Naar het overzicht
van de POST







De POST van JULI 1824

Donderdag 1 juli 1824

Ingekomen post invnr 70. Koninklijk besluit 1 juli 1824 N 152

Wij, Willem, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz.

Op een adres van enz.
Gezien het rapport van enz.
Gezien het rapport van de Commissie benoemd bij ons besluit van den 3 january 1822, No. 36, waarbij tevens onze aandacht wordt gevestigd op eene weglating in artikel 9 en 3 van onze besluiten van 6 november 1822 no 15 en 16, alwaar slechts van drie bedelaars gewag wordt gemaakt, welke bij ieder achttal vondelingen, verlatene kinderen of wezen door de Maatschappij van Weldadigheid in de Noordelijke en in de Zuidelijke Provincien, tegen een jaargeld van f 360,00 moeten worden overgenomen, terwijl onder dit jaargeld ook begrepen zijn moet de plaatsing van een huisgezin van vijf hoofden, zoodat de plaatsing van acht vondelingen, verlatene kinderen of weezen, gepaard moet gaan met die van drie bedelaars en van een huisgezin van vijf hoofden
Hebben goedgevonden en verstaan:
1e enz
2e te verklaren dat de artikelen 9 en 3 van den 6 november 1822 no 15 en 16 moeten verstaan worden in den zin door den gem: Commissie bij haar rapport aangegeven en hiervoren omschreven, te dien effecte, dus bij de plaatsing in de kolonien der Maatschappij van Weldadigheid, van acht vondelingen, verlatene kinderen of weezen tegen een jaargeld van f 360,00 drie bedelaars en een huisgezin van vijf hoofden gratis zullen worden overgenomen.
En zal afschrift dezes worden gezonden voor zoo veel heel het 1e lid betreft, aan de Permanente Commissie uit het berontisatie(?) syndicaat, ter uitvoering en een geheel afschrift aan onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, Onderwijs en Waterstaat en aan de Commissie benoemd bij ons besluit van den 3 januari 1822 No. 36 tot informatie en narigt, zullende voorts het 2e lid aan de Maatschappij van Weldadigheid in de Noordelijke Provincien worden medegedeeld.
Het Loo, den 1 juli 1824,
(geteekend) Willem
Vanwege de Koning
(geteekend) J.G. de Meij van Streefkerk
Voor extract conform, de griffier ter Staats Secretarie

Bijschrift: Ontvangen 10 juli 1824, no. 446, Koninklijk Besluit van den 1 juli 1824,no.154. Houdende het redres van een omissie in het Koninklijk Besluit van 6 november 1822 no. 15 ten opzigte van overname gratis door de maatschappij ook van een behoeftig huisgezin van 5 hoofden, bij elk 8-tal kinderen invnr 70)

Bijgeschreven: 1 juli 1824. koninklijk besluit, houdende redres van eene ommissie in het koninklijk besluit van 6 november 1822 N15, ten opzigte der overname gratis door de Maats ook van een behoeftig huisgezin van 5 hoofden, bij elk 8 tal kinderen (Ingekomen post brievenboek invnr 348)


Zaterdag 3 juli 1824

Ingekomen post invnr 70. Brief van Prins Frederik aan Johannes vd Bosch:

Het Loo den 3 july 1824

Waarde Generaal!

Ik zend u deze weinige regels door Estafette, om UWEG te verwittigen dat ik van voornemen ben, om morgen nacht van hier te vertrekken, zoo dat ik den maandag ochtend den 5 dezer, op een goed uur hoop aan de Ommerschans te kunnen wezen, waar het mij bijzonder aangenaam zoude zijn UWEG aan te treffen. Naar het etablissement aan de Ommerschans bezigtigt te hebben, zoude ik dan over Meppel naar Frederiksoord gaan, en aldaar blijven. Den volgenden dag zouden wij dan van hier uit naar Veenhuizen en terug kunnen gaan, en den woensdag de vrije kolonien bezigtigen, de tournee derzelve te Steenwijk eindigende, van waar af ik dan dadelijk de terug reis herwaards zal aanvaarden. Ik wensch den woensdagavond of de nachte tenminste, weer hier te zijn, daar ik donderdag hier moet zijn, en den avond naar S'Hage moet vertrekken.
Het doet mij leed geen meerderen tijd voor mijn bezoek in de kolo≠nien te kunnen afzonderen, en UWEG niet vroeger te hebben kunnen van mijne komst waarschuwen. Maar ik heb zoo te zeggen eerst in dit oogenblik het bepaald besluit genomen en nemen kunnen, om deze schikking te treffen. Zoo het u mogelijk is, hoop ik het genoegen te hebben u aan de Ommer≠schans te ontmoeten, waar u mij niet vroeger, maar wel later als maandag≠ochtend om acht uur moet verwachten.
Ik zal zorg dragen dat te Meppel paarden voor mijn rijtuig in gereed≠heid gehouden worden, om mij verder naar Frederiksoord te brengen.
Uwe missive van den 29 juny is mij zeer wel geworden, waarde Generaal; ik zal u mondeling mededeelen en berigten wat de gouverneur Hofstede hier zoo wel bij mij als bij den Koning uitgevoerd heeft, in hoedanig de bewuste zaak staat en mijn gevoelens daarover is.
Ontvang bij herhaling de verzekering der gevoelens van ware achting welke UWEG onveranderlijk en oprecht toedraagt, waarde Generaal,

Uw zeer toegenegene dienaar
Frederik Pr. der Nederlanden

N. Het zal bij eene nadere berekening, wel negen uur tenminste wezen alvorens ik te Ommer≠schans zal kunnen zijn, dus wacht niet vroeger aldaar.
Fr.Pr.d.N. P934)


Zondag 4 juli 1824

4 juli 1824, directeur, (...) advyseert omtrent de plaatsing van Swart als zieken oppasser te O Schans (Ingekomen post brievenboekinvnr 348)


Donderdag 8 juli 1824

Ingekomen post invnr 70. A. Pool aan de Suikerruy te Antwerpen maakt reclame voor zijn "gezond≠heidsmatrassen" die gevuld zijn "Tangue de Mer", waarvan hij een monster meezendt. Het monster is nog steeds aanwezig en is een soort gedroogde algensoort. Bijgevoegd is nog een gedrukt stukje, waarin de medicinale waarde van het Tangue de Mer benadrukt wordt.



Vrijdag 9 juli 1824

9 juli 1824, subkommissie te Utrecht, draagt voor het verzoek van H.P. Langelaar weduwe Helmcke, ter besteding van haren zoon Jacob Karel Helmcke in de kolonien ad f 60 (Ingekomen post brievenboek invnr 348)


Ingekomen post invnr 70. Uit een brief van directeur Visser aan de pc, 216A. Samenvatting: aanbeveling De Geus, aanbeveling Kr(a)emer, financiele afhandeling Vogelzang, 'stelt voor om den Heelmeester D P van Steenwijk nog niet definitief aan te stellen, maar provisioneel slechts in zijne functie te doen kontinueeren'
1e deel brief: http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Personen/Geus.html

De Heer Falck heeft ontvangen van de Majoor Rupertus, Komm. het 3 Bataillon der 6 Afd. Inf. in garnisoen te Oostende, de papieren van zekere Kraemer, thans geemploijeerdt aan het Garnisoens Hospitaal te Nieuwpoort in Vlaanderen, welke ik de eer heb hiernevens aan de Permanente Kommissie te adresseren. De Majoor roemt zeer het goed gedrag van de rekwestrant, en beveelt hem ten sterksten aan, om in een of ander betrekking bij de Maatschappij te worden geplaatst, de vroegere diensten en dat hij gehuwd is zonder kinderen te hebben, dat een goed zaalopziener in een Etablissement van Wezen in hem vermoeden, waarom ik zoo vrij ben de Permanente Kommissie te advijseeren deeze man als zoodanig aan te nemen, ten ware zij mogt goed vinden zelve nadere informatien te nemen, of wel door den Heer Falck of mij, als zijnde met officieren van dat Garnisoen bekend te doen neemen.

- over de gewezen onderdirecteur Vogelsang. transcriptie

(...)

Ten gevolgen besluit der permanente kommissie dd 31 maart jl heb ik de eer te berigten dat Douwe Petrus van Steenwijk zedert zijne provisioneele aanstelling de meeste ijver en activiteit(?) alsmede veele bekwaamheid in het behandelen der zieken heeft aan den dag gelegt, dat men bij hem egter nog ?? heeft menen te ontdekken van het gebruik van sterken drank en het daarom te vreezen is, bij eene finale aanstelling, en het volle en onbelemmerde genot van zijn tractement, dit gebruik, hetwelk reeds een eene misdaad is, menigvuldiger wordt of welligt in misbruik ontaarden, neem ik de vrijheid de permanente kommissie te advyseren de voorwaardelijke aanstelling van van Steenwijk slegts op den zelfde voet te prolongeren.


9 juli 1824, aan administrateur, terugzending van de gerectificeerde lijst van vreemde bedelaars met konsideratien der PK, not 17 juli art 22 (brievenboek post UIT invnr 926)


Ī Zaterdag 10 juli 1824

Ingekomen post invnr 70. Brief van Francis Adam Kraemer aan de permanente commissie (batch 082, scan 074-076), door de pc bijgeschreven Exp. 11 juli 1824, N448B:

Geve met verschuldigde eerbied te kennen Kraemer, Francois Adam, gegageerd wachtmeester, en tans ziekenvader bij de garnisoensziekenzaal te Nieupoort.
Dat den zelven zijnen vorderende ouderdom, tans reeds het 47e jaar daar van bereikende, met huivering tegemoet ziet, door de beschouwing dat na sints den jare 1792 met weinige of geene interruptie den militairen loopbaan vervolgd te hebben hij nog tot eene geringe bezoldiging is terug gekomen, en daar mede geenzins de behoeften van dien zal kunnen vervullen, temeer daar hij sints den jare 1822 gehuwd is (:betrekking dien van den jaare 1808 aangeknoopt was:) met vrouwe Elise Werkamp uit Oldenburg, en toen weder in dienst is gekomen als wachtmeester bij het trein(?) Bataillon van Linie, doch door rhumatisme, hetwelk bij herstel de geheele rechterarm opgetrokken had, gegageerd is geworden, inmiddels hij te voren na in den jaare 1810 als sergeant bij het 5e Regiment Hollandsche Infanterie, daarna 126te Regiment van Linie zijn paspoort genomen te hebben, in den jaare 1811 reeds tot lieutenant bij de Douanen war bevorderd en alzoo een geruststellender toekomst zoude voorzien; dien echter teleurgesteld wierd door de zoo gewenschte ommekeer van zaken, maar dien ook hem aan sijne voordeelige positie ontrukte.
    Zoo is den zelven te rade geworden zich tot Uw Hoog Edelens Achtbare Permanente Commissie van de Maatschappij van Weldadigheid te wenden. En ootmoedig te verzoeken of aan hem suppliant eene post bij deze Maatschappij van opzichter of ander zoodanige tijtel als zulks behoord zoude mogen en kunnen toegekend worden, door welker waarneming hij zich een redelijker, en ruimer bestaan, met minder angstige zorg voor de toekomst, opleverde.
    Vermenende hij suppliant op zich zelve te mogen vertrouwen, zoo omtrent moraliteit, geschiktheid, als evenredige kennis aan de betrekking dien hem als opzichter of wijkmeester in de Maatschappij op te leggen zoude wezen; terwijl zijnen voormaliegen militairen loopbaan van zelven mag doen veronderstellen hij suppliant, aan orde, regel en zindelijkheid gewoon, ook deze na behoren weet te onderhouden en te doen onderhouden.
    Daarbij tevens nog kunnende voegen, dat zijne plaatsing misschien ook aan zijne vrouwe eene betrekking zoude kunnen opleveren, wijl deze met alle vrouwelijke handwerken zoodanig bekend is, zij zelfs voor haar huwelijk door het onderwijs daarvan, in het Oldenburgsche zich een eigen bestaan verschafte.
    En eindelijk opdat de suppliant zich met eenige hoop van in aanmerking te zullen komen, en Uw Hoog Edelens Achtbare welwillendheid te ondervinden, zoude mogen vleijen; neemt hij verders de vrijheid, zich te beroepen betreffende de beschouwing zijns persoon, en het getuigenis zoo als hij niet wilt twijffelen, zoude kunnen verkregen worden; op den heere Generaal Majoor Dumoulin, provintiale kommandant van Westvlaanderen, en den Majoor Ruperties te Osstende, welken, den eerstgenoemden Colonel en chef, en, de tweede genoemde Kapitein waare van het 3e Regiment waar bij hij suppliant als sergeant gediend heeft.
    Verders hierbij voegende een afschrift zijner aanstelling als ziekenvader alhier, en een door hem aangezogt certificaat van goed gedrag bij sijne tegenwoordige onmiddelijke superieuren.
ít Welke doende, de wachtmeester voornoemd, Kraemer


Bijgevoegd:
CERTIFICAAT
Den ondergetekende officier der gezondheid der 2e klasse, belast met den Geneeskundigen Dienst van het garnisoen en ziekenzaal te Nieuwpoort,
certificeert dat Kraemer (Frans Adam) geduurende den tijd dat deselve als ziekevader in deeze ziekenzaal is geplaatst geweest, altoos met vlijt en activiteit is werkzaam geweest, in het uitoeffenen zijner opgelegden dienst, beveele hem daarom aan alle die geene welke hem enigtzints bevorderlijk kunnen zijn.
De officier van gezondheid, Loeff
De commanderende officier belast met het beheer der administratie der garnisoensziekenzaal, Russier, Kapitein.



Zondag 11 juli 1824


Ingekomen post invnr 70. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- over het feit dat Jan Hessels van Wolda volledig in dienst van de Maatschappij wil treden, transcriptie

- Voorts heb ik de eer ter kennis van de Permanente Kommissie te brengen dat de kolonist Bollen kol: N2 en de kolonisten wed. Hille kol: N4 wenschen een wettig huwelijk aantegaan; terwijl ik de vrijheid neem hier bij te voegen dat ons geen reden daartegen bekend zijn. Alleen moet ik de Perma≠nente Kommissie hierinneren dat de wed. Hille behoord tot die huisgezinnen van Schiedam welke gezamentlijk met zes armen kinderen overeenkomstig kontrakt zijn belast. Aangenaam zal het mij wezen te worden geinformeerd, of dit huwelijk door ons kan worden toegestaan en hoedanig te handelen met de bij haar ingdeelde wezen.

- Over de bij de weduwe Alblas ingedeelde C. Schrijver.transcriptie 





Maandag 12 juli 1824

Ingekomen post invnr 70. Directeur Visser stuurt de Permanente Commissie bestek, begroting en contract van enkele werkzaamheden aan eerste gesticht te Veenhuizen, bruggen en sluizen daar bij in de buurt en een staat van verdienste van aannemer Wind. Deze stukken zijn niet gevonden. Wel gevonden is bestek en begroting van de bouw van een boerenschuur bij Wateren. Uit de begeleidende brief:

Deze schuur voor de winter volstrekt noodzakelijk zijnde, zoude het mij aangenaam zijn zoo spoedig mogelijk tot de aanbesteeding daar van te worden geauthoriseerd.
Door ZijnHEdelGest. voorlopig geinformeert zijnde dat het de intentie der Permanente Kommissie is, nog deze zomer een bedelaars instituut in de velden van Appelscha of Diever te plaatzen, heb ik den Heer Adjunkt Direk≠teur van Lemel geinviteerd het bestek, teekening etc. daar van ten spoedigste optemaken en hoop het zelve binnen 14 dagen ter approbatie aan de Permanente Kommissie te kunnen inzenden. Vooraf neem ik de vrijheid te vragen authorisatie tot den aankoop der benoodigde materialen, het geen naar mijn inzien eene volstrekte vereischte is, dat daarmede dadelijk een begin worde gemaakt om reden de tijd die reeds eenigsints gevordert is, de grootste spoed in deze vereischt, om op eene behoorlijke tijd die het metze≠len gedoogt te kunnen gereed zijn. 70)

12 juli 1824, gemeentebestuur van Weesperkarspel, verzoekt het ontslag uit de kolonien van hare bestedelingen Grietje, Teuntje en Ariaantje Smalling, om dezelve nader te doen vervangen (Ingekomen post brievenboekinvnr 348)


Dinsdag 13 juli 1824


13 juli 1824 Vledder, geboorteakte, 13 juli 1824, aktenr. 23
Kind: Klaartje Nak, geboren te Frederiksoord (Vledder) op 13-07-1824, dochter van Frans Nak, beroep: arbeider; oud: 40 jaren, en Trijntje Annes, oud: 33 jaren.

Woensdag 14 juli 1824

Ingekomen post invnr 70, scan 98  Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Der Permanente Kommissie heb ik de eer te berigten dat hier is aangekomen het huisgezin van J. Honorť geadvyseerd bij missive dd. 8 junij N 178. Die man geeft voor dat aan hem is toegezegt bij zijn arrivement in de kolonien een grote bouw van 42 morgen lands, voorzien van paarden, wagens, bediendens enz. en waarover hij slegts het opzigt behoefde te houden om een groter inkomen te genieten, en dat een zodanig gunstig vooruitzigt hem alleen heeft doen besluiten hierwaards te komen, terwijl hij te Namur van een voldoende bestaan jouisseerde. Daar hij nu wel verre van dat alles zoo te vinden door zijnen handen arbeid (dat hij nimmer gedaan heeft) op zijne jaren zijn onderhoud moet verschaffen, bevind hij zich naar zijn gevoelen bedrogen en in eene beklagenswaardige toestand en heeft mij daarom dringend smeekende verzogt te mogen retourneren als mede dat aan hem een weinig reisgeld om slegts tot Rotterdam, alwaar hij twee kisten met goederen heeft agtertelaten te komen.
Verder dat gisteren in de koloniŽn als met geweld is overgebragt het huisgezin van Samuel Levi Oudgenoeg. Deeze man heeft volgens zijne verklaring dadelijk na dat men hem had aangezegd naar de koloniŽn te moeten vertrekken geantwoord, daar toe niet genegen te zijn; evenwel heeft men hem des nagts door policie dienaren of veldwagters uit zijn huis ge≠haald, en alzoo niet tegenstaande zijn gedurige weigering herwaards getrans≠porteerd; verklarende hij al verder hier niet te willen blijven en zich in regten tegen de opzenders te zullen beklagen. Ik heb gemeend aan beide deze huisgezinnen geen kleederen noch huisraad meer dan het volstrekt noodza≠kelijke te moeten uitreiken, alvorens de intentie der Permanente Kommissie dien aangaande te hebben vermomen, en neem de vrijheid haar te verzoeken mij die wel te willen mededeelen.
Voorts heb ik de eer hier bij de Permanente Kommissie te doen geworden een missive van het algemeen armbestuur te Schiedam, daar het beantwoorden derzelve niet tot mijne competentie behoord heb ik gen. bestuurders daar van kennes gegeven en verder aan de Permanente Kom≠missie gerenvoyeert, terwijl aan het verlangen omtrend de verplaatsing van enkelde kinderen uit het huisgezin van de wed. Hille of Pennings geen gevolg zal worden gegeven dan op nadere aanschrijving der Permanente Kommis≠sie.
Eindelijk breng ik hier mede ter kennis van de Permanente Kommis≠sie het verlangen van de kolonist Bodendijk en de kolonisten wed. Hoeden≠maker tot het aangaan van een wettig huwelijk. Aangenaam zal het mij wezen, te worden geinformeert of dit van onze zijde kan worden toegestaan.

Bijgevoegd:

De moeder van de wed. Jacobus Hille, heeft zich tot onze vergadering vervoegd en ons kennis gegeven, dat hare dochter zich andermaal in het huwelijk zoude begeven, dat dat huwelijk reeds voor den etat civil was voltrokken, dog nog niet kerkelijk, om redenen haar aanstaande man vooraf verlangde zij ontslagen wierd van Catharina Beerevinger welke bij haar is ingedeeld, en dat zulks niet konde geschieden voor dat wij ons consent daartoe hadden verleend, waarom wij UEd verzoeken, dit zoo zijnde, aan hun verlangen te voldoen en gen. Catharina Beerevinger te plaatsen bij den kolonist Egbert den Held, welke volgens haar voorgeven dat meisje gaarne wenschte te hebben omdat zijn vrouw ziek en sukkelende is of wel daar waar de directie het voor haar best zal oordeelen.
Bij gelegenheid van het verlof door UEd aan de kinderen van Jen≠ner(?) verleend, thans hier zijnde en op morgen weder zullende vertrekken, heeft de dochter Elisabeth genaamd ons verzogt, om uit het huishouden van Hendrink Lemening(?) ontslagen en verplaatst te worden bij den kolonist Pieter Nommers, om reden zij in dat huishouden dikwijls verwijtingen moet hooren, welke niet meer te pas komen daar zij zich thans zeer goed schijnd te gedragen en ten adneren omdat zij vertrouwde meerder verdiensten bij Nommers te zullen hebben. Wij verzoeken UEd dit te willen onderzoeken en alzo bevindende aan haar verlangen te voldoen.
De familie van Christiaan Beerevinger door ons in de kolonie besteed heeft verzogt of hun broeder ook verlof mogt hebben en om eens over te komen. Geene redenen existerende waarom UEd hem zulks zoude weigeren, zoo verzoeken wij UEd dit aan hem te willen acoorderen.
Daarzoo verre ons bekend zijnde Gerrit Wassenaar en Wouter Verdiujn in het vorig jaar uit de kolonie gesedrteerd, nog niet te rug zijn gekomen zo wenschten wij gaarne hunne plaatsen door twee ander jongelin≠ge te doen vervangen, waarom wij UEd verozek om te willen melden of dit plaats kan hebben.


Ingekomen post invnr 70. Brief van de gouverneur van Drenthe aan de Permanente Commissie:

Ik heb de eer hiernevens, aan UWEdG. te doen toekomen de lijst van personeele omschrijving van Samuel Levi Oudgenoeg en gezin, bedoeld in uwen brief van 19 juni ll. No 227

Bijgevoegd:

Staat van het personen van het huisgezin van Samuel Levi Outgenoeg in den jare 1824 uit de stad Assen in de kolonien der Maatschappij van Weldadig≠heid opgenomen.

Namen van de leden    datum    rel.    laatste        beroepen
van het huisgezin        geb.        woonplaats

Samuel Levi Outgenoeg    1768    Joods    Assen        Vleeschouwer
Heintje Salomons        1782                geen
Roosje            1808                geen
Levi            8 april 1810            geen
Markus            23 july 1814            geen
Jacob            13 maart 1818            geen
Hendrik            16 februari 1819            geen
Esther            4 mei 1821            geen


Rode Kloosterhuis: Samuel Levie Oudgenoeg (1782) is op 13-7-1824 geplaatst in kolonie 6, hoeve 50 uit de prov. comm. van West-Vlaanderen. Als overige leden worden naast de hierboven vermelde en hun geboortedata ook nog een Grietje Oudgenoeg genoemd. Alleen Esther heet mogelijk Hester en als geboortedatum mogelijk 7 mei in plaats van 4 mei. Het gezin wordt na een week ontslagen, maar Oudgenoeg wil niet vertrekken en wordt 's-nachts door veldwachters uit het huis gehaald en getransporteerd. (Ken≠nelijk had Kloosterhuis niet haar leesbril op.)



Donderdag 15 juli 1824

Ingekomen post invnr 70. De commissaris-generaal van oorlog meldt dat hij van de koning de be≠voegdheid heeft gekregen om te onderhandelen over de overgang naar de koloniŽn van de Maatschappij van die ongelukkigen, die, door de oogziekte aangetast, geheel of gedeeltelijk hun gezigt verloren hebben, tot welke opgave ik te meer vrijheid heb gevonden vermits de Heer Generaal Majoor van den Bosch, bij eene, met denzelven gehouden ruggespraak, van oordeel is geweest, dat zelfs enkele geheel blinde militairen wel in de stichtingen der Maatschappijen, geutiliseerd kunnen worden.

Vooralsnog is het de bedoeling dat het hierbij alleen gaat om gehuwde militairen, maar uiteindelijk zouden ook de ongehuwden door de Maatschap≠pij kunnen worden overgenomen.

Ingekomen volgens het brievenboek invnr 348: kommissaris generaal van oorlog, meldt 's Konings nadere autorisatie ontvangen te hebben tot het onderhandelen met de Mij wegens de plaatsing der gehuwden en aan oogziekten laborerende militairen der garnuizoenskompagnieen; verzoekende dus om een koncept kontrakt en berekening van kosten. Geeft voorts namens Z.M. in bedenking die militairen in een kolonie, rondom het Loo te vestigen


19 juli 1824


Uitgaande post volgens brievenboek invnr 926: 19 juli 1824, aan directeur, aanschrijving tot plaatsing van Swart tot opziener in de ziekenzaal,



Dinsdag 20 juli 1824

20 juli 1824 Joan Melchior Kemper overlijdt geheel onverwachts.

20 juli 1824, gouverneur van Groningen, meldt het ontkomen van den geannonceerden bedelaar Samuel Emanuel op de reis naar de Ommerschans; en den afwijzing aldaar van dien, met name Jan Smelle; met opgave van bezwaren omtrent deze en soortgelijke afwijzingen (Ingekomen post brievenboekinvnr 348) Dus er is WEL controle aan de poort?


Woensdag 21 juli 1824

Visser stuurt een brief van generaal-majoor Meyer, de provinciale comman≠dant van Overijssel, over kolonist Braun en de kinderen Kligge, invnr 70.transcriptie:

Besluit der Permanente Commissie van 21 juli 1824 over employŽs, vooral ten behoeve van Veenhuizen, invnr 960
Zie http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/1824_07_21Personeel.html



Zaterdag 24 juli 1824


Brief van de Permanente Commissie aan de Gouverneur van Drenthe:

Wij hadden kortelings het genoegen de gelegenheid te vinden, om op het door UwHoogEdG. voorgedragen en ondersteund dringend aanzoek van de stedelijke regering van Assen, voor de vrije koloniŽn aantenemen het huisge≠zin van Samuel Levi Oudgenoeg.
Hetzelve op den 13 dezer maand aldaar aangekomen zijnde, ver≠klaarde het hoofd des huisgezins, al dadelijk bij de hem gedane aanzegging van naar de kolonien te moeten vertrekken, zijne ongeneigdheid daartoe te hebben te kennen gegeven; dat hij evenwel des nachts door policie-agenten uit zijne woning was gehaald, en, niettegenstaande zijne herhaalde weigering tot vertrek, als het ware met geweld derwaards was getransporteerd; en voorts dat hij, in de koloniŽn niet verkoos te blijven; maar zich over zijne opzenders in regten zou beklagen.
De inrigting der vrije koloniŽn geenszins van dien aard en strekking zijnde, om daarin zoodanige onwilligen, en uit dien hoofde ganschelijk ongeschikte personen optenemen, hebben wij op het ingekomen berigt van het gebeurde omtrent het onderhavige huisgezin, den Heer Direkteur dier kolonie dadelijk geantwoord, hetzelve weder te laten vertrekken. 355



Zondag 25 juli 1824

Ingekomen post invnr 70. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- Over Jan Hessels van Wolda in volledige dienst bij de Maatschappij, transcriptie

Dat de uitbesteeding van de schuur bij het instituut van Wateren naar de ontvangen authorisatie door ons is bepaald op dingsdag den 10 augustus aanstaanden en dat de annonces ter plaatsing in de provinciale dagbladen van Groningen, Friesland, Overijssel en Drenthe zijn verzonden.

Eindelijk moet ik de Permanente Kommissie nog informeren dat de kolonist J. van Wijnen van kol. N3 met zijn huisgezin, en J.W. Steenhuizen van kol. N4 agterlatende zijne vrouw en kinderen, den eerste den 19e en de laatste den 21e dezer zijn gedeserteerd; van Van Wijnen zijn mij geene bijzonderheden bekendt, de desertie van Steenhuizen schijnt het gevolg te zijn van gedurige oneenigheden met zijn vrouw terwijl hij tot de werkzaamdste en oppassend≠ste kolonisten behoord en daarvan rijkelijk de vruchten geniet. 70)

Rode Kloosterhuis: Johannes Wilhelmus Steenhuizen (21-4-1774) hervormd uit Amsterdam is getrouwd met Jannetje Arends (1-9-1776, voor het huwelijk weduwe), geplaatst op 18-7-1822 in kolonie I. De kinderen: Christiaan (2-1-10), Johanna (13-3-13), Hendrik (24-7-17). Het gezin zou met 3 zoons en 2 dochters uit Amsterdam vertrokken zijn. Maria is op 11-7-1823 ontslagen, Willem in 1825. Zij waren de oudsten. Het hele gezin is op 4-3-1826 ontsla≠gen.
Geen van Wijnen gevonden.



Maandag 26 juli 1824

Ingekomen post invnr 70. Uit een brief van de diakonen der hervormde gemeente van Koog aan de Zaan aan de Permanente Commissie: transcriptie


Ingekomen post invnr 70. De commissaris-generaal van oorlog meldt dat hij van de koning een machtiging heeft gekregen om de voor de dienst ongeschikte zeelieden op te laten nemen in de koloniŽn van de Maatschappij. 70)



Dinsdag 27 juli 1824

Ingekomen post invnr 70. Visser stuurt enkele stukken.



Woensdag 28 juli 1824

Brief van de Permanente Commissie aan de Administrateur van het Armen≠wezen over de kolonist Hendrik Bosz, invnr 355.transcriptie:



Brief van de Permanente Commissie aan Sepp:

Op grond van UWEdG. ons bekende belangstelling in den bloei der M. van W., van wier stichtingen, als door UWEdG. meermalen bezocht zijnde, UWEdG. meer in het bijzonder de inrigting en het doel bekend zijn; hebben wij de eer UWEdG. bij dezen over eene belangrijke aangelegenheid dier stichtingen te onderhouden.
De door ons genomen en door de Heeren Gouv. der Prov., waarin en waarbij de kolonien gelegen zijn, krachtdadig inderiteerende(?) maatregelen tegen het ontlopen en verder ontkomen van kolonisten uit de onderscheidene koloniale etablissementen, vooral van bedelaars van de Ommerschans, hebben het gewenschte doel niet geheel kunnen bewerkstelligen, maar blijven de desertiŽn, vooral van kolonisten uit de Ommerschans, te zeer voortduren, dan dat wij daaromtrent geene vernieuwde poging ter bereiking van dat doel zouden aanwenden.
De ondervinding heeft ons geleerd, dat de meeste deserteurs gebruik maken van de beurtschepen van de Overijsselsche kust op Amsterdam, om daarmede verder te ontkomen; en wij vertrouwen derhalve dat een naauw≠keurig toezigt op de met die schepen te Amst. aankomende passagiers het kwaad, zoo wel voor het Gouv. als voor de M., wiens pogingen ter wering en uitroeijing der bedelaars zich vereenigd hebben, merkelijk zoude worden tegengegaan.
Wij nemen daarom de vrijheid UWEdG. vriendelijk te verzoeken  om het, in UwEdG. kwaliteit, zoo mogelijk daarheen te willen dirigeren dat, bij de aankomst der beurtschepen van Zwolle, Hasselt, Genemuiden, Zwartsluis, Blokzijl en Steenwijk te Amsterdam een beambte van de politie present zij, ten einde naauwkeurig te onderzoeken, of er ook eenige menschen uit de vrije, maar vooral uit de bedelaarskoloniŽn, met die schepen aankomen, zonder van een door den Heer Direkteur of eenig Adjunkt-Direkteur der koloniŽn behoorlijk afgegeven pas te zijn voorzien; dezelve in dat geval te doen arresteren en terug brengen, tegen het door de M. bepaald genot van É3: premie per hoofd, en van vergoeding van transportkosten ŗ É0,50 per hoofd en per uur; zijnde het kostuum van de kolonisten uit de vrije kol. UWEdG. voorzeker bekend; terwijl dat van die uit de Ommerschans onder≠scheiden is door groene kragen en witte knopen voor de mans en blauwe jakken met grijze rokken voor de vrouwen.
Wij verzoeken UWEdG. zeer deze maatregel, waarvan wij de wijzi≠ging of uitbreiding des noodig, aan UWEdG. eigen oordeel overlaten, op ons verzoek, voor het welzijn der kol. etablissementen en het belang van het Gouv. wel te willen beproeven en ons met eenige rescriptie omtrent deze zaak te willen vereeren. 355



Vrijdag 30 juli 1824

Uit het brievenboek:

J. Danens te Gorinchem. Accepteert zijne benoeming tot zaalopziener en zal naar de kolonien vertrekken; verzoekende vooraf retour zijner overgelegde attesten. 348)


Uitgaande post invnr 355. Brief van de Permanente Commissie aan de Administrateur van het Armen≠wezen over de bedelaars Simons. transcriptie





Zaterdag 31 juli 1824

Ingekomen post invnr 70. Brief van Sepp aan de Permanente Commissie:

Vereerd als ik ben, door UwHoogEdGest. missive v.d. 28 dezer No 339, vleije ik mij, de goede gevoelens, die daarin te mijnen reguarde doorstralen, met alle nederigheid, aanhoudend te zullen mogen meriteren.
Het is waar, menigmaal heeft het mijne aandacht tot zich getrokken, dat de desertie, vooral uit de voor bedelaars geschikte koloniŽn, zoo gemak≠kelijk valt; waarbij dan nog komt eene averrechtswerkende zoogenaamde barmhartigheid, die de gedeserteerden den weg aanwijst, om met meerdere zekerheid te ontkomen en alle naspooring vruchteloos te maken.
Ook binnen deze stad, komen en ontkomen eene menigte der vagabonden, deels uit hoofde hunner uitgebreidheid; deels ook door andere oorzaken: ik heb echter op ontvangst van UwHoogEdGestr. zeer geŽerde, aanstonds alles in het werk gesteld, om mij van een aantal (10 a 12) gede≠serteerde personen te verzekeren, waarin ik hoop te zullen slagen, en wier terugtogt ik alsdan verder zal trachten te bewerken, waaromtrent ik zelfs als eenig voorlopig berigt aan den Heer Direkteur van de Ommerschans heb opgezonden.
Ten einde nu, en om te voldoen aan de heilzame intentie, het tegengaan der desertieŽn, zoo heb ik gevoegd, dat voortaan de opgegevene beurtschepen bij derzelver arrivement zullen gesurveilleerd worden, waarvan ik de lijst met de Kuindersche en Vollenhovensche beurtschepen, nog heb vermeerderd, zullende ik trachten, deze maatregel ook op de Vriesche beurtschepen toetepassen.
Indien opgemelde bedoelde personen, naar de Ommerschans vertrekken, dan zal ik waarschijnlijk zelf wederom medegaan, immers indien het mogelijk is, en alsdan met den Heer Direkteur aldaar in loco, zoodanige verdere middelen van tegenweer beramen, als welke het meest doelmatig zullen bevonden worden, waarover ik mij reserveer UwHoogEdGestr. nader te mogen onderhouden.
Het is voorts met eene onwankelbare gehechtheid, aan de, der menschheid geheiligde zaak; aan den wijzen wil des geŽerbiedigden Konings; en aan de heilzame bedoelingen der Maatschappij dat ik mij met verschuldig≠de eerbied ootmoedig noem

De Commissaris der Policie Kantoor V 1
C. Sepp Jans 70)


Ingekomen post volgens brievenboek inkomende post invnr 348- 31 juli 1824, de gewezen adj directeur von Hoff te Harderwijk, zendt in 2 nota's van aanmerkingen op de hem toegezonden afrekening zijner vorige adminiostratie, met verzoek om nader onderzoek --> opgezonden aan de 2 leden in de kolonie 9 augustus 1824, beantw 18 maart 1825

- A. de Wildt te Deventer. Accepteert zijne benoeming tot zaalopziener en vertrekt den 1 augustus naar de koloniŽn. 348)