Naar het overzicht
van de POST







De POST van MAART 1824

Maandag 1 maart 1824

Besluit van de permanente commissie invnr 960. Aanstelling bedelaarskolonist Johannes Hoeboer tot 5e veldwachter. transcriptie




Dinsdag 2 maart 1824

Ingekomen post invnr 68. Brief van directeur Visser over de aanbesteding van het tweede en derde gesticht te Veenhuizen.transcriptie




Uitgaande post invnr 355. Brief van de Permanente Commissie aan de compagnons van de Appelsche Vaart. transcriptie



Uitgaande post invnr 355. Brief van de Permanente Commissie aan de Administrateur van het Armwezen 'omtrent de bij Deszelfs missive van den 23 Febr 1824 verzochte deklaratie van verschuldigde bestedingspenningen voor de 1200 bedelaars'. transcriptie



Uitgaande post invnr 355. Conceptbrief van de Permanente Commissie aan directeur Visser. Samenvatting: PC aan de directeur dat er goedkeuring is om de voor ontslag voorgedragen bedelaars vrij te laten: transcriptie



Woensdag 3 maart 1824

Ingekomen post invnr 68. Directeur Visser stuurt het contract van de aanbesteding van Veenhuizen-2 en Veenhuizen-3 en meldt wat er voor die gebouwen al aan hout en steen gekocht is.
transcriptie


Brief van Hoorn aan stad Ommen over de overleden bedelaar Bastiaan de Groot, gemeentearchief Ommen, ingekomen stukken 1823-1824. transcriptie




Vrijdag 5 maart 1824

Ingekomen post invnr 68. De subcommissie Maassluis biedt volgend afspraak twee huisgezinnen voor Veenhuizen aan, die gratis geplaatst worden. 68)



Zaterdag 6 maart 1824

Ingekomen post invnr 68. Visser stuurt de afrekening van de oogst van kolonies 1, 2, 3, 4 en 6 van 1823. Tevens stuurt Visser de maandstaat van november met het verzoek om beide grondig te controleren, zodat hij van beide een definitieve versie kan opmaken. De maandstaten van december en januari kunnen dan snel volgen. 68)


Ingekomen post invnr 68. Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie, met als bijlage een verslag van dokter Schuurman over de Ommerschans: transcriptie



Maandag 8 maart 1824

Ingekomen post invnr 68. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- over de bedelaar Pierre Reymenants, met bijgevoegd notitie van adjunct-directeur Harloff. transcriptie



Dinsdag 9 maart 1824

Ingekomen post invnr 68. Bijlage door Johannes van den Bosch bij een brief van S.J. van Rooijen aan de Permanente Commissie over het Esmeer. transcriptie:

P.S. de kopen op keen(?) die van Royen voorsteld schijnen mij aanmerkelijk. Wij wagen daar niets bij en te Veenhuizen komenden kan ik de gelegen­heid daarvan onderzoeken. 68)


Uitgaande post invnr 355. Uit een conceptbrief van de Permanente Commissie aan de Administrateur van het Armenwezen. Samenvatting: Missive aan den Administrateur van het Armwezen omtrent de aankomst van de 89 eerste weeskinderen:

Thans hebben wij de er UWHEdG. van deze aankomst opzettelijk te informe­ren; zijnde er op den 19 february uit Wageningen 23, den 20= uit Thiel 56 en uit Heemse 15 en op den 21 derzelfde maand uit Goor 4 weeskinderen, vondelingen of verlatene kinderen aangeko­men, welke in het gen. etablisse­ment zijn opgenomen en gevestigd.


9 maart 1824, Missive aan den Administrateur van het Armwezen houdende kennisgave van de toevoeging van nog 35 plaatsen bij het kontigent optezenden bedelaars (opschrift op uitgaande brief invnr 355)


Opgave omtrent den Staat der Koloniën, konfidentieel aan den Heer J.G. van Nes van Meerkerk te Utrecht op 9 maart 1824, invnr 960
Zie http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/1824_03_09Nes.html



Woensdag 10 maart 1824

10 maart 1824, Addres aan den Minister van Binnenl: Zaken om van Gouvernementswege een brug te doen leggen over zekere wijk in de Smildinger Vaart uitloopende, of om des noods dit aan de Maatschappij toetestaan (opschrift op uitgaande brief invnr 355)

10 maart 1824, Missive aan den Heer J. Leesberg, hem verzoekende om overgifte van de administratie van de voor de koloniale weezen opgelegde spaarpenningen (opschrift op uitgaande brief invnr 355)


Donderdag 11 maart 1824

Brief adjunct-directeur Harloff aan burgemeester Ommen over twee dienstplictige bedelaars, gemeentearchief Ommen ingekomen stukken 1823-1824. transcriptie




Zaterdag 13 maart 1824

Toevoegen aan file Aanbesteding Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Ik ben met de Permanente Kommissie volkomen van gevoelen om al de uitgaven voor beide gebouwen provisioneel op een gesticht te brengen, en heb de eer aan haar voortestellen deze maatregel ook tot ander werkzaam­heden die zich even moeielijk laten splitsen, uit te strekken als daar zijn, het graven van wijken, van turf enz. en wel om reden der afscheiding der gronden en vaarten voor ieder gesticht niet is bepaald of kan worden en het voorts een groot gemak in het houden der administratie en direktie veroor­zaakt.
Gaarne wenschte ik met den Heer van der Kooij aan den Rhijn omtrend de leverancien van steen in correspondentie te treeden, dan tot dat einde moet ik de Permanente Kommissie verzoeken mij de woonplaats van dien Heer nader optegeven. De Heer J.G. van Nes van Meerkerk heb ik reeds de eer gehad over de leverancie van pannen te schrijven.
Verder heb ik de eer gehad te ontvangen de missive der Permanente Kommissie van den 8 maart no. 21/8 met de daar bij vermelde stukken. In antwoord op dezelve is dienende dat het mij nu is gebleken er werkelijk houten kozijns in eenige der schoorstenen van de gebouwen te Veenhuizen gevonden worden, doch dat deeze zo wel als die voortaan mogten worden geplaatst met zink of stort zullen worden bekleed, zo als de Permanente Kommissie uit het bestek gisteren aan haar ingezonden zal ontwaren. 68)



Zondag 14 maart 1824

Ingekomen post invnr 68 scans 615-616. Brief van directeur Visser over het Esmeer, de sluis en andere zaken Veenhuizen betreffende. transcriptie



Ingekomen post invnr 68. Brief van Mevrouw van Thiel aan de Permanente Commissie, met bijgevoegd een briefje van een arts. transcriptie:




Maandag 15 maart 1824


15 maart 1824, Missive aan den Heer Administrateur, in antwoord op de zijne van den 23 Febr N29, omtrent den gedeserteerden bedelaar J. Reymenants


Dinsdag 16 maart 1824

Ingekomen post invnr 68. Van Rooijen meldt dat het contract over de waterlossing uit het Esmeer is verworpen en dat hij nu in onderhandeling is met de marktgenoten over de verkoop ervan. vermelding



Woensdag 17 maart 1824

Uitgaande post invnr 355. Brief van de Permanente Commissie aan directeur Visser over de waterlossing uit het Elsmeer: transcriptie



Briefje van onderdirecteur Van Midlum aan stad Ommen, gemeentearchief Ommen ingekomen stukken 1823-1824. transcriptie.



Uitgaande post invnr 355. Missive aan den Heer Direkteur-Generaal van den Hervormden Eerdienst, verzoekende om deszelfs appui op een addres van de PK aan den Koning, in do van heden, kopielijk hiernevens gevoegd  transcriptie





Zaterdag 20 maart 1824

Ingekomen post invnr 68. Brief van directeur Visser over de Ommerschans. transcriptie


20 maart 1824, Uitgaande post invnr 355. Bewaard voorbeeld van voorgeschoten transportkosten bedelaars Ommerschans


Ingekomen post invnr 68 scan 650. Brief van de subcommissie Den Haag over de kolonist Hendrik Bosz..transcriptie


Maandag 22 maart 1824

Ingekomen post invnr 68. Brief van de Schout van Koog ad Zaan.transcriptie

Ingekomen post invnr 68. Visser stuurt kwitanties en een staat van aangekomen huisgezinnen in Veenhuizen en de Ommerschans, niet aanwezig.

Ingekomen post invnr 68. Brief van directeur Visser met ondermeer:

- de zieken en geneeskunde op de Ommerschans, met voorstel Douwe Petrus van Steenwijk aan te stellen als geneesheer. transcriptie

- overige zaken op de Ommerschans. transcriptie

Dinsdag 23 maart 1824

Uit de notulen van de permanente commissie, invnr 39.
Artikel 29 is de brief van directeur Visser over de Ommerschans van 20 maart 1823, met daarin als derde punt:
Rapporteert voorloopig wegens het verschil van de lootjes in de rekening van von Hoff

De pc reageert bij dit punt alleen op het feit dat de onderdirecteurs van de Ommerschans niet wisten wat er speelde omdat Hoff alles zelf deed:
Te antwoorden dat de P.K. het finaal verslag van de rekening van de Hr Vonhoff zal afwagten; dat zij echter moet aanmerken, dat behoudens alle ondergeschiktheid, de onderdirecteurs echter niet behooren te verzuimen hetgeen hun bij de reglementen is voorgeschreven, al was het ook dat de Adjunkt-Direkteur voor wien zij werkzaam zijn, zelf verlangde te verrigten hetgeen aan hen is opgedragen, want dat daardoor het evenwigt en de kontrôle in de administratie maar al te dikwijls zouden verloren gaan, doch dat, indien zij door zoodanige omstandigheden in de onmogelijkheid zouden geraken, om het hun opgedragene te volvoeren, zij, zullen zij van de verantwoordelijkheid ontheven zijn, de eerste gelegenheid moeten waarnemen om hiervan kennis te geven aan de Direkteur die dan desnoods, de bepaling der P.K. kan inroepen.


Woensdag 24 maart 1824

Koninklijk Besluit 24 maart 1824 N 23 over de verplichting voor weeshuizen om kinderen naar Veenhuizen te zenden, uit Provinciaal blad Noord-Holland. transcriptie






Vrijdag 26 maart 1824

Ingekomen post invnr 68. Brief van mevrouw Van Thiel aan de Permanente Commissie: transcriptie


Ingekomen post invnr 68 scan 639-en-verder. Brief van directeur Visser met ondermeer:

- Stuk over arbeiderskolonist Jan van Midden.transcriptie

Om diezelve reden is hier ook nog bijgevoegd, eene brief van de subkommissie van Oud Beijerland, mij door den Heer Poelman overhandigt. De in deze bedoelde Kornelis van Rietschoten heeft nog niets van den Directie willen ontvangen, en ook niet gewerkt.
Nog ter kennisse van de Permanente Kommissie te brengen dat de kolonist Verdoner (een israëliet) den 10 dezer met verlof was vertrokken, ten einde volgens zijn voorgeven het nodige tot het aanstaande paaschfeest te bekomen, dat daar op den 22 dezer zijn vrouw en twee kinderen zonder voorkennis kolonie no. 6 hebben verlaten en dat derhalve, het geheele huisgezin zal zijn gedeserteerd.

Bijgevoegd:

Toen Kornelis van Rietschoten van Goidschaefoord(?) zich voor eenige tijd bij mij aandiende om ware het mogelijk in een der kolonien onzer Maatschappij opgenomen te worden, heb ik daartoe alle devoiren aangewend, in de hope dat ik door deze demarches 's mans lot dragelijker mogt maken. A posteriori is het echter gebleken dat deze hoop niet verwezenlijkt is geworden door dezelver missive van den 4e dezer aan mij geschreven, waarbij hij zich beklaagt over de zware arbeid met de spa, terwijl hij verwagt had in zijne vorige loopbaan als verwer werkzaam te kunnen blijven. Bij genoemde missive mij op dit ogenblik door dezelver van tranen overstelpte moeder overhandigd, verzoekt hij mij dus om mij ten fine van deszelfs ontslag, aan de Directie te willen adresseren. Getroffen door het teleurgestelde zijner verwag­ting, waardoor zijne ouders zich dan ook in de grootste droefheid gedompeld zien, verbied mij de menschelijkheid tegen dat ontslag te pleiten, te meer daar de door aan Heer Directeur der colonie van de Maatschappij van Weldadigheid gend Veenhuizen mij aan haar uitbetaalde transport kosten tot Amsterdam niet door de Maatschappij maar door gemelde van Rietschoten alleen zullen worden gedragen, is de verwagting alzoo levende dat dezelve met de zijne eerlang tot zijne vorige haardstede zal zijn teruggekeerd, te meer daar volgens het getuigenis der moeder dezelves huisvrouw in eene gezegende verwagting verkeerd.

De secret. der subcommissie van Weldadigheid te OudBeijerland. 68)

Geen andere bijlagen gevonden.

26 maart 1824 Ingekomen post volgens brievenboek met invnr 348. Administrateur, Meldt 's Konings dispositie van 14 Maart N93, ter uitbetaling aan de Maatschappij van de f 35,000.- bestedingspenningen voor de 1000 bedelaars, en dat het mandaat daartoe wordt opgemaakt


Dinsdag 30 maart 1824


Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie, invnr 68 scan :

Voorts te berigten dat den sergeant F. Holsteyn geannonceerd bij missive der Permanente Kommissie van den 22 maart N 56/3 alhier aangekomen is. Dat voorts de perzoon van Brandt sints eenige tijd alhier op het Algemeen Bureau werkzaam geweest, naar zijne bestemming te Veenhuizen is vertrokken.

Verder zijn hier bijgevoegd de eerder vergeten bij te voegen brieven betreffende arbeiderskolonist Jan van Midden, te weten:
- afschrift van een brief van Van Midden;
- nrief van L van Arnhoek van de subcommissie Leiden,
- begeleidende brief van Petrus Ameshoff
- briefje van Jannes Poelman hierover..
transcriptie


30 maart 1824, Kommissaris Generaal van Oorlog, verzoekt om konsideratien en advys omtrent de mogelijkheid en de wijze van overneming in koloniale etablissementenvan de Maatschappij van om gebreken uit den dienst, zonder eenige belooning, ontslagene militairen; en wegens eens daarmede te nemen proeve --> beantw 14 april, not 12 april art 9, nader volledig beantw 1 mei, not 10 mei art 30 (brievenboek INKOMENDE post invnr 348) (WIL: Is dit het begin van de veteranenovername?? Zie ook later in de maand een brief van dezelfde)


Woensdag 31 maart 1824

Ingekomen post invnr 68. Visser stuurt de maandstaten van november en de afrekening van de oogst over 1823.


Besluit der Permanente Commissie van 31 maart 1824 houdende de provisionele vervanging van den heelmeester Swart te Ommerschans, door den persoon van P. D. van Steenwijk, invnr 960:
Zie http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/1824_03_31Swart.html



Mutatieregister invnr 1506, bedelaarsmutaties in de maand Maart. transcriptie