Naar het overzicht
van de POST







De POST van JANUARI 1823

±Woensdag 1 januari 1823


Ingekomen post invnr 64. Brief van de subcommissie tot Nut en Be­schaving aan de Permanente Commissie:

- over de kolonist Hazelip. transcriptie

en dat voorts Betje Koekoek, uit hoofde van onverdraagzaamheid met het huisgezin van Verdooner, met goedvinden en overleg van laatstge­melde zich uit de kolonie nevens hare jongste dochter, Jutie genaamd, verwijderd heeft, hare oudste dochter, met name Heynt­je, aldaar achterlaten­de, schoon dezelve nu insgelijks wenschende weder bij zich te heb­ben, waarover dan ook wel naar alle gedach­ten nader door ons zal worden geschreven.


Vrijdag 3 januari 1823


OS verdeling provincies Ingekomen post invnr 64. Brief van de Gouverneur van Groningen, de samenvatting op achterzijde: Meldt de depositie met de opzending van 35 Bed. aan Burgem. van Groningen te hebben opgegeven, en dat deze daarvan eerst daags zullen gebruik maken; met konsideratiën omtrent de transportkosten.
Vraagt om nog 70 van het platteland te mogen zenden.
En opheldering omtrent de vereischte geschiktheid tot de arbeid en ouderdom der Bed.

OS verdeling provincies 3 januari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Gouverneur van Zeeland, meldt dat het opgegevene getal van 35 bedelaars ter opzending naar de Ommerschans uit die provincie wel kan worden verminderd, doch met de helft zoude moeten verhoogd worden, zoo hetzelve ook voor de werkhuizen te Veere en Middelburg moet strekken. Merkt aan het belang dier gestichten bij derzelver zoo min mogelijke ontvolking.
Het kontingent van Zeeland verminderd op 10, en de overige 25 gebragt op dat van Groningen. Rescr 16 januari, geschr aan gouvern van Gron 16 id N26B, kennisgegeven aan den minister 16 id N26c, en aan den Dir. not 13 id art 4.




Zaterdag 4 januari 1823


OS verdeling provincies Ingekomen post invnr 64. Brief van Binnenlandsche Zalen, BZ gaat akkoord met de door de pc opgegeven verdeling van het aantal bedelaars over de provincies.


Ingekomen post invnr 64. Uit een brief van vervangend directeur Falck aan de Permanente Commis­sie:

Ik heb de eer de Permanente Kommissie bij deze ter kennisse te brengen, dat den Heer Direkteur Visser zich onverwachts op heden wegens pressante familiezaken voor een dag of agt tot zijnent heeft moeten begeven, mij gechargeert heeft de Permanente Kommissie daarvan bij deze kennis te geeven, haar ver­zoekende de mandaten voor de volgende week, waartoe ik de eer zal hebben op mor­gen de petitie te doen, wel aan mijne ordre te willen stellen.


Ingekomen post invnr 64. Uit een brief van vervangend directeur Falck aan de Permanente Commis­sie:

1. Dat de op dezelve voorkoomende veld­wachter is de bedoelde persoon voorkoomen­de in het concept ontwerp ter vestiging van bedelaars, waarbij onder anderen bepaald is "en een man beneffens een gezadelt paard er in gereedheid te houden, om dadelijk de zodanige te agterhalen, die als voort­vlug­tig gesignaleert zoude worden.", terwijl de provi­siemeester welkers benaming niet bij het reglement bepaald is, zal gevonden worden uit het getal suppoosten aan deze kolonie geakkordeerd; dat de 2 persoonen Honing, als Onder Directeuren der fabriekmatige ar­beid voorkomende slechts onder officieren der zalen zijn, en dat men uithoofde dezelven juist met de weef en spinzalen belast waren, bij erreur op de nota als Onder Directeuren der Fabriek gemeld had.
2. Dat de onderscheidene op gemelde staat voorkoomende persoonen, de hun opgelegde plichten naar behooren vervullen.
3. Dat Emmelot sedert 1½ jaar op het Alge­meen Bureau alhier geemployeerd zijnde, slech­ts is overgeplaatst in de Ommerschans als beter geschikt voor de hem als nu opge­dragene functien.
4. Dat de onderofficier H. Drees reeds werke­lijk in de Ommerschans is aangekomen, en in functie gesteld, doch dat Holst Serp en van Midlum nog niet zijn gearriveerd.

Verder berigt ik de Permanente Kommissie dat den onlangs gedeserteerden bedelaar uit de Ommerschans Van der Plas weder in dezelve is terug gekoomen, hebbende zich te Wijhe, onder eene andere naam, als bedelaar aangegeeven, om zodanig derwaarts te wor­den getransporteerd.

Dat de Heer Hoff genoodzaakt is ge­weest, om 2 korporaals van het detachement wegtezenden, welken betrapt zijn, met door bedelaarsters geholpen, over eene escalade tot dezelve over te klimmen.

Falck stelt verder voor nu er kolonisten van kolonie 1 naar Doldersum en Wateren zijn getrokken, daarvan per 1 december 1822 aparte boeken van bij te houden. Ook wil hij de leeggekomene huizen hernummeren zo­dat er een doorlopende nummering in de koloniën ontstaat.

- Over de ex-kolonist Nicolaas Verhult.transcriptie

escalade = muur, verdedigingswerk


Ingekomen post invnr 64. Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Commissie met verschillende bouwprojecten rondom de Ommerschans. transcriptie:

Met in de PS:
De Heer Direkteur Visser heeft onverwacht een rijze naar zijne famille moe­ten ondernemen. Ik heb gemeent zulks te kunnen accorderen om dat alle veldarbeid stilstaat en er dus thans niets verzuimt word. Trouwens de zaak was volstrekt nodig.
De bakkerij is volkomen geslaagd en in volle werking. Alle kolonisten op van Puffelen na hebben het aardappelbrood verkozen boven die van gewoon roggebrood. Ik zelf eet het bij preferentie. De belasting op de rogge gelegd bedraagd hier circa 3 stuivers op het Drentsche schepel. De zetting van gewoon roggebrood bedraagd voor de 12 pond 8½ stuiver; het aardap­pelbrood kost 7½ stuiver en is wel 1/3 beter. De kolonisten betalen nu voor bakloon en belasting van ieder 12 pond 2 stuivers. De fabriek kan jare­lijks een voordeel van ƒ500- opleveren. Da­gelijks worden 2400 pond brood gebakken. Wij hebben altijd een week in voorraad liggen daar het aardappel­brood lang vers blijft. Met een woord, deze inrichting laat niets te wen­schen over. Particulieren verzoeken aardap­pelbrood te mogen kopen, ik heb dat echter provisioneel doen verbieden daar ik anders ongelendheden met de ontvangers vrees. Ons brood betaalt natuurlijk door de aardap­pelen minder in de belasting.

zetting = vastgesteld bedrag



Zondag 5 januari 1823


Ingekomen post invnr 64. Falck denkt voor de komende week ƒ4000,- nodig te hebben. 64)



Maandag 6 januari 1823


Aardappelbrood Ingekomen post invnr 64. Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Commissie:

Frederiksoord den 6 januari 1823

WelEdele Heeren!

Ik de bakkerij reeds meer dan 1200 broden ieder van 12 ponden gebakken zijnde van de beste qualiteit en deze inrichting een geregel­de loop erlangd hebbende, gebruik ik de vrijheid neffens gaande bepalingen des we­gens aan de beoordeling der Permanente Kommissie te onderwerpen en hier bij eenige ophelderingen te voegen. Het loon des bak­kers is geregeld naar de swaarte van de arbeid. Dezelve moet geregeld om vijf uuren des morgens beginnen en eindigd zelden voor 9 uuren des avonds. Dat van de baas is geevenredigd na zijne verantwoordelijkheid. Alle daar toe thans geemployeerd wordende zijn kolonisten. De Haan neemt tevens in de bakkerij de functie van boek­houder waar.
De ondervinding doet zien dat de onkos­ten berekent kunnen worden als volgd, per bakzel van 50 broden

het malen van 6 schepel rogge    6 stuivers
belasting    22 stuivers
malen van de aardappelen    4 stuivers
bakloon    25 stuivers
huur    8 stuivers
boekhouder    1 stuivers
licht    2 stuivers
transportkosten van
de onderdirecteur etc.    20 stuivers
╶──────╶─────╴
totaal    88 stuivers

De kolonisten betalen daar voor 100 stuivers, dus per bakzels 12 stuivers winst.
Zeer groot is de moeijelijkheid echter voor het transport om de aardappelen voor vorst te bewaren. Een eenvoudig magazijn voor 2000 a 3000 schepel aardappelen is bij de bakkerij noodzakelijk. Ook diende de zol­der voor een koorn zolder geapproponeerd te worden, daar bij slecht weder het koorn niet kan worden getransporteerd. Voor een en ander stel ik voor ƒ600- te accorderen, zul­lende de zolder behoorlijk afgeschoten kun­nen worden en het magazijn tegen de vorst beveiligd zijn.
Ten aanzien van C behorende tot het 5de artikel proponeer ik zulks daar op deze wijze het voorschot het spoedigste gerecon­strueerd zal worden en met het thans gere­zen jaargetijde niet veel op afbetaling te re­kenen is. Alle veldarbeid staat genoegzaam stil.
De onderdirekteurs genieten thans van ieder brood dat zij inslaan van de bakker. 4 deelen in het zelve word hun te huis gebragt. Het was nodig hun eenig voordeel toetestaan om tegenwerking of onverschilligheid voorte­komen. Het transporteren kost nagenoeg 1 1/3 duit per brood.
Met betuiging van hoogachting heb ik de eer te zijn

UWelEds DWDienaar
J. van den Bosch

P.S. de ondervinding doet zien dat niet alle rogge dezelfde hoeveelheid van brood uitle­vert en ook niet even swaar is bij een gelijke maat. De thans bepaalde evenredigheid is op proefnemingen met onderscheiden soorten gegrond en daarom is dan ook eene nadere bepaling van het voorgaande besluit nodig geworden.
Ik heb de Heer Bagman verzocht om bij gelegenheid voor de Maat­schappij 3000 pond ray gras te ontbieden. Hier krijgt men door­gaans oudver­legen goed en 100 percent duurder als wij het uit Engeland bekomen. Dus is geschied. Het schip echter heeft scha­de bekomen en een baal is nat gewor­den. Dat gras is voor de Ommerschans en andere gronden bestemd. Mag ik de Kommissie verzoeken het voorgeschotene aan Bagman te restitueeren.
Volgens de Wit zou de belasting op de rogge slechts 2 stuivers op het oude schepel bedragen. Met de additioneele centen en het zegel echter bedraagd dit thans iets over de 3½ stuiver. Waar moet dit heen; zo ook de andere belastingen op de zelfde wijs zullen worden gepercipieerd?


Besluit der permanente commissie volgens brievenboek invnr 20. Om de koning een verzoek te sturen om het traktement van de kapelaan van Dedemsvaart te verhogen, dan wel een tweede kapelaan te installeren voor de godsdienstuitoefening aan de Om­merschans en ook enig geld voor materialen en een verblijfplaats.


6 januari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief Minister binnenlandse zaken en waterstaat, meldt dat op deszelfs autorisatie, 44 personen van de voor de Ommerschans geannonceerde 78 uit het werkhuis in Zuid-Braband, voor het belang van dat huis, aldaar zullen worden behouden.
Den 16 januari den minister opgave van de niet komenden verzocht. Not 13 id art 3.


6 januari 1823 Besluit permanente commissie volgens brievenboek invnr 20. Om den Heer Direkteur der kolonien, ter verificatie, volgens daarbij optegevene punten, te zenden, eene nota van de verwaarborgde panden der Maatschappij bij de Bataafsche BrandwaarborgMij te 's Hage.


Dinsdag 7 januari 1823


Besluit der PK volgens brievenboek invnr 20. Om aan prins Frederik te schrijven over een brief vd minister en het daarop geschreven antwoord, omtrent een aan te gaan supplementair kontrakt, voor 200 bedelaars.

Besluit PK volgens brievenboek invnr 20. Om de directeur van de Bataafsche Brandwaarborg Mij enkele dingen te sturen.

Besluit der PK volgens brievenboek invnr 20. Om aan F.C. van Midlum te Amst zijne aanstelling tot opziener in het bed. gesticht te melden, met invitatie tot vertrek, - voorts deze brief ter bezorging aan den Heer H. Vollenhoven te Amst met geleidebrief te adresseren. (uit brievenboek invnr 20)


Woensdag 8 januari 1823


Ommerschans - militairen 8 januari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Commissaris-generaal van oorlog, meldt aan het verzoek ter opzending van het overig gedeelte van het verleende detachement naar de Ommerschans, bij de eerste aflossing van het aldaar reeds aanwezige gedeelte te zullen voldoen.

8 januari 1823 Uitgaande post invnr 354 Brief aan de Min van BZ & W, op die van ZHEG van 4 jan: ll, omtrent de sluiting van een supplementair kontrakt voor 200 bedelaars.

8 januari 1823 Uitgaande post invnr 354. Brief aan de Min van BZ & W, spoedige inlichting vragende omtrent de loting van de bedelaars te Ommen.

8 januari 1823 Uitgaande post invnr 354. Brief aan prins Frederik met informatie over supplementair kontrakt & de kollekte in Amsterdam.

8 januari 1823 Uitgaande post invnr 354. Brief aan den Gouverneur van Groningen, berigtende dat het ter opzending opgegeven getal der Bedelaars voor als nog, niet kan worden vergroot; met informatien wegens de vereischten der Bedelaars.


Donderdag 9 januari 1823


Ingekomen post invnr 64. Brief dat de weduwe Nobbe dankzij een gift uit Amsterdam in de kolonie komt

9 januari 1823  Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief Hoogkamer over zijn gift en zijn gezin.

9 januari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief minister BZ & W wil dat de Mij voor rekening van het gouvernement de transportkosten betaalt.

9 januari 1823  Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief mminister van BZ & W vraagt opzending conceptcontract voor 4000 wezen enz.




Vrijdag 10 januari 1823


Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief direkteur der kolonien. ... zendt in ... 1. opga­ve van medegenomene en vermiste kleeding, huisraad en gereedschappen van de gede­serteerde Hazelip. vermelding

Ingekomen post invnr 64. Uit een brief van Prins Frederik aan de Per­manente Commissie:

De voordeeligste berigten uit de kolonien der Maatschappij en vooral ook het welgelukken der Bedelaars Kolonie in de Ommerschans, zijn mij hoogst aangenaam. Intusschen ver­meen ik aan de Permanente Kommissie te moeten opmerken dat het mij dunkt, dat de Maatschappij doch genoodzaakt zal zijn, nog een tweede gesticht voor bedelaars opterig­ten.

10 januari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief minister BZ & W, meldt dat Z.M. Besluit van 5 januari 1822 No 10, bepalende de loting voor de N.M. van de kolonisten in de gemeenten waar de kolonien gelegen zijn, ook op de Ommerschans toepasselijk is.


Zaterdag 11 januari 1823


Ingekomen post invnr 64. Brief van H. van Vollenhoven aan de Perma­nente Commissie:

Ik heb met veel genoegen ontvangen uwe missive van 9 dezer met de aanstelling voor van Midlum in de Ommerschans en bedank UWelEd daar voor zeer, terwijl ik mij over­tuigd houde dat de keuze van zijn persoon zeer geschikt is en hij voldoen zal. Immers heeft hij zich onder mijn oog zeer braaf en werkzaam gedragen, zoo zelfs dat zijne me­dearbeiders regretteren dat hij hun verlaat. Ten uiterste dankbaar voor zijne aanstelling vertrekt hij morgen te voet derwaarts en re­kent dat hij woensdag avond aldaar zal zijn.



Zondag 12 januari 1823


Ingekomen post invnr 64. Falck denkt de komende week ƒ4500,- nodig te hebben.

12 januari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief subcommissie Utrecht, verzoekt inlichtingen omtrent de door Burgem aldaar verlangde opgave van de wijze van verzending der zich vrijwillig aangeboden hebbende huisgezinnen naar de kolonie.



13 januari 1823


Aardappelbrood 13 januari 1823 Uitgaande post invnr 354. Bepalingen voor de koloniale bakkerij.

13 januari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief subcie Sluis, komt met een gezin uit Katzand (van Dalen dus) met verzoek het snel overtenemen.



Dinsdag 14 januari 1823


Uitgaande post invnr 354. Brief van de Permanente Commissie aan de uitgever van het Nieuws- Advertentie­blad te 's-Gravenhage:

Mijn Heer

Gezien hebbende in het eerste nommer voor 1823 van het Nieuws en advertentie-blad een brief, onderteekend door een arm oud man uit Zeist, inhoudende eenige beleedigende aanmerkingen, zoo tegen de leden van het Hoofdbestuur der M. van W. als tegen onzen geëerbiedigden Koning zelve, wegens de strekking der bekende wet van 6 nov. ll aan­gaande de opneming en overbrenging van bedelaars naar het etablissement der Om­merschans, haaste wij ons, als mede uitma­kende de Komm. van Weldadigheid, om ZWEd en het geacht publiek bekend te ma­ken met eenige grove onwaarheden, daarbij schaamteloos of in dezelve onkunde teneder gesteld.
Wij zouden ons deze moeite gespaard heben, indien het alleen onze personen be­trof, omdat wij ons tegen den lasterenden briefschrijver eenen genoegzamen verdediger durven voorstellen in elk, die ons persoonlijk kent, en die omtrent den waren staat der administratie aan onze zorg toevertrouwd, slechts oppervlakkig is ingelicht. Dan daar het hier geldt de publieke opinie omtrent onze zoo edele, zoo belangrijke Maatschap­pij, welk door eene misleiding van onkundi­gen, niet behoort gecompromitteerd te wor­den, ja zelfs de eer van een wijs en weldadig Gouvernement, welks vaderlijke zorgen het­zelve geenszins het verwijt eener onbillijke handelwijze omtrent de bedelende armen maar wel den waren dank van alle standen der maatschap­pij doen vorderen, hebben wij gemeend niet geheel op dit lasterschrift te moeten zwijgen, maar het volgende kortelijk ter logenstraffing van de schrij­ver, en ter betere inlichting van het publiek, te moeten communiceren.
Wij zwijgen op de beschuldiging van Neefjes en Nigtjes aan ambten en officieren te meer(?) dat ieder in de gelegenheid is om plaatselijk zich te overtuigen, dat geen der ambtenaren in de kolonien in eenige familie-relatie staat met iemand der leden van het Hoofdbestuur, zelfs dat bij de oprigting der Maatschappij geen der thans geëmployeer­den tot de Direktie aan die leden bij naam bekend was.
Even leugenachtig is de beschuldiging dat de leden van het Hoofdbe­stuur, of der Permanente Kommissie, die deszelfs uitvoe­rende magt uitmaakt, zware traktementen zouden genieten. Niemand hunner geniet een enkele penning traktement of schadeloosstel­ling, onder welken naam ook; integen­deel getroosten zich de leden der Permanente Kommissie jaarlijksch de opoffering van een­ige honderden guldens aan de belangen der Maatschappij en eenen last van werkzaamhe­den, waarvan zij alleen die met de bemoeijin­gen der Maatschappij van nabij bekend zijnm eenige denkbeelden kunnen vormen.
Over het geheel zijn de kosten onzer administratie, blijkens de jaarlijks daarvan publiek gemaakte rekeningen, zoo gering, dat dezelve geene 2% van de uitgaven bedra­gen, daar die bij soortgelijke gestichten in ons land van 15 tot 20% beloopen.
De rekening der M. wordt jaarlijks opge­nomen door eene Kommissie van Toevoor­zigt, uit 24 personen bestaande, door en uit al de leden der M. gekozen, aan welker hoofd zich Z.K.H. de Prins van Oranje sedert vier jaren als voorzitter bevonden heeft. Deze Kommissie wordt derhalve zijdeling van pligt­verzuim beschuldigd, door het vooroordeel des briefschrijvers wegen het verleenen van aanzienlijke traktementen, daar dezelve van jaar tot jaar de haar voorgelegde rekeningen met lof heeft geapprobeerd, terwijl het een en ander jaarlijks is gebragt ter kennis van Z.M. den Koning, en van meer dan 900 subkom­missiën, zonder eenige tegenspraak tot hier­toe.
Het is waar, dat de tweede sekretaris der Maatschappij (de eerste is lid van de Kommissie zelve) die thans rustend predikant is, ƒ2,000.00 traktement geniet; maar, daar hij hiervoor mede belast is met de redaktie van het tijdschrift de Star, en de uitgave van dit werk eene aanmerkelijke zuivere winst oplevert, die zelfs in één der verlopene jaren ƒ3,300.00 bedragen heeft, kan ook dit trakte­ment noch te groot geacht, noch gerekend worden ten laste van het Maatschappelijk fonds te loopen.
Het is al verder eene volstrekte onwaar­heid dat de roomsch katholij­ke kolonisten in de etablissementen der M. van de bijwoning hunner gods­dienst enz. zouden beroofd zijn. Een gedeelte tosch der vrije koloniën is zeer nabij, de roomsche kerk te Steenwijkerwolde gelegen; en juist omdat andere gedeelten der koloniën daarvan meer verwijderd waren, is reeds maanden geleden, door de gunstige zorg van Z.M. den Koning, op ons verzoek, in het midden der koloniën zelve een roomsche kerk-inrigting in het schoolhuis gemaakt, een kapellaan bepaaldelijk ter waarneming der leer en herderlijke diensten in die gedeelten der koloniën, op een behoorlijk traktement aldaar gevestigd, en van een gespast verblijf voorzien.
In de nabijheid van het bedelaars ge­sticht in de Ommerschans is eene roomsch-katholijke kerk aan de Dedemsvaart, alwaar de bedelaars van die gezindheid de gods­dienstoefeningen geregeld bijwonen; al reeds is Zijner K.M. zorg werkzaam om, daar dit kerkgebouw te klein zoude kunnen worden, het noodige tot eene godsdienstoefening der r. katholijken in de Schans zelve daartestel­len.
Zie daar, Mijn Heer! êene reeks van onwaarheden in het licht gesteld!
Wij moetn er, ten aanzien der Koninklijke wet van 6 nov. ll. omtrent de opneming en overbrenging der bedelaars naar de etablis­sementen der M. nog dit alleen bijvoegen: dat in die stichtingen geene andere bedelaars worden opgenomen, dan die door gestel en jaren in staat zijn om door arbeid de kost te verdienen (valides), dus geene oude gebrek­kige menschen, als die op eene behoorlijke verzorging bij de gemeente hunner inwoning billijke aanspraak hebben. Wilde wij de stel­ling, dat het Gouvernement geen regt zoude hebben om bedelaars optenemen, en ter hunner verzorging door eigen arbeid naar daartoe behoorlijk ingerigte etablissementen overtebrengen, wederleggen, dan zoude wij ons alleen behoeven te beroepen op het daar­omtrent algemeen aangenomen staats­regt, om te verwijzen tot art. 274 en volgende van het thans in dat Rijk regerend Wetboek van Strafzaken, om nu niet te spreken van het heilzaam, vaderlijk doel des Konings bij het nemen van dezen maatregel, en van den alleszins billijke en zachtmoedige wijze waar­op aan deze wet, zoo van den kant des Gou­vernements, als van de zijde onzer Maat­schappij, uitvoering wordt gegeven.
Wij verzoeken UWE dit ons antwoord op den brief des armen mans in uw dagblad te willen opnemen. Daarna moge het publiek oordeelen aan welke zijde de waarheid en het regt staat.

De Perm. Komm. der M. van W.

Het handschrift is niet helemaal te herken­nen, maar het lijkt sterk op dat van Ockerse. In de brief is nogal stevig gecorrigeerd en zijn scherpe bewoordin­gen weggestreept. Deze mildere versie is hier niet weergege­ven.

14 januari 1823 Uitgaande post invnr 354. Brief aan Min van BZ & W, bevattende bedenking op de door Z. Exc verzochte voorbetaling van transportkosten van de door Gouverneurs naar de Ommerschans opgezonden wordende bedelaars.

14 januari 1823 Uitgaande post invnr 354. Concept-missive aan den Koning, verzoekende om een kapellaan en eenige toeleggingen ter bediening van den Roomsch Kath Godsdienst bij de Bedelaars in de Ommerschans (Leuk! Komt meteen na de krantenaanval).



Donderdag 16 januari 1823


Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief van directeur Visser aan de Permanente Kommissie. 16 januari 1823, directeur Visser, zal zich bekend maken met wat er tijdens zijn afwezigheid is gebeurd, meldt de opgegevenen verbeteringen aan gebouwen door de aannemer Makkinga te doen hem te hebben medegedeeld, en het dringende verzoek van dezen, om vooraf nog 2 a f 3000 op rekening te mogen ontvangen, dat ZEG appuyeert.

De Heer  Adjt Direkteur Falck, sedert eenige dagen te Ommerschans zijnde ten einde de administratie welke aldaar nog niet op die voet is, zoo als dezelve volgens de regle­menten behoord te zijn, finaal te regelen, heb ik nog niet alle die elucidaties van het voor­gevallene en der korrespondentie kunnen bekomen, welke misschien zullen nodig zijn, de Permanente Kommissie mede te delen. 64)

Ommerschans - provincies 16 januari 1823 Uitgaande post invnr 354. Brief aan de gouverneur van Zeeland, kennisgevende van de vermindering van het kontingent der uit die provincie naar de Ommerschans te verzenden Bedelaars.

Ommerschans - provincies 16 januari 1823 Uitgaande post invnr 354. Brief aan de gouverneur van Groningen, denzelven een nieuw krediet openende, van 25 personen ter opzending naar de Ommerschans uit de provincie Groningen.




Vrijdag 17 januari 1823


Ommerschans - gebouwen Ingekomen post invnr 64. Brief van Johannes vd Bosch aan W.A. Oc­kerse:

Amicissime. Hier nevens het concept besluit voor het gebouw aan de Om­merschans. Zijt zo goed het zelve te doen afschrijven en aan de beoordeeling der leden van de Permanen­te Kommissie te onderwerpen. Vroegere brieven heb ik hier bij gevoegd.
Na aflegging onzer vriendelijke groeten ook aan de Dames

TT
VdBosch
Frederiksoord den 17 januarij 1823

Bijgevoegd:

Concept besluit

De Permanente Kommissie van Weldadigheid gezien het bestaan van de Ommerschans,
gezien het rapport van de Heer Hoffman gechargeerd geweest zijnde met de opname van het zelve, gezien het nader rapport van de Heer Direkteur der kolonien door de 2de adsessor gechargeert geweest zijnde met het verifieren der opgave van Hofman en waar uit behalve eenige min gewigtige gebreken of verzuimen constateerd

a. dat de boven zalen 5 duim lager zijn dan het bestek vordert.
b. dat de lengte der zalen in plaats van 65 rijnl: voeten volgens het bestek, slechts 63 zijn rijnlandsche voeten en de breedte der onderofficierskamers 18 in plaats van 19 voet lang zijn.
c. dat de muren van drie der keukens die volgens het bestek 1½ voet dik hadden moe­ten zijn slechts 1 voet dik zijn.
d. dat de boven keukens van geen stenen vloer voorzien zijn, gelijk het bestek mede brengt.
e. dat vele der deuren en blinden zich niet behorelijk sluiten door het schra­pen van het houd.
f. dat de kniertjes waar aan de blinden han­gen niet zijn van behorelijke maate.
g. dat enkele dorpels der ramen zijn van greenen in plaats van eijken houdt.
h. dat de goten te klein zijn en het water bij de minste verstopping over de achterkant der gevel loopt en de goten niet van zink zijn voorzien, nog van blikken afleiders.
j. dat het glas in plaats van goed boheems glas uit slecht fransch glas bestaat.
k. dat het sponwerk dat volgens bestek had behoren te zijn 16 duim van midden tot mid­den(?) integendeel 24 duim van een verwei­dert is, doch daar en tegen uit swaarder houdwerk bestaat als het bestek mede brengd.

Gelet op het verslag van de 2de adsessor, waar uit blijkt dat wat de lengte der zalen betreft en de onderofficiers vertrekken, zulks alzo geconvenieerd voor het tekenen van het bestek uit hoofde dat de localiteit niet toeliet het gebouw niet groter te bouwen.
Dat de mindere dikte van de muren aan twee of drie keukens, hoezeer een verzuim van de aannemer echter niet strekt tot merkelijk prejuditie van de Maatschappij.
Dat de vloeren in de bovenkeukens overbo­dig zouden zijn en schadelijk zedert de las(?) der benedenkeukens ook voor de bovenkeu­kens gekookt worden, en dus al mede als niet ten prejuditie van de Kommissie kunnen worden aangemerkt.
Dat de enkele dorpels van grenen houd in plaats van eiken al mede niet tot bijzonder nadeel verstrekken en het leggen derzelve alleen moet worden toegeschreven dat geen eijken houd door de droogte destijds kon worden aangevoerd, echter de tijd presseren­de daar in op een andere wijze heeft moeten worden voorzien.
Dat derhalve gemerkt wegens materialen en arbeid behalve de aangewezen gebreken van zeer goede qualiteit zijnde, die in b, c, d, g en k zouden behoren te worden geredres­seerd en op een convenabele wijze in die van a, e, f, h en j zoude behoren te worden voorzien, heeft besloten gelijk dezelve besluit bij deze


1o
Den aannemer het ongenoegen der Kommis­sie te kennis te geven wegens de verzuimen en willekeurige veranderingen in het bestek gemaakt.

2de
Hem van haar te verlangen dat de luiken, sluitingen en kniertjes in behoorlijke staat gebragt worden.

3de
Dat de goten verandert, met zink bekleed en van de nodige blikken pijpen voorzien wor­den, zodanig dat dezelve aan hare bestem­ming voldoen.

4de
Ook het nadeel door het leveren van minder goed glas en den vermin­der­de hoogte der zalen gelden behorelijk zal worden gelau­reerd, en dat de Kommis­sie aan zich reser­veerd de schade daar door gelden voor een groter of kleiner gedeelte te verhalen op de penningen welke hij aannemer als nog bij de Maatschappij te goed heeft en dit wel naar mate op eene meer of min volledige wijze de gebreken in het 2de, 3de en 4de artikel opgege­ven gere­dresseerd worden. Dat zij al verder de overige gebreken geruimd zijnde te passe­re zo de in de genoemde 7 artikelen opgege­ven behorelijk in order gebragt worden en in dit speciaal geval daar voor niets zal reke­nen, terwijl zij bij opsichten(?) of bij eene niet behorelijke herstelling der opgeven gebreken aan zich reserveert van hare belangens in alles waar in van het bestek afgeweken mogt zijn met volle nadruk in dezelfs geheele om­vang te doen gelden.

17 januari 1823  Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief minister van BZ & W, approbeert het voorstel ter sluiting van een suppletoir kontrakt voor de overname van nog 200 bedelaars, verzoekende mitsdien toezending van zoodanig geteekend kontrakt in deuplo. Meldt dat de expeditie uit Veere en Middelburg eerst bij open water zal geschieden.

Ommerschans - provincies 17 januari 1823  Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief gouverneur Utrecht vindt 35 bedelaars voorlopig genoeg, maar wil in de toekomst... enz.



Zaterdag 18 januari 1823


Ingekomen post invnr 64. Brief van Ameshoff over Van der Palm. transcriptie



Zondag 19 januari 1823


Ingekomen post invnr 64. Brief van de gouverneur van Groningen, gedateerd 19 januari, met ook: 'ik ben zeer gevoelig aan de spoedige gedeeltelijke voldoening aan mijn verzoek tot vermeerdering, door het Credit van nog 25, 't welk voor mij blijkens Uw schrijven van den 16 dezer no. 26/11B geopend is.


Ingekomen post invnr 64. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Heden de Heer adj. dir. Falck van de O.S. terugverwagtende met een rapport van den Heer von Hoff, aangaande het gedrag, de toestand enz. der bede­laars; hoop ik morgen de eer te hebben, de maandelijksche staat der koloniën aan de Permanente Kommissie te kunnen adresseren.



Maandag 20 januari 1823


Ingekomen post invnr 64. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Een vestigingsstaat van het huisgezin van van der Palm.

De vestigingsstaat van Van der Palm is niet gevonden, wel een vestigins­staat van ambte­naren aan de Ommerschans.


Ommerschans - garnizoen Ingekomen post invnr 64. De provinciale commandant van Overijssel beklaagt zich over de gebrekkige wijze waar­op het detachement militairen aan de Ommer­schans gehuisvest is:
deze manschappen zijn niet van de nodige fournituren voorzien, en moeten niet alleen op stroozakken, maar zelfs in een manskrib­ben, twee aan twee slapen; alhoewel ik mij reeds voor vier weken aan voornoemde ad­junct directeur heb gewend om hun daarvan te voorzien. Bovendien bevind zig aldaar geen locaal om den officier behoorlijk te loge­ren, uit welken hoofde ik verpligt ben gewor­den dien officier te Ommen te logeren, zijnde een distantie van twee uuren, terwijl de Heer Kruisinga zijnde maar 1/4 uurs daarvan daan, zegt denzelve niet te kunnen huisvesten.

20 januari 1823 Besluit PK volgens brievenboek invnr 20. Om aan Vlaer & Kol de preciese gegevens van de te doene negociatie op te geven (per kerende post gaan Vlaer en Kol akkoord).

20 januari 1823  Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief directeur der kolonien, zendt in een verbeterden staat van de ambtenaars aan de Ommerschans, met verzoek om aanstelling van de daarvan provisioneel geemployeerden.

20 januari 1823  Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief prov komm van Overijssel met klachten over het logies.



Woensdag 22 januari 1823



Besluit der P.K. volgens brievenboek invnr 20. Eindelijk nog gezonden het besluit van heden nopens de approbatie van het Bed: Gesticht; ten fine van mededeeling aan den aanne­mer E. Nuis


Aanvullend contract 22 jan / 1 feb 1823 voor nog eens 200 bedelaars invnr 1440 transcriptie


22 januari 1823 Besluit PK volgens brievenboek invnr 20. Om de directeur de brief van de provinciale kommandant van Overijssel, klagende over het gebrekkige der logering van het detachement militairen in de Ommerschans.




Donderdag 23 januari 1823


Ingekomen post invnr 64. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Visser bericht welke veranderingen de aan­nemer Makkinga denkt te maken aan de hoeven aan de Ommerschans, nu de afgele­verde door de Perma­nente Commissie zijn afgekeurd:

Dezelve wordt verpligt weiders om aan het gebouw de vereischte sterkte te geven. Zon­der de geheele vernieuwing der balken boven het waschhok, stelt de aannemer voor om onder de zolderbalken heen, een of twee dwarsbalken te brengen, die tot ondersteu­ning der eerstgemelde konden dienen. Ik ben zoo vrij mijne goede opinie van die uitwerkse­len dier balken meldende, er bij te voegen dat de Permanente Kommissie, om deze en andere consideratien, behoudens haar beter oordeel, dit voorstel wel konde aannemen: aangaande de verzakkingen belooft den aan­nemer de reden daarvan zoo spoedig moge­lijk op te sporen en te redresseren. Ten slotte dringt hij nog aan op betaling van een aan­zienlijk gedeelte zijner te goed hebbende aannemings­penningen.

Gisteren ontving ik van de Heer adj. Direk­teur Drijber de brieven enz. betreffende de klagten van de huisverzorgers Smit te Wil­lemsoord en Ydema in kol. no.2, welke stuk­ken door ZHEdGestr. den Heer 2e Adsessor aan ZE tijdens mijne absentie waren over­handigt; aangaande die stukken heb ik de eer de Perm. Komm. bij deezen van berigt te dienen.
Voor eerst merk ik aan dat Smit in zijne brieven slegts hier en daar als met moeite - om dat hij het toch doen wil - een klaagtoon doet horen; terwijl voor het overige die beide brieven vol zijn van bewijsen dat hij en zijn huisgezin alles genieten wat bij de reglemen­ten is bepaalt, namentlijk aardap­pel brood, vlees, kaartjes en kleding; om uit veele slegts eene zin aantehalen dient het volgende. "Ik wil niet weten dat er een in de wijk is, die het zoo burgerlijk heeft als wij. Zaturdag avond word het schoon goed klaar geleid enz" Bo­vendien heeft de man ook aan den Heer adj. Dir. verklaard geene klagten te hebben.
Ydema heb ik zelf voor mij doen komen, en deezen heeft op de vragen, ontvangt gij geregeld de 8 pond brood daags? Hebt gij genoegzaam aardappelen? Wordt het vleesch op zijn tijd en in de vereischte hoe­veelheid aan uw verstrekt? En ontvangt gij daar en boven voor 30 stuiv. kaartjes per week? Volmondig ja geantwoort. Alleen maakt hij aanmerkingen dat wel zijne kinde­ren, maar hij noch zijne vrouw behoorlijk van kleding wierden voorzien, maar die in tegen­deel zelf van zijne verdiensten moest aan­schaffen. Wat dus Ydema bij het 1e artikel van zijn rapport, of liever de HH Voogden van 't stads armhuis te Harlingen onder een uiterst sober en gemeen voedsel verstaan; hoe bij hem of hun in art. 2 die weinige ver­dienste in aanmerking kunnen komen, daar hij toch van zijne verdiensten, dat is overver­diensten, nog klederen kan kopen; hoe hij ten 3e over de weinige gelegenheid om te arbei­den kan klagen, daar hij in het vervolg van zwaren, ten minsten moeije­lijken arbeid spreekt; hoe hij  al verder in art. 4 van geen genoegzamen kleding kan spreken en het ter scholen gaan der kinderen als weinig bedui­dend kan doen voorkomen, daar dit laatste toch wel een algemeen erkende onwaarheid is, verklaar ik alles niet te kunnen begrijpen; terwijl men eindelijk te 5. het doet voorkomen als of de Direktie door het casheren der reke­ning van zijne verdiensten en die der kinde­ren, hem met zijner waren toestand wilde onkundig houden; hier omtrent behoef ik slegts aan te merken, dat hij, weltijds als opziener gefungeerd heeft en dus zeer goed in staat is, zelf zijne verdiensten en uitbeta­ling te vergelijken; ook dan wanneer er geen zakboekje voorhanden was, 't welk hem, ingeval het door een of andere omstandig­heid of verzuim niet wekelijks aan huis wierd gebragt, zeer zeker niet zoude worden gerec­tificeerd, wanneer hij daar om slegts bij de boekhouder of wijkmr: vroeg.
Ik besluit dus met op deeze geheel zaak aantemerken dat dezelve mij voorkomt te zijn, eene opzettelijke gezogte of door ver­keerde onderrigting en uitlegging van dezen, opgevatte grond van klagten, van de zijde der Heren van Harlingen, te meer daar ik mij ingemoede overtuigt houde, dat Smit en Yde­ma, zeer burgerlijk, zoo als de eerste het noemt, kunnen leven niet alleen, maar dit ook werkelijk doen.

23 januari 1823 Uitgaande post invnr 354. Brief aan de minister van BZ & W, met het kontrakt voor nog eens 200 Bedelaars.

Ommerschans - provincies 23 januari 1823 Uitgaande post invnr 354. Brief aan de gouverneur van Utrecht, verzoekende berigt wanneer het primitief opgegeven getal van 35 Bedelaars zal zijn vervuld.

23 januari 1823  Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief directeur, retourneert de nota van voor brand gewaarborgde koloniale gebouwen, met de stukken van verificatie. Deelt mede een voorstel van den aannemer Makkinga, omtrent eene wijziging in de van hem gevorderde te doene verbeteringen der door hem aangenomene gebouwen. Voorstel goedgekeurd, met berigt daaromtrent aan den directeur 31 jan.



24 januari 1823


24 januari 1823 Uitgaande post invnr 354. Brief aan de subcie Haarlem informatie over het overnemen van man alleen, of vrouw of met kinderen.

24 januari 1823  Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief minister BZ & W, erkent dat de bepaalde transportkosten voor bedelaars a 50 cent per uur voor ieder in t algemeen te hoog gesteld zijn, zullende uit dien hoofde daarin eene wijziging aan Z.M. voorstellen. Verzoekt notans die kosten naar dat tarief te willen voorschieten, en den Gouv van N-Braband hiervan te informeren.

Ommerschans - provincies 24 januari 1823 Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief gouverneur van Z-Holland zal van de 60 beschikbare plaatsen voorlopig slechts de helft gebruiken.




25 januari 1823


Subcommissies 25 januari 1823  Uitgaande post invnr 354. Brief aan ene Piek van Langen te Schoonhoven, over de ontbinding van de subcie Schoonhoven.



Zondag 26 januari 1823


militairen OS Ingekomen post invnr 64. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Kopie des briefs van den provintialen kom­mandant van Overijssel heb ik aan den Heer adj. dir. von Hoff, per expresse verzonden, met invitatie, om onverwijld de logementen voor den officier zoo wel, als voor de overige manschappen, van het detachement, volgens het reglement op de kaserne­ring der troepen te lande in te rigten; en mij de reden te mel­den waarom hier in niet reeds was voorzien; welk antwoord ik de eer zal hebbende de Perm. mede te deelen; voorlopig vind ik mij verpligt te melden dat, het met mijne voor­kennis was, er geene paarde haaren matras­sen, zoo als die waarop de troepen in de kaserne slapen, voor het detachement waren aangekogt; en dat wel uit hoofde der groter kosten die dit zoude hebben veroorzaakt; gemerkt dat ieder matras op ƒ60- word ge­schat: ik meende intuschen dat hier in op eene genoegzame wijze zoude zijn voorzien, door bij een goeden stroozak en goed gevuld bed van zeewier te voegen; ik heb den Heer von Hoff almede geschreven, dat ZEdGest. zoude informeeren, of het niet mogelijk is, de matrassen te Zwolle te bekomen uit het zelf­de magazijn, en op gelijke voorwaarde als die aan het garnisoen aldaar worden verstrekt; terwijl ik bij deze de eer heb de Permanente Kommissie te vragen auth. tot het aankopen van matrassen, ingeval men te Zwolle het voorgestelde doel niet mogt bereiken.

De koude die hier zoo streng is dat vrijdag de thermometer 15○2(?) Reaumur tekende, heeft den kolonisten geen leed veroorzaakt; behoorlijk gevoed, gekleed en verwarmt zijn zij thans in de bijzondere gelegenheid, het voorregt dat zij boven zoo veele armen in de steden, zoo wel als op het land genieten, te leeren kunnen: veelen hunner willen daar voor ook wel openlijk uitkomen. 64)

Reaumur = Franse temperatuurmeting.

26 januari 1823  Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief directeur, vraagt ook authorisatie tot het desnoods aankopen van matrassen. Authorisatie verleend. Plus: Meldt den welstand der kolonisten, niettegenstaande de felle koude.




27 januari 1823


27 januari 1823 Uitgaande post invnr 354. Brief aan de minister van BZ &W, ten geleide van het bij Z Exc Missive van 9 dezer verlangde koncept kontrakt voor 4000 wezen, enzov.

27 januari 1823  Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief Direkteur-Generaal voor de zaken der Hervormde Kerk, zendt in een afschrift van Z.M. Besluit van 21 januari N45, houdende bepaling op voorloopige voorziening in het godsdienstig bestuur en onderwijs van de kolonisten der Hervormde Kerk. Uit navolgende blijkt dat over de vrije kolonien te gaan.



Dinsdag 28 januari 1823


Ingekomen post invnr 64. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Verder gaat hier nevens afschrift van een kennisgeving van den markt rigter van Arrien betreffende de voorgenomen verdeeling dier markt, aan de Heer Adj. Dir. von Hoff; bene­vens dat van ZijnWelEdGest met mijn voor­kennis daarop geschreven antwoord. Daar het mij schijnt dat deeze zaak eene ernstige wending zal neemen wenschte ik alvoorens daar in verder tetreden tot dit einde de nodi­ge volmacht voor mij of den Heer Adj. Dir. von Hoff te mogen ontvangen; met eene elucidatie hoedanig ons in voorkoomende gelegendheden te gedragen. Zelfs zoude het mij aangenaam zijn, een opstel, voor het eerst intedienen protest daarbij te ontvangen, gemerkt de kortheid des tijds - 6 february - welke nog voorhanden is; ik heb alle reeden te gelooven dat de Permanente Kommissie het nadeel dat in de voorgestelde deeling geleegen is zal gevoelen en hoop dus, dat het tot hiertoe verrigte waartoe ik geen tijd vond authorisatie te vragen, met hare goed­keuring zal worden vereerd.

Bijgeschreven:

P.S. den ondergetekende heeft de Heer van Royen voorlopig verzocht de Maatschappij te willen representeren te Assen den die heeft zulks op zich genomen, zo dat eene procura­tie op hem van de Kommissie zal nodig zijn. Verder is het mijne mening dat wij wel moe­ten toestemmen in de verkoop der markt, maar nimmer in de deeling daar wij onzeker zijn waar onze waardee­len zullen vallen en het dikwerf gebeuren kan dat wij geen het minste genot daar van zouden hebben.

J. van den Bosch

militairen OS Bijgevoegd is een briefwisseling van von Hoff met de provinciale comman­dant in Zwolle over de huisvesting van het detache­ment. Daaruit blijkt dat de huisvesting nog niet is afgebouwd en dat sommige spullen nog in bestelling zijn. Op 17 januari zijn een officier, 1 sergeant, 4 korporaals, 1 tamboer en 20 fusiliers aangekomen aan de Ommer­schans om het bestaande detache­ment af te lossen. De officier is uiteindelijk in het huis van Kruisinga ge­plaatst tot zijn woning bin­nen de Schans gereed is.

Verder bijgevoegd is een briefwisseling over de scheiding van de markt van Arriën. Kort samengevat komt de zaak hier op neer: De belanghebbenden van de markt hebben in een vergadering zonder een vertegenwoordi­ger van  de Maatschappij besloten tot het delen van de markt. Echter niet via publieke verkoop zoals de Maatschappij wilde, maar via onderhandse handel. De Maatschappij dreigt daardoor de stukken mis te lopen waarop zij zit te azen.

28 januari 1823 Uitgaande post invnr 354. Brief aan prins Frederik als antwoord op zijn brief van de 10de (waarin hij oa op meer bedelaarsplaatsen aandringt) en met informatie over het conceptcontract voor 4000 weeskinderen enz.

28 januari 1823, Besluit der PK volgens brievenboek invnr 20. Om, ingevolge art: 15 des kontrakts met den Minister van Binn Zaken & Waterstaat van 7 oct 1822 aan Z Exc bij eene nominatieve staat optegeven, de 2 gedeserteerde en 1 overleden bedelaren, loopende dien staat tot 1 jan 1823.



29 januari 1823


29 januari 1823 Uitgaande post invnr 354. Brief aan minister van BZ & W ten geleide van deze staat: Staat van gedeserteerden en overledenen in de OS, met o.m. desertiedatum Tieleman & vd Grind.



Donderdag 30 januari 1823


Koninklijk Besluit over transportkosten, zie ook 15 februari, http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Archief/KoninklijkeBesluiten.html


Besluit der permanente commissie nvnr 988 omtrent het doen uitbetalen, voor rekening van het gouvernement, van transportkosten van in het Bedelaarsetablissement aankomende bedelaars, gearr. 30 januari 1823

30 januari 1823 Uitgaande post invnr 354. Brief aan minister van BZ & W, ten geleide van den Staat wegens den toestand der kolonien, waarvan het model tot dat einde bij deszelfs missive van 17 dec ll was ontvangen. Waar gaat dit over?


Besluit der Permanente Kommissie invnr 960.wegens de definitieve aanstelling van ambtenaren in de kolonie de Ommerschans en bepaling van het vast trakte­ment van alle dezelve, van den 30 january 1823,
Zie
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/1823_01_30Personeel.html


31 januari 1823


31 januari 1823 Uitgaande post invnr 354. Brief aan de minister van BZ & W, kennisgevende vergrooting Groningse contingent met 45 personen.

31 januari 1823 Uitgaande post invnr 354. Brief aan minister BZ & W, kennisgevende dat alsnu order gesteld is op het uitbetalen van transportkosten op rekening van het gouvernement, en dat dit aan de gouverneurs is meegedeeld.