Naar het overzicht
van de POST







De POST van DECEMBER 1824

Woensdag 1 december 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van Ameshoff aan de Permanente Commissie:

Voor ruim 8 dagen heb ik 8 wezen naar het etablissement Veenhuizen geexpedieerd, gezonden door wezen vaderen te Wormer. Daar het volgens hun schrijven schijnt dat er tusschen UEd en genoemden nog geen kontrakt voor die 8 wezen is gesloten, zoo sluitte ik extract van eenen hunner aan mij geschreeven brief hier nevens in.

Bijgevoegd:

Hoe veel er jaarlijksch voor die agt wezen moet betaald worden is Wezenva≠deren ten eene male onbekend. Een kontrakt is desaangaande tot heden niet gesloten. Zederd lange heb ik mij meer dan eens hier over geadresseerd; maar geen inlichting kunnen bekomen. Het verlangen wordt alzoo te gemoed gezien, daar het buitendien ondoenlijk is eene staat van begrooting na de wet voor het jaar 1825 in te zenden.

F. de Bas



Vrijdag 3 december 1824

3 december 1824 (verzonden 4 december, zal pas 6 januari aankomen, zie aldaar), pakket met o.m. de geapprobeerde voordragt van 10 Bedelaars in de O'schans met derzelver vrouwen en kinderen, om, na hun bekomen ontslag, nog dezen winter in het etablissement te laten verblijven (brievenboek UIT invnr 926)



Zondag 5 december 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Bij mijn verblijf gedurende deze week te Veenhuizen heb ik gevonden dat de onderdirekteur der fabriek, Kalbfleisch zich steeds zodanig ziek en zwak bevind dat het hem niet mogelijk is, zijne zaken behoorlijk te kunnen waarne≠men, het is mij verder voorgekomen het belang der zaak vordert dat daar in ten spoedigste werd voorzien, en heb ten gevolge daar van den persoon ten Broeke, broeder van den opziender der fabriek in kol. N4, provisioneel en tot nader order met de direktie over de fabriek te Veenhuizen belast; den boekhouder der fabriek, Ras tot zijne adsistentie bijgevoegd, terwijl Josserel voor eerst bij den Heer Brouwer, zoo veel mogelijk de plaats van Ras zal vervangen;
Zie http://www.schackmann/proefkolonie/Personen/Kalbfleisch.html
Zie http://www.schackmann/proefkolonie/Personen/Ras.html

Voorts heb ik te Veenhuizen gevonden de klederen door de wezen van Amsterdam mede gebragt; gaarne wenschte ik te worden geinformeerd of dezelve aan het Aalmoezeniersweeshuis behoren te worden geretourneerd of door de kinderen gedragen; in het laatste geval zoude dit in deze winter best kunnen geschieden, wijl zij anders welligt spoedig te klijn zullen zijn.

De schoolonderwijzer Swarts te Veenhuizen heeft zich aan mij geadresseert om vermeerdering van inkomen, ik heb gemeend hieromtrent geen bepaald antwoord te moeten geeven, maar hetzelve ter kennis van de Permanente Kommissie te brengen.
Pagina over Meester Zwarts.

ZHEdGest. den Heer 2e ads. heeft bij deszelfs laatsten bezoek aan de etablissementen te Ommerschans & Veenhuizen eenige voorlopige bepalingen gemaakt betrekkelijk het succesif uitbetalen der gestorte gelden in de reserve door de buiten bewoners, of het geeven van eenige voor≠schotten gedurende de winter maanden door aan de zodanige welke niet in staat geweest zijn iets op te leggen, en aan de bedelaars welke door over verdiensten gelden te goed hebben, in geval zij gedurende de winter maan≠den door slegt weder niet in staat zijn hunne voeding en winkelkaarten te verdienen, van dat te goed naar omstandigheden uit te betalen.

Hoewel bij het maken dier voorlopige bepalingen zoo te Veenhuizen als Ommerschans tegenwoordig, dagt ik dat dit eerst in werking zoude worden gebragt na dat daar omtrent door de Perm. Komm. vaste bepaling zoude wezen gemaakt; intusschen heeft de Direktie te Veenhuizen de bepalingen des Heeren 2e Adsessors als stellig aangenomen en in werking gebragt;
hoe de bedoeling van meergen. ZHEdGest. ook mogen geweest zijn, wenschte ik wel dat hierom≠trent door een besluit der Perm. Komm. vaste bepalingen wierden gemaakt, zoo mogelijk overeenkomstig de reeds ingevoerde maatregel, welke hier op neder komt; de kolonisten genieten des verkiezende 10 N ponden brood, en Ĺ N mud aardappelen te zamen ter waarde van É1- per week, welke worden betaald door de zodanige die te goed hebben op reserve, door dat te goed en laten boven de gewone inhouding voor kleding enz. staan 10 cents van de guldens hunner verdienste; dezulke dien meer in reserve hebben dan nodig is om deze verstrekking te betalen, kunnen des verkiezen≠de een twintigste gedeelten van hun te goed wekelijks ontvangen; zij die niets te goed hebben betalen als de eerste 10 pct van hunne verdienste extra voor deze verstrek≠king, tot zoo lang de schuld welke daar door gedurende de winter zal zijn gemaakt, is afbetaald.

De persoon van J.H. Kloekers wiens verzoekschrift om bij de Maat≠schappij in eenige betrekking te worden geplaatst, vergezeld van een attest van goed gedrag, door de Heer H. Tresling te Groningen gegeven, ik de eer had bij den mijnen dd. 13 nov. ll. de Perm. Komm. te adresseren, heeft op grond eener misschien te stellige verzekering van eene spoedige plaatsing van den heer Poelman ontvangen, zijne kleijne affaire gestaakt en zich alzoo buiten eenig bestaan gesteld; daar nu deze man zoo ik vermeen zeer geschikt is tot opziener over de buitenbewoners, en die plaats nog onvervuld is, neem ik de vrijheid de Permanente Komm. te solliciteren die man als zodanig aantestellen.

Door het overlijden van den Heer van Lochem, de zware ziekte der geemploijeerden van Riemsdijk en Greeve, en de nodige verplaatsing van Josserel hier voren gemeld, geen genoegzame personen op het Bureau aanwezig zijnde om de werkzaamheden geregeld te kunnen bij houden, zoo heb ik nodige geoordeelt, zeekere jongeling uit Meppel, genoemd Poulie, die zich vroeger tot het bekomen van eene administratieven post bij de Maat≠schappij aan mij heeft geadresseert, provisioneel aantenemen;
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Personen/Greven.html

deeze Poulie is door den Heer advocaat van Rooijen als zeer bekwaam en van een uitmuntend braaf gedrag gerecommandeert, en was gedurende 4 of 5 jaren werkzaam bij den Heer van Riemsdijk te Hardenberg; ik wagt hem morgen hier en zal bij eene volgende de eer hebben een verzoekschrift van hem, der Permanente Kommissie te adresseren; hopende hiermede niet tegen hare intentie te zullen handelen.



Maandag 6 december 1824

Brief van de Permanente Commissie aan de Gouverneur van Overijssel over het toezicht op de geneeskunde op de Ommerschans en over de geneesheer Douwe Petrus van Steenwijk, invnr 355.transcriptie:





Dinsdag 7 december 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Voorts vind ik mij verpligt ter kennis van de Permanente Kommissie te brengen dat de huisverzorger Thijs Boelen, kol. N4 is beschuldigt, van uit den koepel op het buitengoed genaamd de Bult nabij Steenwijk te hebben ontvreemd, eene stoel en tafel, en hij ten gevolge daarvan is gearresteert, en naar Zwolle overgebragt; vroeger was hij bij ons als een braaf en oppassend man bekend en heeft zelfs de koperen medaille ontvangen; onzeker derhalve of hij schuldig is of onschuldig zal worden gevonden, wenschte ik wel de intentie der Permanente Komm. te mogen weten, of de vrouw ook behoord te worden ontslagen, of wel haar te behouden tot dat die zaak zal zijn gedesi≠deert, en ingeval de misdaad niet word bewezen, of hij dan weder in zijne betrekking als huisverzorger kan worden hersteldt.

In de Rode Kloosterhuis geen Boelen gevonden.



Donderdag 9 december 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van de subcommissie Dordrecht aan de Permanente Commis≠sie:

Dezer dagen heeft zich bij ons vervoegd zeker Christiaan Schellenbach (of Smallenbach) voor eenige jaren van hier als bestedeling naar de kolonien verzonden, die zich beklaagde dat zeker boekhouder Heystek bij zijn vertrek eene som gelds ter waarden van omtrent É5:- aan hem toebehorende had medegenomen, terwijl hij ook nog van den wijkmeester Onversagt een diergelijke som te vorderen had, die hij na herhaalde aanmaning niet had kunnen terug erlangen. Wij hebben gemeend ons hiervoor nader bij UEd. te moeten adresseren, ten einde te weten te komen, wat eigenlijk van deze zaak zij, te meer daar zich de klagten wegens de mindere geemployeerden in de kolonien, t zij dan gegrond of ongegrond, dagelijks vermeerderen en het zoo moeijelijk is, dezelve wanneer men niet geheel van de zaak onderrigt is, te wederleggen. Wij verzoeken UEd dus te vriendelijkste, indien daar gele≠genheid toe is, naar het wezenlijke der zaak onderzoek te willen doen en ons daarvan te berigten.


Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van Stephanus van Roijen aan de Permanente Commissie over de Appelscher Boeren Veenen. transcriptie:





Vrijdag 10 december 1824

Ingekomen post invnr 71. De commissaris-generaal van oorlog stuurt een rapport over de vestiging van het detachement aan de Ommerschans.

Intusschen is het, uit een bij mij ingekomen inspectie-rapport van den heer luitenant Generaal Cort Heijligers gebleken, dat die kaserneringsmiddelen zich thans in eenen zoodanigen gebrekkigen toestand bevinden, dat daarin noodzakelijk voorziening zal dienen plaats te hebben.

Uit het bijgevoegde rapport:

Gebouwen
Het gebouw, tot kaserne gebezigd, is zamengesteld uit vier kamers. De officier is in eene kamer, de sergeant en korporaals in eene andere, de manschappen in de derde en de vierde dient tot keuken. Deze kamers hebben onderscheidene uitgangen; zij zijn in een alleronaanzienlijksten staat; de muren bijna zwart; vooral die van de keuken. De ligging en bouworde van dit locaal heeft vele inconvenianten naar zich. Dewijl het gebouw niet met steenen bevloerd, en de grond uit den aard moerassig is, volgt hieruit dat bij slecht weder en winterdagen de vertrekken onmogelijk schoon kunnen gehouden worden. De kamer door den onderofficier en de korporaals be≠woond is zelfs lager dan de aldaar voorbij loopende weg; zoodat bij slecht weder de kaserne met slijk onderloopt.
Het bevloeren der vertrekken en leggen van steenen strepen voor de uitgangen wordt allerdringendst gevorderd.

Meubelen
De tafels en banken zijn slecht en bestaan uit aan elkander gehechte planken op kruisschragen met touwen.
Aan de kribbenkastjes zijn geene pinnen tot het ophangen van de schoenen en het ledergoed.
In eene kamer ontbreekt een geweerrak.
De kribben zijn grootendeels aan reparatie onderhevig.

Fournisures
De matrassen en hoofdperluwen zijn onbruikbaar. Deze zijn nimmer in gewisseld en schoongemaakt. Door ouderdom of langdurig gebruik zijn de innaaisels losgegaan en heeft zich de wol, het koe en paardehaar waarme≠de dezelve gevuld zijn, zoodanig te zamen gepakt, dat deze voorwerpen niet meer zonder menigvuldige bulten kunnen uiteengelegd worden.
De dekens zijn van grijsachtige wol en behooren voor het grootste gedeelte te worden ingenomen en gewasschen.



Zaterdag 11 december 1824

De Permanente Commissie meldt de Administrateur van het Armenwezen de laatste 400 kinderen op te kunnen nemen en geeft daarbij een tijdtabel op van de vervulling van het contract:

voor 400 kind. 26 november 1823
voor 400 kind. 12 december id.
voor 400 kind. 5 febr. 1824
voor 1200 kind. 30 sept. id.
voor 1200 kind. 17 nov. id.
voor 400 kind. 25 dec. id.

Bij vernieuwing meenen wij UWHEdG. te mogen aanmerken de belangrijk≠heid, om aan de maatregelen van het Gouvernement, ter opzending van kinderen, al den meest mogelijken spoed te doen in acht nemen, niet slechts voor het belang van het Gouvernement zelf, maar ook voor dat van de gereedstaande etablissementen, aan welke natuurlijk handen ontbreeken om die daarin noodige verschillende arbeid aantevangen en dien in het aanstaan≠de voorjaar met kracht te kunnen voortzetten. 355



Zondag 12 december 1824

Ingekomen post invnr 71. Visser stuurt enkele stukken waaronder het gedragboek der kolonisten over oktober en november.



Maandag 13 december 1824

Ingekomen post invnr 71. Brief van de Gouverneur van Groningen aan de Permanente Commissie. transcriptie

Uitgaande post invnr 355. Brief van de PC aan Administrateur, 'bevattende renseignementen omtrent drie bedelaarskolonisten, met name Cornelis Brans, Maartje den Harder en Antje van Bodegom'.



Dinsdag 14 december 1824

Ingekomen post invnr 71. Visser stuurt de gewijzigde verantwoordingen over april, mei en juni en de nieuwe verantwoording over september.

Woensdag 15 december 1824

Ingekomen post invnr 71 scans 700-702. Coevorden draagt het gezin van K.F.E. van den Bosch voor. gedeeltelijke transcriptie.
 

Zaterdag 18 december 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

2. Dat tot compleet der geemployeerden in de onderscheidene etablissemen≠ten en op het Algemeen Bureau mankeren, een boekhouder binnen in het 1e etablissement, welke post thans door den Onder Direkteur Travers werd vervuld, zijnde door gebrek aan geschikt sujet, het ons nog niet mogelijk geweest aan art. 1 van het besluit der Permanente Kommissie dd. 11 oktober ll. No 2 te voldoen, waar door ook aan art. 3 van hetzelve besluit nog geen gevolg is gegeven.
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Personen/Travers.html   

Dat voorts mankeren de 4 wijkmeesters buiten de opziener over de buitenbewoners, kunnende deze post wel door ťťn in plaats van twee geŽmployeerden worden waargenomen, een boekhouder voor de fabriek, welke emploi op de staat der geŽmployeerden voor een etablissement niet is vermeld.     Voorts in het 2 en 3 etablissement een boekhouder buiten en binnen als mede voor de fabriek, een magazijnmeester, zaalopziener, opziener over de buitenbewoners en wijkmeester, Onder Directeur voor de fabriek, geneesheer en schoolonderwijzer; zijnde de Adjunkt Direkteur en Onder Direkteuren, benevens zes zaalopzieners reeds benoemd en gedeelte≠lijk aangekomen, als Jurgens, Lindeman, Kramer, Le Clerq, De Waal en Kloppenburg.
    Deze laatsten kolonisten in kolonie No 3 en t zijn altijd disponi≠bel; terwijl op het Algemeen Bureau thans weder door de aankomst van Poulie en de van zijne ziekte herstelde boekhouder Greve geen geemployeer≠den mankeren.
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Personen/Greven.html

    De plaatsen welke ik nu gaarne vervuld zag, zijn die van den boekhouder binnen en van de fabriek in het 1e en een boekhouder voor buiten in het 2e etablissement; waartoe ik de vrijheid neem de Permanente Kommissie voor te stellen den geemployeerde Holstein als boekhouder binnen, de boekhouder Ras - provisioneel daar mede reeds belast - als boekhouder van de fabriek, en indien de Permanente Kommissie daartoe geen geschikte persoon onder de bij haar bekende sollicitanten heeft, de op de proef aangestelde Heer Veith als boekhouder buiten in het 2e etablisse≠ment; voorts nog de plaats van opziener over de buitenbewoners, waartoe waarschijnlijk is gedestineerd de bewuste sollicitant Kloekers, de 4 wijkmees≠ters buiten; waartoe 4 personen onder de naam van opzieners reeds bij dat etablissement aanwezig zijn, en wiens namen ik bij een volgende de eer zal hebben de Permanente kommissie op te geven, met verzoek dezelve als wijkmeester te benoemen en aantestellen.
Zie http://www.schackmann/proefkolonie/Personen/Ras.html

    De overige vacante plaatsen kunnen mijns inziens bij voorkomende behoefte worden vervullend. Alleen neem ik de vrijheid te verzoeken een of meer personen die geschikt zijn om in administratieve betrekkingen te worden geplaatst voorlopig aan het Algemeen Bureau te zenden, ten einde aldaar vooraf zo veel mogelijk met onze administratie bekend te worden.

3. Het van wege het Ministerie van Marine ter bearbeiding te zenden touw, zag ik gaarne te Meppelt aan Lourens Jansen geadresseerd; wijl van daar de beste gelegendheid ter verdere expeditie naar Veenhuizen is.

4. Aangaande de vraag van den Heer S.J. van Roijen betreffende de betaling der St. Martens pagt, gelegen op de door de Maatschappij aan den heer J. van Roijen te Doldersum in ruiling afgestane boeren erven, dat het mij voorkomt de Maatschappij in geenen deele gehouden is deze laste te voldoen, maar dezelve door den Heer J. van Roijen behoren te worden betaald, en wel om de volgende reden; aanvankelijk waren die plaatsen of ieder plaats in het bijzonder in haar geheel en dus zo wel het huis, bouw en weiland als heideveld met die pagt bezwaard, zijn natuurlijk met dezelve van de vorige eigenaar overgenomen en was dus de Maatschappij als eigenares≠se van zodanige plaats belasting schuldig; vervolgens heeft de Maatschappij van die plaats op plaatsen het heide veld afgenomen en tot ander eindens als het gebruik bij het huis en bouwland gedespicideerd(?), maar bleef de pagt, als nog op het huis en bouwland berustende, betalen; terwijl zij eindelijk die plaatsen zo als zij toen bestonden en gebruik wierden, in haar geheel met lusten en lasten, in ruiling aan den Heer van Roijen afgestaan heeft, immers zo behoord het provisioneel gemaakt ruilcontract (ik veronderstel dat er nog geen ander bestaat) te worden verstaan, wijl er wel niet kan worden veron≠dersteld dat de Maatschappij eene plaats zoude verruilen of verkopen, en de lasten voor zich behouden; het bouwland en de weinige perceeltjes groenland welke de Maatschappij te Doldersum nog bezit kunnen zelfs niet als gedeel≠tens der te voren aan haar behoord hebbende boerenplaatsen worden beschouwd, maar moeten worden aangemerkt als gronden door de Heer van Roijen aan de Maatschappij afgestaan als eens supplement, tot de gelijke waarde van de panden aan hem in ruiling tegen zijne plaatsen van mindere  waarde te Wateren overgegeven, waarin dan ook de Maatschappij voor deze gronden niet belastingschuldig zijn kan; ten overlvloede merk ik hier bij nog aan, dat diergelijke pagten te Vledder, Diever en elders worden betaald, maar nimmer is bij een verkoop van waardeelen-heideveld zonder huis of bouwland aan de Maatschappij, door verkopers eenige diergelijke last op de heide gronden gelegd, maar hebben dezelve die lasten als natuurlijkerwijze tot het huis en bouwland behorend, voor zich behouden.

5. Betreffende de klagten in de hier nevens terug gaande missive der subcommissie Dort, dat het mij na gedaan onderzoek gebleken is, de wijkmeester Onverzaagt werkelijk gelden den kolonist Smallenberg compte≠rende onder zich heeft gehouden; die echter nu natuurlijk te zijner dispositie zijn en zeker altijd zouden geweest zijn, wanneer hij zich daarover bij den Heer Adjunkt Direkteur Drijber of mij had beklaagd; de wijkmeester zelve zal ik nader in persoon over deze zijne handelwijzen onderhouden en indien dit met nog bezwarende omstandigheden mogt vergezeld zijn die ter kennisse van de Permanente Kommissie brengen; wat aangaat de gelden welke den gewezen boekhouder Heijstek nog van hem zoude hebben, hier omtrend kunnen wij niets met zekerheid vernemen, wijl deze zo als de Permanente Kommissie bewust is, de kolonie op eene schandelijk wijze heeft verlaten; de bij genoemde missive verlangde attesten gaan hier nevens.

Geen bijlagen gevonden.



Zondag 19 december 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Dat de kolonist Bulk kolonie No 3 wiens dogter in eene wanzedelijke verkering geleefd heeft, zoo zij zegt met den huisverzorger Van Borsum, heeft verzogt dat zijne dogter naar de Ommerschans mogt worden verplaatst, zonder voor de Raad van Politie te Steenwijk te worden gebragt; geen zwarigheid gevon≠den hebbende dit toetestaan is zij heden derwaarts vertrokken; de beschul≠digde personen ontkend volstrekt eenige gemeenschap met dat meisje te hebben gehad, intusschen is het moeijelijk te geloven dat een bedrogen meisje, een getrouwd man als de bewerker van haar ongeluk zoude noemen, indien daarvoor volstrekt geene redenen waren, en terwijl Van Borsum vroeger, zelfs voor zijn komst in de kolonie ook bij de contraktanten te Groningen als een onzedelijk man bekend is geweest, zoude het mij aange≠naam zijn dat hij uit de kolonien mogt worden verwijderd.
Dat de huisverzorger Franken, die onder suspicie ligt van rogge te hebben verkogt, dat hem egter niet is bewezen, zich nu weder schuldig gemaakt heeft aan het mishandelen van een der bij hem ingedeelde wezen, deze huisverzorger door ons aangesteld zijnde, zal ik geen zwarigheid maken hem de kolonien te doen verlaten, zodra wij een ander zullen vinden om hem te vervangen, waartoe wij waarschijnlijk de gelegenheid zullen hebben, niet twijffelende of de Permanente Kommissie zal hiermede genoegen nemen.
En eindelijk dat de vrouw van de huisverzorger Boelen, waarover ik bij eene mijner voorgaande de eer had de Permanente Kommissie te schrij≠ven gisteren ook van wegen de justitie gearresteerd is, zodat nu de kinderen waar over zij gesteld waren zonder huisverzorger zijn, waarin wij ten aleer spoedigste zullen voorzien.





Maandag 20 december 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie over dokter Schuurman. transcriptie:




Dinsdag 21 december 1824

Ingekomen post invnr 71. Het ministerie van marine stuurt het contract over het fabriceren van 5250 pond touwwerk, vruchtvrij af te leveren in Steenwijk of Zwartsluis. Het ministerie zal hiervoor leveren 5000 pond geplozen kalfaatwerk.


Ingekomen post invnr 71. Brief van de administrateur van het armenwezen aan de Permanente Commissie over Antje Molewijk. transcriptie:


Ingekomen post invnr 71. Brief van Prins Frederik aan de Permanente Commissie:

Uit de dagbladen vernomen hebbende dat het getal der behoeftige huisgezin≠nen in Amsterdam, welke wenschen in de kolonien der Maatschappij van Weldadigheid opgenomen te worden, dagelijks vermeerdert en dat tot ondersteuning en tegemoetkoming in derzelver ongelukkige omstandigheden de sub-commissie van Weldadigheid, aldaar gevestigd, besloten heeft eene collecte te doen, zoude het mij ten hoogste aangenaam zijn, hieromtrent van de Permanente Commissie, zoo aan dezelve meerdere bijzonderheden hiervan bekend zijn, eenige nadere inlichtingen te ontvangen; haar tevens verzoekende om in deze zoo veel mogelijk de genoemde sub-commissie in hare menschlievende oogmerken te ondersteunen, en de vrijheid nemende haar in bedenking te geven, of dit niet misschien op eene krachtdadige wijze zoude kunnen geschieden, wanneer men van deze familien een zoodanig getal, als doenlijk is, uitkoos en designeerde, om in de kolonien der Maat≠schappij te plaatsen en onder dat getal huisgezinnen begrepen te worden welke in gevolge en in evenredigheid met het door haar van het Gouverne≠ment overtenemen getal vondelingen, verlatene kinderen of weezen opgeno≠men moeten worden.



Woensdag 22 december 1824

Ingekomen post invnr 71. Het gemeentebestuur van Ommen stuurt een herzien contract voor het graven van een kanaal van de Dedemsvaart naar Ommen. (1772) 72)



Donderdag 23 december 1824

Ingekomen post invnr 71. De subcommissie Amsterdam meldt dat de voorlopige opbrengst der collecte becijferd wordt op É2760,67Ĺ. Tevens stuurt ze een bij haar ingezonden verhandeling van L.J. van Laar over het opzetten van bijenteelt in de koloniŽn.


Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van de subcommissie Woerden aan de Permanente Commissie:

De subcommissie van Weldadigheid heeft besloten, omtrend zeker bij hare heden ontvangene missive van Pieter Korba (uit deze stad in de kolonie Frederiks Oord geplaatst) gedateerd 23 oct. ll. waarvan copie hiernevens gaat, UEd. te verzoeken, zoo als ik de vrijheid gebruik namens dezelve bij deze tedoen, haar te willen informeren of bij den schrijver wezentlijk zoodani≠ge behoefte, als waarvan hij gewag maakt bestaat of bestaan kan, en zoo ja of deze commissie hem de verlangde som uit den opbrengst der onlangs gedane collecte mag doen geworden.

Bijgevoegd:

Frederiksoord den 23 october 1824

WelEdele Heer!

Hope UWelEd. beneffens de verdere Heeren van de subcommissie deeze in volmaakte welstand mag ontvangen, zoo als wij Gode dank meede zijn genietende, en neeme de vrijheid UWelEd. bij deze te informeren dat er verscheidene colonisten zijn, welke om hun tweede koe verzoeken, en ook ten spoedigste verkrijgen alzoo zulks uit hoofde der mest zeer ten voordeele van het land is, egter verpligt zijn, het hooi voor deze koe zelfs aanteschaf≠fen, dat ons vriendelijk verzoek ook zoude zijn de commissie de goedheid zoude gelieven te hebben, van ons met een gulden zes of zeeven te willen plezieren om een voer hooi te kunnen koopen, zoo als aan andere colonisten door hunnen commissie heeft plaats gehad, en daar UEd. ons nimmer een verzoek heeft afgeslagen, zoo blijve wij ook in de hoop en betrouwen, UEd. aan dit ons verzoek zal gelieven te voldoen, en bij aldien men hieromtrend eenig misvertrouwen mogte opvatten, hetzelve alsdan te adresseren aan onzen Onderdirecteur den Heer B. Bosma, want hoewel wij genoeg aardap≠pelen en eeten hebben en verders wel te vreeden zijn, zoo zijn egter de verdienste al te zuinig, als thans bijnaar geen geld in handen krijgende, en dus niet in staat om zulks uit ons zelfs te koopen, en dus ingeval van verkrij≠ging van hooi, volgens belofte van de Heer OnderDirecteur ook dadelijk de tweede koe konde verkrijgen, waardoor het land dus magtig zoude beteren, en hoop hebben van in vervolg dus zelfs meerder hooij voor beide beesten te kunnen winnen, blijve dus in spoedige afwagting met de meeste achting

UEd DWDienaar
P. Corba

(in margina staat) Ons adres is nog als voren, aan P: Corba, in de 4de colonie wijk 4 N80.
(het opschrift is) WelEd. Heer den Heer Bredius burgemeester der stad Woerden.


Uitgaande post invnr 356. Besluit PC, houdende bepalingen ter overname van 200 behoeftige Huisgezinnen in de etablissementen te Veenhuizen, van den 23 december 1824, gedrukt. vermelding



Vrijdag 24 december 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van de Minister van Nationale Nijverheid en de KoloniŽn aan de Permanente Commissie:

Bij de koloniale marine in Oost-IndiŽ is eerst als luitenant en naderhand ten gevolge van demissie, als 2e stuurman diendende geweest de persoon van N. Oxholm, wiens toestand niet gedoogd dat hij opnieuw naar IndiŽ worde teruggezonden.
De Koning zoude gaarne zien dat Oxholm voor 's Rijks rekening konde worden opgenomen in de kolonie Frederiksoord, en Hoogstdezelve verlangt dat ik daaromtrent in onderhandeling trede met de Maatschappij van Weldadigheid.


Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- over de meegezonden lijst van invaliden op de Ommerschans. transcriptie

Verder heb ik de eer te accuseren den ontvangst der missive van de Perma≠nente Kommissie dd. 22 dezer N797 en in gedeeltelijke voldoening aan denzelve, en wel betrekkelijk de inhoud des briefs van Zijne Excellentie den Heer Gouverneur van Overijssel en bijgevoegd kopie eener missive van HH burgemeesteren van Steenwijk, met retour dier beide stukken te berigten; vooreerst dat ik mij niet herinner immer eene brief van burgemeesteren voorn. aangaande zekere Cornelia Nieuwenhuis te hebben ontvangen, maar wel aangaande Krisje Langenberg, van den 22 meij ll. en welke hier waar≠schijnlijk bedoeld wordt; het daarop indertijd aan burgemeesteren gegeven antwoord heb ik al mede de eer hier bij overteleggen en zal zoo ik vertrouw de Permanente Kommissie genoegzame inligting omtrent deeze Krisje Langenberg geven.

De tweede genoemde Geesje Nieuwenhuis is de dogter van den kolonist Nieuwenhuis kol. N2, den 30 september 1823 ontslagen, en is dus even als Krisje Langenberg, sedert dien tijd buiten eenige koloniale betrekking; wat na haar ontslag van haar is geworden en waar zij zich heeft opgehouden is mij onbekend.

Bijgevoegd:

Frederiksoord 26 meij 1824

In antwoord op een Ed. Achtb. missive dd. 22 dezer houdende verzoek om een kinde van Krisje Langenberg bij haar buiten huwelijk verwekt, en ten huizen van K.R. de Vries te Steenwijk gebragt, in de kolonie te laten opne≠men, heb ik de eer te berigten dat gen. Krisje Langenberg reeds in 1822 met toestemming harer ouders ontslag gevraagd, en ten gevolge missive der Perm. Kommissie van dd. 19 junij van dat zelfde jaar verkregen heeft, en van de kolonie is vertrokken, dat daarna zij in Steenwijk moet zijn gaan wonen bij gen. K.R. de Vries, ten zijner huize bezwangert en van gemeld kind is bevallen, de Direktie alzoo uithoofde dit kind in Steenwijk is geboren en wel van iemand die van alle koloniale betrekkingen sints lang is ontheven, het zelve in de kolonie niet kan doen opnemen, terwijl zij overigens  van de wijze waarop dit kind te Steenwijk is gebragt geheel onkundig was en met deeze zaak hoegenaamd geene bemoeijing heeft gehadt.

Falck, adj. Direkteur
bij absentie des Dir. der kol.

Verder bijgevoegd is de lijst van invalide bedelaars aan de Ommerschans, 117 totaal, maar daaronder zijn ook vrouwen en kinderen begrepen.




Zondag 26 december 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Het drie maandelijkse extrakt uit de rekening over de fabriek welke reeds voor eenige weeken aan de Permanente Kommissie had behoren te zijn ingezonden, is nog niet gereed, ik hoop egter dat dit spoedig zal kunnen geschieden; de vertraging hier van is ontstaan deels door de absentie en ongesteldheid van den Heer Brouwer, deels ook door verschillen en gedurige oneenigheden tusschen ZEd. en den onder Direkteur Honing; in geval deze niet ophouden zal ik verpligt worden de Permanente Kommissie daarover meer gedetailleerd te moeten schrijven.
Ten slotte moet ik de Permanente Kommissie berigten dat in de nagt tussschen den 22 & 23 dezer een onbewoond kolonie huisje is ingestort of omgewaaid; het zelve zal van weder opzetten kosten É60-. Overigens hebben onze gebouwen tot heden de geweldige stormen zonder aanmerkelijke schade doorstaan.



Maandag 27 december 1824

Ingekomen post invnr 71. De subcommissie Amsterdam meldt dat de totale opbrengst van de collecte is É2774,74.



Dinsdag 28 december 1824

Ingekomen post invnr 71. Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- over de aanstelling van Adrianus de Geus. transcriptie

- over de prijzen die betaald moeten worden aan kolonisten voor landbouwprodukten. transcriptie

Uitgaande post invnr 355. Circulaire met de verdeling van plekken voor arbeidershuisgezinnen in het tweede gesticht te Veenhuizen.


Woensdag 29 december 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- over de bedelaar A.G. Bode. transcriptie

Voorts gaat hier nevens extrakt uit het rekening boek in het bijzonder en opgaaf der conduite in de Ommerschans van Jannetje van Dranen en Catharina Bakker.

Al verder een gelijk extrakt en opgaaf van Petronella van den Spijk;

- over zaalopzieneier Nieuwenhuis. transcriptie

Eindelijk op het ingekomen extrakt van een inspektie-rapport des luitenant Generaals Cort Heijligers, de bevonden gebreeken in de kadernee≠ringsmiddelen van het detachement militairen te Ommerschans, te berigten dat Zijne Ex. zich vergist met te zeggen dat het locaal niet met steenen bevloerd is, terwijl dit wel degelijk het geval is; wel is waar dat deeze vloer dikwijls in eene (natte?) staat zich bevind, maar ik vind de reden daarvan (in het?) detachement en in de wijze van bewonen zelve, (en niet?) bij de Direktie, om reden wij, zonder dat ik gelove (daartoe?) verpligt te zijn, de vloer meermalen hebben doen (repareren?).
Dat eene der kamers lager is dan de grond buiten (het?) kasern is mogelijk; ook is het niet te on(tkennen dat?) het terrein welke het gebouw omringt veen (is en na?) gedurige passage daar over, naar de bakkerij (stuk ontbreekt) en dergel.(?) en dit een wezenlijk invonvenient is. (stuk ontbreekt) een steenen vloer of stoep, door de uitga (stuk ontbreekt) van eenig nut kunnen zijn.
Aangaande de meubels laat zich thans (stuk ontbreekt) zeggen, als dat de Direktie te Ommerschans (stuk ontbreekt) compleete daarstelling verzuimd heeft, een (stuk ontbreekt) caat van overname of bon, voor de gehee (stuk ontbreekt)

Een gedeelte van deze brief is afgescheurd.

Bijgevoegd zijn de extracten uit de rekeningboeken van Jannetje van Dranen, Catharina Bakker en Petronella van der Spijk. Erbij geschreven staat respectievelijk:

- over Jannetje van Draenen. transcriptie

...over Catharina Bakker. transcriptie

... over Petronella van der Spijk. transcriptie

Ommerschans den 27 december 1824
De Adjunkt Direkteur der Kolonien
Harloff

Verder bijgevoegd verklaring van de zaalopziener Nieuwenhuis/Nieuwenhuizen. transcriptie




Donderdag 30 december 1824

Ingekomen post invnr 71. Cornelius Ajo Andrea uit Wapserveen solliciteert naar een betrekking bij de Maat≠schappij met bijvoeging van een drietal attesten, o.a. van burgemeester Tuttel van Steenwijk en van Stephanus van Roijen. Bijgeschreven staat dat Andrea provisioneel als winkelier is aangenomen. vermelding



Vrijdag 31 december 1824

Besluit van de permanente commissie over ambtenaren in Veenhuizen, met bijgevoegd Naamlijst der Opzienders om tot Wijkmeesters Buiten van het 1e Gesticht te worden voorgedragen, invnr 960
Zie http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/1824_12_31PersoneelVH.html
Zie http://www.schackmann/proefkolonie/Personen/Ras.html