Naar het overzicht
van de POST







De POST van SEPTEMBER 1823

Maandag 1 september 1823


Gemeentearchief Ommen, Stad Ommen, ingekomen stukken 1823-1824. Brief van gouverneur OV aan burgemeester Ommen

Zwolle den 1e september 1823

Daar het meer als waarschijnlijk is, dat Zijne Majesteit, in het laatst dezer maand op het Loo verwagt wordende, een tour na de kolonie van de Ommerschans zal doen, welke Hoogstdezelve nog niet heeft bezigtigd, en alsdan van Deventer over Raalte en Ommen de route zal nemen; - zoo is deeze dienende, om UWEd uittenodigen, de vereischte zorge te dragen, dat de wegen op die passage, voor zoo verre dezelve door Uwe Gemeente lopen, in eenen goeden staat worden gebragt, en gehouden.

De gouverneur van Overijssel


Dinsdag 2 september 1823

Ingekomen post invnr 66. Brief gouverneur Groningen over Hindrikje Degenaar en Adriana Mente. transcriptie


Woensdag 3 september 1823


Uitgaande post invnr 354. Brief van de permanente commissie aan de minister van Binnenlandse Zaken

Wij nemen de vrijheid Uwe Exc bij dezen te onderhouden over den tegenwoordigen staat van de tengevolge der met Uwe Exc in dato 7 oktober en 1 febr ll gesloten kontrakten overgenomen bedelaars in het etablissement aan de Ommerschans.
Bij onze missive van den 31 Mei ll N 75/5 deelden wij Uwe Exc mede dat de opengestelde kredieten voor bedelaars bedroegen 1195, dat de aangekomene bedelaars 727 en de werkelijk aanwezige 681 bedroegen.
Sedert dien tijd is het krediet van de provincie Utrecht vermeerderd met een getal van 30 terwijl nog uit het werkhuis te Hoorn 107 en uit dat van Middelburg 30 individus na dien tijd in het etablissement zijn overgebragt, welke niet begrepen waren in de Uwe Excellencie vroeger aan ons geannonceerde uit de onderscheidene gestichten.
Door gemelde 2 laatste transporten is het getal aangekomene uit de gestichten dat op 31 mei ll 482 bedroeg, geklommen tot 619; terwijl de kredieten van de HH Gouverneurs, toen 665 bedragende, thans door de verm 30 aan Utrecht vermeerderd zijn tot 695, welk getal alzoo met de aangekomene uit de gestichten tezamen bedraagt 1314, zijnde 114 meer dan waarvoor ter plaatsing in het etablissement gekontrakteerd is.
Voorts, zijn door de Heeren Gouverneurs, op de hun geopende kredieten voor 695 plaatsen, ter opzending geannonceerd 433, en daarvan zijn tot nu toe werkelijk aangekomen 386 bedelaars, welk laatste getal, gevoegd bij dat van 619 uit de gestichten aangekomen, het getal in het Etablissement opgenomenen op den 2 aug ll heeft doen stijgen tot 1005.
Hieruit vloeit voort:
1e Dat op den 2 aug ll heeft plaats gevonden het geval, uitgedrukt bij art 4 van het kontrakt van in dato 1 februari 1823, en de bestedingspenningen voor de eerste 50 bedelaars boven de 1000, dus op dien dag ingegaan zijn.
2e Dat, daar het zamengesteld kontrakt, zich tot 1200 bepaalt, in het etablissement aan de Ommerschans geen grooter getal kan bevatten, en wij alzoo ook geen grooter getal kunnen overnemen, alvorens een etablissement gereed is (hetgeen weldra het geval zal zijn); + de aan de Heeren Gouverneurs geopende kredieten eigenlijk met 114 zouden behoren verminderd te worden. Dat getal echter ondergaat reeds eene niet onaanzienlijke vermindering, door de wegens overlijden, desertie en terugzending van invalide personen, opengekomene plaatsen, welke volgens art 14, 18 en 19 van het kontrakt door andere kunnen worden aangevuld; en wij nemen alzoo de vrijheid aan Uwe Exc voor te stellen, om vooralsnog geene reduktie in de kredieten te maken, doch ons te autoriseren, om, wanneer men gevaar liep dat het getal van 1200 wierd te boven gegaan, de Heeren Gouverneurs, welke nog het minst op hunne kontingenten hebben opgezonden, provisioneel eenigzins te reduceren.
en 3. Dat er derhalve ook geene plaats in dat etablissement is voor de 8 chubgetelen(?), opgegeven bij Uwe Exc's missive van den 1e aug ll N 5572 N6 Binnenlandse Zaken
       Eindelijk gebruiken wij nog de vrijheid Uwe Excellentie bij deze gelegenheid te herinneren aan den inhoud van art 4 des kontrakts voor 1000 bedelaars; bepalende dat met 21e Sept, den 28 dier maand, den 5e, 12e en 19e Oct. aanstaande, een jaar bestedingspenningen, telkens voor 200 bedelaars en dus telken reize eene som van f 7,000.- zal verschenen zijn.
Ofschoon bij art 3 en 5 vastgesteld is dat de bestedingspenningen bij halfjarige termijnen zouden betaald worden, zoo hebben wij nogtans het verloopen van het geheele jaar afgewacht, uit hoofde wij meenen verstaan te hebben dat dit met Uwer Exxelencies intentie meer overeenkwam.
Bij deze herinnering meenen wij Uwe Exc mede nog in bedenking te moeten geven, of het, ter vermijding van den omslag om jaarlijks vijf verschillende termijnen te betalen, ook ook verkieslijker zoude kunnen worden geoordeeld dat de datum van 5 oktober, als zijnde de midden termijn, voor den verschijndag der bested. penn. van de 1000 bedelaars wierd aangenomen, latende wij dat echter geheel aan het goedvinden van Uwe Exc over.

Samenvatting: Missive aan den Heer Minister van Binnenl Zaken, Z. Exc. informerend van den staat der aangekomene bedelaars, met verschillende aanmerkingen en van te doene dispositie over de bestedingspenningen

Uitgaande post invnr 354. Brief aan minister Binnenlandse Zaken, nav art 15 van het contract mutatiestaten juni en juli. 'Op dien van junij hebben wij tevens doen brengen, de namen van die bedelaars, welke van het aan Uwe Exc indertijd als invalide opgegeven getal, naar derzelver gestichten zijn teruggezonden, of naar dat te Hoorn zijn overgebragt'.
Op de brief staan niet de namen, wel een samenvatting:
Junij overleden 11, gedeserteerd 11, teruggezonden 35, totaal 57
Julij overleden 3, gedeserteerd 15, teruggezonden 1, totaal 19

Uitgaande post invnr 354. Brief aan minister Binnenlandse Zaken, houdende dankzegging voor de mededeeling van 's Konings Besluit van 3 aug ll N118. Gaat over toelage voor de godsddienstige verzorging van de R.K. bewoners van de OS. Gevoelens voor 's Konings bestendige vaderlijke zorgen over onze inrigtingen..


Vrijdag 5 september 1823


Ingekomen post invnr 66. Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Ter beandwoording der missive van de P.K. dd. 31 ll. N90/8 heb ik de eer te berigten dat de wed. de Vroeg koloniste van 't Hereveen thans, wel verre van haar ontslag uit de kolo­nien te vragen, zich zeer ongelukkig gevoeld op het denkbeeld van te zullen moeten ver­trekken, terwijl het iets meer dan een jaar geleden is, dat zij mij daarvan eens heeft gesproken; zij verzoekt derhalven dat daar­aan geen gevolg mag worden gegeven.

Verder vind ik mij verplicht ter kennis van de P.K. te brengen, het onbetaam­lijk gedrag van eenige koloniale geemployeerden; als van den boekhouder van den Einden in kolonie no.4, welke in de gepasseerde week, te Noordwol­de bij gelegendheid der jaarmarkt aldaar, zich niet heeft ontzien, van met jonge kolonistenmeijsjes, zoo wel als getrouwde vrouwen, in de herberg te gaan, en door het overmatig gebruik van den sterken drank, wanzedelijke oogmerken heeft tragten te bereiken.
Van den geemployeerden van Riemsdijk en boekhouder Oosting van kolonie no.1, welke ll. zondag in het logement te Frederik­soord ten aanzien van een aanzienlijk gezel­schap zich op eene schadelijke en lage wijze hebben aangevallen en geslagen, zo dat men zich niet dan met moeite van hun meester heeft kunnen maken en van den anderen gescheiden; na al het geen mij uit een voor­lopig onderzoek in deeze zaak is gebleken, moet de eerste aanvaller in deze zijn, de Heer van Riemsdijk, welke dan ook met voor­kennis van ZHEdGest. den Heer 2e Adsessor provisioneel van het waarnemen zijner funk­tien is gesuspendeert, tot dat de Permanente Kommis­sie mij haare intentie in dezen zal hebben te kennen gegeven: intusschen neem ik de vrijheid hier bij voegen dat mijns inziens noch het gedrag van van den Einde, noch van Oosting - aangenomen minder schuldig dan Riemsdijk te zijn - zo min als dat van Riemsdijk zelve, ongestraft kan blijven; terwijl door hun finaal uit den dienst der Maatschap­pij te ontslaan zij in de diepste armoede wor­den gedompeld; en derhalve de Permanente Kommissie in consideratie te geven of niet aan den een en ander het dienden van b.v. 4 of 6 weken zonder, of voor half traktement, kon worden aangeboden of wel geheel hun ontslag te ontvangen of wel zodanig andere corrigerende bepalin­gen te maken, als de Permanente Kommissie zal vermenen te behoeven.


Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Gouverneur van Overijssel, zendt in een missive van de kommissie van geneeskundig onderzoek en toevoorzigt (daarop volgt besluit permanente commissie om de commissie te berichten dat ze Swart hebben aangenomen)

Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Besluit der permanente commissie om aan de heeren gouverneurs van Overijssel en Gelderland te herinneren dat hunne kontingenten van bedelaarsplaatsen bijna aangevuld zijnde, boven dezelve geene opzendingen mogen plaats hebben zonder gedane en geapprobeerde aanvrage tot vergroting van de kredieten

Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Minister van Binnenlandsche Zaken erkent de verpligting van het Gouvernement om de bested penningen elk half jaar voor de volle 1000 aan de Maatsch. te voldoen. Verzoekt echter tot verhaal van deze gelden op de gemeenten om het halfjaar eene statestieke opgave van de gevestigde bedelaars intezenden, en de eerste te doen loopen tot 1e july 1823
--> rescr 13 sept, den verlangde staat doen opmaken, not 12 id art 3, den 16 Oct dien staat met 2 andere daartoe betrekkelijk aan den minister ingezonden, not 14 id art 3



Zaterdag 6 september 1823


Besluit van de Permanente Kommissie van Weldadigheid, van den 6 septem­ber 1823 houdende vermindering van traktement van zekere geëmployeerden in de koloniën we­gens wangedrag, invnr 960
Zie http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/1823_09_06Personeel.html



Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Gouverneur Groningen verzoekt informatie hoedanig te moeten handelen in het geval wanneer blijkt dat personen ten onregte als bedelaars naar de Ommerschans zijn opgezonden, daar zoodanig geval omtrent twee gereclameerde kinderen in zijne provincie schijnt te bestaan
--> rescr 13 sept, not 12 id art 9


Uitgaande post invnr 354. Brief van de permanente commissie aan de gouverneur van Overijssel.

Ofschoon de van Z. Exc. de minister van binnenl zaken ontvangene stamlijsten van uit UwHEG provincie opgezondene bedelaars tot op heden niet meer dan 13 hoofden bevatten en alzoo het kontingent van 30 van uw provincie nog voor de helft niet zouden zijn aangevuld, – zoo bevatten nogtans de opgaven van de in het etablissement aangekomene uit Overijssel, door de direktie van hetzelve ons ingezonden, het juiste getal van 30 bedelaars.
Bij vergelijking nu van de namen der geannonceerde en die der aangekomene vinden wij dat er van de eerste 11 zijn aangekomen, en de overige 19 niet zijn geannonceerd, blijkens de nominative opgaven, welke wij tot UwHEGs informatie en narigt, de eer hebben hierbij te voegen.
Welke de oorzaken van dit verschil ook mogen zijn, vermeenen wij UwHEG te moeten herinneren van het verm kontingent, zonder voorafgaande aanvrage en approbatie van een nieuw krediet, niet te willen doen overschrijden, dewijl de direktie van het etablissement verpligt zoude zijn, de meerdere terugtezenden.
Ingeval UwHEG een aanvrage van vergroting van het kontingent mogt doen, zullen wij, daar door onvoorziene transporten uit de diverse gestichten het siponibele getal plaatsen reeds met een 100tal is te boven gegaan, trachtten door vermindering van te dezen nog ongebruikte kredieten aan UwHEG verlangen alsdan te voldoen.

Bijgeschreven: Inhoud van de bijgevoegde statistique opgave:
De 19 opgegevene personen, welke aangekomen zijn, zonder dat zij geannonceerd zijn, zijn die onder de hoofdnummers:
320 (Wil: komt via Hasselt)
365 (Avereest)
394 (Avereest)
609 (Avereest)
759 (nummers kloppen niet, zal zijn 757, Ommen)
756 (zal zijn 757, Zwollerkerspel)
796 (?? Diepenveen, 40 km van de schans)
798-801 (moet zijn 799-802, Nieuw-Leusen)
807 (zal zijn 808, NieuwLeusen)
890 (Zwolle)
973 en 974 (NieuwLuden)
975 en 976 (Avereest)
1084 en 1985 (Deventer)

Uitgaande post invnr 354. Missive aan den minister van binnenlandsche zaken, houdende een voorstel ter overneeming van halfvalide bedelaars.

Uitgaande post invnr 354. Missive aan den Heer Gouverneur van Gelderland, houdende herinnering om niet boven het kontingent bedelaars optezenden.

Zondag 7 september 1823


Ingekomen post invnr 66. Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Nog te vragen authorisatie tot aankoop in het lopende trimester van 50 pond twijfelaars, 400 ellen blauw floret lint, 70 gros zwarte beenen knopen.



Maandag 8 september 1823


Uitgaande post invnr 354. Een voorstel van de Permanente Commissie aan de Minister van Binnen­landse Zaken onder welke voorwaarden de Maatschappij bereid is om half-valide bedelaars over te nemen.


Dinsdag 9 september 1823


Ingekomen post invnr 66. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Aangaande de koloniste wed. Nobbe, dat deze wel wegens het onvermogen van hare kinderen, niet in staat was de nodige ver­strekking te verdienen, veel minder eenig noodzakelijken arbeid, onafscheidbaar van een huisgezin, als mist maken enz. te verrig­ten; dat tot hare hulp en onderstant bij haar is gevestigd een volwassen jongen, welke ook aan de verwagting beantwoord, nament­lijk dat door hem het te kort op de verdien­sten, merkelijk wordt verminderdt en werk­zaamheden verrigt, welke buiten hem zeker door onze zorg ten behoeven en lasten der wed. zouden moeten worden gedaan; daad­zaken, welke door haar worden verstaan en erkend; waarbij zij mij dan ook ronduit en voor zover ik zulke kan beoordeelen opregt, verklaarde deze jongen niet als eenen last, maar wel als een voordeel voor haar te be­schou­wen. De andere uitkeringen waarvan in deze brief des Heeren Hoogkamp wordt mel­ding gemaakt, zijn geen andere dan die voor het administratie fonds en schoolgeld harer kinderen; na deze verklaringen van die vrouw te hebben gehoord heeft zij er bij gevoegd ook nimmer aan den Heer Hoogkamer over iets te hebben geklaagd, dan dat zij niet in staat was door haar eigen arbeid te kunnen bestaan en dus verplicht was schulden te maken, het welk haar een onaangenaam gevoel schijnt te veroorzaken; ik heb de vrouw tot haar geruststelling gezegd dat zij bij voortdurende oppassendheid van hare zeijde voor geene ongelegendheden behoeft te vrezen.

De kolonist, weduwnaar Thiemes, in kolonie no.5 verlangende een wettig huwelijk aante­gaan met de dochter van den kolonist van Haaften te Dolder­sum, welker dochter zedert het overlijden der vrouw van Thiemes zijn huishouding heeft waargenomen - en er bij ons geene redenen ter kontraire bekend zijn, neem ik de vrijheid de authorisatie daartoe voor gen. kolonist bij de Permanente Kom­missie aantevragen.


Ingekomen post invnr 66. Brief van de stad Utrecht aan de Permanen­te Commissie over de bedelaarkoloniste Margaretha Boon van Ostade. transcriptie



Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Faber van Riemsdijk wil de 13e met een jacht over de Zuiderzee en de 22e terug.

Woensdag 10 september 1823


Ingekomen post invnr 66. Sollicitatie van Willem Nieuwenhuis:

Nieuwenhuis, Willem, geboortig alhier, oud 49 jaren, thans weduwnaar met een dogter, zijnde den 1te aankomende october 14 jaar ten zijnen lasten.
In kwaliteit gegagementeerd onder-offi­cier, dewelke zijn vaderland, 31 jaren onafge­broken trouw-en-eerlijk heeft gedient, buiten gedane kampagien en veldtogten.
Waar voor hij suppliant door Z:M: onsen geliefden Koning deser lande is begunstigd met een jaarlijksch tractement van ƒ130 gul­dens - en daar zulks niet toereijkende is, om er van te bestaan, wegens alle noodruft wend zig, edelmoedig, tot UWelE Gestrenge Heere en leeden.

Bijgeschreven:
Retourneren aan den Haag met voorstel om bij het Ministerie van Oorlog informatien inte­winnen, waarmede ik mij chargeren zal bij mijne aankomst aldaar.



Vrijdag 12 september 1823


Ingekomen post invnr 66. Visser denkt de komende week ƒ7500,- no­dig te hebben.

Zaterdag 13 september 1823


Ingekomen post invnr 66. Visser stuurt enkele stukken.

Ingekomen post invnr 66. Brief van T. van Waveren aan het gerefor­meerde weeshuis Monnikendam: transcripte

Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Burgemeester van Utrecht, Verzoeken informatie omtrent de mogelijkheid en de voorwaarden om en waarop zekere in het Bed Etablissement opgenomen vrouw met 2 kinderen, op een beteren voet aldaar zoude kunnen worden verzorgd met aanbieding van een extra toelage
--> rescr 15 september, not 12 id art 23 (Doderlin de Win?)

Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Gouverneur van Antwerpen, Verzoekt ontslag uit het Bed: Etablissement van Maria Elisabeth van Genechten, overgenomen uit het werkhuis te Hoorn, en wel ten verzoeke van het Gemeente Bestuur van G?? alwaar zij is gedomiliceerd
--> rescr 30 sept, not 26 id art 12 of 22

Uitgaande post invnr 354. Missive aan Binnenlandse Zaken, te kennen gevende dat de permanente commissie bereid is, om de bij deszelfs missive van den 4 dezer verlangde opgave van t personeel der bedelaars te doen. Verlangd was 'inzending, elk half jaar, van eene statistieke opgave van het overgenomen personeel in het bedelaarsetablissement'. Daartoe is de permanente commissie 'volgaarne' bereid. Blijkbaar was er door de minister een 'opgegevene vorm dier opgave' meegestuurd.

Uitgaande post invnr 354. Missive aan den Heer Gouverneur van Groningen omtrent personen, die ten onregte naar het Bedelaars etablissement aan de Ommerschans zouden opgezonden zijn, en antwoord op zijne missive van den 2 sept ll
De permanente commissie zegt niemand vrij te kunnen laten. Is in het contract niet voorzien. Ze zullen aan de minister schrijven tenzij de gouverneur dat liever zelf doet (daarop reageert hij 17 september)


Dinsdag 16 september 1823


Ingekomen post invnr 66. Uit een brief van de commandant van de 9e afdeling infantrie Den Haag aan de Perma­nente Commissie, met bijgevoegd een brief van adjunct-directeur Hoff, alles over de als bedelaar opgepakte Gilles van der Windt:transcriptie



Woensdag 17 september 1823



Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Gouverneur van Groningen, Verzoekt dat de P.K. zelve spoedig aan den minister van B.Z. het voorstel doet tot dadelijk ontslag van ten onregte in het Bed. Etablissement opgenomen personen
--> Zoodanig voorstel aan minister gedaan 30 sept, not 26 id art 2?


Donderdag 18 september 1823


De permanente commissie (vermoedelijk Johannes van den Bosch en Jeremias Faber van Riemsdijk in de kolonie) neemt deze dag een zevental besluiten, invnr 988, bijna allemaal over VH, ééntje over de gewone kolonisten en eentje over de Ommerschans:

Besluit No 1: Omtrent de aanbesteding nog in dit jaar van den aanbouw in het volgende vroege voorjaar van nog 2 instituten te Veenhuizen: transcriptie

Besluit No 2: Houdende afschaffing van voorschotten op kleeding, voeding enz aan oudere en beter gestelde kolonisten, en daarentegen inhouding hunner verdiensten voor kleeding. Geen transcriptie.

Besluit No 3: Wegens de aankoop van raapkoekenmeel en schapen, ter verkrijging van mest voor de tot den winterkoornverbouw bestemde gronden te Veenhuizen. transcriptie

Besluit No 4: Uitbesteding van de bouw van 7 boerenwoningen te Veenhuizen aan H. Wind volgens een vervaardigd bestek. transcriptie

Besluit  No 5: Het door den Hr Adj Direkt von Hoff doen bouwen van 7 boerenwoningen buiten de Ommerschans, naar het bestek voor die woningen te Veenhuizen, geaccordeerd.transcriptie

Besluit No 6: Het doen oprigten van vier Hoofdgebouwen voor het Etablissement te Veenhuizen, als Turfschuur, Wasscherij, Bakkerij, volgens te maken plans. transcriptie

Besluit No 7: Houdende maatregelen met betrekking tot verveenen in Veenhuizen. transcriptie

Apart in invnr 988: 18 september 1823 Besluit van de P.K. van W in do 18 Sept 1823 als omtrent de afsluiting der Grootboeken van kolonien No 1, 2 en 3.


Vrijdag 19 september 1823


Ingekomen post invnr 66. Uit een brief van de subcommissie Rotter­dam aan de Perma­nente Commis­sie:
Wijders hebben wij de eer UE te berigten dat ƒ300- ter uwer dispositie legt bij onzen Heer Thesaurier J. Hubert, die zeer voldaan gere­tourneerd is van een bezoek in de kolonien. ZEd heeft aldaar onder anderen ook aange­troffen de vroeger van hier vertrokken huis­verzorger Berkenkamp, die ZEd verzocht heeft om UWEd te verzoeken dat bij indee­ling van kinderen aan hem een of meerder boven de 12 jaren mogten worden toege­voegd.

Ingekomen post invnr 66. Uit een brief van de minister van Binnenland­se Zaken aan de Permanente Commissie:
Het zal mij aangenaam wezen geinformeerd te worden van het tijdstip op het welk volgens UWelEds. vermoeden, een tweede etablisse­ment voor de bedelaars, in de Ommerschans in ge­reedheid zal wezen.

Ingekomen post invnr 66. Visser denkt de komende week ƒ8000,- no­dig te hebben. 66)


Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Minister van Binnenlandse Zaken, Approbeert het voorstel tot afzonderlijke plaatsing van half valide bedelaars; met verzoek om een projekt kontrakt
--> Geschreven aan den Gen. in de koln om speciale bepalingen voor het kontrakt 29 sept, not 26 id art ??, rescr 24 nov, not 20 id art 98

Zaterdag 20 september 1823


Ingekomen post invnr 66. Uit een brief van de subcommissie Texel aan de Permanente Commissie:

Dat de bestedeling K: Koger op de minst kostbare wijze van uit de kolonien naar Texel gelieve te worden te rug gezonden, zullende besteders verder alhier in zijn onderhoud voorzien.
Dat besteders volkomen genoegen nee­men in de ver­plaatsing van M. de Jong naar den Ommerschans, twijffelende besteders niet of aldaar zal welhaast blijken, dat de krankzinnig­heid van gezegde M. de Jong slegts voorgewend zij geweest.
Dat de besteders gaarne accepteren voor Simon Ram de buitenge­wone toelage van 50 cents 's weeks te voldoen, dat hij slegts onder deze voorwaarden blijve in de kolonien. 66)

Woensdag 24 september 1823


Uitgaande post invnr 354. Missive aan den Heer Direkteur der kolonien, ten geleide van den staat der bedelaars voor den Heer Minister van B.Z. ten fine van verifikatie en verdere invulling overeenkomstig eene daarbij gevoegde nota

Donderdag 25 september 1823


Uitgaande post invnr 354. Brief van de Permanente Commissie aan de kolonel van de 9e afdeling infantrie over de als bedelaar opgepakte Gilles van der Windt. transcriptie


Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Minister van Binn Zaken, zendt een brief in van de gouverneur van Overijssel die wil dat zijn kontingent vergroot wordt.

Vrijdag 26 september 1823


Ingekomen post invnr 66. Brief van C. Sepp aan de Permanente Com­missie over teruggebrachte deserteurs. transcriptie
:


Zaterdag 27 september 1823


Ingekomen post invnr 66. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:
Bij het vergelijken der goederen in het maga­zijn voorhanden is ons gebleken dat niet minder dan 2000 hembden van onderschei­dene tailles zullen manke­ren; het tweede art: zijn de baaijen rokken, het derde de borstlap­pen, en het vierde de bedde lakens, welker getal op verre na niet zal toereiken om in het benodigde te voorzien. Ik neem derhalven de vrijheid te vragen authorisatie tot den aan­koop van linnen, baaij en bont, tot de gehee­le of gedeeltelijke voorziening van dat ontbre­kende, ten ware de Permanente Kommissie mogt goedvinden deeze grondstoffen mij uit S Hage te doen toekomen.

Ingesloten brief heb ik beantwoord met te zeggen dat het niet aan mij is, met eenige corporatie of bijzonder persoon over het zen­den of remplaceeren van kinderen te korres­ponderen, en dat de kommissie van opper­toezigt over het algemeen armbestuur te Rotterdam, zich derhalven aan de Permanen­te Kommissie zal behoren te adresseren; hoewel ik mij niet herinner van de aanneming der jongelingen Meder en Boele door de Permanente Kommissie te zijn geinformeerd, zijnde zelven nogthans geaccepteerd en in­gedeeld.

Bijgevoegd:

Door het algemeen armenbestuur dezer stad zijn eergisteren naar de kolonie verzonden met den huisverzorger Hendrik van Tiel, 2 jongelingen genaamt J.M. Meder en Jan Boele en ofschoon genoemde Hr. van Tiel bij ons als braaf en geschikt bekend is, zou het de commissie van oppertoezigt over boven­genoemd armenbestuur nochthans hoogst aangenaam zijn, indien genoemde jongelin­gen reeds bij een ander huisverzorger zijn ingedeeld, dezelve als geplaatst wierden bij de ons zoo voordeelig bekenden (ruimte opengelaten) Berkenkamp, in juny 1820 naar de kolonie vertrokken.

Bijgevoegd is ook een lijst met bestedelingen door Rotterdam naar de k­olonie verzonden. Van de 40 namen zijn er 10 doorgestreept omdat ze overleden, gedeserteerd of ontsla­gen zijn. De opengevallen plaatsen meent Rotterdam nu op te kunnen vullen.

Zondag 28 september 1823


Ingekomen post invnr 66 of 67? Brief van koloniste Mulder aan de burge­meester van Haarlem:

Frederiksoord den 28 september

WelEd: Heere! Verschoon mijn dat ik de vrij­heid gebruikt van UEd: dezer wijnige toet­ezenden in welk omstandigheid dat ik hier zit wegens mijn man terwijl hij onder doctooran­de is, niet in staat is om nog te werken, en mogelijk nog van lange duur kan zijn, endat den doctor gezegt heeft dat het knyzerig is en daarbij de longteering en de borstkwaal, en dus is mijn verzoek, terwijl ik permissie heb van de kaptijn om aan UEd: te schrijven of UEd: een huishouder voor mijn in de plaats blieft te stuuren want ik tot last van de maatschappij ben, wegens de kleine kinderen die niets verdienen kunnen, als was mijn man gezond dan kon hij het nog niet kos verdie­nen, dus verzoek ik vriendelijk dat UEd: zoo gelieft te wezen om mijnen man, kinderen te ont­slaan van de kolonie, dat is mijn man begeerte, niet omdat hij tegen de kolonie iets heeft, als hij zijn zin maar mogt hebben om in Haarlem te zijn dan verbeeld hij zich dat hij dan beter zou worden; dus verzoek ik vrien­delijk dat UEd: heeren zoo goed gelieft te zijn om zoo spoedig als het mogelijk is er werk van te maken anders zien ik mijn man daar nog na het kerkhof dragen, dus bid ik UEd: geliefste Heeren doet tog al wat UEd: kan, verder gegroet van ons

Karel Mulder en Johanna Margarita Burone

Ik blief UEd: te melden tot onderrigt dat ik mij aan moest geven aan de kommissie van Haarlem, dus wist ik mij niet te adresseren als aan UEd: omdat ik UEd: kan, omdat ik bij mevrouw Quarles gediend heb, verders kan ik UEd: melde dat mijnheer Mol ons kan.



Maandag 29 september 1823


Ingekomen post invnr 66. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:
Nog ter haaren kennis te brengen dat de muren van het opvoedings instituut te Wate­ren tot de volle hoogte zijn opgetrokken en der halven den aannemer Oosterloo aan­spraak kan maken op den 1e termijn aanne­mingspenningen ten bedrage van ƒ600-

Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Directeur der koln meldt (…) de bedelares Martens, om ziekte, nog niet naar Gent te hebben kunnen terugzenden

Dinsdag 30 september 1823


Uitgaande post invnr 354. Missive aan den Heer minister van Binnenl Zaken en W, houdende voorstel tot dadelijk ontslag van ten onregte naar de Ommerschans opgezonden bedelaars, naar aanleiding van de missives der gouverneur van Groningen, in dato 2 en 17 sept.
Eerst wordt herhaald wat vaker geschreven is, dat de kinderen niet gewoon zijn te bedelen enzovoort.
ZHEG (= de gouverneur) merkt daarbij aan, dat, ofschoon de gegrondheid van het voorgeven dier moeders nog niet was gebleken, dat echter met die kinderen het geval zoude kunnen zijn, wanneer de arrestatie en de afgifte van het certfcaat van dezelve bedelende bevonden te hebben ligtvaardig of met al te grooten ijver door de beambte mogt zijn gedaan en afgegeven;