Naar het overzicht
van de POST







De POST van OKTOBER 1824

ĪVrijdag 1 oktober 1824

Ingekomen post invnr 70. Brief van ex-zaalopziener Los aan de Permanente Commissie. transcriptie




Zaterdag 2 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- Over de aanstelling van Coenraad Hulst als onderdirecteur. transcriptie

terwijl ik almede bij deeze voorstel de boekhouder Jurgens van kol. N6 op zijn verzoek over te plaatsen in het 2e etablissement te Veenhuizen, provisio≠neel met den ontvangst der goederen, het aanleggen der boeken enz. te chargeren, om hem dervolgens als zeer geschikt tot zaalopziener daar toe te employeren; kunnende gem. boekhouder door de persoon van van Boven bekend als adsistent op het Algemeen Bureau, doch werkelijke tot hulp van den boekhouder Heyser kol. 3 gebezigdt, als boekhouder van kol. N6 worden vervangen, voor wien ik dan ook de vrijheid neem het volle inkomen eens boekhouders te vragen.

Al verder om den tegenwoordige spinbaas in kol. N4 H. ten Broek als onderDirekteur der fabriek overteplaatsen in het 2e etablissement te Veenhui≠zen en in dezelver plaats aantestellen zijnen broeder (ruimte opengelaten) ten Broek die zich sedert eenige tijd alhier bevind, ten einde met de gewone loop der koloniale fabriekages bekend te worden, een goed fabrikant en van een zeedelijk gedrag is.




Zondag 3 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71 scan 33. Uit een brief van directeur Visser.

Visser stuurt onder meer een lijst van eenige kolonisten welke door de Kleine Raad geschikt zijn geoordeeldt om als boeren op grote hoeven bij eene der etablissementen te worden overgeplaatst, waartoe ik bij deze de eer hebt autor. der P.K. te vragen.

Stukje over de kolonist Hendrik Bosz.transcriptie

Bijgevoegd is de gemelde staat van kolonisten welke geschikt zijn om als boer bij een der etablissementen gevestigd te worden. De hier op voorko≠mende namen zijn: Bakema (kolonie 2), Steunenberg (2), De Nekker (3), Keizer (4), Kuipers (4), Onvlee (4), Mailly (4) en Wibier (4).



Maandag 4 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Brief van F. Kraemer aan de Permanente Commissie. transcriptie




Dinsdag 5 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Brief van de subcommissie Rotterdam over het vertraagde verteek van het arbeidersgezin Ze(e)gers. transcriptie

Ingekomen post invnr 71. Brief van boekhouder Riekel Smit aan de Permanente Commissie met verzoek hem niet te ontslaan, met enige bijlagen. transcriptie:




Woensdag 6 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van S.J. van Roijen aan de Permanente Commissie:

- over onderhandelingen rond de vaart. transcriptie

- over ene Harm Jans Smit uit Vledder die onderdirecteur van Willemsoord wil worden. transcriptie



Vrijdag 8 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van S.J. van Roijen aan de Permanente Commissie over onderhandelingen rond de vaart. transcriptie:


8 oktober 1824, directeur der kolonien, zendt in de nota's van opheldering en beantwoording der aanmerkingen  de PK op de afrekening van den Hr von Hoff en van die des Hr von Hoff zelve, met retour van de afrekening en de bijlagen --> beantw 18 maart 1825, al de stukken de afrekening rakende bij een pakket gevoegd (brievenboek INkomend invnr 348)


Zondag 10 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Diploma, attest enz. van de Heer J. Smit, heel en vroedmeester te Leek, welke Heer Smit verzoekt om op de gewone voorwaarde als heel en vroed≠meester te worden geplaatst in het 2e etablissement te Veenhuizen en daar het mij bij nadere en informatien onder anderen van den Heer Adj. Direkteur van Lemell is voorgekomen, dat die Heer als bekwaam in zijne betrekking, en van een goed zeedelijk gedrag bekend is, neem ik de vrijheid de Permanente Kommissie te adviseren het verzoek met eene aanstelling bij de aanstaande bevolking van dat etablissement te vereeren.

- over het gereed zijn van Veenhuizen-2. transcriptie




Dinsdag 12 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Visser stuurt de verantwoording over juli.



Woensdag 13 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Brief van A. Cats  van achttienhoven over de subcommissie Woerden.
transcriptie


Donderdag 14 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71 scans 117-118. Brief van Fenner aan de Permanente Commissie. transcriptie



Brief van de gouverneur van Overijssel aan de gemeente Ommen, gemeentearchief Ommen ingekomen stukken 1823-1824. transcriptie




Zaterdag 16 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. De administrateur van het armenwezen stuurt een request van de weduwe Simons uit Breda om haar twee kinderen uit de Ommerschans vrij te laten, vergezeld van een brief daarover van de gouverneur van Noord-Branant. transcriptie




Zondag 17 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Der Permanente Kommissie heb ik de eer in antwoord op hare missive dd. 9 dezer B573 te berigte dat Bouwe Broers van Enkhuizen niet in de koloniŽn is teruggekeerd, en dat de kleeding der kinderen ingedeelt bij den huisverzorger P. Wagenmaker niet zoo goed is als wij dit zelf zouden wenschen, doch ook niet zoo slegt als H.H. Regenten van het Arm en Weeshuis van Enkhuizen in hare aan mij geadresseerde brief dd. 23 september jl. deden veronderstellen, afschrift van het antwoord op den brief heb ik de eer hierbij overteleggen, en mij daar aan refereeren.
Voorts dat de kolonist L. Verhagen van Rotterdam en de huisvrouw van den kolonist van der Pol, I. de Boer van Harlingen na hunne eerste desertie slegts gedurende weinige dagen, en als in stilte in de kolonien zijn geweest en weder weggelopen, alvorens zij voor de Kleine Raad waren geroepen, en zij nog afwezig zijn.

- over de sollicitant W. van der Plas uit Steenwijk. transcriptie


Bijgevoegd:

In antwoord op UwelEd. missive dd. 23 september jl. heb ik de eer te rescriberen, dat Bouwe Broers sedert 22 juny ll. niet in de koloniŽn is terug gekomen. Wat aangaat de kinderen bij Wagenmaker hier omtrend neem ik de vrijheid UwelEd. voor eerst in consideratie te geven, zijne bekende onge≠schiktheid voor huisverzorger, waar door het ons, met de beste wil onmogelijk wordt de kinderen zoodanig gekleed en behandelt te zien, als wij dit zoo hartelijk wenschen. Om deze reden zag ik mede gaarn dat Wagemaker als huisverzorger wierd terug genomen en een ander gezonden, of de kinderen op een andere wijze gevestigd, waaromtrent ik UwelEd. verzoek met de Permanente Kommissie in correspondentie te treeden, zijnde ik tot de verdere behandeling dier zaak niet geregtigdt. Intusschen moet ik hier ten anderen nog bij voegen dat de bewuste kinderen thans niet zoodanig van kleeding ontbloot zijn als verkeerde gerugten dit misschien aan HH Regenten hebben doen voorkomen.
Betreffende de kinderen ingedeelt bij Reedijk en de haveloze, ja zelfs onzuivere staat waar in die zich bij hare laatste overkomst te Enkhuizen zouden hebben bevonden, kan ik mijne bevreemding niet verbergen. Zoo wel als HH Regenten de slordigheid der vrouw van Wagenmaker kennen, is HunEd. de order en zindelijkheid der vrouw van Reedijk, en het geheele huisgezin bewust, daar bij hebben de kinderen zelfs verklaard dat zij zuiver en rijn uit het huis hunner verzorger zijn vertrokken, doch dat zij in het schop onder eene menigte vreemdelingen welligt eenig ongedierte hebben opge≠daan; verhalende zij verder deze verklaring ook reeds voor Heren Regenten te hebben afgelegt; wat hier van zij vermag ik natuurlijk niet te beslissen, maar dat kan ik UwelEd. verzekeren dat het huisgezin van Reedijk nog altijd het zelfde is, als HH Regenten het indertijd hebben gezien.


Ingekomen post invnr 71. Visser bericht dat de publieke aanbesteding van wol op de 15 oktober heeft plaats gevonden en dat gekocht is Drentse wol ŗ É52,- de 100 pond en Norger wol ŗ É58,50 de 100 pond. In totaal is 15000 pond gekocht. 71)


Ingekomen post invnr 71. Brief van A.G. Los aan de Permanente Commissie. transcriptie


Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Der Permanente Kommissie heb ik de eer hier nevens ter approbatie te doen toekomen twee kontracten van aanbesteeding met de daarbij behorende  bestekken, een teekening en begroting van kosten, welke het mij aangenaam zal zijn zoo spoedig mogelijk terug te ontvangen, aangezien het ons voorkomt de omstandigheden vereischen, dat de brug in den weg over de oude smilden, nog voor de ophanden zijnde winter worden gelegd.



Dinsdag 19 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Brief van honorair lid M.S. Asser aan de Permanente Commissie over sollicitant Bezemer.
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Personen/Bezemer.html



Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- over loonsverhoging voor boekhouder Reese. transcriptie

Over de zelfmoord van de bij de weduwe Alblas ingedeeld C. Schrijver.transcriptie

Nog ter harer kennis te brengen dat de wed. Trijntje Tjebbes van Texel voor eenige dagen bevallen is van een onegt kind, zonder de vader te willen noemen: door hare bevalling was mij hare zwangerschap bekend, doch te laat om haar in deze positie voor de Raad van Politie te Steenwijk en naar de Ommerschans te brengen. Thans heeft zij in het zeker vooruitzigt van voor gem. Raad gebragt en door deze naar de O.S. te worden verwezen, verzogt om zonder deze teregtstelling dadelijk naar de strafkolonie te worden verplaatst; met overleg van ZHEdGestrenge den Heer 2 Adsessor heb ik gemeend haar dit verzoek te moeten toestaan, alvorens haar egter te doen vertrekken zal ik de welmening der Perm. Kommissie hier omtrent afwagten,




Uitgaande post invnr 355. Uit een brief van de Permanente Commissie aan S.J. Van Roijen over sollicitant H.J. Smit. transcriptie:





Donderdag 21 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van Sepp aan de Permanente Commissie over deserteurs in het Amsterdamse werkhuis. transcriptie:




Zaterdag 23 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Eindelijk heb ik de eer te berigten dat volgens gezegde van eenen van Ommerschans komende persoon den 21, 22 dezer veele beedelaars uit dat etablissement zijn ontslagen. Ik veronderstel dus dat de Heer Harloff middel gevonden heeft het ontbreekende geld dat ik ZijnEd niet had kunnen zenden, van elders heeft bekomen en wagt heden zijn rapport van het ontslag.


Uit een brief van de Permanente Commissie aan de diaconen der Ned. Herv. Gemeente van Den Haag:

Wij hebben de eer UWEd. hiernevens toetezenden de verklaring van de desertie van den jongeling L. Houtman, verzocht bij UWEd. missive van den 28 sept. ll.
Voorts hebben wij het genoegen ter beantwoording van de vragen, vervat in UWEd. missive van den 16 dezer, het volgende mede te deelen.
De in de koloniŽn uitbestede kinderen worden in geen geval - en dus ook niet bij derzelver meerderjarigheid - anders ontslagen dan op het verlan≠gen van de uitbesteders, uitgezonderd, wanneer zij voor den dienst der Nat. Mil. worden opgeroepen of, na hunne meerderjarigheid, vrijwillig in militairen dienst verlangen te treden. Het komt ons echter voor dat de bestedelingen, meerderjarig geworden zijnde, hun ontslag van derzelver besteders kunnen verzoeken.
De uitbestede jongelieden kunnen dus ook na hun 21e jaar in de kol. worden gelaten; ofschoon wij het overeenkomstig het doel der uitbesteding en de inrigting der kolonien beschouwen, dat de bestedelingen zoo veel mogelijk, bij hunne meerderjarigheid worden ontslagen, moetende zij ook steeds na hunne meerderjarigheid op de zelfde wijze bij huisverzorgers of in koloniale huisgezinnen ingedeeld blijven, ten ware het bijzondere gevallen plaats had, dat een  of ander jonge of meisje met eene koloniste weduwe of weduwnaar, onder onze toestemming, in het huwelijk trad, als wanneer hij of zij ophoudt bestedeling te zijn.
Eindelijk; de gelden van de verdienste der kinderen opgelegd, worden ten hunne behoeve in de spaarbank te 's Gravenhage gestort, om bij hun werkelijk ontslag, aan hen te worden uitgereikt. 355



Zondag 24 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- over het afpalen ten behoeve van de jacht. transcriptie

Bij mijn laatste verblijf te Ommerschans heb ik gevonden dat een groot gedeelte der kolonisten gebrek aan hemden hebben, dat ook eenige beddela≠kens en kussenslopen mankeeren, zonder dat wij in staat zijn daar in door het algemeen magazijn te voorzien; voorts is het te O.S. gewonnen, zoo wel als het vroeger aangekogte vlas, bijna gesponnen en geweven, zoo dat ook langs dien weg geen middel bestaat ons het volstrekt benodigde aanteschaf≠fen; daar bij komt dat de kolonisten bedelaars aanzienlijk op hunne rekening voor kleding te goed hebben.
Ook in de vrije koloniŽn is gebrek aan linnen, vooral van beddela≠kens, en wij kunnen aan de menigvuldige aanvragen der kolonisten, die voor het grootste gedeelte door het wekelijks laten staan voor kleding daarop ook eene billijke aanspraak verkregen hebben, niet voldoen.


Dinsdag 26 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Visser stuurt enkele stukken, waaronder 2 lijsten van bedelaars: die de Ommerschans verlaten hebben en die het recht daartoe hebben maar verzocht hebben de winter nog te mogen blijven. Voorts doet Visser een aanvraag van É4000,- als extra besteding omdat het ontslaan van bedelaars en ingekomen rekeningen een tekort in de kassa hebben doen ontstaan.

Uit de notulen van de permanente commissie, invnr 39
Artikel 18 Direkteur der kolonien N776
Zendt in 2 nota's van opheldering en beantwoording der aanmerkingen van de P.K. en der bedenkingen van den Hr von Hoff omtrent deszelfs afrekening met de Mij, met inzending dier afrekening en de bijlagen.
De reactie van de pc:
In handen des Heeren Van Riemsdijk gesteld.


Woensdag 27 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van de subcommissie Medemblik aan de Permanente Commis≠sie over kolonist Kloppenburg. transcriptie:





Donderdag 28 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van de afdeling Rotterdam van het Genootschap van Zedelijke Verbetering van Gevange≠nen aan de Permanente Commissie:

In het provinciale huis van correctie alhier bevindt zich zekeren Jelis Jansen, door het hof van Assises in de provintie Gelderland bij arrest in dato 7 january 1823, uit hoofde van eenvoudige diefstal tot eene correctionele gevangenisstraf van 2 jaren verwezen, welke straf zal eindigen op den 14e maart aanst., op welk tijdstip gen. gevangene den ouderdom van tien jaren bereikt zal hebben.
Regenten over de gevangenissen alhier van dit kind vernemende dat zijne ouders en eenigen broeder mede om diefstal crimineel zijn gestraft en zich mede in de gevangenis bevinden, hij bij zijn ontslag niemand overig had aan wiens zorg hij konde worden overgegeven, hebben ons met deze zaak bekend gemaakt en verzocht dat het Genootschap zich de belangen van dat kind zoude aantrekken.
Gaarne aan dat aanzoek voldoende is het ons voorgekomen dat wij geenen beheven(?) weg konden inslaan om dit kind, zoo mogelijk nog tot een nuttig lid der maatschappij te doen opgroeijen, dan door te beproeven of hetzelve in eene der etablissementen van de Maatschappij van Weldadigheid konde worden opgenomen te meer daar zijne ouders veldarbeiders van beroep geweest zijnde, hij door hun ook nimmer tot iets anders is opgeleid en dus zelve verlangt bij zijn ontslag weder op het platte land terug te keeren.

Geen Jelis Jansen gevonden in Rode Kloosterhuis of Veenhuizen/Ommer≠schans.


Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van de subcommissie Leeuwarden aan de Permanente Com≠missie:

In het weeshuis alhier bevinden zich nu en dan slegte en onwillige voorwer≠pen, welke men door de gewone straffen niet wel tot hun plicht kan brengen en welkers voorbeeld niet dan eenen nadeeligen invloed op de anderen kan hebben, dezelve tot plaatsvervanging in de kolonie optezenden, wil men ook niet gaarne, daar dit dan bij velen de schijn zoude hebben dat dit opzenden niet een weldaad, maar wel eene straf was. Zoude het alzoo niet mogelijk zijn dat met goedkeuring van de Permanente Kommissie de weesvoogden de bevoegdheid hadden zulke wezen tegen betaling van 50 a 60 guldens s'jaars ter hunne verbetering in de bedelaarskolonie te plaatsen.


Uitgaande post invnr 355. Brief van de Permanente Commissie aan de Administrateur van het Armen≠wezen over sollicitant Wouter van der Plas. transcriptie:


Uitgaande post invnr 355. Uit een brief van de Permanente Commissie aan Prins Frederik over de twee bedelaars Simons. transcriptie


Zaterdag 30 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van Prins Frederik aan de Permanente Commissie over de twee bedelaars Simons. transcriptie:




Zondag 31 oktober 1824

Ingekomen post invnr 71. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Der Permanente Kommissie heb ik de eer hiernevens ter approbatie te doen toekomen
1. contract in duplo wegens het bouwen van vier boerenhoeven, geannoncieerd(?) van eene staat van begroting.
2. idem wegens den opbouw van een onderdirekteurs huis bij het 2e gesticht, vergezeld van een staat van kosten met bijvoeging van een contract uit den brief des Heren Adj. Direct. van Lemel, do (ruimte opengelaten) oktober N37 strekkenden tot opheldering zoo van de bestekken en begroting der kosten als de reden waar om ook nog deze stukken eerst worden ingezonden na dat de werken reeds zijn aangevangen; zijnde dit laatsten ten gevolge missive der Permanente Kommissie do 16 oktober A602 en daar opgevolgde mijne aanschrijving van den 18 dezer N295 en waar toe ik de vrijheid neem mij te refereren.
Voorts in antwoord op de missive der Permanente Kommissie do 27 dezer N626 te berigten, dat ik bij het doen der aanvraag om kussens, sloopen, linnen voor de Ommerschans niet bedagt was dat, dat gedeelte der huisraad voor bedelaars van de zelfde kwaliteit als voor de vrije kolonisten was, waar om ik de Permanente Kommissie verzoek, ingeval de verzending nog niet mogt zijn geschiede deze aanvrage als niet gedaan te beschouwen; betreffende het de beddelakens en hemden den 21 september ll. van s Hage verzonden, deze zijn alle tegelijk zonder hier ontladen te zijn geweest naar Veenhuizen, 2de gesticht verzonden.

Bijgevoegd is de brief van Van Lemel. Hieruit;

Dat vermits het thans geldige tarief van materialen dezen hogeren maatstaf inhoudt, dan dat waar vroeger de boerenwoningen gereekend was, en uit dien hoofden noodwendig volgen moet dat dezelve in prijs steigen, ik ge≠meend heb te moeten uitzien naar middelen om dit op eene convenabelen wijze te beletten. Ik meen dat middel gevonden te hebben in de bepalingen sub 1 in de contrakten vermeld; ten gevolge waarvan de gebinten van ellens worden zamengesteld die merkelijk minder in prijs zijn dan gewone balken en die het, met behoud van de nodige hechtheid en sterkte, zeer goed kunnen doen. Hier door is nu te weeg gebragt dat de bedoelde gebouwen wel verre van in prijs te stijgen, integendeel voor eenen minderen prijs zijn aanbesteed.

Dat de onderhavige werken reeds zijn aangevangen en zulks ten gevolge de door den Heer 2e adsessor uitgevaardigde orders, terwijl ook het ver gevor≠dert saisoen, niet gedoogde den opbouw uittestellen, deze overigens niet vroeger heeft kunnen worden aangevangen, ten oorzake van gebrek aan water op de Smildingervaart en daaruit ontstane belemmering in de aanvoer van materialen enz.

gebint = dwarsbalk
ellens = ruw Noors hout