Naar het overzicht
van de POST







De POST van FEBRUARI 1825

Woensdag 2 februari 1825

Ingekomen post invnr 72. Brief van de subcommissie Den Haag aan de Permanente Commissie:

Niettegenstaande wij alle mogelijke nasporingen in het werk hebben gesteld, om het verblijf van de vrouw van Dornbach te ontdekken, is het ons niet mogen gebeuren, daarin te slagen. Hare famille alhier vermeende dat zij naar de kolonie was geretourneerd, wijl zij door haar niet meer wierde lastiggeval≠len, noch iets van haar vernamen.


Ingekomen post invnr 72. Uit een brief van de subcommissie Alkmaar aan de Permanente Commissie.
Zie http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Subcommissies/SubcommissieAlkmaar.html:




Donderdag 3 februari 1825


Ingekomen post invnr 72. Uit een brief van de subcommissie Groningen aan de Permanente Commis≠sie:

Wij hebben wel ontvangen UWelEdG. missive van den 6 january ll. en met leedwezen daaruit vernomen het gedrag van onzen bestedeling Johannes van Borsum in de colonie No 3. Wij hadden ook reeds voor heen klagten over hem ontvangen, en hem meermalen daarover, wanneer hij met verlof te Groningen was, onderhouden, zelfs met bedreiging van hem de colonien te zullen doen verlaten. Thans is het ons na rijpe deliberatien over dit nieuwe voorval voorgekomen het best te zijn, dat hij met de zijnen de colonien ruimdt. Wij verzoeken derhalven UWelEdG. dit te willen bewerkstelligen en hem en de zijnen, zoo spoedig mogelijk de colonien te doen verlaten. Daar echter een van zijne kinderen onder het zestal bestedelingen onder zijn opzicht, mede behoort, zagen wij gaarne, dat aan hem de keus wierdt gelaten, om dat kind in de colonien te laten verblijven, of om hetzelven medetenemen; in welk geval wij het zullen laten remplaceren.

Ze dragen een ander gezin huisverzorgers voor, maar:

Daar het ons echter uit UwelEdG. missive is voorgekomen, dat UwEd Commissie lievere zag, dat de uitbestede kinderen op de hoeve N29 in het Etablissement te Veenhuizen wierden geplaatst, zoo kunnen wij ons daarmede wel vereenigen, dat die kinderen naar dat etablissement worden overgebragt, mits wij, zonder eenig bezwaar voor onze Diaconiekas, de bovengemelde Harke Geertsema met zijn huisgezin kosteloos op de hoeve door Van Borsum een de zijnen verlaten wordende, kunnen plaatsen, of eenen Marinus Mensinga met vrouw en vijf kinderen, een arbeider van beroep en een man van bekende arbeidzaamheid en oppassendheid, doch op dit ogenblik wegens omstandigheden der tijden, zonder werk. Indien dit voorstel alzoo door Uwe Commissie mogt worden geageerd, laten we de keuze van die beide huisgezinnen, volomen aan UwelEdG over.

Ze vragen ontslag van bestedelinge Gesina Ellens omdat ze die bij een boer kunnen plaatsen en in plaats van haar en van de in september ontslagen Anna Dolfoets dragen ze voor:
Barbara Tebbens van Bolhuis, oud 14 jaren, en Berend Reiswijk van Bolhuis, oud 7 jaren, beide kinderen van Christiaan Smit van Bolhuis, alhier in het tuchthuis gedetineerd en van wijlen Titia Kost, ehelieden, en wier broeder ook in het afgelopen jaar in plaats van eenen Harmannus Julsingin de colonien is geplaatst geworden.


Zaterdag 5 februari 1825

Ingekomen post invnr 72. Uit een brief van directeur Visser over Veenhuizen.transcriptie:

Ingekomen post invnr 72. Administrateur vraagt om opname in OS van Victoire en Charlotte Colot, respectievelijk 12 en 17 jaren oud, door het Hof van Assises van Henegouwen op 8 september 1824 veroordeeld wegens poging tot diefstal, de eerste tot 6 en de laatste tot 13 maanden gevangenis. Zijne Majesteit (dus Willem I) wil dat de administrateur hierover in oderhandeling gaat met de MvW. vermelding



Zondag 6 februari 1825


Ingekomen post invnr 72. Visser vraagt voor de komende week É6000,- 72)



Dinsdag 8 februari 1825


Ingekomen post invnr 72. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Over de kolonist Braun en de daarbij ingedeelde kinderen Kligge.transcriptie

De kosten tot vervanging van Christiaan Smallenbach, kunnen vooraf niet juist worden opgegeven, zijnde die iets meer of minder naar mate de jaren en sexe van de nieuw aantekomene, doorgaans bedraagt dit van É15.- tot É20.-
Aangaande het verzoek van Engeltje Oerhaan hoop ik bij eene volgende te berigten, als mede de gevraagde renseignementen omtrent eenige bedelaars te Ommerschans te suppediteren.
Eindelijk heb ik de eer hier bij overteleggen kopie van een besluit des Heeren Gouverneurs van Drenthe, houdende order tot afhalen aan de Ommerschans; transporteren over de grenzen van Nicolaas Wessels, zeker dezelfde als door de Perm. Kommissie bij haar bovenaangehaalde missive bedoeld met kennisgeving dat den Heer Harloff, hoe wel onzeker hoedanig te moeten handelen, die persoon, gisteren die order heeft laten volgen, zonder daartoe authorisatie van de Direktie der kolonien te hebben ontvangen. Ik neem de vrijheid de Perm. Kommissie te verzoeken mij wel te willen informe≠ren hoedanig wij ons voortaan in dergelijke omstandigheden zullen behoren te gedragen.

Uit de bijgevoegde brief:

De Gouverneur der provintie Drenthe, geleezen den brief van den Staatsraad Administrateur voor het Armenweezen en de Gevangenissen dato 14 jan. 1825 N0 16, beantwoordende den onzen van 22 novemb. 1824 No 4.
Herzien de betrekkelijke retrouacta(?) gelet op de circulaire van Gedeputeerde Staten dato 19 meij 1824 N: 3.
Besluit art: 1
Den schout van Zuidwolde, aanteschrijven den gemeentelijken veldwachter te gelasten, om onverwijld zich te begeeven, naar de Ommerschans, en, bij de Direktie van het gesticht aldaar optevragen en overteneemen den persoon van Nicolaas Wessels te Offenwall bij Breemen geboren, 20 novemb. 1824, uit hoofde van bedelarij te Assen aangehouden, en van daar verkeerdelijk naar het etablissement gezonden, ten einde door hem naar Ommen te worden geleid.
en tegen afgifte van bewijs, aan de regeering dier gemeente overge≠leeverd, om daarna door haar of door meedetusschenkomst van die der gemeente Hardenbergh, ingevolge de bestaande generale verordeningen over de grenzen van het Rijk te worden gebragt; zullende wegens het verrigte een toeverlaten verslag, bij ons worden ingewacht. 72)


Uit een brief van de Permanente Commissie aan de Administrateur van het Armenwezen:

Met terugzending van het daarbij ons gezonden rekwest, moeten wij Uw≠HEdG. berigten, dat de door ons genomene informatiŽn naar het gedrag van de koloniste Verginie Spallard in de Ommerschans zijn: dat zij zich, sedert hare vestiging van den 3 nov. 1822, altoos stil en braaf heeft gedragen, en nimmer eenige korrektie heeft behoeven te ondergaan, ofschoon haar zwakkelijk gestel haar in het verrigten van handenarbeid niet zeer geschikt maakt: om welke redenen wij geene zwarigheid maken op het voor haar verzocht ontslag, UwHEdG. gunstig te advyseren. 356


Besluit permanente commissie 8 februari 1825 N3: Bepaling nopens het getal Onderwijzers bij het 1e Gesticht te Veenhuizen, invnr 963
Zie http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Onderwijs/1825Veenhuizen-1.html



Besluit der Perm: Komm: van Weld:, omtrent het doen breijen van jakken in de Etablissementen te Veenhuizen en Ommerschans van den 8 februari 1825 N4, Zie http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/1825_02_08Jakken.html



Besluit der Perm: Komm: van Weldadigheid, omtrent de verstrekking van levensmiddelen uit het fonds van reserve aan de arbeiders kolonisten gedurende de wintermaanden, van den 8 februari 1825 N2, http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/1825_02_08Arbeiders.html



10 februari 1825, invnr 72:


Uit het brievenboek:

Direkteur der kolonien. Stelt voor met opgave van redenen, de winkels voor rekening der Maats., door afzonderlijke daartoe aangestelde winkeliers te doen waarnemen. 348

Paulus van Hemert overlijdt op 10 februari 1825


Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Hier nevens heb ik de eer de Permanente Kommissie te doen toekomen extract uit de gedrag boeken der koloniŽn en het etablissement te Veenhui≠zen, opgemaakt volgens den bij mij ingekomen staten.

- Over Engeltje Oerhaan uit Koog aan de Zaan. transcriptie
  72)

Geen bijlagen gevonden.



Vrijdag 11 februari 1825

Visser verzoekt de kwitanties voor de timmerbaas Jansen om de boeken van het instituut te Wateren te kunnen afwerken. 72)


Brief van de subcommissie Kampen aan de Permanente Commissie:

Uit hoofde der verschrikkelijke overstroomingen van het zeewater, welke in deze stad en derzelver omstreken heeft plaats gehad, verzoek te subkomm. dat de Perm. Komm. de goedheid gelieve te hebben, om het tijdperk, binnen welke aan HEd. door deze subk. een huisgezin ter plaatsing in het gesticht te Veenhuysen moeten worden voorgedragen, te verlengen tot dat van den laatsten maart; deze subk. vertrouw dat de Perm. Komm. geene zwarigheid hierin zal vinden. 72)


Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Ten gevolge ontvangen berigt van de Permanente Kommissie bij hare missive dd. 8 dezer N939 haast ik mij haar te informeren dat tot het benood≠igde huisraad en kleding, nog mankeerd ruim 1000 hangmatten, een groot aantal hemden van alle tailles, bijzonder voor kinderen; verder borstlappen en meer andere art. waarvan ik bij eene volgende de eer zal hebben een meer gedetailleerde staat intezenden; daar wij in tegendeel ruim van koussen voorzien zijn, en die telkens, uit gebrek aan andere fabrieks arbeid, nog worden aangemaakt, neem ik de vrijheid der Permanente Kommissie voorte≠stellen, of het niet doelmatig zijn zoude, eene kwantiteit linnen herwaards te zenden, ten einde hier een partij hemden voor de etablissementen te doen aanmaken en zoo doende het breiden van koussen te kunnen verminderen; waaruit naar ons inzien een dubbel voordeel zoude ontstaan, namentlijk het ruime genot van fabriekarbeid in deeze kolonien, en het verminderen van een art. waar van wij eene te groote voorraad hebben. 72)


Besluit der Perm: Komm: van Weldadigheid, bepalende het dienstdoen voor half traktement, gedurende 3/m van den zaalopziener J.P. Bakkers in het 1e Etabl: te Veenhuizen, van den 11 februari 1825, http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Personen/Backers.html



Zondag 13 februari 1825

Visser verzoekt É6000,- voor de komende tijd. 72)



Maandag 14 februari 1825

Brief van de Permanente Commissie aan de Minister van Nationale Nijver≠heid en de KoloniŽn:

Wij zijn op den 5 dezer maand vereerd geworden met UwHEdG. missive van den 2 tevoren N26, omtrent de plaatsing in de koloniŽn der M. van Weld. van den gewezen zee-officier Oxholm.
Ook wij zijn meermalen op de gedachte gekomen, om gem. persoon in eenig emploi bij de koloniale Direktie te gebruiken, en zoude dus ook gaarne wenschen dat hiertegen geene belangrijke bedenkingen bestonden; doch daar wij meenen wel geinformeerd te zijn omtrent het vroeger gedrag en het wedervaren van den gewezen zee-officier Oxholm, dat zijne successi≠ve degradatiŽn en tegenwoordige behoeftige toestand aan zijne verkeerde handelwijze en het toegeven aan zijne driften en kwade neigingen, moeten worden toegeschreven, zoo gelooven wij dat het ten uiterste onvoorzigtig van ons gehandeld zoude zijn, hem met eenig op- of toezigt in de koloniŽn te belasten, dar het met allen grond te vreezen staat, dat zoo wel zijn persoon als zijn bestuur van zeer nadeelige uitwerking zoo op de kolonisten als op de goede direktie zoude zijn; weshalve wij dan ook vooralsnog zwarigheid moeten maken om de persoon van Oxholm, tot het waarnemen van eenige funktie in de kol. optenemen. 356



Donderdag 17 februari 1825

Brief van de Permanente Commissie aan Sepp:

Ons medelid de Heer Gen. van den Bosch ons mededeeling gegeven hebbende van de UwEd. missive aan ZHEG van den 18 december ll, betref≠fende de klagten van de huisverzorgers Berkenkamp in de kol. N3, hebben wij ons bevlijtigd naar den toestand dier personen te vernemen, om vervol≠gens UwEd. op gem. missive volledig te kunnen antwoorden.
De klagten van vrouw Berkenkamp over het bij haar ingedeeld hebben van 6 kinderen, is ongegrond, dewijl dit het gewone bij de reglemen≠ten bepaalde midden getal is voor een huisgezin van weezen; terwijl het zevende bij haar ingedeelde kind, geen bezwaar voor het huisgezin oplevert, wijl daarvoor aan hetzelve eene gulden 's weeks aan kontanten, zonder eenige korting, wordt uitbetaald, het geen ter vergoeding dier buitengewone indeeling meer dan toereikende is.
De klagten over mindere verstrekking dan voorheen, zijn gelegen in de mindere verdiensten des huisgezins, als zijnde die tegenwoordig geheel daarnaar berekend.
Die voer minderen fabriekmatigen arbeid zijn alleen in zoo verre gegrond, dat dezelve slechts dan verminderd wordt, wanneer er ruimer en voor de kinderen geschikter veld-arbeid voorhanden is; terwijl in alle andere omstandigheden en tijden de fabriekmatige werkzaamheden steeds in dezelfde hoeveelheid blijven verschaft, zoo niet vermeerderd worden. Onder anderen heeft het gezin van Berkenkamp in dezen winter aan fabriekmatigen arbeid verdiend als:
in de    3e week van nov. ll.    É 1,05
4e week id.    É 2,24
1e week van dec. ll.    É 2,90
2e week id.    É 2,42
3e week id.    É 2,97
4e week id.    É 2,99
1e week van jan. ll.    É 3,31
2e week id.    É 2,76

het geen, vermeenen wij, de klagten over geringen fab.mat. arbeid genoeg≠zaam wederspreekt.
Dat wijders aan Berkenkamp zeven arbeid over verdiensten zouden worden onthouden, is geenszins waar, maar integendeel geeft hij steeds voor tot den veldarbeid onbekwaam te zijn, zoo dat de Direktie dikwijls genood≠zaakt is, van zijne werkzaamheden op en nabij de hoeve aan een der ingedeelden optedragen, waardoor natuurlijk zijne verdiensten verminderen, terwijl die van den ingedeelden vermeerderen; wordende er intusschen gezorgd dat Berkenkamp zelf niet geheel zonder werk zij, daar zijne eigene verdiensten met twijnen in de fabriek in de maand december ll. nog bedragen hebben van É1.50 - É1.85 's weeks.
In alles is aan Berkenkamp wegens verdiensten in de volgende weken aan kontanten uitbetaald, als
in de    3e week van nov. ll.    É 0,65
4e id.    É 1,20
1e week van dec. ll.    É 1,69
2e id.    É 1,65
3e id.    É 2,01
4e id.    É 1,77
1e week van jan. ll.    É 2,01
2e id.    É 1,72

behalve den gulden wekelijks voor het 7e ingedeelde kind, welke inkomsten behoeven te strekken tot gerijfelijkheden van minder belang alzoo zij het noodige voedzel van hunne grond zelf erlangen en de korting voor verstrekte kleeding van gemelde sommen reeds afgetrokken is.
Wat eindelijk de door vrouw Berkenkamp bedoelde onheusche behandeling aangaat van zeker koloniaal ambtenaar, deze bestaat allerwaar≠schijnlijkst eigenlijk in de korrektie welke de Heer Adjunkt Direkteur Drijber berkenkamp en zijn vrouw onlangs gegeven heeft over hunne laakbare handelwijze van vele avonden eenen vreemden uit Steenwijk bij zich aan huis te ontvangen, met wien zij den avond met kaartspel en jenever drinken doorbrengen; de kinderen dan van het vuur verwijderen etc.; zullende vrouw Berkenkamp eene bestraffing of bedreiging over zoodanige verkeerdheden welligt als eene onheusche behandeling aanmerken.
Zie daar, Mijn Heer! onze bevinding en gedachten over de ons medegedeelde klagten, welke wij vertrouwen voldoende te zijn, om te gelooven dat het gezin van Berkenkamp geen andere reden tot klagen heeft dat welke bij en in hen zelve zijn te zoeken.
Gaarne hebben wij ons op UWEd. verlangen, en om het belang dat wij in elken kolonist stellen, met het onderzoek der klagten belast, terwijl wij aan UWEd. niet behoeven te verzekeren dat wij voor alle gegronde klagten, zoo veel mogelijk, trachten zorg te dragen. 356



Zaterdag 19 februari 1825

Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

De stukken betreffende het aangevraagde Roomsch Catholijke kerkgebouw en kosterij, zo als dezelve den 4 dezer door de Permanente Kommissie aan mij zijn verzonden, waarbij is gevoegd, een nadere staat van begroting der kosten gevorderd tot de door den Aartspriester van Zalland en Drenthe voorgestelde veranderingen in de Roomsch Catholijke kerk en pastorij, benevens een nadere generale staat der kosten van de gezamentlijke kerk en pastorien te Veenhuizen, waarop nog is geteld É1000- tot daarstelling van de door den Heere Gouverneur van Drenthe en ingenieur van 's Rijks Waterstaat voorgestelde verandering in gereformeerde kerk en pastorij.
Wat aangaat de gegrondheid der bewuste aanmerkingen, dezelve zijn naar ons inzien niet onbillijk, en het zal er dus slegts op aankomen, of de Maatschappij tot het daarstellen van alle de gebouwen op diens voet en wijze, ten aanzien van de gevorderde fondsen in staat is of zal worden gesteld; daar de Permanente Kommissie geen nieuw bestek gevraagd heeft, heb ik het retourneren dezer stukken, niet willen uitstellen tot dat hetzelve zoude zijn kunnen vervaardigdt; intusschen heb ik de Heer Van Lemel verzogt om alle nodige aantekeningen, tot de redactie daarvan vereischt wordende, te nemen, en is ZEd. derhalve in staat op de eerste aanvraag om een nieuw bestek, hetzelve te kunnen vervaardigen. 72)

Bijgevoegd is een staat van ontvangen bijbels en leesboekjes.


Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Aangaande het besluit van den 8e dezer No 1 neem ik de vrijheid aan te merken, dat daar aan zal worden voldaan, mij egter reserverende om na de aanstaande terugkomst des Heren 2e Adsessors in de koloniŽn, daarover mondeling deszelfs gevoelen te hebben vernomen, misschien eenige nadere bepalingen en veranderingen deswegens van de Permanente Kommissie te vragen.

Bij den mijne dd. 4 december A.P. had ik de eer de Permanente Kommissie te berigten de voorlopig gemaakte bepalingen des Heren 2e Adsessors te Ommerschans en Veenhuizen en het reeds in werking brengen dier bepalin≠gen, vooral bij laatstgenoemde etablissement, met verzoek dat de voorlopige bepalingen door een besluit der Permanente Kommissie mogten worden vervangen; bij de besluiten welke ik met bovengemelde missive de eer had te ontvangen, geene bepalingen voorgeschreven zijnde omtrend het uitbetalen van eenige gelden naar omstandigheden aan bedelaars te Ommerschans op hun te goed aan oververdiensten; zo neem ik de vrijheid de Permanente Kommissie te verzoeken, als nog dien aangaande een besluit te willen nemen, in de geest van de door ZHEdGest. in der tijd gemaakte en de Permanente Kommissie medegedeelde voorlopige bepalingen, naar welke men ook reeds, zo in het belang der Maatschappij als den bedelaars in enkelde gevallen zich verplicht gevonden heeft te gedragen.
Aangaande het gebruik van haring in de etablissementen der Maat≠schappij zal in der tijd worden gedagt; voorlopig echter durf ik mij niet vleijen dat dit met de bepaling omtrend de kosten der voeding zal kunnen worden overeen gebragt; en vrees dus, dat wij niet aan het andere billijke verlangen der rederijen zullen kunnen voldoen.
Van het gedrag der bedelaars, kolonisten, in de missive van den 14e vermeld en al wat verders ten opzichte van Hendrika de Jong in het bijzonder word verlangd, hoop ik de Permanente Kommissie bij een volgende te informeren; terwijl de geŽmployeerden Harloff, De Geus, Brand en Backers van het in gemelde missive der Permanente Kommissie, ten hunnen opzichte voorkomen, respectivelijk zal worden kennis gegeven.
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Personen/Backers.html

Betreffende het afgeven van kleeding stukken uit het magazijn op aanvraag der HH Gouver≠neurs van Overijssel, Drenthe en Vriesland, zal bij voorkomende gelegenheid worden gehandeld overeenkomstig de intentie der Permanente Kommissie bij hare missive van den 15e medegedeeld. 72)


Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

De Permanente Kommissie heb ik bij dezen de eer aangaande mijne bevin≠ding te Ommerschans het volgende te berigten.
De proprieteit welke in dat etablissement moeijelijker dan te Veenhui≠zen is daar te stellen of onderhouden, vond ik, niettegenstaande de wegen buiten de Schans en het land door menigvuldige regens bijna niet zijn te gebruiken, en dit natuurlijk eene nadeelige invloed op het gebouw en de zalen moet uitoeffenen, merkelijk verbeterd; de muren zijn niet zuiver wit, dit word veroorzaakt eensdeels, door het doorslaan der vogtigheid van buiten, en ten anderen door de rook der kagchels; deze beide oorzaken spoedig zullende ophouden te bestaan, zal ook het gevolg daar van worden weggeno≠men; de kleeding van de bedelaars uitgezonderd die, welke op een afzonder≠lijke zaal, voor malproper wonen, is in een vrij goeden staat, en de doelmatig≠ste middelen worden in het werk gesteld, die zo veel mogelijk te onderhou≠den, hoofdzakelijk hierin bestaande, dat ieder bedelaar verpligt is een naald en garen te hebben, welke hij bij de uitbetaling der winkelkaartjes moet vertonen, terwijl des zondag's morgens eene inspectie over de kleeding wordt gehouden enz: het eten was smakelijk en goed toebereid en wierd geregeld geconsumeerd; de nieuwe hekken tot afscheiding der sexe op het binnenplein zijn geacheveerd; bij het uitgaan ten te huis komen naar en van het land, word mede de meeste zorg tegen de zamenkomst van mannen en vrouwen gedragen, zo dat ik mij durf vleijen dat al het kwaad wat dien aangaande heeft bestaan, geheel heeft opgehouden; en het zeker geenen kolonisten van beide geslachten, zonder de fijnste bedriegerijen, zal gelukken bij elkander te komen.
Er zijn veele kolonisten met blessures aan de beenen en andere uitwendige kwalen, ook eenige met verouderde borstkwalen, doch weinig welke aan koortsen laboreren.
De geŽmployeerden in het algemeen voldoen aan hunne bestem≠ming, en in het bijzonder de voor eenige maanden op de proef aangestelde zaalopziener Dolfoets. Ik maak van deze gelegenheid gebruik de Permanente Kommissie  daar van in het bijzonder te informeren; de magazijnmeester Giesse die anders zijnen post behoorlijk schijnt waar te nemen, beklaagde zich dat hij verpligt is, ten einde met de administratie au courant te blijven, dikwijls een bedelaars voor eigen rekening tot adsistent te nemen, en verzocht mitsdien, dat die hem voortaan mogt worden toege≠voegd; ook te Veenhuizen heeft men meermalen een man tot adsistentie bij het ontvangen van kleeding, het verplaatsen van levensmiddelen en klee≠dingstukken ten einde bederf voor te komen, den magazijnmeester moeten toevoegen. Bij een eenigzints bepaald nagaan van al de werkzaamheden aan die post verbon≠den en de gedagten van de Heren Adjunkt Direkteuren Harloff en Poelman daarover meermalen gehoord hebbende, is het mij dan ook voorgekomen dat de werkzaamheden van den magazijnmeesters te uitgebreid zijn, om door een persoon te worden verrigt, waarom ik bij dezen de eer heb de Perma≠nente Kommissie te verzoeken de authorisatie, om den magazijnmeester daar waar zulks volstrekt gevorderd wordt, een man, het zij in vast emploij, het zij een of meer dagen per week te mogen toevoegen, waarvan de kosten te Ommer≠schans die van É2" en te Veenhuizen die van É3" per week niet mogen surpasseren. In het vervolg hoop ik in staat te zijn eene vermindering van geŽmployeerden en kosten van administratie te proponeren.
De gefabriceerde goederen zijn mede veel beter dan voorheen, hoewel nog niet tot die graad van volmaaktheid als in de vrije koloniŽn.
Bij de buitenbewoners of boeren, bevinden zich meerder welke die Direktie niet dat vertrouwen durft schenken welke zij behoorden te bezitten, onder dezen is Westerveld de min bruikbaarste van allen, zelfs zodanig dat ik nodig geoordeeld heb, na genomen informatien hem op de hoeve thans door Steunenberg bewoond, en waar geen koren en weinig vee voorhanden is, over te plaatsen, en den laatste op de hoeve van Westerveld overtebrengen; terwijl ik verder gelast heb de tegen hem bestaande beschuldiging, door de Raad der Kolonie te doen onderzoeken, waarvan ik het resultaat ben wagten≠de, en het welk ik de eer zal hebben de Permanente Kommissie mede te deelen.
De werkzaamheden gaan geregeld voort, hoewel door de meenigvul≠dige regens en stormen verhinderd gedurende de herfst en winter zo veel rogge te zaaiŽn als men vroeger voornemens was te doen; de eerstgezaaide rogge en het koolzaad staan zeer goed, en doet zonder verdere tegenspoe≠den bij het tegenwoordige en volgend saisoen een goede oogst verwagten. De aardappelen in de voorleden herfst gerooid en gekuild, zijn niet vrij van verrotting; door telkens die kuilen te gebruiken welke daaraan het meeste onderhevig zijn, en ten minsten 5 dagen in de week aardappelen in de menage te geven, en een gedeelte aan de varkens te voerden, hopen wij echter grote verliezen voor te komen.
Het mesten der varkens in een afzonderlijk hok, leverd bij de onder≠vinding een nadeelig resultaat; voor al ook door dat de kleine aardappel of kriel, welke doorgaands bij eene boerderij aan varkens gevoerd worden en daar voor als het ware niet in rekening gebragt, bij ons voor dezelfde prijs als de grote aardappelen ten laste van dat gedeelte der huishouding worden gesteld; in het vervolg hoop ik mede gelegenheid te hebben, eene andere wijze van varkens te mesten, der Permanente Kommissie voortestellen, welke ik niet twijfel of zal een beter resultaat opleveren. 72)



Zondag 20 februari 1825

Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Voorts heb ik de eer te berigten dat ik aangaande den sollicitant Abel Ellens geen andere berigten heb kunnen inwinnen dan bij den geemployeerden Smit; dan daar het reeds jaren geleden is dat deesen hem gekend heeft, kan dat wel niet in aanmerking worden genomen, hoewel deese berigten anders niet als favorabel zijn.
Ik ben zo vrij van deeze gelegenheid gebruik te maken de Permanen≠te Kommissie te verzoeken, zoo mogelijk ons nog een of meer personen toe te voegen, geschikt om in eene administrative betrekking werkzaam te kunnen zijn.
Aan het verlangen der Permanente Kommissie bij hare missive dd. 1 dezer N899 om berigt van den goeden ontvangst der bijbels en leerboekjes bij de onderscheidene Heeren predikanten en onderwijzer van Wolda, heb ik de eer te voldoen, door het bijgevoegde staatje; van den Heer Heerspink op mijn gedaan verzoek om gelijke opgave als ik het genoegen had van de overige Heeren te ontvangen, geen berigt bekomen hebbende, veronderstel is, dat naar Veenhuizen geene verzending door den Heer Ameshoff zal zijn gedaan. 72)


Brief van Johannes Hatzmann aan de Permanente Commissie, invnr 72:
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Personen/Hatzman.nl

Brief PC aan administrateur, houdende berigt, konsideratien en advys op het rekwest van 7 deserteurs uit de Ommerschans, welke zich in het werkhuis te Amsterdam bevinden, invnr 356. Niet getranscribeerd, foto in map Post.


Dinsdag 22 februari 1825

Brief PC aan de direkteur der kolonien, houdende bepalingen voor de aanneming van bedelaars en het veranderen van nommers door door eenige bedelaars uit partikuliere kontrakten, invnr 356, niet bewaard.


Woensdag 23 februari 1825

Brief van Sepp aan de Permanente Commissie:

Het gaf mij genoegen, mij vereerd te zien met UwWelEdGG. zeer geeerd schrijven vd. 17 dezer N996, aangaande de zaak van Berkenkamp te Willem≠soord, en zag mij daardoor in staat gesteld, den Heer Direkteur der Policie alhier, aan wien opgemelde door zijne vrouw geparenteerd is, wegens deze menchen te onderhouden, en Zijn WelEd. Gestr. door het toedienen der nodige elucidatie gerust te stellen. ZijnWelEd.Gestr. scheen ook hierin geheel en al te berusten, alleen had hij ťťne aanmerking, namenlijk tegen het drinken van genever, waarmede zij eenigzins schijnt te worden bezwaard, als hebbende meergemelde Heer Directeur, haar daaraan nimmer schuldig gekend. 72)


Brief van de provinciale commandant van Overijssel aan de Perma≠nente Commissie over de kolonist Braun, invnr 72.transcriptie:

Ik heb ontfangen Mijne Heeren, UWelEdGest. missive in dato den 13 dee≠zer - alhoewel ongeteekend -, waarbij werd gemeld de gunstige berigten van het huisgezin van J. Braun, door mij na Frederiks oord gesonden.
Daar U Mijne Heeren de goedheid gelieve te hebben mij te informee≠ren omtrent de bevinding van mijne ingezondene verantwoordingsstaat, zoo zoude ik ook gaarne versoeken, dat aan mij tegelijk wierd toegesonden eene reekening kourant van het geene door mij is gefourneerd als mede die van de huijshouding van J. Braun, waar mede mij bijzonder zoude verpligten, en waar door ik in staat zal zijn gesteld te zien, welke betalingen door het huisgezin zelve aan de Maatschappij moeten worden betaald. 72)


Donderdag 24 februari 1825

Ingekomen post invnr 72. Brief van de subcommissie Amsterdam aan de Permanente Commis≠sie over bedorven erwten. transcriptie




Vrijdag 25 februari 1825


Brief van luitenant Marcus aan de Permanente Commissie:

Ten gevolge van authorisatie van Zijne Excellentie den Heere Commissaris Generaal van Oorlog, dd. 29: october ll. 11o 25; den persoon van Francis Kramer gegageerd onder officier en ziekenvader in de garnizoens ziekenzaal alhier, uit deze zijne betrekking ontslagen hebbende, ten einde zich naar zijne nieuwe destinatie te Fredericks-Oort te begeven, alwaar hij door UWE HoogEdle Gestrengen Heeren tot zaal opzichter was benoemd; bij zijn vertrek van hier geen de minste ressourse hebbende, deze reis met zijnen vrouw naar derwaarts te aanvaarden, verzocht hij mij zeer dringend, hem de behulpzame hand te bieden en met eene somma geld van 70 franken (É33:85 cents Ned:) tegemoet te komen, met eigenhandige schriftelijke belofte, mij deze somma twee maanden na zijn arrivement te Fredericks-Oort in dank te zullen restitueeren, mij zijne pensioens acte van 68 guld. s'jaars tot borgtogt achterlatende; daar het nu reeds in de vierde maand na zijn vertrek en zijn halve jaars pensioen voor lang verstreken is, zonder de geringste tijding van hem Kramer te ontvangen, wendede ik mij den 4e dezer maand in geschrift tot den 1e luitenant Fisscher Directeur der colonie Fredericks-Oort ZijnEd≠Gestr: verzoekende, mij eenig naricht omtrent gemelde persoon te willen geven; dan ook deze mijnen brief is tot heden onbeantwoord gebleven; weshalven ik de vrijheid neeme, mij tot UHoogEdle Gestrenge te wenden, vriendelijk verzoekende, mij behulpzaam te zijn - door het intermediair van den Heer Directeur der colonie - tot wederverkrijging van de, aan meergemel≠de Francis Kramer, ter goeder trouw doorgeschotene penningen. 72)


Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Ter voldoening aan art. 3 van het besluit der Permanente Komm. dd. 8 dezer N3 heb ik de eer tot 2e onderwijzer in het 1e etablissement te Veenhuizen voortestellen den persoon van Geerards, zoon van den kolonist Gerards in kol. N5 en seedert eenig jaren als onderwijzer in de scholen van kol. 1 en 4 geemploijeerd.
Voorts in voldoening aan het gevraagde bij missive der Perman. Kommissie dd. 14 dezer N979 aangaande het gedrag etc. van Francina Carton en Hendrika de Jong in de Ommerschans, hier nevens aan haar te doen toekomen, de extrakten uit het rekening boek en het bijzonder conduit-staat etc. van gemelde bedelaressen.

Bij deze gelegenheid neem ik de vrijheid de Permanente Komm. te verzoeken mij wel te willen informeeren, hoedanig te handelen ingeval een bedelaar door een Militaire Raad wordt opgeroepen om zijne redenen van vrijstelling voor dezelve te brengen? zoo als zulks plaats heeft bij den Heer Drik Holle≠ring N1158, welke door den Heer Burgemeester van Amsterdam is aange≠schreven den 7 april aanstaande voor den Militaire Raad aldaar te compare≠ren, ten einde zijne reden van vrijstelling, zoo hij die hebben mogt, door gen. Raad te worden beoordeelt, met verder kennisgeving dat hij, die niet voor de Mil. Raad verschijnd, volgens de wet gereekend wordt, geene reden tot vrijstelling te hebben, en finaal tot den dienst blijft gedesigneert: ik heb mijn gevoelen daaromtrent den Heer Harloff mede gedeelt, hierin bestaande dat, wanneer de reden van vrijstelling is, zijne onvoldoende lengte, hij dan een certificaat daar van, door het hoofd van het gemeente bestuur te Ommen afgegeven, aan de Militaire Raad of Burgem. van Amsterdam moet inzenden; dat wanneer de reden twijffelachtig is, hem dan een verlof moet worden gegeven; terwijl eindelijk, wanneer hij geene reden heeft, den tijd moet worden afgewagt dat hij, om werkelijk in dienst te treden, wordt opgeroepen: indien deeze gedagten niet met de intentie der Permanente Kommissie mogten strooken, hoop ik daar van ten aller spoedigste te worden geinfor≠meerd. 72)

Bijgevoegd zijn de extracten van Carton en De Jong. Beide verdienden weinig maar gedragen zich goed.
Harloff voegt er verder aan toe dat 'Hendrika de Jong zich gedurende den tijd van haar verblijf alhier altijd ijverig, stil en zindelijk heeft gedragen, en in het strafregister niet wordt aangetroffen. Dat zij de moeder is van de neide meisjes Petronella Johanna en Johanna Jacoba Kroes, den 25 september ll mede uit Arnhem alhier aangekomen en den 7 October ontslagen, dat deze meisjes, de eerste oud vijftien de andere dertien jaar, bij haar ontslag bij partikulieren zijn gaan dienen en zich hier in de omtrek bevinden, als komende hunne moeder van tijd tot tijd bezoeken'.



Zaterdag 26 februari 1825

Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Verder te informeeren dat de OnderDirekteur van de fabriek in het 1e etablis≠sement te Veenhuizen, Kalbfleisch, in het hospitaal te Groningen is overle≠den, ten gevolge waarvan ik de eer heb den opziener Ten Broeke, sedert eenige tijd met de direktie der fabriek bij dat etablissement belast, als onder direkteur in plaats van wijlen Kalbfleisch, de Permanente Kommissie voorte≠stellen.
Zie http://www.schackmann/proefkolonie/Personen/Kalbfleisch.html

Ten slotte vind ik mij in de onaangename verpligting te moeten melden, dat het rekwest van Abel Ellens, op het Algemeen Bureau, alwaar ik meende dat het zelve gedeponeerd was, niet is te vinden. 72)


Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Onder geleide dezes heb ik de eer de Permanente Kommissie te doen geworden.

7e Twee voorstellen; als een omtrent de vermindering van geemploijeeerden in de vrije koloniŽn en te Ommerschans, en een betreffende het mesten van varkens enz. 72)


Brief van de Administrateur van het Armenwezen aan de Permanente Commissie:

Naar aanleiding van art: 3 van Zijner Majesteits Besluit van den 24 maart 1824 No 3 (betrekkelijk het contract door het Gouvernement met de Maat≠schappij van Weldadigheid in de Noordelijke provincien aangegaan) is aan de administratien der godshuizen in gemelde provincien alwaar vondelingen, verlatene kinderen, wezen en armenkinderen worden onderhouden, onder het oog gebragt de aanzienlijk bezuinigingen welke zij in hare uitgaven zouden kunnen invoeren, wanneer zij zich verstonden, met UWelEd: om, in plaats van, gedurende 16 jaren É22:50 jaarlijks per hoofd te voldoen, het onderhoud in eens voor É200, of daaromtrent, per hoofd af te koopen, als wanneer die administratien de daartoe vereischte fondsen zouden kunnen opnemen waartoe Zijne Majesteit Hoogstderzelver autorisatie geredelijk zoude willen verleenen en waardoor, bij eene begrooting van den intrest en de amortisatie van het op te nemen capitaal tegen 6 ten honderd 's jaars de kosten van onderhoud tot op É12: 's jaars per hoofd zoude worden verminderd.
De Algemeene Nederlandsche Maatschappij tot begunstiging van den Volksvlijt is, door Zijne Majesteit gehoord omtrent de voorwaarden op welke zij de voor gemelden afkoop benodigde gelden aan de gemeenten zoude willen voorschieten en hare voorstellen aan de Staats-Commissie, benoemd bij Zijner Majesteits Besluit van den 3e januarij 1822, No 36 medegedeeld geworden zijnde, heeft deze commissie Zijne Majesteit een rapport uitge≠bragt, met het welk Zijne Majesteit zich heeft vereenigd.
Ten gevolge van de door Zijne Majesteit gegeven orders, dat met de Permanente Commissie der beide Maatschappijen van Weldadigheid ter zake voorsz. in onderhandeling zou worden getreden, verzoek ik UWelEd. mij derzelver gevoelen mede te deelen of de Maatschappij tegen een afkoop van É200. per hoofd de opneming der gelden op zich zoude willen nemen en zich ten aanzien der aflossing met de belanghebbende gemeenten verstaan op den voet (doch behoudens alle de wijzigingen waar voor die zaak vatbaar is) als waar van de hierbijgevoegde staten een voorbeeld opleveren. Met dien verstande nogtans dat het aan de gemeente besturen altijd onverlet blijven moet, om, zulks in hun belang verkiezende, zelve, het zij met de Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter begunstiging van Volksvlijt, het zij met ander geldschieters, te handelen.
Ik zal UEd: antwoord hierop uiterlijk binnen eene maand tegemoet zien. 72)

Bijgevoegd zijn twee voorbeelden van betaling van gelden, ťťn voor een looptijd van 12 jaar, en ťťn met een looptijd van 25 jaar.
Uit de samenvatting: Ontv 3 maart 1825, no.1296, De Administrateur voor het Armwezen deelt mede de aan de Godshuizen gedane voorstellen, wegens plaatsing der kinderen bij afkoop en verzoekt hieromtrent, en wegens de beleening der tot dien afkoop benoodigde gelden, het gevoelen der Permanente Kommissie binnen eene maand te verneemen. (in handen van de HH van den Bosch en Riemsdijk)


Uit een brief van de Permanente Commissie aan de Administrateur van het Armenwezen:

Karel Frederik Julius Rhode is als gewoon bedelaar den 16 augustus 1824 uit de stad Utrecht in het bedelaars etablissement aan de Ommerschans aangebragt en opgenomen en heeft hij zich alzoo niet vrijwillig aan het bed. etablissement aangegeven, gelijk zulks in het rekwest van de wed. L. Rhode wordt opgegeven.
Ofschoon hij op de stamlijst door den Heer Gouvn. van de provincie Utrecht in do. 5 aug. 1824 opgemaakt, vermeld wordt onder den naam van Karel Rode, oud 17 jaren, te Amsterdam geboren, van beroep matroos, en als van den ouderdom van 4 jaren af tot kort vůůr zijne opzending in de OostindiŽn geweest te zijn, en deze renseignementen alzoo niet strooken met die door de rekwestrante zijne moeder en door den Heer Gouverneur van Noordholland bij deszelfs rapport opgegeven; is het ons echter voorgekomen, dat Kare Rode dezelfde is, waarvoor zijne moeder ontslag verzocht.
Karel Rode is stil van gedrag, doch zwak en ziekelijk, waardoor hij zich meest en ook werkelijk nog in de ziekenzaal bevindt.
Alhoewel hij nog geen vol jaar in het etablissement geweest is, en uit dien hoofde het dadelijk ontslag aan die jongeling nog niet kan worden gegeven, zoo vinden wij echter geene zwarigheid om dien kolonist te brengen op de in dit voorjaar aan UwHEdG. intezenden voordragt tot het gewoon jaarlijksch ontslag van kolonisten uit het gesticht, in dezen zomer, als wan≠neer hij ťťn jaar aldaar zal zijn geweest. 356