Naar het overzicht
van de POST







De POST van SEPTEMBER 1824

Vrijdag 3 september 1824

Ingekomen post invnr 70. Brief van ex-onderdirecteur Vogelzang aan de Permanente Commissie. transcriptie


Uit het brievenboek:

Reg. van het Ger. Weeshuis te Delft. Verzoekt Adam van Schie definitief te ontslaan, en hierdoor het kontrakt do 27 sept. 1820 voor vervallen te houden. 348)



Zaterdag 4 september 1824

Uitgaande post invnr 355. Brief van de Permanente Commissie aan de Opperjachtmeester en Opper≠houtvester voor de Noordelijke ProvinciŽn: transcriptie




Zondag 5 september 1824

Ingekomen post invnr 70. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Met terugzending des briefs van HH Diakonen der Nederl. Herv. Gem. te s Hage mij bij missive der Permanente Commissie dd. 19 augustus ll. N 437 geworden, heb ik de eer te berigten dat Leendert Houtman was ingedeelt bij den huisverzorger Ebert, kol. N1 alwaar het hem nimmer aan genoegzame, noch gekookte spijzen heeft ontbroken en zeer zeker geene onbehoorlijke behandeling heeft moeten ondervinden; maar daar hij altijd zeer lui en onwillig tot den arbeid was, is hij daar voor meermalen bestraft, en misschien wel eens meer dan met woorden, hoe wel Ebert die bij de Permanente Kommissie bekent is, dit ontkend.

Verder heb ik de eer ter kennis van de Permanente Kommissie te brengen dat zich bij mij hebben vervoegd de in der tijd uit de kolonien gedeserteerde en zich voor den militaire dienst geŽngacheerde personen van Jan Koelman, Hubert Timmermans en Jan Kwak, ter bekoming van de door hun opgelegde spaarpenningen en hoewel de in kort in de kolonie tegenwoordig geweest zijnde Heeren leden der Permanente Kommissie, van den Bosch en Faber van Riemsdijk van gevoelen waren dat aan gedeserteerden hunne spaarpen≠ningen niet behoren te worden uitbetaald, scheenen dezelfde Heeren leden van gedachten te zijn dat Jan Koelman hieromtrent eene uitzondering zoude maken, om reden de authorisatie tot het geven van ontslag, slegts zeer weinige dagen naar zijne desertie den Heer Direkteur der koloniŽn was geworden.
Ik heb intusschen gemeent hier omtrend nog te moeten deficulteren en alvorens de Permanente Kommissie te observeren dat als de desertie een misdaad is, waardoor het regt op de spaarpenningen wordt verbeurt, dat dan naar mijn inzien ook op J. Koelman behoort te worden toegepast, dewijl hij zo als de beide andere genoemden zonder permissie of ontslag de koloniŽn heeft verlaten; om welke reden ik dan de vrijheid neem de Permanente Kommissie te verzoeken mij nader met haare intentie in deze bekend te maken.



Maandag 6 september 1824

Besluit der Permanente Commissie van 6 september 1824 over dverse functies, met name gericht op Veenhuizen, invnr 960. transcriptie


Besluit der Permanente Commissie van 6 september 1824 over dverse functies, met name gericht op de Ommerschans, invnr 960. transcriptie


Besluit der PK houdende alteratie van haar besluit van den 13de augustus 1823, omtrent den kleinen raad; van den 6e september 1824, No 14, invnr 988. transcriptie




Dinsdag 7 september 1824


Ingekomen post invnr 70. Visser stuurt de verantwoording over juni.


Van de wethouder ambtenaar van de burgelijken stand Utrecht aan gemeente Ommen, gemeentearchief Ommen, ingekomen stukken 1823-1824. transcriptie



Woensdag 8 september 1824

Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 348:
Administrateur voor het Armenwezen. Meldt de afzending van 217 kinderen uit het aalmoezeniersweeshuis te Amsterdam naar Veenhuizen op 31 aug. ll. Heeft om den nom. lijst dier kinderen den Gouv. van Noordholland verzocht.



Donderdag 9 september 1824

Ingekomen post invnr 70. Uit een brief van de subcommissie Utrecht aan de Permanente Commissie over Albertus Gerardus Bildes. transcriptie



Zondag 12 september 1824

Ingekomen post invnr 70. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Ter beantwoording van de nog overig gebleven punten der missive van de Permanente Kommissie dd. 5 dezer N549 is dienende dat A. van Schie van Delft in de kolonie Ommerschans nog aanwezig is, als zijnde voor den dienst der Nationale Militie te klein bevonden en dat Cornelia van den Brink door hare oververdiensten nog geen regt op ontslag zal hebben verkreegen, doch dat zij zich overigens goed gedragende naar aanleiding der bovengen. missive van de Permanente Kommissie op den eersten volgende staat van voordragt tot ontslag zal worden gebragt.

(...)

Wijders de Permanente Kommissie te informeeren dat de inhoudt haarer missive van den 4e dezer N466 dadelijk ter kennis van den Heer Poelman is gebragt, doch dat ZijnEd. bij missive van den 9 dezer daar aanvolgende berigt dat de Heer Schermakers, geleider van het 2e transport kinderen van Amsterdam, den 4 dezer te Veenhuizen aangekomen, reeds hadt mede terug genomen twee kinderen van het 1e, en een kind van het 2e transport, zullende voortaan overeenkomstig de intentie der Permanente Kommissie in deze worden gehandelt, en als nog de namen etc. der drie gerenvoyeerden opgezonden.

(...)

Dinsdag 14 september 1824

Uitgaande post invnr 355. Uit een brief van de Permanente Commissie aan de Administrateur van het Armenwezen over maatregelen tegen desertie. transcriptie


Uitgaande post invnr 355. Brief van de Permanente Commissie aan de Administrateur van het Armen≠wezen over Jacob van der Weurp. transcriptie:





Woensdag 15 september 1824

Ingekomen post invnr 70, scan 622. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- over een tweede ontslagvoordracht voor bedelaars dit jaar. transcriptie


Alsmede eene staat van uitgereikte medailles op den 31 augustus ll., zijnde thans nog onder mijne berusting, behalve de twee zilveren voor  boeren te Veenhuizen bestemd, een gouden en vijf zilveren. Ik meende dit laatste te moeten melden om reden ik geloof ZijnWeldEdGest. het lidt de Heer Faber van Riemsdijk tijdens ZijnWelEdGest. verblijf in de koloniŽn te hebben horen zeggen dat 2 stuks gouden zijn vervaardigt en in dit geval de eene welligt in andere handen mogt zijn gekomen, waar omtrendt ik nader wenschte te worden geinformeerd.

De verplaatsing uit de strafkolonie naar het 1e etablissement te Veenhuizen reeds door ZWHoogEdGest. den Heer 2 Adsessor tijdens zijn verblijf te Ommerschans in de gepasseerde week geeffectueerd zijnde, zal ik slegts den lijst der overgeplaatste welke ik heden ben wagtende, bij eene volgende de Permanente Kommissie doen geworden.

- over de bedelares Christina Ramak. transcriptie




Ingekomen post invnr 70. Visser vraagt autorisatie tot het aankopen van dekens, bedstee-gordijnen, handdoeken, doeken, lepels, messen, waterketels, tangen, asschoppen, lampen, lantarens, emmers en wastobbes voor het magazijn, alsmede van 15.000 pond wol voor de spinnerijen.


Ingekomen post invnr 70. Brief van kolonist Ebert aan de Permanente Commissie:

Met het grootse gevoel van dankbaarheid ontving ik de medaille ter belooning van iver en vlijt met eniglijk gevoel van aandrang om steeds daarin voorte≠gaan, wien onzen mijner Heeren zou ik eenen gelukkigen staad, de vorige drukkende omstandigheeden zig niet dagelijks alle zijne pligten herinneren, welke hem zoo menschlievende worden opgelegd en in welken volbrenging hij zijne grootste vreugde moet vinden. Heb dan nogmaals dank mijne Heeren voor deeze edele belooning en koestert met grond het vertrouwen dat ik in alle opzigten zal tragten werkzaam te zijn om mij deeze gist hoe langer hoe waardiger te gedragen, op dat eens dat vereerend koper in schitterend metaal mogen verwisseld worden op die borst die voor die zoo nuttige Maatschappij van Weldadigheid groeid.

Johannes Ebert, huisverzorger



Donderdag 16 september 1824

Uitgaande post invnr 355. De Permanente Commissie meldt de Administrateur voor het Armenwezen dat de Maatschappij de tweede lading van 1200 kinderen op kan nemen.



Zaterdag 18 september 1824

Uitgaande post invnr 355. Uit een brief van de Permanente Commissie aan de diaconen der Ned. Herv. Gemeente van Den Haag:

Leendert Houtman was in kolonie N1 ingedeeld bij zekere huisverzorger Ebert, een man van wiens geschiktheid tot die betrekking, wij in persoon zoodanig overtuigd zijn, dat wij moeijelijk een beteren huisverzorger zouden kunnen aantoonen. Dit, gevoegd bij de ons na onderzoek bekend geworden gunstige omstandigheden van het huisgezin van Ebert, heeft ons de waarheid bevestigd van de ingewonnene informatie, dat gem. L. Houtman eene goede behandeling in zijn huisgezin ondervond, en het hem nimmer aan genoegza≠me en gekookte spijzen ontbroken heeft. daar de bedoelde jongeling daaren≠tegen van een luijen en onwilligen aard is, ongezind om naar zijn vermogen en ouderdom aan den arbeid deel te nemen, heeft hij hierover natuurlijk nu en dan bestraffingen moeten ondergaan, die wij evenwel om de bekende braafheid zijns huisvaders, niet gelooven dat van die aard waren, dat zij als onbehoorlijk kunnen beschouwd worden, of waarover Houtman zich met reden zou kunnen beklagen.
    Wij zijn derhalve van oordeel, dat tot eene verplaatsing van dien jongeling, bij zijne terugkomst in de kol. geen voldoen≠de redenen bestaan; ja zelfs, dat die voor het belang des jongelings minder wenschelijk is.
    De koloniale Direktie zal echter na de terugkomst van Hout≠man, op zijne behandeling hare bijzonder aandacht vestigen.



Zondag 19 september 1824

Ingekomen post invnr 70. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie, invnr 70:

In verder antwoord op bovengem. missive der Permanente Kommissie is dienende dat ik naar de persoon van H. van Zeegeren zal informeren en haar de bevinding meede te deelen - als mede

- over Albertus Gerardus Bildes. transcriptie

- over kandidaat-zaalopziener Franciscus Kraemer. transcriptie

Nog neem ik de vrijheid der Permanente Kommissie als een geschikt zaalopzichter voortestellen de kolonist de Waal kol. N6 met verzoek om denzelven bij voorkomende behoefte te mogen plaatsen.

Stukje over arbeiderskolonist Philip Christiaan Pracht.transcriptie



Dinsdag 21 september 1824

Ingekomen post invnr 70. Visser stuurt de maandstaat over september en een lijst van uitgereikte zilveren en koperen medailles (niet gevonden).


Vrijdag 24 september 1824

Ontslagvoordracht voor bedelaars invnr 1502. gedeeltelijke transcriptie



Zaterdag 25 september 1824

Besluit der Permanente Commissie van 25 september 1824 houdende aanstelling van de kolonist J. de Waal tot Zaalopziener, invnr 960: transcriptie




Zondag 26 september 1824

Ingekomen post invnr 70. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Naar aanleiding der missive van de Permanente Kommissie dd. 16 dezer N501 heb ik de eer te berigten, dat naar de gewonnen informatie omtrend de persoon van N. van Zegeren het mij is voorgekomen denzelve niet geschikt is om in een of ander betrekking bij de Maatschappij van Weldadigheid te worden geplaatst, als zijnde onder andere niet vrij van het misbruik van den sterken drank.

- over de ontslagvoordracht voor bedelaars. transcriptie



Dinsdag 28 september 1824

Ingekomen post invnr 70. Uit een brief van de diaconen der Nederduits hervormde gemeente van Den Haag aan de Permanente Commissie:

Uit de inhoud van UEds laatste missive is ons te duidelijk de onwaarheid van de door den, onlangs uit de kolonie Frederiksoord gedeserteerden Leendert Houtman, aangevoerde klagten, gebleken dan dat wij het niet met UEds eens zouden zijn dat alles aan het gedrag van L. Houtman zelve, te wijten is: wij hebben dan ook daarom dadelijk besloten hem reeds aanstaande dingsdag naar de colonie terugtezenden, en hem aan den Directeur der colonien ten sterkste aantebevelen, opdat hem de gelegenheid tot deserteren belet worde, terwijl wij de Commissie vriendelijk verzoeken om bij gelegen≠heid een attest van desertie van L. Houtman ons te bezorgen.