Naar het overzicht
van de POST








De POST van FEBRUARI 1823

Zaterdag 1 februari 1823


Opgave van geannonceerde bedelaars voor de Ommerschans
Notities bij de lijst met aantallen aangekondigde bedelaars
Zie http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/1823_02_01Bedelaars.html



1 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief minister van BZ & W, meldt het ontvangen suppletoir kontrakt voor de overname van 200 bedelaars aan Z.M. ter approbatie te hebben aangeboden.

1 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief prins Frederik, ook: zendt in kopie van Z.M. Besluit van 30 januari, omtrent eene modificatie in de 50 cents per uur transportkosten.
In deze brief applaudissert prins Frederik verder slechts voor:
– het afsluiten van een nieuwe negociatie
– aankopen grond voor de 4000 kinderen enzov
– bouw etablissementen plus ontginning grond voor hetzelfde doel
– genoemde contract, al wijst hij op een rekenfoutje
– demarches rond uitbetaling transportkosten


1 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief minister van justitie, zendt in het alsnu opgemaakt kontrakt in quadruplo, ter overname van een onbepaald getal kinderen van gedetineerde vreemde ouders; ter finie van onderteekening.
Geteekend teruggezonden den 6 februari, not 8 id art 15.


Zondag 2 februari 1823


Ingekomen post invnr 64. Visser denkt de komende week ƒ3500,- no­dig te hebben.


Ingekomen post invnr 64. Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Commissie:

Frederiksoord den 2 februari 1823

WelEdele Heeren!
Op de gekogte plaats te Arrien staat eenig hout dat noodzakelijk diende gevelt te wor­den, zijnde without. Er is eene Andries Cartel die voor dat hout ƒ190-. Overigens is het in vroeger jaren voor ƒ160- verkogt. Deze Heer bied ons tevens de leverantie aan van 40 bomen die wij nodig hebben voor stedingen in de boerenwoningen in ruiling van de bo­men die in de bosschen staande. De Heer Hoff is deswegens met hem voorlopig over­eengekomen en ik proponeer die transactie te accorderen.
Bij het uitbreiden van het instituut, daar er nochthans eenig meerder zalen zullen moeten zijn, geef ik in bedenking om eenige atteliers met ons eigene kolonist binnen de Schans te bouwen. De binnen ruimte is hier toe groot genoeg langs het hek en de intoe­reemding(?) van grondstof en materia­len zal hier door mogelijk worden dan wanneer die zalen buiten de Schans geplaatst werden. De begroting van het kostende gaat hier nevens. Gaat dat goed dan zullen wij ook een gedeel­te van ons zolt(?) tot de opbouw der tuinen dit jaar buiten de Schans kunnen bezigen
De ondervinding doet meer en meer zien dat overeenstemmende belangens tusschen kolonisten en wijk of kamermeesters niet deugen. Ik heb derhalve voorlopig permissie gegeven tot het overplaatsen van de winkel in de suppoostwoning onder de poort. Niet gevangen(?) moeten kan aan iedereen de toegang tot dezelve verleend worden, ieder afzonderlijk. Aange­naam zal het mij zijn zo de Kommissie deze maatregel goedkeurt en perma­nent toestaat.
Hier nevens de naam van twee zaal opzienders in de Schans. Dezelve worden zeer gerecommandeert als geschikte men­schen. Aangenaam zal het mij zijn zo dezel­ve worden aangesteld. Wij moeten zorgen in tijds voorraad van deze stof optedoen. Men kan dezelve niet altijd vinden als men die nodig heeft.
Uit bijzondere consideratie voor de sub­kommissie te Leeuwarden zal het kind van 4 jaren kunnen overgenomen worden. Zij zullen echter daar voor ƒ15 stuivers sweeks moeten betalen en een of ander swak huisgezin me­de op de been helpen.
Met betuiging van hoogachting heb ik de eer te zijn
UWelEd Gestr DWDienaar J. van den Bosch

P.S. het bouwen binnen de Schans dient te meer daar eigen volk te geschie­den om dat vreemde com(?) binnenlaten niet raadzaam is. De Direkteur is heden niet beter.

without = licht timmerhout, grenen


3 februari 1823


3 februari 1823 Uitgaande post invnr 354. Aan den gouv. van Groningen, in antwoord op de zijne van 19 januari jl, omtrent de telling der kinderen voor geene volwassene personen, met disponibelstelling weder van 45 bedelaarsplaatsen, voor zijne provincie.

3 februari 1823 Uitgaande post invnr 354. In de wet van november zou iets staan over intekenlijsten voor gouverneurs, daaraan heeft de minister de pc herinnerd en nu stuurt de pk aan alle gouverneurs inteekenlijsten.



Dinsdag 4 februari 1823


Ingekomen post invnr 64. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- Over de kinderen van de overleden kolonist Vermeulen met bijgevoegd een brief van familieleden uit Breda. transcriptie

Bijgevoegd zijn nog de provisionele bepalin­gen voor de bakkerij, opgesteld door Van Hemert en Ockerse, van commentaar voor­zien door Visser. Hierin staat onder meer dat in de bakkerij zullen tewerkgesteld worden:
Een boekhouder, een baas of opziener, vier knegts en een jongen bij het paard.

Uitgaande post invnr 354. Uit een brief van de Permanente Commissie aan de subcommissie Harlin­gen:

Vooraf meent de P.K. UWelEd. te moeten doen opmerken, dat uit de beide brieven van den huisverzorger Smit, haar wel eenige schijnt van ontevreden­heid over de aan de huisverzorgers opgelegde verdiensten, maar niet zo zeer eenige wezenlijke klagten geble­ken is, ja zelfs dat eenige uitdrukkingen, als waar hij zegt "dat niemand in zijne wijk het zoo burgerlijk heeft als zijn huisgezin" meer tot het tegendeel daarvan te kennen geven.
Omtrent de verdiensten welke den huis­verzorgers wekelijks is opgelegd, en hunne verpligting om te zorgen, dat de bepaalde verdiensten der kinderen mede zonder bui­tengewone beletselen worden gewonnen, waarover gem. huisverzorger Smit zich dus alleen, of ten minsten hoofdzake­lijk, beklaagt, met de P.K. UWEd. informeren dat door lui­heid van sommige huisverzorgers, welke ten koste van hunne bestedelingen, hun onder­houd zochten te erlangen, en om de zorge­loosheid van anderen in het gepast aanzetten tot kolonialen arbeid hunner kinderen, het allernoodzakelijkst was geworden de juiste evenredigheid van den arbeid der kinderen en huisverzor­gers te bepalen en de laatste de verpligtingen opteleggen van hunne ver­dien­sten mede aantebrengen of voor de vol­brenging van den arbeid der kinderen zorg te dragen. Deze bepaling dus, welke sedert harer invoering de beste uitwerking heeft ten gevolge gehad en gedurende den tijd van ruim een jaar slechts één huisverzorger, welke ongenegen was zijne verdiensten door arbeid te verkrijgen, zijn ontslag heeft doen vragen, kan niet anders dan heilzaam en billijk worden beschouwd, en alle klagten hieromtrent als onge­grond, en als uit ijver­loosheid ontspruitende, wordende aange­merkt.
Wat echter de klachten van den huisver­zorger Ydema aangaat, in de overgelegde memorie van de HH weesvoogden uwer stad vermeld, moet de P.K. UWEd. mededeelen, dat de hem door den Heer Direkteur vragen: of aan hem geregeld werd verstrekt de 8 ponden brood daags, eene genoegzame hoeveelheid aardappelen, de bepaalde kwan­titeit vleesch, en bovendien, de 30 stuivers in kaartjes? door hem volmondig met ja zijn beantwoord; en hij daarmede heeft erkend dat zijne kinderen ook behoorlijk van kleeding werden voorzien, welke hij zich voor zich zelve van zijne verdiensten aanschaft; al het welk bovendien dooer ZEG naauwkeurig is onderzocht geworden en met de waarheid overeenkomstig bevonden is. Hoe dus, vol­gens de ingezondene memorie, Ydema zich aan HH weesvoogden heeft kunnen beklagen van geene geneogzame voeding en deksel te erlangen; alsmede dat zijne verdiensten tot het verder noodige onderhoud niet toereiken­de zijn, daar hij uit dezelven na afbetaling zijner schulden voor voeding, zich van klee­ding kan voorzien; hoe hij zich verder over te weinige gelegenheid tot arbeiden kan bekla­gen daar hij in 't vervolg zelf van zware, ten minste moeijelijke arbeid spreekt en de waar­heis van den overvloed van voorhandene arbeid ook door de brieven van Smith wordt gestaafd, kom aan de Perm. Komm. onbegrij­pe­lijk voor en zij meent dus hier te moeten besluiten dat deze klagten of uit eene te strenge opvatting van de gezegden van Yde­ma, of wel uit eene ontvredene zucht van deze om, ofschoon geene redenen hebben­de, eenige klagten te willen opzoeken, hun oorsprong hebben.
Wat eindelijk de klagten van het te wei­nig school gaan der kinderen, en het niet kunne verkrijgen van inzage der rekening door den huisverzorger betreft; deze beide zijn van allen grond ontbloot, daar uit de rapporten van den hoofdonderwijzer der scholen voldoende blijkt, dat de kinderen vooral in het tegenwoordige saisoen, niet alleen in de gelegenheid zijn gesteld, maar ook door de ijverige zorgen des Heeren Di­rekteurs worden aangespoord om van het schoolonderwijs een gezet gebruik te maken; en ten aanzien der inzage van de rekening, daar Ydema gedurende eenige tijd als opzie­ner gefungeerd hebbende, meer dan eenig ander kolonist in de gelegenheid is om met den staat zijner rekening bekend te worden, waartoe de livretten van ieder huisgezin wel­ke alleen tot bijschrijving voor eenige dagen uit de handen der kolonisten mogen zijn, en bij den boekhouder ten allen tijde kunnen worden gequireerd, bovendien genoegzame gelegenheid aanbiedt.

Zij herhaalt hierbij tevens dat de mededeling van alle ingekomene klagten haar bijzonder aangenaam is, wijl wij daar door in staat worden gesteld de gegrondheid derzelven te onderzoeken en misbruiken, die ook bij den besten wil en meeste zorg zouden kunnen insluipen, te ontdekken en zij betuigd dus haren dank voor de gedane mededeling.


4 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief gouverneur van Noord-Holland, meldt order te hebben gegeven, om de opgegeven 60 bedelaars uit Amsterdam te doen opzenden.

4 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief Vlaer en Kol, zenden in eenige berigten van de negociatie van f 1,500,000.- ter distributie.

4 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief subcommissie Hoogezand, doet een gedetailleerd verslag van de toestand der Mij aldaar, in betrekking tot de arrondissementssubk. te Groningen, met klagten over de verregaande nalatigheid dezer Subk.


Woensdag 5 februari 1823


5 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief hoofdbestuurderen van het bed gesticht te Hoorn, blijven insisteren op de terug zending van de kleeding stukken, door de uit hun gesticht opgezondene bedelaars medegenomen.
kopie aan de directeur met kwalificatie tot terugzending, zie 30/2, not 9 id art 3.


Vrijdag 7 februari 1823


7 februari 1823 Besluit der PK volgens brievenboek invnr 20. Brief om iemand te raadplegen over de aanvraag voor 'een toelage van 's lands wege aan de predikant van Avereest voor de waarneming van de Prot eredienst bij de protestantse kolonisten in de Ommerschans. (zie 13 febr)


Zaterdag 8 februari 1823

Ingekomen post invnr 64. De minister van Binnenlandse Zaken schrijft dat het Koninklijk Besluit van 6 november 1822 om voor iedere bedelaar 50 cent trans­portkosten per uur gaans toetestaan in zo­verre geldt, dat wanneer er meerdere bede­laars getransporteerd worden, de verstrekte onkostenvergoeding naar billijkheid zal ver­minderen.

8 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief min BZ, geeft kennis van ZM's Besluit van 30 januari ll N45, omtrent eene modificatie van de 50 cents transportkosten voor iedere bedelaar, per uur afstands
Rescr 15 feb, not 19 id art 20.

Zondag 9 februari 1823

Ingekomen post invnr 64. Visser denkt voor komende uitgaven ƒ4205,- nodig te hebben.


9 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief regenten van het gereformeerd weeshuis te Delft, meldt het om meerderjarigheid gegeven ontslag aan hunnen bestedeling Hendrik van Schie, tegen 25 aanstaande.


Maandag 10 februari 1823

De Permanente Commissie schrijft aan de directeur-generaal van de her­vormde kerk of het mogelijk is aan de predikant van Aver­eest een toelage toe te kennen voor het waarnemen van de protestantse godsdienst in de Ommerschans. 20)


Woensdag 12 februari 1823


Ingekomen post invnr 64 scan 307. Brief minister van Binnenlandse Zaken met daarbij het door de koning goedgekeurde contract voor nog eens 200 bedelaars. transcriptie



Donderdag 13 februari 1823

13 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief gouverneur van N-Holland, meldt de afzending op 13e dezer van de 60 opgegeven bedelaars uit Amsterdam naar de Ommerschans.

Vrijdag 14 februari 1823


Brief van ex-onderdirecteur Fenner aan de Permanente Commissie. Bij de samenvatting staat: opgezonden aan den Hr 2e Adsessor den 24 Feb; ter mededeling en om advys, not 19 id art 26. Gedeklineerd en daarvan aan de rekwestrant kennis gegeven 8 april, not 4 id art 9.
transcriptie



Zaterdag 15 februari 1823

Provinciaal blad van NoordHolland, (No 21) Dispositie van den 15 February 1823, no 77/693, betrekkelijk de transportkosten van bedelaars,
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Archief/KoninklijkeBesluiten.html.

ABUSIEVELIJK gedateerd 15 februari 1822, MOET ZIJN 1823, Missive aan den Minister van Binnenlandsche Zaken, verzoekende bepalingen omtrent de uitbetaling van transportkosten voor bedelaars, voor rekening des Gouvernements, na de ontvangene meededeling van Z.Ms Besluit van 30 januari 1823, waarbij eene wijziging in die kosten wordt vastgesteld. (= opschrift op uitgaande brief invnr 353)




Zondag 16 februari 1823

Ingekomen post invnr 64. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Zoo ook zal aan hare intentie betreffende het overzenden der goederen naar Hoorn worden voldaan.

16 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief directeur Visser, zendt in 2 kwitantien van de aannemers Makkinga en Nuis voor ontvangene mandaten.

16 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief min van justitie, zendt in 1 exempl van het geslotene kontrakt voor de overname van kinderen van gedetineerde vreemdelingen; verzoekt daarop als nu de overneming van van 2 boven en 1 beneden de 6 jaren, te doen plaatsgrijpen.
rescr 28 feb, not 27 id art 5.



Maandag 17 februari 1823

17 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief min BZ, verzoekt van de opgegevene desertien en het overlijden van bedelaars kennisgave te doen aan de Gouvnrs der provinciën, waaruit zoodanige beds zijn overgekomen, ten einde hunne kontingenten daarmede te vermeerderen.

Dinsdag 18 februari 1823

Ingekomen post invnr 64. Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Commissie over de aankoop van extra grond rond de schans. transcriptie:

Ingekomen post invnr 64. Brief van Johannes vd Bosch met:

- begeleidend schrijven bij het ontwerp voor de nieuwe kolonie Veenhuizen.transcriptie

- aankondiging bezoek Ommerschans: met de wens een beter logies in te richten. transcriptie

 


Ingekomen post invnr 64 scans 387 en verder. Bijgevoegd is het ontwerp voor de nieuwe kolonie.transcriptie


18 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief subk Leiden, vraagt wanneer de PK in deze of de volgende week vergadert, ten einde een harer leden overkomen om met dezelve over zeker onderwerp te konfereren.
rescr 21 feb, not 19 id art 33.


Woensdag 19 februari 1823

Ingekomen post invnr 64. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

In antwoord op de missive der Permanente Kommissie dd. 15 deze 35/2 heb ik de eer te berigten, dat onder de in 1821 gebouwde 112 woningen zijn begrepen
in kolonie no. 2    2
in kolonie no. 3    3
╶───╴
te zamen wijkmr. woningen    5
rest kolonisten woningen    107
in kol no. 4 & 6

Volgens de op den 9. dezer geattesteerde ingezondene rekening zijn in 1822 gebouwd
in het Paaschloër veld    4
in de Stegerder Vierde Parten    23
in de west id.    5
in de oost id.    17
agter welgelegen, dat is het
onder Direkteurs­huis van kol. no. 4
en dus in kol no. 4 in plaats van
abusivelijk gesteld kol. no. 7    4
                                                                  ╶──
maakt te zamen    160
woningen in beide kolonien

Over een transport bedelaars uit Amsterdam. transcriptie

Eindelijk word hier mede ter kennis van de Perm. Komm. gebragt dat, uit de kolonie no.3 is gedeserteert, Jacobus van der Markt ingedeelt bij de kolonist Wardenier.

Bijgevoegd is het schoolrapport over het jaar 1822.gedeeltelijke transcriptie:

 


19 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief subk Lisse, zendt in de stukken van het personeel van de bedelaar Jan Lodewijks, waarvoor gekontrakteerd is en welke eerstdaags zal worden opgezonden.


Donderdag 20 februari 1823

Ingekomen post invnr 64. Brief van B. van der Haer aan de Permanen­te Commissie:

Door de ziekte van een mijner nabestaanden ben ik belet geworden het ingesloten contract voor Jan Hamstra ingevuld volgens opgave bij UWEd­Gestr/ brief van 4 dezer no. 5/2 eerder op te zenden.
Ik zal nu het dubbeld van bovgem. con­tract van wege de Permanente Commissie te gemoet zien en tevens de aangave van den tijd, waar op de bestedeling naar de plaats zijner bestemming zal kunnen worden afge­zon­den.
Ik neme de vrijheid bij dezen met eenige woorden te treden in ettelijke bijzonderheden omtrent den bewusten persoon, in de mee­ning dat zulks misschien eenigen invloed zoude kunnen hebben op de maatregelen ten opzigte zijner indeelingen bij verder gevolg ook op zijn toekomstig lot en welzijn.
Jan Hamstra is de zoon eener moeder die hem eene zeer slechte opvoeding heeft gegeven en tot bedelen en luiheid gehouden. Mijne wijlen schoonmoeder, vermeende in den jonge sporen van geest en goede aanleg te ontdekken, trok zich hem aan, nam hem van zijne moeder af, besteedde hem bij een zeer braaf man, die schoolonderwijzer zijnde werd om hem mede tot dat beroep te bekwa­men en op te leiden. De geestvermoogens scheen­en deze bedoeling te wettigen, doch van tijd tot tijd ontdekten zich opwellin­gen van vroeger verwaarloosde vorming, en meermalen werde de schoolon­derwij­zer bij wien de jongeling was besteed moedeloos over de ongunstige hoeda­nigheden van zij­nen kwekeling. Dit bleef het geval, ook na den dood mijner schoonmoeder, en zelfs zoodanig, dat de man een en andermaal verlangde ontslagen te worden van den jon­ge, ons zelfs radende de kosten aan hem besteed wordende, liever voor een waardiger voorwerp uit te geven. Daar echter mijne schoonmoeder bij haar leven zich voorge­steld had een nuttig lid voor de maatschappij uit hem te maken, konden mijne vrouw en ik niet besluiten hem geheel te laten varen, dan begrepen tevens dat hij ongeschikt ware om als onderwijzer de vorming van anderen te behartigen, en dat der maatschappij ondienst geschieden zoude, door hem in dat vak te bevorderen. Wij besloten dan lever hem te doen gebruik maken van de weldadige instel­ling waarvan de zorg in zulke goede handen is vertrouwd, en wij bevelen de belangen van den jongen mensch, wiens ligchaam en geest­vermogens zeer voldoende zijn, aan het toezigt en de naauwlevendheid van allen die voor hem gesteld zullen worden.

Leeuwarden 20 february 1823

UWelEdGetr. en onderdanige en gehoorzame dienaar
B. van der Haer

20 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief SJ van Royen, zendt in 4 stuks koop- en ruilkontrakten, van eenige partijen veld- en veengronden, gelegen onder Ommen.

20 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief subk Sluis, zendt de stamlijst van A van Dalen in.

20 februari 1823 Uitgaande post volgens brievenboek invnr 20. Brief nav het nieuwe contract van 200 bedelaars, vraagt de pc aan de gouverneurs of ze wat bij hun contingent willen hebben.



Zondag 23 februari 1823

Ingekomen post invnr 64. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Verder heb ik de eer overeenkomstig art. 22, 23, 24 van het reglem. van adm. voor het bedelaarsgestigt te Ommerschans te vragen authorisatie tot het geeven van onderstand uit het reserve fonds, aan eenige kolonisten welke buiten hunne schuld door vorst verhin­dert worden het nodige te verdienen; terwijl ik mij verpligt reken hier reeds bij te voegen dat, deezen onderstand reeds verleend is geworden, en wel op aanvraag van ZWEd­Gestr. den Heer Adj. Direkteur von Hoff; doch door die aanvraag mijn inziens niet genoeg bepalende was, daar over tusschen ons is gekorrespondeert, het geen dan ook tevens de reden is, waarom ik deze als te laat, aan boven­gem. art. voldoe.

Als mede dat de onlangs gedeserteerden Jacobus van der Mark uit kol. N3, gisteren door een policie bediende van Blesse in de kolonie is terug gebragt.



Woensdag 26 februari 1823

Ingekomen post invnr 64. Brief van de subcommissie Enkhuizen.transcriptie


26 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief gouverneur van Gelderland, zendt in 4 stuks deklaratien van burgem te Arnhem wegens verpleging en transportkosten van door die stad naar de Ommerschans opgevoerde bedelaars uit de werkhuizen te Brussel en Reikheim, ter fine van betaling.

26 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief gouverneur van Drenthe, verzoekt voorziening in de klagten van 2 veldwachters in die provincie, wegens het niet ontvangen en het slechts gedeeltelijk ontvangen van transportkosten voor overgebragte bedelaars en deserteurs

26 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief gouverneur van Drenthe, Zendt in ter lekture 2 exempl, eener door hem aan de plaatselijke besturen afgezonden cirkulaire, aangaande de opzending van bedelaars naar de Ommerschans en de aanmoediging tot deelneming in de Maat


Donderdag 27 februari 1823


27 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief gouverneur Z-Holland, berigt dat zijne vorige opgave van bedelaars voor de OS uit de gemeenten Leiden, Lisse en Alphen vervallen is, uit hoofde voor de bed koln uit Leiden en Lisse zal worden gekontrakteerd, en die van Alphen ongeschikt voor den arbeid geworden is.

27 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief min BZ zendt in ter teekening zonder eenige aanmerking het contract voor 4000 weeskinderen enzov.

27 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief subkommissie Lisse, meldt het overlijden van den persoon, welke op het punt stond van bij kontrakt naar de Ommerschans te worden opgezonden.

27 februari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief gouverneur van Groningen, zendt in een zeer matig gestelde deklaratie van uitgeschoten transportkosten van 35 opgezonden bedelaars, in duplo, ter somma van f 97,37 ½ , met verzoek om betaling.