Naar het overzicht
van de POST







De POST van MEI 1825

Maandag 2 mei 1825

Ingekomen post invnr 73 scans 380-382. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Voorts heb ik de eer hier nevens aan de Permanente Komm. te doen toeko≠men het certificaat der tegenwoordige lengte van den kolonist in het bede≠laars instituut Johannes Meijnders; als meede eene nota van gedane reijzen door den ondergetekenden gedurende de maanden januarij, februarij en maart.
Eindelijk te berigten dat den voor eenigen tijd provisioneel in admini≠stratieven dienst aangenomen persoon, Josserel, zich bij herhaling aan dronkenschap heeft schuldig gemaakt, en ik daarom nodig geoordeeld heb, hem als ongeschikt voor een vast emploij, dadelijk te ontslaan; hopende hier mede overeenkomstig de intentie der Permanente Kommissie te hebben gehandeld.



Dinsdag 3 mei 1825

Ingekomen post invnr 73. Brief van de subcommissie Den Haag over de ledenwerving, invnr 73.transcriptie


Ingekomen post invnr 73. Uit een brief van de Administrateur van het Armenwezen aan de Permanente Commissie:

Ik heb de Gedeputeerde Staten der provincien, tot welke de tot ontslag voorgedragene colonisten behooren, aangeschreven om de besturen der gemeenten, in welke die personen de domicilie van onderstand hebben, te hooren omtrent de waarschijnlijkheid dat zij tot hunnent terugkeerende, werk zouden kunnen vinden, waardoor zij zouden kunnen bestaan.

Inmiddels is bij het Departement ingekomen het naamloos geschrift, dat ik aan UWelEdelen hierbij toezend, om daarvan kennis te nemen; terwijl ik UWelEdelen verzoek de colonisten in de Ommerschans te dezen bedoeld, te informeren dat zij de dispositie op de door UWelEd: ten hunnen gunste gedane voordragt behooren af te wachten.

Bijgevoegd:

Aan Zijne Excellentie den Minister van Binnenlandsche Zaaken en Waterstaat

Wij neemen eerbiedig de vrijheid om aan U Zijn Excellentie te adresseeren. Sinds meer dan eene maand hoopten wij - in getalle van 152 zielen - daag≠lijks ons ontslag te zullen erlangen, en daar wij nu zijnde 16 april, nog niets daaromtrent verneemen, wenden wij ons met de aan u verschuldigde eerbied tot U Zijn Ex: in de streelende hoop, ons lot wel dra eene andre gunstiger wending zal neemen. Is het met U Zijn Ex: voorkennis, en goedkeuring dat wij ons nog hier bevinden, dan willen wij ons gaarne aan U Zijn Ex: wil onderwerpen dan wij declareeren U Zij Ex: ongeveinsd, dat wij alle reeden hebben te gelooven dat dit versuim voortkomt door de Directie alhier - en zo dit weesentlijk zo is verzoeken wij U Zijn Ex: aller ootmoedigst hier in te willen voorsien. Thans is het oogenblik nog daar, dat wij alle zo vrouwen als mannen, in differente betrekkingen werk kunnen vinden, de tijd meer verloop≠ende, is de beste geleegenheid hier toe voorbij, en wij zien ons - buiten onze schuld - weeder in de uiterste ellende gedompelt.

Hartelijk wenschen wij deeze onze reclame, weldra door een gunstig gevolg bekroond te zien, zo hebben wij d'eer ons met eerbied en hoogachting, te teekenen,

U Zijn Excellentie's ootmoedige en onderdaanige dienaars en dienaressen
de op het ontslag hoopende kolonisten van de Ommer Schans

Uit aller naam
O:Schans 16 april 1825


Besluit van de Permanente Commissie dat de Ommerschans zelfvoorzienend wordt, omdat de gronden van kolonie 5 voldoende opleveren. Kleine stukjes transcriptie zijn rechtstreeks naar De bedelaarskolonie  gegaan en niet bewaard. Bij het besluit horen meerdere kantjes toelichting door Johannes. invnr 988)
NB: in invnr 961 heet dit 'Besluit der Permanente Kommissie van Weldadigheid, houdende bepalingen tot vermindering van de uitgaven op kontante gedaan, in het Etabl te Ommerschans'.

- 3 mei 1825 besluit dat het eerste etablissement in Veenhuizen vooral voor eigen gebruik zal gaan verbouwen op het land nvnr 988)


Besluit van de Perm: Komm: der Mij van Weld, houdende provisionele bestemming van het 3e Etabl: te Veenhuizen, ter opneming van bedelaars, van den 3 mei 1825, transcriptie


Uit de notulen van de permanente commissie, invnr 39:
Artikel 18 Kapitein von Hoff, te Harderwijk N162
Zendt in het verzochte afschrift eens aan hem geschreven briefs van den Direkteur der Kolonien.
Besloten
Aan den Hr von Hoff te antwoorden dat in den brief van den Direkteur niet gevonden wordt hetgeen waarop ZE zich beroept;
dat het gebleken is dat er meerder blikgeld in omloop was, dan hij opgaf;
dat derhalve de eenige punten die in aanmerking kwamen vervallen;
dat hij overigens geene inlichtingen heeft gegeven, en de P.K. dus persisteert bij haar besluit.



Woensdag 4 mei 1825

Brief van de Permanente Commissie aan de voorzitter van de subcommissie Rotterdam:

Zoo verrukt wij waren door de openbare uitspraak en gullen toezending van het schoone dichtstuk des Heeren W. Messchert te Rotterdam, tot lof der Maatschappij van Weldadigheid, geplaatst in de Star voor 1822, N (ruimte opengelaten) en zoo aangenaam het ons was, van wege de Kommissie van Weldadigheid, het diploma van Honorair Lidmaatschap der M. in dato 30 april 1822 aan Zijn Ed. te mogen aanbieden, - zoo zeer frappeerde en griefde het ons, bij eene missive de dato 21 april ll. van Zijn Ed. berigt te ontvangen, waarbij Zijn E. meldt dat "de nieuwe middelen en uitbreiding van het stelsel van kolonisatie der M. bij hem bedenkingen hebben doen ontstaan omtrent de beginselen en handelingen der Maatschappij, welke niet weggenomen of opgelost hebben kunnen worden door hetgeen van wege de M. en door anderen omtrent deze onderwerpen is geschreven en gezegd"; en dat hij dien ten gevolge zich gemoedelijk verpligt acht voor het Honorair Lidmaatschap te bedanken met terugzending van deszelfs diploma.
Wij stellen te veel belang in het bezit van een zoo achtenswaardig eerelid, en hebben te veel gevoel van eer omtrent alles, wat de beginselen en handelingen onder M., en van haar hoofdbestuur in het bijzonder, betreft, dan dat wij niet met belangstelling zouden verlangen nader en in bijzonderhe≠den te zijn ingelicht omtrent de eigenlijke bedenkingen dien aangaande, die den grooten lofredenaar der M. hebben kunnen bewegen, om zich van het lidmaatschap der M. openlijk, plotseling, lostescheuren, zonde zich alvoorens tot ons gewend te hebben ter nadere en betere oplossing zijner bezwaren.
Het zij ons vergund, Mijn Heer! in dit geval UWEGeb. vriendelijke tusschenkomst interoepen, UWEdG. individueel vertrouwelijk te verzoeken, den Heer W. Messchert personeel te willen onderhouden, en van ZijnEd. te vernemen, welke bepaaldelijk de gronden van bezwaar tegen de beginselen en handelingen der M., sedert zijne gulle aanneming van het Honorair Lidmaat≠schap, die ZijnE. hebben kunnen bewegen, om brusquement deszelfs diploma terug te zenden.
Met eene vertrouwelijke rescriptie hierop zal UWEdGeb. ons ten uiterste verpligten. 356



Donderdag 5 mei 1825

Ingekomen post invnr 73. De Geus maakt een lijst invalide wezen, die is gevoegd bij een brief aan de administrateur dd 14 mei 1825, zie aldaar.



Zaterdag 7 mei 1825

Ingekomen post invnr 73. Brief van A. Bakker uit Rotterdam aan de Permanente Commissie:

Gisteren heeft zich bij mij om raad vervoegd zekere Jannigje Nobel, wed. van Gerrit van Wijne wonende te Lekkerkerk, die zich beklaagt over de handels≠wijs van den Heer Schout harer gemeente, als hebbende hij zich reeds met zijnen veldwachter huiszoeking veroorloofd, om haar haar kleinkind Johanna van Wijne nu tien jaren oud te ontnemen, ter vervoer naar de kolonie Frede≠riks-Oord.
Dit kind van haren overleden zoon Gabriel van Wijne is door haar opgenomen toen het 14 dagen oud was en tot heden toe verzorgd; - zonder immer eenig armbestuur om deszelfs onderhoud lastig te vallen, toen zij den afgelopen winter door eene ziekte is overvallen en daardoor buiten staat geraakt is voor hetzelve te zorgen.
Daarna heeft zij bedankt voor alle bedeeling, en hetzelve geniet tegenwoordig geenen onderstand hoe ook genaamd, dan van haar; - terwijl ten overvloede de dochter dezer vrouw, de tante van het kind, den Schout dier gemeente heeft aangeboden voor het vervolg voor hetzelve te guarande≠ren en voor deszelfs onderhoud in te staan. Dit heeft niet mogen baten en men bekommert nog dagelijks de oude vrouw met bedreigingen, om haar daardoor te noodzaken het kind over te geven. Zij weigert dit, daar hetzelve buiten allen last van eenig armbestuur door haar wordt onderhouden, en als grootenouder van hetzelve meent zij het regt te hebben dit kind van haren overleden zoon bij zich te houden.
Ondertusschen verkeert zij in dagelijksche zorgen, daar zij zich tegen het geweld niet kan beveiligen, het welk men tegen haar zou kunnen bewerk≠stelligen.
Ik ben voor mij zelven wel overtuigd, dat eene dergelijke uitvoering der bevelen van Z.M. omtrent kinderen die gealimenteerd worden, geheel strijdig is met dat besluit en met de weldadige bedoelingen, waarmede UEd. werkzaam zijt. Ik weet ook, dat het niet in Uwe magt staat, den Heer Schout dezer gemeente te bevelen zich van dergelijke geweldadigheden te onthou≠den; - Maar ik heb het niettemin raadzaam geachte UEd. daarvan kennis te geven, op dat UEd. zoudt meten op welk eene wijs de weldadige middelen, door UEd. beraamd tot welzijn der behoeftigen, worden uitgevoerd, die, de nadeeligste gevolgen moeten hebben voor den toenemenden bloei uwer Maatschappij.
Ik heb mij hiertoe te meer verpligt gevonden, omdat uwe inrigting die van zoo(?) een uitgebreid niet kan zijn, door zulke handelingen wordt tegen≠gewerkt, en in het hatelijkste daglicht bij de burgerij gesteld. Het was dus in mijn oog van belang, dat UEd. daarmeede bekend gemaakt werdt; - opdat UEd. een kwaad zoudt kunnen stuiten; dat voorzeker buiten uw weten bestaat en een heimelijke(?) rand moet worden; waardoor de gedurige mede≠werking der ingezetenen tot uwe welvaart wordt belemmerd.
Aangenaam zou het mij zijn, geinformeerd te mogen worden, of UEd. uwen invloed bij Zijne Exc. onzen Gouverneur zoudt kunnen gebruiken om den Schout van Lekkerkerk te doen gelasten, zich van de kwellingen te onthouden, die deze vrouw worden aangedaan. Zij stelt op het behouden van haar kind, dat zij van de leefsvroegste jeugd heeft opgevoed een grootsen prijs, daar zij in haren ouden dag den troost zou missen van het bezit eens kinds, hetwelk zij van deszelfs vroegste kindsheid heeft opgekunceert(?) verlangd.

Brief PC aan administrateur, houdende berigt van den ontvang van 4 mandaten ad 33,?01,85 en inzending eener nieuwe nota ad f 36,000, invnr 356

Brief PC aan Hoff, houdende berigt van de PK bij de opgemaakte afrekening, en op de voldoening van het voor hem nadeelig saldo blijft persisteren, invnr 356



Zondag 8 mei 1825

Ingekomen post invnr 73. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

4. Staat van aangekomen huisgezinnen in het 2e etablissem. te Veenhuizen; waarbij ik verpligt ben de Perm. Kommissie te informeeren dat het huisgezin uit Assen aangekomen, volgens ontvangen berigt van den Heer de Geus en opinie des Heeren 2e Ads., als geheel ongeschikt voor het instituut zoude behoren te worden gerenvoyeerd, zijnde de man zeer zwak op de borst en daar door buiten staat te arbeiden; de vrouw bijna blind en de vijf kinderen allen nog zeer jong.

5. Een staat van aangekomen wezen met melding van de moeder en zus van Cornelis Net. transcriptie

- over een staat met invalide weeskinderen. transcriptie





Maandag 9 mei 1825

Ingekomen post invnr 73. Brief van de subcommissie Den Haag aan de Permanente Commissie over Wentelman. transcriptie



Ingekomen post invnr 73. Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie met de advertentie voor de aanbesteding van de roomse kerk in Veenhuizen. transcriptie:


Ingekomen post invnr 73 scans 452-453. Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:
Op verzoek van ZHEdGestr. den Heer 2e ads. heb ik de eer hiernevens aan de Permanente Kommissie te doen toekomen afschrift van een kontrakt onder nadere approbatie der permanente Kommissie met den heer E. Brouwer te Meppel gesloten, wegens de leverancie van levensmiddelen & winkelwaren te Ommerschans & het 2e etablissement te Veenhuizen,
benevens twee daar bij behorende staten der ??ies welke overeenkomstig dit kontrakt mede der permanente kommissie moeten worden overlegd, zullen door den heer E. Brouwer aanstaande zaturdag van Meepel naar 's Hage worden verzonden.

Ingekomen post invnr 73 scans 454-455. Directeur Visser stuurt afrekening van de oogst in de vrije koloniŽn.


Ingekomen post invnr 73. Uit een brief van de subcommissie Leeuwarden aan de Permanente Com≠missie:

Ook heeft de drang der omstandigheden en de ongelukken die Vriesland geteisterd hebben ons teruggehouden om pogingen aantewenden ter verkrij≠ging van nieuwe leden, hetwelk toch te vroeg begonnen zonder eenige vrucht geweest zoude zijn. Het gunstige jaargetijde opent het vooruitzicht dat de hoop van den landman opnieuw herleven, en hij en de stad-bewoners zich genoopt zullen voelen van het hunne eenig deel ten behoeve der Maatschap≠pij van Weldadigheid aftezonderen. Dan vooral ten platten lande, zoo als UEd. Kommissie zelve blijkens haar extract besluit levendig gevoelde, moet de aandrang tot deelneming genomen worden uit het vooruitzicht van spoedige voordeelen inteoogsten.


Uit het brievenboek:

Kapitein v. Hoff te Harderwijk. Verzoekt nogmaals om een nader onderzoek van de PK der voornaamste 3 punten zijner afrekening met de Maatschappij. 348


Besluiten der Perm Kommissie van Weldadigheid, omtrent de geakkordeerde sommen op de koloniale boeken, nrs 1-20, Zie http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/1825_05_09Begroting.html




Dinsdag 10 mei 1825

Ingekomen post invnr 73. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Ter beantwoording der onderscheidene missives van de Perm. Kommissie heb ik de eer te berigten als op die van den 4 dezer N104 aangaande de jongelingen Johannes Huizer en Adrianus Prins dat dezelve naar hunne jaren behoorlijk kunnen arbeiden en bij oppassendheid wel in staat zijn, voor hun eigen onderhoud te kunnen zorgen: ik neem intusschen de vrijheid aan de attentie der Permanente Kommissie te adresseeren, dat deeze jongens tot het huisgezin van Van der Kleij behoord hebbende - egter nu, om meerder handen in kol. N1 te hebben en andere redenen, bij de wed. Rausch inge≠deeld, wij dezelve niet gaarne door kleine kinderen zagen vervangen; waardoor de last der Maatschappij van dat huisgezin nog zal vermeerderen.
Betrekkelijk den persoon van J. Bourse Wils, wiens rekwest hiernevens terug gaat, dat wij geen gelegenheid gehad hebben, iets van hem te verneemen dan hetgeen hij zelf aan den Heer 2e Adsessor en mij heeft gezegt en met den inhoud van het rekwest overeenkomt; wat zijne jaren en uiterlijk voorkomen aangaat, deeze doen wel een geschikt persoon vermoe≠den, zelfs zoude ik het bewaagd hebben, hem als onder direkteur in een bedelaars etablissement voortedragen, ware het niet dat een ander gepensio≠neerde officier, waarover ik de eer zal hebben hier na te schrijven, zich vroeger aan ZHEdGest. den heer 2e Ads. hadt geadresseert; inmiddels zoude het mij niet bevreemden dat de Heer Bourse Wils zich met den post van zaalopziener zoude vergenoegen en als zodanig kon hij mijns bedunkens bij voorkomende gelegenheid wel worden geemploijeerd.
Den geemploijeerde Machiels had ik reeds vroeger beloofd zoo dra moogelijk tot een bepaald en meer voordeeliger post te zullen voordragen, om dat het mij bij de kennis geving van zijn aanstaande komst in de koloniŽn door de Permanente Komm. wel is voorgekomen dat dit haar aangenaam zijn zoude: twee redenen bestaan er waarom hier aan nog geen gevolg is gegeven; vooreerst dat Machiels, hoe wel niet onkundig in de administratie en vrij accuraat, nog slegts langzaam werkt; en ten tweeden dat de geemploi≠jeerde Poulie, welke meerder bekwaamheid heeft en vroeger geemploijeerd is, naar ons inzien diende voor te gaan, ten einde de ambitie niet weg te neemen. Ook hierover bij mijnen volgende nader. Wij zullen intusschen Machiels zoo veel mogelijk tot een bepaald emploij opleiden en bij de eerste behoefte voorstellen.
(...)
Het rekwest van W. Wagtendonk en Isabelle le Grand gaat met de informa≠tie dien aangaande, hierbij terug; uit dit laatste blijkt dat het eerste geheel vals en vol onwaarheden is. Ook zijn hier bij gevoegd de nadere renseignementen betrekkelijk het domicilie van G. Bleeker.
(...) 73)

Geen bijlagen gevonden.


Ingekomen post invnr 73. Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

-  over Hatzman. transcriptie

- stukje over de kwaliteiten van arbeiderskolonist Bergh.transcriptie

wij zullen dientengevolge de boekhouder van Marle van kol. N1&2 als boekh. binnen in het 2e etablissement te Veenhuizen doen overgaan, en den geempl. Poulie met de administratie van kol. N1&2 belasten. Daar ik hoop dat deezen maatregel de goedkeuring der Permanente Komm. zal wegdragen, neem ik tegelijk de vrijheid de geemploijeerden Poulie als boekhouder van kol. N1&2 voortestellen.


Ingekomen post invnr 73. Visser stuurt enkele stukken.


Ingekomen post invnr 73 scans 452-453. Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Op verzoek van ZHEdGest. den Heer 2e Ads. heb ik de eer hiernevens aan de Permanente Kommissie te doen toekomen afschrift van een kontrakt onder nader approbatie der Permanente Kommissie met den Heer E. Brou≠wer te Meppel gesloten, wegens de leverancie van levensmiddelen en winkelwaren te Ommerschans en het 2e etablissement te Veenhuizen; benevens twee daar bijhorende staten; de monsters welke overeenkomstig dit kontrakt mede der Permanente Kommissie moeten worden overlegd, zullen door den Heer E. Brouwer aanstaande zaturdag van Meppel naar 'S Hage worden verzonden.

Besproken 19 mei 1825 artikel 22., geretourneerd 19 mei 1825 N158

Besluit van de Permanente Kommissie der Maatschappij van Weldadigheid, houdende vereeniging van sommige der gewone koloniŽn; van den 10 Mei 1825 N1, invnr 961 rn 063. transcriptie



Besluit der Perm Komm der M van Weld, houdende het daarstellen van eigen winkels in de gewone kolonien, van den 10 mei 1825, invnr 961 en 963. transcriptie
Zie http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/18250510Winkels.html



Woensdag 11 mei 1825

Ingekomen post invnr 73. Brief van de subcommissie Rotterdam aan de Permanente Commissie:

Het is op verzoek van den Heer Militie Commissaris alhier, dat wij de eer hebben UEdGest. te verzoeken de persoon van Johannes Homberg dit jaar door den militieraad alhier tot den dienst gedesigneerd en thans de maat hebbende, uit de kolonie Willemsoordt ten spoedigste te willen doen her≠waards komen, ten einde bij de derde aflevering, dewelke aanstaande is, ingelijfd te kunnen worden.



Donderdag 12 mei 1825

Brief van de Permanente Commissie aan A. Bakker te Rotterdam:

Wij hebben de eer gehad UWEd. missive van den 7e dezer maand wel te ontvangen.
Hoezeer de zaak zelve ons daarbij medegedeeld, ons de nadeeligen dunk die daardoor bij sommigen jegens de Maatschappij van Weldadigheid kan ontstaan en werkelijk ontstaat, ons niet dan alleronaangenaamst is, gelijk alle andere oorzaken van tegenwerking en vooroordeel uit gebrekkige kennis van zaken ontsproten; zoo betuigen wij UWEd. echter onze welmeenende dank voor de daarbij aan den dag gelegde bewijzen van UWEd. waren ijver voor de Maats.
Wat intusschen aangaat UWEd. voorstel om de handelwijze van den schout van Lekkerkerk ter kennisse van den Heer Gouverneur van Zuidhol≠land te brengen; - wij zijn het geheel met UWEd. eens, dat die handeling geenszins met de bedoelingen van het Gouvernement strookt, maar, integen≠deel, door hetzelve zoude worden afgekeurd en daarin voor het vervolg, welligt meer doelmatig zoude worden voorzien; doch daar wij hoegenaamd in geene de minste relatie staan tot de bestemming of designatie van de te plaatsen kinderen, noch met derzelver opzending naar de etablissementen iets te doen hebben, dewijl de Maats. eerst derzelver invloed op den maatregel uitoefent, van het oogenblik af, dat de kinderen in de etablisse≠menten aangebragt zijn; zoo gevoelt UWEd. dat wij onze tusschenkomst niet wel kunnen aanwenden om diergelijke onbehoorlijkheden te doen berispen en voor het vervolg voorkomen; ja zelfs is het ons in meer dan een opzigt moeijelijk om ons officeel in de designatie en opzending der kinderen eenige aanmerkingen op de handelwijze van het Gouvernement te dezen aanzien te maken.
Kunnen wij intusschen konfidentieel iets toebrengen om voor te komen, dat in de uitvoering van 's Gouvernements oogmerken, geene willekeurige of strijdige handelwijze plaatshebben; dan zullen wij, vooral als die aan het belang der M. kunnen toebrengen, niet nalaten om van de gelegenheid alzoo daartoe gebruik te maken, zullende wij ook ten aanzien der medegedeelde zaak handelen.
Doch in dit geval kan de Perm. Komm. UWed. met verzekering van hare erkentelijkheid voor de mededeeling aanraden, dat de bedoelde vrouw te Lekkerkerk zelve haar beklag doe bij de Heer Gouv. van Z.holland, of wel aan den Heer Staatsraad Administrateur voor het Armenwezen en de Gevangenissen; niet twijffelende of het inslaan van dezen weg zal alle willekeurige of verkeerde daden in deze doen ophouden. 356



Vrijdag 13 mei 1825

Ingekomen post invnr 73 scans 485-486. Falck stuurt monsters (niet aanwezig) geleverd door de firma Rietman en Pick.

Goedgekeurd notulen 27 mei 1825 artikel 4.

Daarachter drie vervallen conceptcontracten, scans 487-495.



Zaterdag 14 mei 1825

Uitgaande post invnr 356. Brief PC aan administrateur, houdende gunstig advys tot ontslag van Jan, Dirk en Pieter Maatman, bedelaarskolonisten, aankomst 1e twee 10 juli 1823, derde 17 juni 1824,


Uitgaande post invnr 356. Brief PC aan administrateur over domicilie van Hendrik Meins eigenlijk Hendrik Wormer.


Uitgaande post invnr 356. Missive aan den Heer Administrateur voor het Armwezen: opgave van 14 gebrekkige kinderen; om dezelve te Veenhuizen te doen afhalen, met bijgevoegd staatje. transcriptie.




Ingekomen post invnr 73 scans 506-508. E. Brouwer uit Meppel stuurt de beloofde monsters van de door hem te leveren winkelgoederen voor de Ommerschans en het eerste gesticht te Veenhuizen. Volgens een bijgevoegd briefje stuurt hij:

1. Peper
2. Coffij
3. Thee Boeij
4. Thee Congo
5. Suijker
6. Rook en Pruim tabak
7. Snuif
8. Rijst
9. Sichorij
10. Blauwsel
11. Groene erwten
12. Geel dito
13. Grauwe dito.
14. Witte bonen
15. Gort
16. Meel 73)



Zondag 15 mei 1825

Ingekomen post invnr 73 scans 510-512. Visser stuurt enkele stukken waaronder het bestek van de katholieke kerk en pastorie te Veenhuizen (niet aanwezig) vermelding

En een contract voor levering van levensmiddelen aan Veenhuizen met de winkeliers Visser en Meijhuizen (wel aanwezig), scans 513-514, met daarop geschreven, scan 515 dat het is vervangen door een vanwege de permanente commissie opgemaakt contract dat op 27 mei 1825 geapprobeerd is. Bespreking 27 mei 1825 N22.: : .



Maandag 16 mei 1825

Ingekomen post invnr 73. Brief van G. van Gennep aan de Permanente Commissie:

In vriendelijk antwoord op UWE geŽerde missive van den 4 dezer heb ik de eer UWE te berigten dat de Heer Messchert, met inzending van kopy der missive aan UWE en van een dergelijke aan de Heeren Burgemeester & Wethouders door hem geschreven, sih(?) schriftelijk van de subkommissie alhier afscheid heeft genomen en dat dezelve kommissie daarop een ant≠woord heeft gegeven waar van hier inleggend kopij, hebbende de leden eenparig begrepen dat de wijze waarop de Heer Messchert de zaak behan≠deld heeft geen hoop overliet om hem door een gesprek voor onze Maat≠schappij te herwinnen; ik heb echter ter voldoening aan UWE verlangen ZijnEd. een bezoek gegeven en heb zeer vriendelijk met ZijnEd. gesproken, doch met geen ander gevolg dan dat ik meer en meer overtuigt ben gewor≠den dat onze kommissie 't wel begrepen heeft en ZijnEd. besluit onverander≠lijk schijnt te zijn; ZijnEd. achte onnoodig de gronden optegeven waarom hij zich noch met de gronden noch met de handelingen der Maatschappij kan vereenigen ten einde in geen twist geding te komen; confidentiŽel zeide ZijnEd. mij echter dat het op doen ligten van bedelaars en onttrekken van kinderen aan weldadige gestichten tegen 't genoegen van dezelve en van hunnen vrienden en vragen(?) hem niet beviel en de Maatschappij over 't geheel te veel afhankelijk werd van 't Gouvernement. Alle bedenkingen die mij wel eens meer zijn voorgekomen, misschien was het nuttig dat jaarlijks een beknopt verslag aan de leden gratis werd afgegeven over de werkzaam≠heden en vorderingen der Maatschappij waar in dan gevoegelijk een en ander bedenking konde worden opgelost. Doch ik abandoneer dit denkbeeld geheel aan U Mijne Heeren, terwijl onze subkommissie zal voortgaan ten beste van de algemeene belangens mede te werken hopende ik binnen weinig dagen het daar heen gebragt te zullen hebben dat UWEd. de lijst de aangewonnene leden ontvangt, maar ook 't beloop van dezelver contributie voor deze jare 1825.

Bijgevoegd:

Met leedwezen vernamen wij ter onzer laatster vergadering uit uwer missive van den 22 dezer en bijlage dat UEd. op de daarbij aangevoerde gronden ophouden heeft lid te zijn der Maatschappij van Weldadigheid en mitsdien ook van hare subkommissie hier ter stede. Hoezeer wij ons onthouden willen van het debatheeren der redenen welken UEd. tot deze voor ons zoo geheel onverwachten stap hebben gepermoveerd kunnen wij echter niet ontveinzen dat zij ons treft en wij door deze uwe verwijdering het verlies ondergaan van een ijverig medelid en warmen voorstander der Maatschappelijke aangele≠genheden tot welker bevordering door UWEd. in menige opzigten zoo veel is bijgedragen. Ware uwe demarche in deze niet zoo stellig dat eene verande≠ring van denkwijze bij UWEd. schier als onmogelijk te achten zij, wij zouden het ons tot eene aangename bemoeijing rekenen geene middelen onbeproefd te laten om den vrede met die handelingen der Maatschappij welke UWEd. tegenstaan en alzoo ook de terugkeering in ons midden te bewerkstelligen. Welligt dat wij hierin niet geheel ongelukkig zouden zijn geslaagd indien wij door eene voorlopige mededeeling van UWEd. voornemen in de gelegenheid waren gesteld geweest om uwe zwaarmoedige bedenkingen tenminste eenige mate optelossen met dat gunstig gevolg dat UWE van zich had kunnen verkrijgen het goede om het minder met UWEd. denkingen overeen≠stemmende niet voorbij te zien.
Dan daartoe is ons nu de pas ten eenenmale afgesneden en moeten wij ons bepalen bij de wederkeerige betuiging onzer erkentelijkheid voor de bewijzen van achting en vriendschap aan uwe zijde die wij altijd zullen hoogschatten, terwijl de Maatschappij zelve ook nimmer onverschillig zal kunnen worden omtrend hetgeen UWEd. eenmaal voor haar deed.
Ofschoon onze wederkeerige betrekkingen als leden dezer stedelijke subkommissie nu zijn gecesseerd soliciteeren wij niettemin de voortduring uwer vriendschap.



Ingekomen post invnr 73. Brief van de subcommissie Bolsward aan de Permanente Commis≠sie, met bijgevoegd discussiebijdrage over de verdeling van plekken voor arbeidershuisgezinnen. transcriptie





Dinsdag 17 mei 1825

Ingekomen post invnr 73. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Voorts heb ik de eer bij dezen aan de Permanente Kommissie te zenden een verzoek om eenig emploij met bijlagen van zekeren D. Schuurman; wij hebben geen zwarigheid gevonden die man, na eenige informatiŽn bij off. der 7 afdeeling ingewonnen te hebben, provisioneel op het Algemeen Bureau te laten werken, als mede zekere J.A. Bergner welke zich met gunstige getuige≠nissen bij ZHEdGest. den Heer 2e Ads. heeft vervoegt; wij vinden ons nog te meer in de verpligting deeze beide personen niet aftewijzen, daar de geempl. Smit zich sedert eenigen tijd weder wanzedelijk gedragen, en wij wel vooruit≠zagen dat dit zijne finale verwijdering zoude ten gevolge moeten hebben; gepasseerde zondag vond ik hem daar ook zodanig dat ik dadelijk besloot zijn ontslag bij de Permanente Kommissie te zullen vragen, en zonder hem van dit voornemen te informeeren, heeft hij zich zelf zodanig schuldig gevoeld dat hij de gevolgen van zijn gedrag niet durfde aftewagten en met gister morgen zeer vroeg in stilte vertrokken.
De geemploijeerde Bertrand zal deeze week als provisioneel maga≠zijnmeester naar het 2e etablissement te Veenhuizen vertrekken, terwijl Machielse zich tot boekhouder buiten bekwaam maakt, om zodra de omstan≠digheden zulks vorderen daar toe te kunnen worden geemploijeerd; ik vleije mij dat de Permanente Kommissie die een en ander met hare goedkeuring zal gelieven te vereren.
Eindelijk gezonden de Permanente Kommissie bij deze de monsters behorende bij het kontrakt met de Heeren Visser en Meijhuizen.

P.S. over Wentelman. transcriptie

Bijgevoegd:

Geeft met de verschuldigste eerbied te kennen Dirk Schuurman wonende te Nijenslijk, laatstelijk gedient hebbende als fourier bij de 7de afdeeling infante≠rie garnizoen Zwolle.
Dat hij suppliant uithoofde van ligchaamsgebreeken uit den dienst ontslagen zijnde, zich met zijn huisgezin in de dringendste omstandigheid vindt gedompelt, dat hij dien ten gevolge de vrijheid heeft genomen zich bij den WelEdGestr. Heer Directeur der kolonien van de Maatschappij van Weldadigheid te vervoegen om ware het mogelijk bij de kolonien in eene of andere betrekking te worden geplaatst.
Dat het den WelEdGestr. Heer Directeur voornoemd wel heeft kunnen goedvinden om hem requestrant op de proef en nadere approbatie der Permanente Kommisie werkzaam te doen zijn, zich durvende vlijen de voldoende kundigheden in het administrative vak te bezitten, neemt de vrijheid zich aller nedrigst tot de Permanente Kommissie voornoemd te wenden en te verzoeken dat het haar moge behagen om hem in de tegen≠woordige provisionele betrekking als geemployeerde op het Algemeen Bureau wel te willen aanstellen en hem alzo te redden uit een aller beklagenswaardi≠ge toestand, zullende hij steeds trachten, om door voortduurende ijver zoo wel als door een betamelijk gedrag zich de achting zijner superieuren zoeken te verwinnen. 73)




Ingekomen post invnr 73. Brief van de subcommissie Bolsward aan de Permanente Commissie. transcriptie:





Vrijdag 20 mei 1825

Ingekomen post invnr 73 scans 579-581. Brief van G. Blaubeen uit Goes aan de Permanente Commissie over de arbeiderskolonist Pieter den Otter. transcriptie:




Zaterdag 21 mei 1825

Ingekomen post invnr 73 scans 585-586. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Voorts ter hare kennis te brengen dat de huisverzorger Smit en de koloniste wed. Weender kol. N1 wenschen een wettig huwelijk aantegaan; ons geene reden ter contraire bekend zijnde, neem ik de vrijheid de Permanente Kommissie te verzoeken mij tot het toestaan van dat huwelijk te authoriseren. 73)



Zondag 22 mei 1825

Ingekomen post invnr 73 scans 597-599. Visser stuurt een herzien contract met de leverancier E. Brouwer met uitleg over wat zijns inziens qua plaats van aflevering het voordeligst is en vraagt voor de komende week É10.500,- waaronder É2000,- voor de aankoop van vee.


Besproken 27 mei 1825 N30, beantwoord 28 mei 1825 N185.


Dinsdag 24 mei 1825

Uit een brief van de Permanente Commissie aan de Administrateur van het Armenwezen:

De persoon van F.J. Regter is geen bedelaar-kolonist, op een der kontrakten met het Gouvernement aangegaan, overgenomen, maar een kolonist, welke, ter oorzaken van wangedrag, in het jaar 1822 uit de gewone kolonie naar de zoogenaamde strafkolonie aan de Ommerschans is verwezen; zijnde hij primitief door de Maatschappij bij partikulier kontrakt van het algemene armbestuur te Rotterdam met meer andere kinderen ter vestiging in koloniale hoeven overgenomen.
Door deze opheldering omtrent den persoon van den rekwestrant, zal UwHEdG. genoegzaam ontwaren, dat hij zich ter bekoming van ontslag uit de koloniŽn behoort te wenden tot zijne besteders, het voorm. armbestuur; terwijl zijne weder-overplaatsing in de vrije kol. alleen het gevolg kan zijn van zijn verbeterd gedrag, waarop door de Direktie van de kolonien naar de bestaan≠de bepalingen, steeds behoorlijk acht geslagen wordt. 356

Brief PC aan administrateur, houdende konsideratien omtrent het ontslag uit de O=schans van P. le Gand, en het indienen van rekwesten hiertoe in het algemeen, invnr 356, niet getranscribeerd maar kan interessant zijn



Woensdag 25 mei 1825

Ingekomen post invnr 73. Brief van ex-onder-directeur Travers aan de Permanente Commissie. transcriptie:



Donderdag 26 mei 1825

Ingekomen post invnr 73. Brief van de Permanente Commissie der Zuidelijke Maatschappij aan die der Noordelijke over ex-onder-directeur Travers. transcriptie:




Ingekomen post invnr 73. Uit een brief van de Administrateur van het Armenwezen aan de Permanente Commissie:

Ter beantwoording van Uwe missive van den 22 februarij 1825, No 1014 heb ik de eer UWelEd. te informeren dat de Gouverneur van Zuid-Braband is aangeschreven tot het doen overbrengen naar de Ommerschans van den delinquent Augustinus de Knop, zijnde het nog overig blijvende gedeelte der straf van vijf jaren gevangenis in een verbeterhuis, waartoe hij hij arrest van het Hof van Asises te Brussel van den 31 maart 1824 is verwezen, door Zijne Majesteits besluit van den 6 mei 1825, No 142, verminderd op 2 jaren, met bepaling dat hij gedurende dien tijd in de onvrije colonie Uwer Maatschappij zal worden opgenomen.


Ingekomen post invnr 73. De directeur stuurt inschrijving en contract aanbesteding RK kerk. transcriptie








Vrijdag 27 mei 1825

Ingekomen post invnr 73. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- over Wentelman. transcriptie

Verder heb ik de eer hiernevens aan de Perm. Kommissie te doen toekomen eene missive van Heeren Regenten van het wees en armhuis te Enkhuizen; als zijnde niet geregtegt die te beantwoorden; waarvan ik de schrijvers op heden kennis geef.
Nog is hier bij gevoegd eene brief van den auditeur militair van Overijssel houdende de rekwisitie van zekere P.J. Armand in de Ommer≠schans, waar aan door den Heer Adj. Direkteur Harloff gevolg is gegeven.
Ten slotte heb ik de eer de Permanente Kommissie te berigten dat de uitbesteding der R.C. kerk en pastorij gisteren heeft plaats gehad, en dat de laatste inschrijver is gebleken te zijn de gewonen aannemer Wind voor een somme van É11800,- waarvan kontrakt wordt opgemaakt en bij en volgende de P.K. ter approbatie zal worden aangeboden; benevens een nader kontrakt waar bij de aannemer onder eenige wijzigingen in het bewuste gebouw aanneemt voor É11300,-.

Bijgevoegd de brief van Enkhuizen:

Door de van wegen ons Godshuis in de kolonie Willemsoord geplaatste kolonist en huisverzorger Pieter Wagenmaker, is ontslag gevraagd uit zijne zoo evengenoemde betrekkingen.
Alvorens dat verzoek voor zoo veel hetzelve tot onze bemoeijeningen behoort, in overweging te nemen, verzoeken wij UWelEdGest. ons wel te willen informeeren
1o Of en zo ja tot welk bedrag de opgegeven persoon bij de admini≠stratie der kolonien als nog iets verschuldigt is; daar wij gevoelen dat ons belang is medebrengende, om dat ontslag accorderende, hem care(?) guo(?) tot voldoening zijner schulden te verpligten.
2o Of bij vervulling van het verzoek aan onze zijde, er iets verder of anders te verrigten is dan om hetzelve, met voordragt van een ander gezin te vervanging van het vertrekkende aan de Permanente Kommissie ter bekrach≠tiging voor te stellen.
3o Of ingeval er geen geschikt huisgezin tot indeeling van de bij Wagenmaker zich bevindende weezen en dus tot geheele vervanging van het ontslag verzoekende, bij ons mogt voorhanden zijn, als dan de Maatschappij van Weldadigheid, een bruikbaar voorwerp tot huisverzorger zoude kunnen aanwijzen, met vrijlating echter om een meer talrijk gezin als gewone kolonis≠ten, naar de vakante hoeve door ons optezenden.
4o Of na volledige afbetaling van het geen Wagenmaker als nog mogt verschuldigt zijn, er eenige verdere kosten ten onzen laste komen, wanneer wij dat huisgezin door een ander doen vervangen.
Ook van den kolonist Gerrit Sloot een gelijk verzoek ontvangenheb≠bende zal het ons aangenaam zijn om speciaal bij het eerste punt verzogte informatien, mede ten diens opzichte te mogen ontvangen.

Wij verzoeken UWelEdGest. inleggende aan de kolonist Wagenmaker wel te willen laten bezorgen.

Verder bijgevoegd:

Pieter Wagenmaker is aanvankelijk als behoeftig huisgezin gratis bij kontrakt overgenomen.
Dit huisgezin echter zelf niet talrijk in leden zijnde, werden de 6 kind. bij hem ingedeeld, en Wagenmaker werd dus huisverzorger; gelijk hij ook door de kol. Direktie wel zal aangemerkt zijn.
De besteders, ziende dat hierdoor slechts 2 hoeven geoccupeerd werden, drongen aan op de overneming van nog een derde huisgezin, 't welk hen eindelijk toegestaan werd, door de onderneming van 3 huisg. in plaats van 2 bij de plaatsing van 6 kinderen uit een volgend kontrakt: zoo dat er werkelijk 6 hoeven betrokken werden, door huisgezinnen en kinderen uit die 2 kontrakten; zoo als zulks behoort en kan zijn.
Zoodat, na bekomen verzekering van de Direkteur dat Wagenmaker kosteloos kon worden ontslagen; dat zij twee personen - man en vrouw, maar geen huisgezin - kunnen voorstellen, om hem te vervangen; dat de besteders slechts de kosten van aan deze huisverz. te vertrekken kleeding hebbe te vergoeden, terwijl zij geene huisverzorgers hebbende, van weg de Direktie daarin zal worden voorzien?
Het huisgezin van Sloot is een gewoon kolonist bij het 2 kontrakt gratis overgenomen, wiens rekening dus bij zijn ontslag vooraf zal moeten worden gelikwideerd.

Verder bijgevoegd, de brief over Armand:

Daar den Heer advocaat giscaal(?) bij het Hoog Militair Geregtshof gehad zijnde om te reclameren zekere Petrus Johannes Armand, kolonist in de kolonie te Ommerschans, als deserteur zijnde van de 17e afdeeling infanterie, zoo heb ik de eer UWelEdG. te verzoeken genoemde Petrus Johannes Armand ter dispositie te willen stellen van den Heer lieutenant, commande≠rende het aldaar liggende detachement en mij daarvan onverwijld te onderrig≠ten, als wanneer ik zorgen zal, dat dezelve vandaar afgehaald en naar hier getransporteerd worde. 73)


Zondag 29 mei 1825

Ingekomen post invnr 73. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Voorts heb ik de eer ter kennis van de Permanente Kommissie te brengen dat Mathijs Zandwijk, bestedeling van Oudewater en Elisabeth Groen van Vlaardingen, beide gevestigt in kol. N4 verzogt hebben uit de kolonien te worden ontslagen, ten einde een wettig huwelijk te kunnen aangaan; mij geen reden daartegen bekend zijnde, verzoek ik de Permanente Kommissie mij zoo mogelijk tot het geven van dat ontslag te authoriseren.

4. Kontrakt van aanbesteding der R.C. kerk en pastorij te Veenhuizen in duplo, naar het bestek bij de Permanente Kommissie voorhanden.
5. id. met eenige bijzondere bepalingen. Dit laatste is aangegaan ingeval het eerste door de Perm. Komm., uit hoofde de overschrijding der begroting, mogt worden gedesapprobeerd; ik ben zo vrij de Perm. Kommissie tot het aannemen van het 2e kontrakt te advijseren.

Bijgevoegd is alleen het officiŽle contract in tweevoud, waarin Wind het gebouw aanneemt voor É11.800,-. S.J. van Royen staat opnieuw borg voor hem. Bij het contract zijn twee papiertjes: het inschrijvingsbiljet van Wind en van ene Luitsen Alles van der Huis uit Hemrik in Friesland, die had aangebo≠den het kerkgebouw etc. voor É14.700,- te zetten. 73)



Maandag 30 mei 1825

Ingekomen post invnr 73 scans 690-691. Voorbereidingsstuk door Johannes van den Bosch en S.J. van Roijen over de verbinding met het Zevenhuizener en Leekster Diep. transcriptie




Dinsdag 31 mei 1825

Ingekomen post invnr 73. Brief van J. van den Broek aan de Permanente Commissie:

Geven met alle onderdanigheid te kennen den ondertekenden Jacobus van den Broek wonende te S.Gravenhage wijk P No 100 dat hij in den jaren 1823 ter goeder trouw en uit medeleijden heeft geleend an eene Willem Nieuwen≠huijsen een somma van drie en dertig guldens en drie stuivers, waar bij gemelde Nieuwenhuijsen eene acceptatie heeft afgegeven belovende hij derzelve de eerste helft van gemelde somme te zullen voldoen in de loop van de maand february 1824 en de tweede helft in de maand mei van gemelde jaar, en bij nalatigheid hier van geeft gemelden Nieuwenhuijsen de vrijheid zijn beklag intezenden bij de Commissie van Weldadigheid, om te verzoeken gemelde somme van zijne verdienste te Frederiksoord aftetrekken, blijkens schuldbekentenis hier nevens overgelegt.
Warom hij de vrijheid neemt sig te wenden tot UEdele eerbiede verzoeken dat gemelde geleende penningen mogen worden ingehouden van de verdienste van gemelde Nieuwenhuijsen te Frederiksoord en also aan den ondergetekenden mag worden voldaan.

Copie
Ik ondergetekenden bekenne bij deesen aan voorgeschoten penningen schuldig te zijn aan J. van den Broek wonende op de Scheteldoekshaven alhier de somma van drie en dertig guldens dire stuivers, om de helft te voldoen met de loop van feb. 1824 en de tweede helft te voldoen met de loop van de maand mei van 't zelfde jaar, en bij nalatigheid van dien geef ik voornoemde J. van den Broek vrijheid zijn beklag te doen aan de Commissie van Weldadigheid om gemelde somme van mijne verdienste aftetrekken en zijn ter hand te stellen.

S.Hage den 17 novb. 1823
Wm Nieuwenhuijsen


Ingekomen post invnr 73. Brief van de Minister van Marine en KoloniŽn aan de Permanente Commis≠sie:

Door den persoon van Johannes Vogelensang, thans kolonist in de kolonie Ommerschans aan mij, bij rekwest verzocht zijnde om weder geplaatst te worden in den zeedienst, waaruit hij, volgens deswegen gedaan onderzoek, den 13 juny 1824, als wanneer hij als matroos van de 3e klasse was dienden≠de op de brik de Merkuur in de West-Indien is gedeserteerd, heb ik alvorens finaal te disponeren, gemeend Ulieden te moeten verzoeken mij, onder terugzending van het voorschreven en in originali hierbij gevoegde rekest, wel te willen informeren, sedert wanneer de suppliant zich in de kolonie Ommer≠schans bevindt, als mede van de redenen, welke hiertoe aanleiding hebben gegeven, gelijk ook hoedanig zijn gedrag, gedurende deszelfs verblijf in die kolonie is geweest, alsmede of er bij Ulieden ook eenige bedenkingen tegen het verzoek van deze persoon zelve zouden bestaan, en zo ja, welke.