toevoorzicht, heb ik den Heer Generaal aan de Scheveningsche weg bezig gevonden met de examinatie van die kaart, en nog met eene andere, door mij gesuppediteerd, betrekking hebbende tot een project om de vaart bij Steggerda in de Lijnde te doen vallen. De Kommissie kon dus eene keus doen tusschen beide projecten.
Sedert geen gevolg van de zaak vernomen hebbende, heb ik mij, bij den Heer Ockerse in 1824 aan huis bevindende, waar toen ook de Heer van Hemert present was, uitgelaten over de diensten door de Heer P.J. de Visser bewezen, en zulks uit aanmerkinge, dat het dezen man, met vrouw en kinderen bezwaard, en in gene ruime omstandigheden levende, niet kon worden gevergd zo veel tijd en moeite opteofferen, zonder daarvoor in redelijkheid te worden beloond. De beide Heeren hebben mij toen aan de hand gegeven om van hem eene rekening aftevorderen, die hij mij heeft overgeven, om welke ik in de maand mei aan den Heer Ockerse heb ter hand gesteld. Hij heeft de rekening bij voorraad gekwiteerd in de veronder≠stelling dat de betaling zou volgen, en dat ik deze É25 voor hem zoude ontvangen.
Ik twijffel niet, of de Kommissie zal, nu nader door het voorschrevene ingelicht, geen verdere zwarigheid maken om deze rekening te voldoen wegens diensten op haar last verricht.

Bijgevoegd:

Wolvega den 19 mei 1819

Voor een paar dagen zijn aan mijn huis gekomen de Heer Elsinga geemploi≠jeerde bij de Waterstaat aan de Blesse in Vriesland en de Heer de Koning ingezeten van de Oudemerkt in Overijssel woonachtig, dewelke mij hebben gecommuniceerd een ontwerp door den beraamd en hetwelk zij dachten voor te stellen aan de Permanente Commissie om namentlijk op kosten der Maatschappij te doen graven een kanaal van Frederiksoord of dwars door de Steenwijkerheide tot aan de Oudemerkt, welke laatste plaats reeds door een vaart met de Zuiderzee is vereenigd; dat zij ten dien einde reeds onder hun waren afgesproken om met nog eenen liefhebber het terrein te waterpassen, daarvan een kaart te formeeren en mits zij het plan gemaklijk bevonden in de uitvoering, hetzelve aan de Permanente Commissie aanbieden.
Vernomen hebbende dat er een ontwerp op til was om Frederiksoord door middel van een vaart tot Steenwijk en verder langs Steenwijkerwoude door Ossenzijl met de Zuiderzee te verbinden, heb ik hun afgeraden deze moeite te ondernemen, voordat zij deswegens het gevoelen van de Perma≠nente Commissie hadden verstaan; zij zijn dezen mijner raad gevolgd en hebben mij verzocht mij deswegens aan UWelEd. te adresseren.
er zijn verscheidene redenen waarom dit plan mij voor de Maatschap≠pij aannemelijjker voorkomt dan het eerste, want om er dit maar van te zeggen, de afstand is ten minsten de helft korter en zoo immer het vooruit≠zicht ter verdere uitbreiding van de colonisatie ook op Steenwijker heide worde verwezenlijkt, zoo verkreeg de Maatschappij de vaart directelijk door hare gronden heen, een voordeel waarvan men het groot aanbelang dadelijk inziet. De nabijheid en communicatie met een stad als Steenwijk zoude men mogen denken dat aan de kolonien op Frederiksoord een groot gemak van aanvoer hunner behoeften konde opleveren.
Ik kan dit niet tegenspreken. Doch ook de Oudemerkt is eene plaats van belang een stadje nabij de Zuiderzee, en hetwelk de colonie zoo ik vertrouwe even goed zoude kunnen verzorgen.


Ingekomen post invnr 75. Visser stuurt kolonieberichten voor de Star.



Donderdag 21 juli 1825

Ingekomen post invnr 75. Brief van Abraham Eede aan de Permanente Commissie:

Frederiksoord den 21 julij 1825

Gezien hebbende in de Haarlemsche Kourant van den 16 dezer; waar bij word aangevraagd een Algemeene Winkelier in de Noordelijke Provintien etc.
Eertijds had ik de eer mij ten dien einde aan UHEG te adresseren, en heb mij in hoop van goed gunstige dispositie naar herwaards begeven; alwaar ik da ook door den WEG Heer Directeur der Kolonien provisioneel als zoodanig ben in functie gestelt.
Ik durve mij vleijen HEG Heeren tijdens ik de eer had mij in UHEG dienst te bevinden onvermoeijd ben werkzaam geweest en aan de voorschrif≠ten mij gegeven, puntelijk heb voldaan en het reeds in een zeer goede orde te hebben gebragt en zal trachten door vlijt en exactitude het zoo verre te brengen dat hier in niets te wenschen over blijft.
Soliciterende het UHEG goed gunstig moge behagen mij met boven≠gemelde post te begunstigen daar ik mij thans in een bedroefde toestand zie gedompeld en met vrouw en kind broodeloos ben, zullende UHEG zulks verkiezende een borg stellen van É300,0≠0.

Het verzoek wordt afgewezen.



Zaterdag 23 juli 1825

Ingekomen post invnr 75 scans 335-337. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

In antwoord op de missive der Permanente Komm. van den 15 dezer N391, heb ik de eer te berigten, dat de administratie van het 3e gestigt te Veenhui≠zen thans geregeld bij het 2e wordt gehouden; hetgeen nu door de incom≠pleete bevolking van beide kan geschieden; daar dit egter op den duur naar ons inzien niet wel zal kunnen blijven bestaan, zullen wij met genoegen een bekwaam boekhouder voor het 3e et. binnen te gemoet zien.

Ten slotte heb ik de eer te vragen authorisatie tot het geven van ontslag aan Willem, zoon van den kolonist Joh. Willem Steenhuizen kol. N2 - oud N4 - en aan Johannes Kiens, zoon van den kolonist Biemans kol. N1.



ĪZaterdag 23 juli 1825

Ingekomen post invnr 75. Brief van Abel Ellens aan de Permanente Commissie:

Geeft met den meesten eerbied en verschuldigd respect te kennen Abel Ellens wonende te Groningen.
Dat hij suppl. het gepasseerde jaar zich per rekwest heeft gewend tot Z:M: inhoudende verzoek, om, in het vak van den landbouw in een der kolonies van Weldadigheid te worden geplaatst; tot staving van welk verzoek, hij de voldoendste motieven daar bij heeft overgelegd.
Dat hij daar op berigt heeft bekomen, dat hij ter plaatsing ten dien opzigte aan de Permanente Commissie is aanbevolen, het welke echter tot nog toe van een succes is geweest.
En daar hij met blijdschap die gunstige reflectie van Z:M: heeft ontvangen en van af dien tijd reikhalzend verlangd in zijne bittere behoefte tot redding van die gunst te profiteren.
En daar zijn staat van dag tot dag verŽrgerd en kommervol is; - en zich steeds weenend herÔnnerd aan zijn vorigen stand als welgezeten landbouwer, waar uit hij ongelukkig door onvoorziene procedures en door de snoodste misleiding, als beklemd meijer is verstoten geworden, en door de daarop volgende rampen, in een staat van bittere armoede verkeerd; - en hij zich vleid de bezigheden van den landbouw practicaal, te kunnen waarne≠men waarvan hij, des vereischt wordende, voldoende bewijzen kan produce≠ren, als mede voorzien van goede attesten van zijn zedelijk gedrag.
Zoo vermeend hij, de vrijheid te mogen gebruiken, zich op nieuw tot herinnering aan Ulieden te addresseren met smekende en ootmoedige bede.
Ten einde U:l: gunstig gelieven te behagen suppl: zoo spoedig moogelijk te plaatsen, - waar door hij uit zijne akelige situatie moge worden gered; terwijl hij niet zal verzuimen door oppassen en arbeidzaamheid de gunst der Maatschappij van Weldadigheid te hebben gemeriteerd.

Adres A. Ellens ten huizen van R. ter Steegh onder het Gouden Hoofd te Groningen.

Bijgeschreven op de achterkant:

Op de gewone lijst van sollicitanten genoteerd. Informatien aan den Hr Sijpkens gevraagd. Geene informatien verkregen en sollicitant schrijft gebrek≠kig.



Zondag 24 juli 1825

Ingekomen post invnr 75. Visser stuurt enkele stukken.


Uit het brievenboek met invnr 348
Direkteur der kolonien. Zendt in een ontvangen uitnoodiging van de Staten van Drenthe, om berigt op zeker beklag over de Mij ten aanzien van het graven aan de Scheepssloot of Loodengracht te Oude-Smilde, om voorlich≠ting van de Permanente Kommissie. Voorts nog een brief van Reg. der Weeshuizen te Nijmegen over het vervullen van een bestedelingsplaats in de koloniŽn.

De brief uit Nijmegen is bij de ingekomen post te vinden, de anderen niet gevonden.



ĪMaandag 25 juli 1825

Ingekomen post invnr 75. Brief van adjunct-directeur Brouwer aan de Permanente Commissie:

Het is met alle gevoel van hoogachting de vrijheid nemen UHEdG. te eenige letteren van mij doen toekomen; met de grootste verwondering was het dat door den WEdGestr. Heer Direkteur wierd geinformeerd dat annonce in Courant op order van UHEdG. om een Algemeen Winkelier; om den provisio≠neel geplaatste winkelier van Eeden te doen remplaceeren was den WelEd≠Gestr. Heer Direkteur hadde teffens de goedheid de reeden waarom zulks geschieden te doen kennen - en mij hierom verplicht gevoel UHEd. mijn excuus hier over te maken, dat nimmer hier iets van hebbe geweten nog genoemde Eeden mij hier immer iets van heeft doen kennen; mij vleiende UHEdG. mij te wel kennen, indien hier iets van hadde geweten hem aan den HoogEdGest. Heer 2 Adsessor of den WelEdG. Heer Direkteur niet had aanbevolen. Intusschen zijn famille benevens die zijner vrouw zijn mij zeer goed bekend en behoren alle tot de braafste burgerstand - ook zoo veel ben zeker geinformeerd hij nimmer debauches of bedriegingen heeft begaan - maar wel door disastres en te veel goed vertrouwen, enige schulden ge≠maakt; hetgeen hij mij nu zelfs heeft bekend; tog te voren nimmer hebben geweten. Het doet mij gevoelig zijn zoo iets is gebeurd. Zullende voor het gevoel mij wel waken zoo iets nimmer meer geschieden. Haar nogmaals mijn excuus hier voer te hebben gemaakt - is het de
Eer hebbe mij te noemen met alle hoogachting

UWEdG. Onderdanigste Dienaar
Brouwer



Dinsdag 26 juli 1825

Ingekomen post invnr 75. Sollicitatie van J. Kluvers aan de Permanente Commissie: transcriptie





Woensdag 27 juli 1825

Ingekomen post invnr 75. Brief van B&W Den Haag aan de Permanente Commissie:

Ons is van eene respectabele hand mededeeling gedaan van een geval, hetwelk in de Ommerschans zoude hebben plaats gehad, en het welk ons is voorgekomen van dien aard te zijn, dat, indien het in al deszelfs omstandig≠heden waar is, er UEd. zelven aan gelegen is het zelve te weeten, ten einde zoodanige maatregelen te nemen, waardoor voor het vervolg zoo ten opzich≠te van den bedoelden persoon als van andere alle onbehoorlijke behandeling worde voorgekomen; terwijl wij ook voor ons, nadien het iemand raakt, welke van hier is opgezonden, hetzelve niet ononderzogt hebben mogen laten.
Te weeten op den 15 july ll. moet de persoon van Vogel, die op den 27 mei ll. met zijne vrouw en vijf kinderen wegens bedelarij van hier naar de Ommerschans is opgezonden, ofschoon zwak en ziekelijk, en, gelijk men er bijvoegde, min of meer gekrenkt in zijne geestvermogens, door eenen der opzigters op het veld onbarmhartig geslagen zijn, om dat hij niet werkte; het zijn de eigen woorden van de ons gedane opgave; en zulks niet tegenstaan≠de hitte dien dag zoo groot was, dat zelfs gezonde en sterke menschen dezelve nauwelijks verdragen konden; - deze behandeling moet onder de familie van dezen man en andere op dezelfde zaal als dezer zich bevindende persoonen veel sensatie gemaakt hebben, en de gevolgen van dezelve in de gesteldheid van den man twee uren daarna nog allermerkbaarst geweest zijn.
Wij zijn overtuigd dat de bloote opgaaf van dit geval, zoodanig als het ons evenwel niet door of van wege den man of deszelfs huisgezin, doch door een aanzienlijk particulier van Amsterdam is voorgesteld, voldoende zal zijn om Ueds. een naauwkeurig onderzoek naar hetzelve te doen in het werk stellen, en zoodanige maatregelen te doen nemen, als met de handhaving der goede order onder lieden van dien stempel, als de bedelaars in de Ommerschans in verband met eene betamelijke behandeling van dezelven overeenkomstig zullen geoordeeld worden.



Zaterdag 30 juli 1825

Ingekomen post invnr 75 scans 390-392. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

De staat betreffende goederen in de winkels der Maatschappij benodigd, buiten die art. waar voor gecontracteerd was, welke volgens art. 4 van het besluit der Permanente Kommissie van den 19 dezer no.1 aan haar moet worden ingezonden, had ik gehoopt hier te kunnen bijvoegen; doch dezelve nog niet volledig gearcheveerd zijnde, zal eerst met een volgende kunnen worden gezonden; intusschen neem ik de vrijheid voorlopig aan te merken dat in de behoefte van het lopende kwartaal met voorkennis van ZijnHoog≠EdeleGestr. den Heere 2e Adsessor door aankoop is voorzien, en deze staat gevolgelijk niet zoo zeer zal inhouden de opgave van het benodigde als wel van hetgeen benodigt was en aangekogt is, niet twijffelende of ZijnHoogEde≠leGestr. den Heere 2e Adsessor zal hier over reeds met deszelfs medelit den Heere mr. Faber van Riemsdijk hebben gehandeld, terwijl ik mij dienvolgens durf vleijen, dat eene zodanige staat ook de eigenlijke bedoeling bij haar genoemd besluit zal zijn.
Voorts heb ik de eer naar aanleiding der nota van aanmerkingen op de kontrole der kinderen gevoegd bij de missive der Permanente Kommissie dd. 13 dezer N388 te berigten, dat de vestiging kosten van Johanna Wilhel≠mina de Rooy hebben bedragen É20,32Ĺ.

Stukje over de arbeiderskolonist Klaas Prins.transcriptie

Bijgevoegd:brief van de subcommissie Alkmaar, gedateerd 6 juli 1825, over de arbeiderskolonist Klaas Prins, invnr 75 scan 71.transcriptie

Verder bijgevoegd de stand van de schuld van arbeiderskolonist Klaas Prins.transcriptie :


Ingekomen post invnr 75 scans 407 en verder. Abusievelijk hier terechtgekomen, dit zijn de in 1828 voor de zeedienst opgegeven weesjongens.