Naar het overzicht
van de POST







De POST van FEBRUARI 1824

Algemeen over februari 1824

Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Diverse Hoofd-Agenten van provincies melden zich deze maand dat ze de voor de MvW bestemde gelden willen incasseren (de traites op de subcommissies willen inkasseren)

Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Sommige steden melden deze maand geen huisgezin voor Veenhuizen te hebben; uit één reactie blijkt dat er 150 leden nodig zijn om een gezin te mogen plaatsen


± Zondag 1 februari 1824

Ingekomen post invnr 68. Brief van H. van Thiel aan de Permanente Commmissie. transcriptie:




Maandag 2 februari 1824

Ingekomen post invnr 68. Brief van de schout van Koog aan de Zaan.transcriptie



2 februari 1824 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. administrateur, verzoekt regard te slaan op het door den schout van Rucphen, provincie Noord-Braband, gedaan verzoek om ontslag van Johs Houtepen uit de Ommerschans

2 februari 1824 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. administrateur, stelt om konsideratien en advys in handen der PK het nevensgevoegd rekwest, houdende verzoek om ontslag uit de O-Schans van den persoon van Harmen Hempen, uit ??, schoutambt Hamblinge (Hanover)


Reglement voor de komptabiliteit van de huisgezinnen van arbeiders buiten het gesticht te Veenhuizen van den 2 februarij 1824, invnr 962, ook in invnr 988. transcriptie


2 februari 1824, Reglement voor de Administratie van het Gesticht van Weezen te Veenhuizen (invnr 962, ook in invnr 988 – maar zitten ergens voorbeelden bij??)
Zie http://www.schackmann.nl/kinderkolonie/Transcripties/18240202.html

Staat der Geemployeerden voor het Gesticht te Veenhuizen, invnr 988
http://www.schackmann.nl/kinderkolonie/Transcripties/18240202P.html


2 februari 1824 Besluit permanente commissie van 2 februari 1824 over het personeelsbestand in het eerste gesticht te Veenhuizen, invnr 962
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/1824_02_02VH1.html


Dinsdag 3 februari 1824

Uit het brievenboek:

Besluit der P.K. Om den Direkteur te melden de approbatie der reglementen van komptabiliteit voor de arbeiders-huisg. en voor de weezen in het gesticht te Veenhuizen. Voorts de goedkeuring in het algemeen van de bestekken etc. voor de 2 gestichten, te Veenhuizen te bouwen, met eenige aanmerkingen hieromtrent, alsmede aangaande de voorstellen wegens de nieuw aanteleg­gen etablissementen te Veenhuizen en het kanaal te Wateren.

Eindelijk medetedeelen de bedenkingen op de admissie van den heelmeester Smit, met retour zijner stukken
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Geneeskunde/ArtsSmit.html


en verzoek om berigt omtrent de door de Direktie aan de Ommerschans aan een agent van pol. van 'S Hage gedane vraag wegens het niet gebonden geweest zijn van ingebragte bedelaars. 20)



Woensdag 4 februari 1824

Ingekomen post invnr 68. Uit een brief van de subcommissie Rotterdam aan de Permanente Commis­sie: transcriptie




Uitgaande post invnr 355. Brief van de Permanente Commissie aan de schout van Koog aan de Zaan. Grotendeels citeren ze de brief van de directeur van 16 januarie en voegen daar dan wat aan toe.
:transcriptie



4 februari 1824, Missive in antwoord op den brief van den Heer Administrateur van het Armwezen van den 21 Jan ll N29 omtrent de plaatsing van zekeren J. Hoos (of Sloos) en gezin in de kolonien uit de kontributie van de stad Deventer. (opschrift op brief uitgaande post 1824 invnr 355)



Vrijdag 6 februari 1824

Ingekomen post invnr 68. Uit een brief van Ameshoff aan de Permanente Commissie:

Het Nederlandsch Bijbelgenootschap heeft mij heden morgen 150 bijbels gezonden, gelieve mij nu op te geven de getallen en aan wie dezelve moeten worden verzonden. 68)


uitgaande post invnr 355. Brief van de PC aan administrateur armwezen over Hoppenraij, Gerritzen en Bouvé. transcriptie




Zaterdag 7 februari 1824

Ingekomen post invnr 68. Uit een brief van de directeur-generaal van de RK eredienst aan de Perma­nente Commissie over aanstelling kapelaan in Ommerschans. transcriptie:

...
7 februari 1824, besluit der P.K., om diverse dingen te schrijven aan de directeur, w.o.: en afschrift van het besluit van aanstelling van J . van Midlum tot onder-direkteur in de O-schans (brievenboek invnr 20)


Zondag 8 februari 1824

Ingekomen post invnr 68. Brief van directeur Visser met ondermeer:

- over heelmeester Swart van de Ommerschans. transcriptie

- over de arts Smit in Veenhuizen.
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Geneeskunde/ArtsSmit.html

- over gebonden bedelaars uit Den Haag. transcriptie

Verder heb ik de eer te accuseren de ontvangst der missive der Permanente Kommissie van den 4 dezer no. 10/2 met de mandaten te zamen groot ƒ5000- en daar in vermelde brief van den kolonist W. Laroe waar van de schrijver is de kolonist den Oude. Ik heb gemeend geen beter informatie omtrend den inhoud van die brief en den schrijver te kunnen geven dan door het zenden van extract uit zijn schuld boekje betreffende zijne reekening van verdiensten van af de tijd zijner aankomst in de kolonien tot den datum waar op die brief is geschreven, als mede een dito extract van 8 andere kolonisten welke alle naast hem in de zelfde kolonie, wijk en sectie wonen en dus gelijksoortige arbeid verrigten en verdiensten hebben, en er slegts te moeten bijvoegen zijne eigene aan mij afgelegde verklaring dat alleen ½ st. p. roede voor spitten worde betaald voor die gronden welke meermalen bebouwd zijn en dan nauwelijks 1 voet diep worden omgezet, terwijl voor woeste grond 1½ voet omzetten, 2 stuivers p. roede word gerekend, en dat hij voor de laatst voorgaande week te Wateren, in 4 dagen hadt verdient 45 stuivers met sloot graven, en eindelijk dat hij is een middelmatig werkman met vrouw en 3 zeer kleine kinderen.
Den kolonist den Oude heeft aan den Heer Drijber gezegt te gelijktij­dig een brief voor zich geschreven, en aan de subkommissie gezonden te hebben, waarschijnelijk van denzelfde inhoud, doch verklaarde tevens, dat hij destijds nog niet genoegzaam gewoon en met den aard der inrigting bekend was, maar hij tegenwoordig in geen geval de kolonie zoude willen verlaten; er bij voegende dat nog heden te zullen schrijven. De brief gaat hier nevens terug.

Stukje over de brief van de schout van Koog aan de Zaan.transcriptie 


Geen bijlagen gevonden.





Maandag 9 februari 1824

Ingekomen post invnr 68. Uit een brief van directeur Visser over de klachten van Koog aan de Zaan.transcriptie


Ingekomen post invnr 68. Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Voor eenige dagen vervoegde zich bij mij de heer H. van Loghem met verzoek om in eenige betrekking hoe gering ook bij de Maatschappij te worden geemploijeert: naar zijne capiviteiten en vorige betrekkingen informe­rende bleek hij te zijn geweest 1 luite en magazijnmeester der artillerie, en alle inferiere rangen dus ook die van sergeant majoor te hebben gepasseert; voorts voor 3 jaren uit den dienst van het Rijk te zijn gedemitteert om reden hij eenige onder zich hebbende rijksgelden, met zijn eigen voordeel hadt uitgezet; ten gevolge waar van hij thans in de diepste armoede verkeert. Ik zoude gemeent hebben geen regart te moeten slaan op het verzoek van zodanig persoon; dan een menigte van belangrijke getuigschriften en staat van dienst, aan mij overgelegt, schijnen te bewijzen, dat hij een braaf militair is, en zich in onderscheidene betrekkingen, van een goed gedrag gekweeten, buiten het bewuste geval - waarom ik hem beloofde het een en ander ter kennis van de Permanente Kommissie te brengen; het welk ik de eer heb bij deezen te doen; tevens de vrijheid nemende daar bij te voegen dat, indien die ongelukkige handelwijze geen alles afdoende reden is, den verzoeker bij de Maatschappij niet te plaatsen, ik hem gaarne bij voorkomende gelegenheid zag geemploijeert, gemerkt het ongelukkige lot van eene man die wezenlijke diensten aan het Vaderland heeft bewezen. Een later ontvangen brief van van Loghem gaat hier nevens. Aangenaam zal het mij wezen de intentie der Permanente Kommissie in dezen te vernemen. 68)

Bijgevoegd is een sollicitatie van Van Loghem zelf en een schrijven waarin hij wordt aanbevolen door een kolonel Doorman. Overige aanbevelingen die oorspronkelijk aanwezig moeten geweest zijn, zijn niet gevonden.


Dinsdag 10 februari 1824

10 februari 1824, administrateur, berigt dat het voorstel, tot afzonderlijke kontraktering voor half valide bedelaars, wordt in advys gehouden (brievenboek invnr 20)


Woensdag 11 februari 1824

Ingekomen post invnr 68. Brief van Ameshoff aan de Permanente Commissie.

Over de kolonist Noor(d)berg. transcriptie:

Bijgeschreven op de achterkant:

De redenen dat ik aan den Heer ont. gener. H. van Drenthe geene kredieten inzond, zijn van eene zeer delicaten aart. De Heer Witzenburg was mij voordeelig bekent, het is aan ZEd. dat ik meer vertrouwen kon schenken. De achteruitgang van uiterlijke omstandigheden van den Heer H. heeft mij naderhand meer in dat vermoeden versterkt.
De brief van den Heer hoofd agent van Vriesland wordt door de afdeeling behandeld.
De opgaaf door UWE eens in de maand van de ter beschikking gereed liggende kredieten, zou mij, even gemakkelijk en aangenaam zijn, doch wat niet zegt het zou veel porto besparen.
Morgen hoop ik den Heer secretaire(?) der Nederl. Bank te spreken, over de wijze van behandelen dezer nieuwe zaak. 68)

Bij Koninklijk Besluit wordt bepaald dat sergeant Thomas Holsteijn van de 9e afdeling infanterie voor onbepaalde tijd in dienst der Maatschappij kan treden met volledig behoud van soldij. 68)

11 februari 1824, besluit P.K. om de voordracht tot ontslag van 30 personen aan de administrateur te zenden, en verder: om aan denzelfden kennis te geven, dat de eerste opzending van bedelaars op den 22 dec 1823 tot 1200 geklommen zijnde, men vervolgens tot de aanvulling der vacatures in dat getal is overgegaan, overeenkomstig art 18 van het kontrakt van 7 Okt 1822 brievenboek invnr 20)


11 februari 1824 Besluit over eerste bedelaarsontslag, invnr 962 http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/1824_02_11Bedelaarsontslag.html





Zaterdag 14 februari 1824

Ingekomen post invnr 68. Uit een brief van de Nederlandse Bank aan de Permanente Commissie:

Uit de inlichtingen aan ons gegeven door den Heer Kassier van de afdeeling van financiën der Maatschappij van Weldadigheid, is ons gebleken dat de invordering van de traites dier afdeeling op de subkommissien, armbesturen en verdere personen, voor onze Directie niet doenlijk is, naardien zij buiten deze stad geene betrekkingen onderhoudt. 68)


Ingekomen post invnr 68. Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

De Permanente Kommissie heb ik de eer te informeren, dat het bestek voor de nieuw te bouwen etablissementen te Veenhuizen ingevolge de intentie der Permanente Kommissie is verandert, het zelve zal hier worden gecopieerd en op morgen der Permanente Kommissie worden toegezonden. De dag der uitbesteeding is ten gevolge der vrijheid ons bij missive van den 3e dezer no. 5/2 toegestaan op dingsdag den 2e maart aanstaande bepaald, en de annonces ter plaatsing in de Haarlemmer, Groninger, Leeuwarder, Zwollsche en Drenthsche dagbladen verzonden. Ik moet de Permanente Kommissie verder berigten, dat naar ons inzien de gebouwen niet wel half julij kunnen voltooid zijn, dan ingeval men voor alles hogere prijzen wilde berekenen dan bij een langer tijds bepaling zoude worden vereischt; en wel om de volgende reden, voor eerst kunnen de drie schutten welke eene geregelde doorvaart tot aan de plaatsen dezer gebouwen moeten verlenen, zeker niet voor half maart gereed zijn, zo het voor die tijd al gedecideert is waar zij zullen worden geplaatst en ons dan nu maar 4 maanden zoude verblijven.

Ten tweede kan men voor die tijd geene materialen aangevoerd krijgen dan voor hogere prijzen als naar gewoonten, gemerkt de schippers in het algemeen nog niet zijn begonnen te varen: en ten derde wanneer slegts 4 maanden tot het bouwen dier gestichten gegeven word, den aanneemer zeker op hogere daglonen moet rekenen, ten einde zich van een genoeg­zaam getal ambachtslieden te kunnen verzekeren, vooral nu deze operatien door het bouwen van twee etablissementen op dezelfde tijd en plaats word verzwaard. Wij hebben dus gemeendt de bepaling van 5 maanden na de approbatie der uitbesteding te moeten laten, terwijl ingeval de voltooiing volstrekt tegen half julij wordt vereischt, men voor het woord vijf slegts vier behoeve in plaats te stellen.
Daar hier geen kopiën der teekening van het gebouw voorhanden is, en wij die voor en bij de uitbesteding nodig hebben, wenschte ik de aan de Permanente Kommissie gezondene terug te mogen ontvangen om naar gemaakt gebruik, dezelfde aan haar te retourneren.
Voorts acht ik het van mijne pligt ter kennis van de Permanente Kommissie te brengen, de verklaring van de Heer Adjunkt Direkteur van Lemell, dat hij Zijn Ed. niet mogelijk voorkomt, een gebouw van die uitge­breidheid en sterkte met alle verdere gebouwen, welke tot het geheel van zodanige eene etablissement behoren voor de somma van ƒ90,000- daar te stellen; dat hij in den gepasseerden jaar bij gelegenheid dat hij ZijnHoogEdel­Gest. den Heer 2e Adsessor zijne opinie dien aangaande vragende een met deze verklaring strijdende antwoord heeft gegeven, maar dat hij toen was uitgegaan van het beginzel dat t hoofdgebouw volgens de primitieve uitbe­steeding niet meer dan ƒ53,000- behoefde te kosten, en de bij gebouwen op ƒ4000- zouden worden berekend, terwijl er vervolgens nog zo veele werken tot het hoofdgebouw behorende, en toen niet door ZijnEd. voorzien, zijn uitbesteed, dat de totale sommen slegts er moeten bijvoegen, mij met de gevoelens van de Heer Lemell te verenigen, ten zij de Permanente Kommis­sie mogt verlangen de muren en het houtwerk alles ligter, of van minder kwaliteit word genomen, dan den aard van het werk maar eenigsints gedo­gen.
Aangaande de werkzaamheden en huishouding der aangekomen kolonisten te Veenhuizen heb ik de eer de Permanente Kommissie te berigten dat de bepalingen, vervat in het door haar gearresteerd reglement dien aangaande, niet naar den letter waren naargekomen, hoe wel de Direktie vroeger met den hoofdinhoud was bekend gemaakt. Men had nemenlijk niet ingehouden ƒ1- of ƒ1,50- voor kleeding van de weeklijksche verdiensten, hoe wel dit zonder groot bezwaren voor enkelde huisgezinnen hadt kunnen geschieden; terwijl dit moet ik bekennen bij het grootste gedeel­te bijna onuitvoerlijk was, gemerkt de onbedrevenheid der kolonisten in den veld en fabriekmatige arbeid en het ongunstig jaargetij; voorschotten waren niet gegeven, dan bij hunne aankomst. Dit is een noodwendig gevolge uit den aard der zaak, en kan mijns inziens niet worden voorgekomen; gemerkt de kolonisten zonder eenig levensmiddelen arriveren, dat zij de volgende dag niet wel tot werken kunnen worden aangehouden, en dat zij vervolgens de verdiensten van de eerste week tot hun bestaan voor den tweede week behoeven. Hierin is bij het reglement voor de administratie niet voorzien.
Ik heb dus de eer het volgend supplement aan de Permanente Kommissie bij dezen voortestellen.
"Bij de aankomst der kolonisten zal hun worden verstrekt eenige levensmiddelen en geld, om in de eerste behoeften te voorzien en voorts zo veel als nodig is om eenige dagen te kunnen bestaan, ten einde door de verdiensten van die dagen te worden in staat gesteld, zich zelve de behoefte voor de volgende week te kunnen aanschaffen. Deze voorschotten welke naar gelang der sterkte van de huisgezinnen en ander omstandigheden zal worden geregeld, zal in geen geval de som van ƒ5- mogen te bove gaan, en door de eerste inhouding voor kleeding naar art. 5 worden gerembourseerd."

Voorts zijn de huisgezinnen over het geheel genomen vrij wel zamen­gelsteld, en de leden tot den arbeid geschikt en gewillig; order en proprieteit was reeds daar gesteld en slegts bij weinigen meende ik een ontevredenheid te bespeuren; de wijze van omgang des Heren Textor met de hem aanver­trouwde is allergeschiktst om het geluk en genoegen derzelfde te doen vermeerderen; zachtheid met ernst en rechtvaardigheid zijn de hoofdtrekken van ZijnWelEdGest. karakter, hetgeen mij daar van veel goeds doet veron­derstellen.
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Personen/Textor.html

De Heer Kalbfleisch kwam mij voor te zijn een man voor zijne bestemming berekend. De Heer Brouwer deelde in deze mijne gevoelens.
Zie http://www.schackmann/proefkolonie/Personen/Kalbfleisch.html

De werkzaamheden buiten het gesticht worden wederom met kragt doorgezet. De wijken tot aan de plaatzen der gebouwen voor het 2de en 3de etablissement zullen binnen 14 dagen gegraven zijn. Het is te voorzien dat wij tot transport van mist als andersints eenige bokschuiten zullen benodigt zijn, welke naderhand tot allerhande gebruik zo bij gecultiveerde hoeven als turfgraven en nieuwe aanleg kunnen worden gebezigt. Zulk een bokschuit in huur nemende kost dan ƒ3- per week, een gehele nieuwe kan voor ƒ200- en oude voor ƒ140- en zulke die lange jaren zijn gebruikt voor ƒ100- worden aangekogt. Ik heb ten gevolge daar van al mede de eer de Permanente Kommissie voortestellen, een tiental vaartuigen te doen aankopen, voor gemiddelde prijzen en de authorisatie daar toe te vragen. 68)


Uitgaande post invnr 355. Brief van de Permanente Commissie aan de subcommissie Middel­burg:

Hiernevens aan UWEd. onder dankzegging terugzendende den bij UWEd. geeerde van 21 january ll. ingezonden brief van den kolonist Laroe hebben wij de eer na ingewonnen berigten omtrent den schrijver dezes briefs en deszelfs inhoud, UWEd. nader deswege te antwoorden.
Uit het hiernevens gevoegd extrakt van het schuldboekje van Laroe en van die van andere in dezelfde wijk wonende kolonisten welke met hunnen toestand zeer te vreeden zijn, zal het UWEd. al dadelijk blijken in hoe verre de klagten over te weinige verdiensten en de inhoudingen daarvan, door Laroe gemaakt, ongegrond zijn: waarbij wij UWEd. verzoeken, ter verdere opheldering in aanmerking te neemen:
1o Dat Laroe slechts een middelmatig werkman zijnde, echter door zijn langer verblijf in de koloniën voor den arbeid meerdere vatbaarheid zal verkrijgen, en hij daardoor zijne verdiensten tot de hoogte van die van oudere kolonisten zal kunnen brengen.
2o Dat ook de verdienste van spin- en andere arbeid van de overige leden zijns huisgezins zullen toenemen, naarmate deze daarin geoefend worden.
3o Dat behalve de verdiensten van het huisgezin, door hetzelve worden genoten de aardappelen, en andere groenten uit hunne tuin.
4o En dat, eindelijk, het huisgezin van Laroe bovendien in volgende jaren de volle opbrengst zal genieten zijner hoeve, waarvan het zelve door zijne late aankomst in het gepasseerde jaar, slechts een gering gedeelte heeft genoten.
Wat voorts de verdienste in verband met den arbeid betreft, waarover Laroe zich verder beklaagt, merken wij aan, dat die kolonisten aan den Heer Direkteur mondeling heeft moeten erkennen, alleen voor het spitten van reeds bebouwde gronden welke naauwelijks op één voet diep worde omge­zet, 1½ st. per roede te verdienen; maar dat voor woeste gronden 1½ voet diep omtezetten, 2 stuivers per roede betaald wordt; en dat hij zelf onlangs nog met 4 dagen sloot graven 48 stuivers heeft verdiend; welk een muude(?) ook overeenstemt met den bestaande tarieven voor den arbeid.
Wij meenen overigens zeker te zijn, dat de klagten van Laroe hoofdzakelijk voortgesproten zijn uit de ongewoondheid van zijne tegenwoor­dige stad, en te weinig doorzigt in den aard zijner betrekking in de koloniën; terwijl wij vertrouwen dat hij thans reeds meer te vreden is, en zijn ontslag van daar niet meer verlangt. Den schrijver des briefs van Laroe, hebben wij doen vermanen zich voortaan meer in acht te nemen, wegens de versprei­ding van soortgelijke klagten.


Uitgaande post invnr 355. Brief van de Permanente Commissie aan de schout van Koog aan de Zaan:transcriptie



Uitgaande post invnr 355. Brief van de Permanente Commissie aan de subcommissie Rotter­dam over de huisverzorger Van Thiel. transcriptie:


Uitgaande post invnr 355. Brief van de Permanente Commissie aan de Administrateur:
Op de 5 dezer maand wij hebben de eer gehad wel te ontvangen UweHEG Missive van den 2e tevoren, N46.
De daarbij vermelde persoon van Johannes Houtepen is op den 11e july 1823 uit het bedelaars etablissement aan de Ommerschans gedeserteerd, waarvan bij den mutatie-staat over die maand door ons aan Z.E. den Minister van B.Z. en W. indertijd opgave is gedaan, weshalve door ons op het voor dien persoon verzocht ontslag uit dat Gesticht, door den schout der gemeente Rucphen, provincie Noord-Holland, geen regard kan worden geslagen, uit hoofde het verzoek hierdoor is komen te vervallen. (invnr 355)

Uitgaande post invnr 355. Conceptbrief van de Permanente Commissie aan de Administrateur:
Ter voldoening aan UwHEG's verzoek bij derzelfs missive van den 2e dezer N53, om konsideratien en advijs op het daarbij gevoegd rekwest van den Hanoverschen Adjunkt Ahn??oogt van Humblinge, hebben wij de eer, onder terugzending van dit stuk UWHEG te melden, dat de dat de persoon van Herman Hempen, in het Bedelaars Etablissement aan de Ommerschans den 23 april 1823 uit de provincie Noord-Holland opgenomen, is van een bijzonder goed en oppassend gedrag, en hij uit dien hoofde is begrepen onder die weinige personen, welke wij ofschoon die nog geen rond jaar in het Etablissement geweest zijn, echter bij onze missive van heden N (opengelaten) de vrijheid genomen hebben aan UwHEG tot ontslag uit de Ommerschans voortedragen. (invnr 355)

Uitgaande post invnr 355. Brief van de Permanente Commissie aan de Administrateur met de eerste voordracht tot ontslag van bedelaars. transcriptie:





Zondag 15 februari 1824

Ingekomen post invnr 68. Visser vraagt voor de komende week ƒ5600,-


Ingekomen post invnr 68. Brief van de subcommisie Maassluis aan de Permanente Commissie over arbeidershuisgezinnen. transcriptie



Ingekomen post invnr 68. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Bij deze heb ik de eer der Permanente Kommissie bij vernieuwing te addres­seren de stukken van den heelmeester Smit, geviseert door de Provinciale Geneeskundige Kommissie van Overijssel en Drenthe, terwijl ik hier bij nog aanmerke dat de gemeente Norch benevens nog ander gemeenten in de provincie Drenthe geleegen, tot de geneeskundige inspectie van Groningen, alwaar Smit is geexamineerd behoren; tevens dat hij zich niet gaarne te Ommerschans zoude zien geplaatst.
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Geneeskunde/ArtsSmit.html

- over gebonden bedelaars uit Den Haag, met bijgevoegd briefje van een Haagse politieagent. transcriptie

Over het indelen van Pieter Konkelberg bij de weduwe Alblas.transcriptie




Ingekomen post invnr 68. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Een naamlijst der uit de provintie Utrecht aangekomene bedelaars, waaruit werkelijk blijkt dat het contingent met één persoon overschreden is, het geen daaraan is toe te schrijven dat den Heer Harloff vermeende de gedeserteer­den of overledenen weder met de nieuw aankomende te kunnen komplemen­teren. Hieromtrent is door mij als nu de nodige aanschrijving gedaan ten einde te zorgen de contingenten voor het vervolg niet meer overschreden worden.

Bijgevoegd is de lijst van bedelaars uit Utrecht, aangekomen in de periode 18 januari 1823 tot 20 januari 1824, totaal 66 namen. Daarvan zijn echter 14 gedeserteerd, waarvan 1 is teruggebracht. 1 moest zelfs drie keer deserteren om eindelijk weg te blijven. 1 bedelaar is als invalide naar Hoorn gebracht en nog een ander is overleden. 68)


Koninklijk Besluit 15 februari 1824 N104 over de plaats waar bedelaars moeten loten voor de dienstplicht gemeentearchief Ommen ingekomen stukken 1823-1824
transcriptie




Maandag 16 februari 1824

Ingekomen post invnr 68. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Voorts tn gevolge besluit der Permanente Kommissie dd. 6 sept. A.P. te berigten dat de boekhouder van der Einde kol N4 en den geemployeerden van Riemsdijk sedert het voorgevallen, welk tot het nemen van dat besluit aanleiding gaf, zich behoorlijk van hunnen pligt hebben gekweeten, en zoo ver mij bekend aan geen misdrijf hebben schuldig gemaakt; waarom ik de eer heb te vragen authorisatie tot het weder uitbetalen van hunne volle soldij, te rekenen van af de expiratie der bij bovengemeld besluit bepaalden termijn, gedurende welk zij respectievelijk, slegts de helf hunner gewone inkomsten hebben genoten.



Dinsdag 17 februari 1824

Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 20. Kopie van Z.M. Besluit, in do 4 february 1824 N115. Verleent aan K. Mulder, instituteur in de koln vrijheid, om zonder het permissie billet van den kommr van zijn korps zich in den huwelijken staat te begeven.



Donderdag 19 februari 1824

Besluit permanente commissie volgens het brievenboek met invnr 20. Om de Heer Direkteur te antwoorden ... berigt van de definitieve aanneming van Kinkelberg en van de goedkeuring van het bestek voor de 2 nieuwe gebouwen te Veenhuizen. Voorts te melden de goedkeuring van de 2 bestekken van, als van palisadering en van een kleedings magazijn mede te Veenhuizen ... Op missive N 42/2 t berigten dat H. van Loghem onder de eerste doene voordragten geempl. kan worden. 20)


Ingekomen post invnr 68. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Een beschrijvings billet voor de belasting op het personeel voor den kolonist A.H. Ladru, met verzoek dat de Permanente Kommissie de goedheid gelieve te hebben, het zleve zodanig in te doen vullen als zij zal vermeenen te behoren, en het zelve daar na zoo spoedig mogelijk te retourneren ten einde dat billet tot model ter inschrijving voor alle kolonisten, die in dezelfde betrekking staan te dienen. Dit en alle andere waren reeds ingeschreven en door de Direktie der Belasting afgehaald doch gisteren zijn die terug gezon­den, met last de voorgestelde vragen meer duidelijk te beantwoorden; bij deze gelegenheid neem ik de vrijheid der Permanente Kommissie te sollicite­ren, mij te willen informeren hoedanig in het algemeen bij voorkomende gelegenheden, omtrend de belasting behoord te worden gehandeld, op welkde percelen zij als belasting schuldig beschouwd, voor al met betrekking tot de hoofd en bij gebouwen te Ommerschans en Veenhuizen, mitsgaders de boerenwoningen aldaar.
Webpagina Ladru
De Heer Tonkes schout van Norch verlangt opgave der personen welke in het gesticht te Veenhuizen als onder zijn schouts ambt behorende, worden opgenomen. Ik heb gemeend alvorens daar aan te voldoen de intentie der Permanente Kommissie dien aangaande te moeten vragen. 68)




Besluit der Permanente Kommissie van Weldadigheid, houdende de aanstellling van den Heel- en Vroedmeester H. Smit, in zoodanige betrekking in het 1e etablissement te Veenhuizen, van den 19 februari 1824 no.2, invnr 960.
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Geneeskunde/ArtsSmit.html



Besluit van de Permanente Commissie dd 19 februari 1824 over voorschot voor arbeidershuisgezinnen,  invnr 962, zit ook in invnr 988
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/1824_02_19Voorschot.html




Vrijdag 20 februari 1824

Ingekomen post invnr 68. Brief van de schout van Koog aan de Zaan. transcriptie



Zaterdag 21 februari 1824

Ingekomen post invnr 68. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- stuurt een brief van de heelmeester Swart van de Ommerschans. transcriptie

Verder tot vijfde veldwachter te Ommerschans voortestellen den perzoon van Johannes Hoeboer, welke gedurende al de tijd dat hij in den Ommerschans is, heeft getoond te zijn een ijverig en oppassend kolonist.
Nog te vragen authorisatie tot het aankopen van eenige meest benodigde meubelen in de kamer der Directie in het gesticht te Veenhuisen.

Bijgevoegd de brief van Swart: transcriptie





Maandag 23 februari 1824

Ingekomen post invnr 68. Uit een brief van directeur Visser over ziekte en sterfte op de Ommerschans. transcriptie


23 februari 1824 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. S. J. van Royen, zendt verschillende aankopen plus 'zendt ter opheldering hiervan nog 2 figurative kaartjes'.

23 februari 1824 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Administrateur, approbeert de voordragt van 30 personen uit het bedelaars etablissement de Ommerschans te ontslaan

23 februari 1824 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Administrateur, verzoekt om eene deklaratie in duplo wegens het verschuldigde van het gouvernement wegens bestedingspenn voor de 1200 bedelaars.

Besluit van de permanente commissie van 23 februari 1824 over belasting op koloniale gebouwen, invnr 962
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/1824_02_23Belasting.html



Woensdag 25 februari 1824

Ingekomen post invnr 68. Uit een brief van Ameshoff aan de Permanente Commissie:

Over de ex-kolonist Noor(d)berg. transcriptie

De Utrechtse zender N.N. der gezangboeken enz. schrijft mij "gehoord te hebben in de Ommerschans gebrek aan vraagboekjes zijn, als de Perm. Komm. besloot dat er zonder schade in de verdienste geleerd kon worden.
Zodra ik nu door UWE mogt geinformeerd worden dat dit besloten is, zal ik de vrijheid nemen U 50 exempl. vraagboekjes toetezenden, alleen met vermelding dat deze van Utrecht ontvangen zijn.



Zaterdag 28 februari 1824


Ingekomen post invnr 68. Uit een brief van directeur Visser met ondermeer:

- over ziekte op de Ommerschans. transcriptie

- P.S over het bezoek aan de kolonie van de schout van Koog aan de Zaan.transcriptie


28 februari 1824, directeur Visser, zendt o.m. in 'een ophelderende nota van aanmerkingen op het personeel van de OSchans (brievenboek invnr 20)