Naar het overzicht
van de POST







De POST van NOVEMBER 1824

Dinsdag 2 november 1824

uitgaande post invnr 355. Brief van de Permanente Commissie aan directeur Visser over de transportkosten voor Douwe Petrus van Steenwijk.transcriptie



Woensdag 3 november 1824

uitgaande post invnr 355. Brief van de Permanente Commissie aan de Administrateur van het Armen≠wezen over deserteurs in het Amsterdamse werkhuis. transcriptie:


uitgaande post invnr 355. De Permanente Commissie schrijft aan de Administrateur van het Armenwe≠zen dat voor het derde etablissement 1200 kinderen gestuurd kunnen worden en dat dan totaal 3600 van de 4000 kinderen geplaatst zullen zijn.



Donderdag 4 november 1824

Uit een brief van de subcommissie Rotterdam aan de Permanente Commis≠sie:

Voorts hebben wij de eer aan UWEd. medetedeelen eene bij mij van het armbestuur dezer stad ontvangene missive, inhoudende, dat zekere bestede≠ling, met name Florian Rigter op kontrakt met het gemeld armbestuur in de kolonien door de Permanente Kommissie gevestigd, na een vijfjarig verblijf aldaar het smitsambacht zoo vlijtig heeft aangeleerd dat hij aanstonds bij eenen smitsbaas als knecht kan worden aangenomen, verzoekende mitsdien zijn ontslag van daar. 71)

'Eenige Reglementaire en huis houdelijke bepaalingen, voor een Etablissement van Weezen', oftewel het Reglement van discipline, op 4 november 1824 door Wouter Visser gemaakt, bevindt zich bij de stukken van 12 maart 1829. transcriptie



Vrijdag 5 november 1824

Uit een brief van Ameshoff aan de Permanente Commissie:

Het Letteroefend genootschap Liefde tot Orde heeft É15- bij mij gestort, te vinden in de ommezijde onder 7v 169 met verzoek daarvan melding als gift te willen maken in het tijdschrift de Star. 71)



Zaterdag 6 november 1824

Ingekomen post invnr 71. Als bijlage bij een brief van Van Rooijen het keuringsrapport van Veenhuizen-2. transcriptie:


Ingekomen post invnr 71. Brief van W. Bezemer aan de Permanente Commissie.
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Personen/Bezemer.html



Zondag 7 november 1824

Ingekomen post invnr 71. Visser denkt de komende week É9000,- nodig te hebben.



Woensdag 10 november 1824

Ingekomen post invnr 71 scan 386. Brief van de subcommissie Delft met ondermeer stuk over de kolonist Wijnmalen..transcriptie


Brief van de Permanente Commissie aan directeur Visser over de geweigerde bedelares Roelofje Roelfs Jaringa. transcriptie:




Vrijdag 12 november 1824

Ingekomen post invnr 71. Brief van Sepp aan de Permanente Commissie over uitbetaalde transportkosten. transcriptie:




Zaterdag 13 november 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Over de personeelsleden R. Lindeman, A. de Clerq, F.W. Bezemer en Veit.transcriptie

Over de nagelaten spullen van de bij de weduwe Alblas ingedeelde Cornelis Schrijver.transcriptie

De Heer Brouwer zich te Groningen bevindende ter geneezing van eene bekomen blessure aan een been, is het mij niet wel mogelijk aan het verlangen der Permanente Kommissie om eene opgave der prijs waar voor wij vlas zouden kunnen bekomen te doen.


Ingekomen post invnr 71. Visser stuurt de verantwoording over augustus.



Zondag 14 november 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Ontvangen hebbende de hier nevensgaande missive van Heeren Regenten van de Aalmoezeniers kamer der stad Utrecht dd. 4 dezer, benevens het daar bij aangehaalde afschrift eens briefs van de wed. de Groot, houdende verzoek om ontslag uit de koloniŽn, heb ik gemeend dezelve der Permanente Kommissie te moeten adresseren. Terwijl ik de vrijheid neem te advyseren aan het verlangen van de wed. de Groot te voldoen en mij tot het geven van haar ontslag te authoriseren, als zijnde zij wed. en dus niet geschikt als huisverzorgster, tevens verzoekende de Perm. Kommissie de goedheid gelieve te hebben mij hare intentie omtrent de kinderen te willen mededeelen, het zij dezelve zoo daar toe geleegenheid zijn mogt, bij andere huishoudin≠gen in te deelen of wel andere huisverzorgers - zoo mogelijk - bij de kinderen aantestellen.

Nog vind ik mij verpligt ter kennis van de Permanente Kommissie te brengen dat de twaalf kinderen van Rotterdam, overeenkomstig kontrakt als eigen kinderen ingedeelt bij zes huisgezinnen uit die stad in kolonie N6 gevestigd, over het algemeen genomen worden mishandelt, zonder dat wij in staat zijn dit altijd voortekoomen, uithoofde die menschen zich steeds beroepen op de groter last welke hun met die kinderen is opgelegt zonder daar voor iets te genieten, niet tegenstaande hun, volgens hun zeggen 15ct per week peer kind beloofd was; intusschen heeft dit een en ander ten gevolgen dat sommige dier kinderen dikwijls weglopen en te Blesse, Steggerden enz. beedelen, zoo dat wij reeds genoodzaakt geweest zijn P. Zurings / Anna van der Berg naar de Ommerschans te doen overbrengen, en nu weder A. Treemeyer gevon≠den hebben, welke sedert eenige weken gedeserteerd was, die wij egter na eenige dagen arrest bij Kok tot wiens huisgezin hij behoorde, zullen terug brengen; gaarne wenschte ik, indien zulks mogelijk was, dat voor deze kinderen op eene of andere wijze met besteeders kon worden gecontrac≠teerdt.
webpagina Zurings

Bij deze gelegenheid neem ik de vrijheid aan de attentie der perma≠nente Kommissie te adviseren dat door het huwelijk der wed. Hille en der 3 huisgezinnen van Schiedam, welke mede ieder met twee kinderen waren belast, is ontbonden of ontslagen; dat Bollen tegenwoordige man van de wed. Hille, welk zich thans met Catharina Berenvanger belast vind, zich daar van gaarne zag ontslagen, zonder dat het ons mogelijk is daar aan te kunnen voldoen; en of het tengevolgen van dit een en ander niet doelmatig en billijk zoude wezen, de zes kinderen waarvan er een of twee zijn ontslagen door de overige 4 of 5 onder huisverzorgers tot een huisgezin te vereenigen en zodoende in de huishouding of reekeng van de wed. Hille continueren.

Bijgevoegd is de brief van de Utrechtse Regenten met de brief van weduwe De Groot:

Ik ondergeteekende wede de Groot, geven met verschuldigde eerbied aan UEd te kennen, dat ik mij zelve zeer gaarne uit de colonie ontslagen zag, dewijl ik mij zelve te zwak bevinde om een huishouden met zeven kinderen na behoren te kunnen waarnemen waar onder er ook zijn die tot hunne jaren beginnen te komen, en bij welke wel een mans hoofd vereischt wordt en dewijl ik thans na genoegen van onse predekant belijdenis van ons geloof heb afgelegd en dus mijn voornemens is om het overige mijner dagen in een stil en geruster leven tot eer van onse God en mijner ziele zaligheijd te kunnen doorbrengen, zoo is mijn ootmoedig versoek aan UwWelEdele Heeren dat het UEd behage mogen mijn ontslag te verleenen met verzeeke≠ring van mijnent wege UEd in het vervolg tot geen onderstand meer lastig te vallen en op dat ik dan alzoo in staat mogte zijn om met behoorlijke attesta≠tien nog voor den winter tot UEd in mijn vorige stad als een braaf en zedig ledemaat te rug te keeren, en dit mijn vertrouwen op UwWelEdelens gunstig antwoord blijve ik, ondergeteekende

UW WelEdelens onderdanige en gehoorzame dienaresse
wed. de Groot
Willemsoord den 28 october 1824 71)


Ingekomen post invnr 71. Visser denkt de komende week É7000,- nodig te hebben.



Dinsdag 16 november 1824

Ingekomen post invnr 71. Brief van de weduwe Rhode aan de Permanente Commissie transcriptie


Ingekomen post invnr 71. Brief van de administrateur van het armenwezen aan de Permanente Commissie over deserteurs in het Amsterdamse werkhuis. transcriptie




Donderdag 18 november 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- over de geweigerde bedelares Roelofje Roelfs Jaringa, met bijlage brief van Harloff daarover. transcriptie

De missive der Permanente Kommissie dd. 13 dezer N698 mij wel geworden heb ik de eer ter voldoening aan sommige daarbij verlangde inligtingen enz. te berigten, vooreerst dat de provisioneel geŽmployeerde Josserel zegd zijn paspoort te hebben verloren, blijkens nevensgaande verklaring; terwijl uit het extract uit het stamboek van het corps waarbij hij het laatst heeft gediend, tevens blijkt, dat hij werkelijk is gepasporteerd.
Hoewel onder de kortelings aangestelde geŽmployeerden geene gevonden word, welk tot een administratief vak van eenig aanbelang, naau≠welijks als adsistent kan worden opgeleid, hebben wij wel geen dadelijk gebrek aan adsistenten op het Algemeen Bureau, noch administrateurs in de kolonien, maar wel is er gebrek te voorzien bij eene bevolking en uitbreiding der ontginning te Veenhuizen, zijnde Josserel provisioneel geŽmployeerd, meer in het uitzicht van eene volgende behoefte en om zijn dringend verzoek, dan wel omdat men tegenwoordig hulp nodig had.

Cornelia Clasina de Meyer gedraagd zich erg onberispelijk. Intus≠schen moet men steeds bedagt zijn haar buiten de gelegenheid te houden van sterken drank te drinken, zijnde zij daartoe nog altijd genegen.
Betreffende Willem Leger welke andermaal in de kolonie zal worden teruggebragt neem ik de vrijheid aantemerken, dat ingeval hij in de vrije koloniŽn wordt opgenomen, het te vrezen is hij, niettegenstaande de meeste surveillance wederom zal weglopen, en ik daarom gaarne zoude zien dat hij dadelijk naar de Ommerschans wierd opgezonden.




Vrijdag 19 november 1824

Ingekomen post invnr 71. Brief van de subcommissie Deventer aan de Permanente Commissie:

Onlangs ontvingen wij eenen brief van den kolonist J. Steunenberg, wien wij met deszelfs talrijk gezin in den jare 1820, toen hetzelve tot eenen hulp behoevenden armoedige toestand was vervallen, uit onze stad naar de kolonie Frederiksoord opzonden, welke brief ons niet alleen het streelend genoegen verschaft van met behulp der edele Maatschappij van Weldadig≠heid een deugdzaam doch ongelukkig huisgezin uit eenen staat van ellende en diepe vernedering te hebben gered, maar ook tevens een doorslaand blijk oplevert, haar vlijtige pligtsbetrachting in de kolonien dezer Maatschappij wordt bevorderd en beloond, en hoedanigen indruk zulks maakt bij eene weldenkende kolonist.
Wij hebben dan ook dezen brief merkwaardig genoeg geacht om aan den inhoud van dezelve zoo veel mogelijk publiciteit te geven, vooral ook daar zulks den meer algemeenen deelneming aan deze Maatschappij zoude kunnen bevorderen, en medewerken ter wegneming der vooroordeelen welke hier en elders nog tegen het nut dezer inrigting mogten bestaan. Wij nemen dienvolgens de vrijheid om den gemelden brief ter plaatsing in het tijdschrift de Star aan te bieden.



Zaterdag 20 november 1824

Ingekomen post invnr 71. Brief van het hoofdbestuur van het Genootschap tot Zedelijke Verbetering der Gevangenen aan de Permanente Commissie:

Het bestuur der afdeeling van het Genootschap tot zedelijke verbetering der gevangenen, te Rotterdam gevestigd, heeft ons kennis gegeven der geopen≠de correspondentie met UWEd: omtrent het kind Jelis Jansen; ten einde hetzelve, bij zijn ontslag uit de gevangenis, indien mogelijk, te plaatzen in eene der kolonien van de Maatschappij van Weldadigheid. Genoemd bestuur heeft ons daarbij tevens berigt gegeven van het antwoord door UWelEds: aan hetzelve ingezonden, in dato 8 nov. ll. No 675.
Met bevreemding zagen wij, uit laatstgenoemde brief: "dat er voor eenigen tijd bij UWelEd: zoude zijn ontvangen eene missive van het hoofdbe≠stuur van ons Genootschap, betreffende de overname van soortgelijke voorwerpen" aangezien uit onze acten de verzending van dit stuk niet blijkt. Ter opheldering van deze duisterheid verkeeren wij in het denkbeeld, dat, welligt, onze verdienstelijke medehoofdbestuurder de H.E.G. Heer J. van den Bosch, ten gevolge van een vriendschappelijk onderhoud tusschen Z.H.E.G. en de Heeren L'Ange, Nierstrasz en schrijver dezes, op den 22 juny ll. in 's Hage plaats gehad hebbende, daaruit kan aanleiding genomen hebben, tot de correspondentie door UWEd: in gedachte missive van den 8 dezer No 675 bedoeld.
Dan hoe het zij: aangenaam en vereerend tevens was het voor ons, uit het slot der zoo aanstonds genoemde missieve, te ontwaren dat UWEds: gezind waren, over de zaak in het algemeen, met ons te willen onderhande≠len: en wij zullen zeer gaarne de denkbeelden van UWEd: verstaan, omtrent de wijze waarop enkele individu's zullen kunnen worden op- en aangenomen in de kolonien der Maatschappij van Weldadigheid: ten einde daarna, met betrekking tot dit hoogstgewigtig onderwerp, tot een gewenscht besluit te komen.
Dan aangezien het hoogstmoeijelijk is vooraf te kunnen bepalen, binnen welk tijdsverloop, de onderhandelingen op dit punt, door UWelEd: met ons, aan te vangen, kunnen worden ten einde gebragt; en het ontslag van den in het hoofd dezes genoemden Jelis Jansen vast nadert; zoo zou het ons hoogst aangenaam zijn, bij voorraad, met UWelEds: over de opname van dit kind, in vele opzigten zoo diep beklagenswaardig, in minzame onderhandelin≠gen te treden: alles onverminderd zoodanige nadere en definitieve overeen≠komst, als weke wij wat de zaak in het algemeen betreft, met wederzijdsch goedvinden en overleg, zoo gaarne wenschten tot stand gebragt te zien; en waaromtrent wij niet kunnen nalaten de beste verwachting te koesteren.

Hoofdbestuur van het Nederl: Genootsch: tot Zedelijke Verbetering der Gevangenen; en in derzelver naam

W.H. Warnsinck BZ.
Medebestuurder en Secretaris



Zondag 21 november 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Der Permanente Kommissie heb ik de eer hiernevens te addreseren een staat der gebouwde eigendommen van de Maatschappij; ik heb zo als aan den voet dier staat is vermeld, gemeend om verwarring of duisterheid te vermijden, de numero's waarmede de gebouwen zijn of behoren te worden genoteerd, daarop niet te moeten invullen, om reden ik veronderstel de mogelijkheid, dat bij de aangifte der Permanente Kommissie van sommige der gebouwen aan de Direktie der Brandwaarborg maatschappij reeds numero's zijn gegeven, bij mij onbekend; ten anderen weet ik niet welke numero's aan de geemploijeerde woningen te geven, namentlijk of men zal beginnen, bijvoorbeeld, met het Onder Direkteurs huis, school en spinzaal of die te laten volgen op het laatste No's der hoeven, hetgeen in kolonie No 1, 2 en 3 zoude kunnen geschieden wijl die kolonie voor geen uitbreiding of vermeerdering van hoevens schijnen vatbaar te wezen.
    Dit is echter niet het geval bij de andere koloniŽn en kunnen die gebouwen daarom ook niet wel op het nu laatste numero der woningen volgend, terwijl dit dan een gaping in de nummers der koloniste of boerenwoningen en hoeven zoude veroorzaken.
    Zo zoude wanneer bij kolonie No 5 de boerenwoningen wierden genummerd van 1 tot 17 en daarop het OnderDirekteurs huis, boekhouders en wijkmees≠terswoningen volgende, het eerst volgend te bouwen boerenhuis weder No 24 of 25 verkrijgen; doet men het omgekeerd en begind men met het OnderDi≠rekteurs huis, dan verkrijgen de huizen andere numero's als die waarbij de hoeven zijn bekend; zo zoude dan het huis op hoeve No 1 worden genoteerd met 6 of 7. Beide deze wijzen hebben hunne zwarigheden en het is mis≠schien verkieslijk te beginnen met de hoeven of woningen der kolonisten en de geŽmployeerde huizen of schuren, schapehokken en hooijbergen, wan≠neer die als afzonderlijke percelen moeten worden beschouwd, ook numero 1 enz: te geven met bijvoeging van de letter A, B enz: of wel zo als ik meen dit bij sommige wijkmeesters woningen, in kolonie 3 en 4 heeft plaats gehad, op die panden te stellen, het numero van de naastbijstaande kolonisten woning met bijvoeging van bis.


Maandag 22 november 1824

Contract met Baron Sloet van Oldruitenbergh c.s. als eigenaars van het Leekster en Zevenhuizer Hoofddiep, invnr 1304 en 1305
webpagina Veenhuizen 1824_11_22LeeksterEnZevenhuizerHoofddiep






Dinsdag 23 november 1824

Ingekomen post invnr 71. Brief van Sepp aan de Permanente Commissie over uitbetaalde transportkosten. transcriptie:




Vrijdag 26 november 1824

Ingekomen post invnr 71. H. Belder stuurt een beschrijving van een verbeterde soort brandspuit die hij in zijn fabriek produceert.


Ingekomen post invnr 71. Bijgevoegd bij een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie zijn notities van Harloff over het gedrag van sommige bedelaars. transcriptie




Zaterdag 27 november 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van Ameshoff aan de Permanente Commissie:

De Heer Riemsdijk bedank ik voor zijne partikuliere, en houde mij aanbevolen wanneer er iets naders nopens de aangehaalde zaak van S. gebeurt, welke, zoo men mij zegt de opmerking en aandacht van den Koning heeft gewekt.


Brief van de Permanente Commissie aan het hoofdbestuur van het Genoot≠schap tot zedelijke verbetering van Gevangenen:

In antwoord op UWelEd. vereerend schrijven van den 20 dezer maand N147/68, hebben wij de eer UWEd. mede te deelen, dat de duisterheid, welke ons gegeven antwoord van den 8 nov. ll. N675 aan de afdeeling van UWEd. genootschap te Rotterdam, bij UWEd. heeft veroorzaakt, zal opgehe≠ven zijn door UWEd. aantemerken, dat de aanleiding tot dat gegeven ant≠woord eigenlijk geweest is eene missive van den Heer Administrateur voor het Armwezen, op het verlangen van ZM den Koning, over het onderwerp van eene algemeene overneeming in de koloniale etablissementen van gedeti≠neerd geweest zijnde personen, bij minnelijke onderhandeling en overeen≠komst met UWEd. ons in dato 25 aug. ll. N28 geschreven.
Dit onderwerp nu als nog door overwogen wordende zoo kunnen wij - hoe gaarne anders ook - niet wel overgaan, om inmiddels eene enkelen persoon overtenemen; zoo omdat het beginsel tot diergelijke plaatsingen nog niet door ons is aangenomen, als, om dat hetzelve waarschijnlijk niet anders zal kunnen worden aangenomen dan onder voorwaarde van eene genoegza≠me talrijke overneming ter daarstelling van een geheel afzonderlijk etablisse≠ment voor de onderhavige voorwerpen; zullende wij echter, zoodra daarom≠trent door ons een besluit zal zijn genomen, het genoegen hebben, UWEd. hetzelve medetedeelen. 355



Maandag 29 november 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie,

- eerst over het reglement van tucht voor wezen:
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Tucht/Reglementen1824_11_04.html

- daarna over onderwijs, met bijgevoegd plan voor winterschool in Willemsoord-Steggerda
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Onderwijs/1824_11Steggerda.html

- D extrakten uit de gedragboeken der koloniŽn welke volgens besluit der Perm. Kommissie dd 6 Sept 1824 reeds in het begin dezer maand aan hen behoordente zijn ingezonden, zijn mij te zeer onregelmatig geworden om daar aan te kunnen voldoen. Ik zal daarom nu met die inzending tot in het begin der volgende maand ??, en dit dan over de beide afgelopen maanden doen, hopende dat dit bij de Perm. Kmmissie voldoende zal worden verschoond.

Geen afschrift van de reglementen gevonden. Die bevinden zich namelijk op 12 maart 1829, als een kopie ervan door Visser wordt opgestuurd naar de permanente commissie die dan een nieuw reglement wil gaan schrijven.