Naar het overzicht
van de POST







De POST van DECEMBER 1822

Zondag 1 december 1822

Ingekomen post invnr 63. Visser meldt de ontvangst van goederen en stuurt enkele stukken.



Maandag 2 december 1822

Ingekomen post invnr 63 scans 524 tot en met 533. Brief van Johannes vd Bosch met plannen voor de bouw van kolonie 7 te Doldersum, met bijgevoegd een bouwtekening en een contract met aannemer Hendrik Smit. transcriptie


Uitgaande post invnr 353. Missive aan de Subkomm te Leiden, in antwoord op de hare van 25 Nov 1822, omtrent de besteding van bedelaars.


Ingekomen post invnr 63. Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Commissie met conductoire bij de huishoudelijke bepalingen voor de Ommerschans. transcriptie




4 december 1822

Uitgaande post invnr 353. Missive aan den Minister van Staat, belast met de generale direktie der ontvangsten, verzoekende spoedige daarstelling der door ZM bij besluit van 1 september N73, aan de Mij geakkordeerde restitutie, van aan den ontvanger te Ommen betaalde registratie en mutatieregten, van zekeren door de Mij aangekochte goederen van den Heer Queijssen(?).


Vrijdag 6 december 1822

Uitgaande post invnr 353. Brief van de permanente commissie aan ministerie van Binnenlandse Zaken over gezonden lijsten met bedelaars. transcriptie


Uitgaande post invnr 353. Brief van de permanente commissie aan prins Frederik over oncontroleerbare toestroom van bedelaars. transcriptie


Uitgaande post invnr 353. Brief van de permanente commissie aan minister Binnenlandse Zaken over bedelaars via de gouverneurs. transcriptie


Uitgaande post invnr 353. Brief van de permanente commissie aan de minister van Binnenlandse Zaken om te gaan werken aan een wezencontract. transcriptie


7 december 1822

Uitgaande post invnr 353. Koncept-missive aan Z.M. den Koning, verzoekende gunstige wijziging in de grondbelasting voor de koloniale gebouwen, en verklaring dezer gebouwen tot gestichten van weldadigheid, met betrekking tot de bestaande belasting op de deuren & vengsters, en de nieuwe belastingen, met 1 january aanstaande intevoeren.


Zondag 8 december 1822

Ingekomen post invnr 63. Brief van directeur Visser met ondermeer:


- over de ex-kolonist Nicolaas Verhulst.transcriptie

- over administratieve achterstand op de Ommerschans. transcriptie

Verder ontvangt de Permanente Kom­missie hier mede berigt dat in de kolonie is aangekomen, het huisgezin van Antonie Pelt en 8 wezen of armenkinderen van Dordrecht geannoncieerd bij missive dd. 28 nov. N77/11, doch dat deeze kinderen noch niet definitif zijn gevestigt of ingedeeld; daar alvo­rens dit te effectueren, ik wenschte te worden geinformeerd, of deeze kinderen niet uit aard van het kontrakt ten hunner behoeve aange­gaan, behoren te worden gevestigt onder huisverzorgers, of dat dezelven kunne wor­den beschouwd, als enkelde personen en dus bij andere huisverzorgers kunnen worden ingedeelt: tot meerdere opheldering deezer vraag dient, dat over het geheel genomen, de kinderen onder goede huisverzorgers gestelt, beter zijn, dan bij andere kolonisten. 63)



Dinsdag 10 december 1822

Ingekomen post invnr 63. De commissaris-generaal van Oorlog meldt dat de helft van het detachement voor de Ommerschans, bestaande uit een sergeant, twee korporaals en tien fuseliers van het garnizoen van Zwolle vertrokken zijn, verzoekende echter ook spoedig van de andere helft militairen gebruik te maken Ook houdt hij vast aan het opzenden van een officier, waarvoor nog een geschikte luitenant gezocht wordt. vermelding



ongev 10 december 1822, Drees komt als opziener naar de schans (brievenboek invnr 20)


Woensdag 11 december 1822

Huishoudelijke bepalingen voor het Bedelaarsetablissement aan de Ommerschans, den 11e December 1822, invnr 988. transcriptie


Donderdag 12 december 1822

Uitgaande post invnr 353. Brief permanente commissie aan ministerie van Binnenlandse Zaken over gezonden lijsten met bedelaars. transcriptie



Vrijdag 13 december 1822

Ingekomen post invnr 63. Brief van directeur Visser met ondermeer:

- Over de ex-kolonist Nicolaas Verhulst.transcriptie

- stuurt het gebruikte bestek van het bed gesticht met het bevindingsrapport van Hoffman

Eindelijk heb ik de eer hier bij te voegen een brief van de gebroeders Makkinga van Om­men, aanneemers van de boerenwoningen van kolonie no.5.

In de brief vragen de gebroeders Makkinga om betaling van de rekening, groot ƒ 5320,-.


13 december 1822, minister BZ, zendt in het dubbeld van het met Z. Exc geslotene kontrakt ter opneming van 1000 bedelaars in de Ommerschans, met Z.M. approbatoir besluit van 26 nov ll No 26 (brievenboek invnr 20)



Ingekomen post invnr 63. Uit een brief van de subcommissie Zaandam aan de Permanente Commis­sie:

Heeren bestuurderen van het Wees en Ar­men-huis dezer stad hebben zich bij de sub­kommissie vervoegd met verzoek om aan het bestuur der kolonien der Maatschappij de klagten van hunne wezen, bij contract in de kolonien overgenomen, te berigten. Hoezeer nu de subkommissie oordeelde, dat het de zaak van Heeren Armbestuurderen zelve was om deswegens zich tot UWE te vervoegen, zoo heeft zij echter op hunne instantie wel aan hun verzoek willen voldoen. Het is diens­volgens geheel uit hunnen naam en op hun verzoek dat wij UWE kennis geven van de klagten, aan ons medege­deeld, en tevens verzoeken, dat, in dien de zelve gegrond mogten bevonden worden, daarin voorziening gedaan wierde. De klagten komen hoofdza­kelijk hier op neder: dat die wezen in het algemeen alle vleesch en spek ontberen; dat met name Neeltje Dral, wonende bij Jelle de Vries, door het onvermogen dier menschen gebrek lijdt; dat zij alle klagen over gebrek aan de noodige kleeding, zijnde ongenoeg­zaam om hen tegen de koude te dekken.



Zaterdag 14 december 1822


Ingekomen post invnr 63. Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Commissie over grondaankopen bij de Ommerschans. transcripctie


Ingekomen post invnr 63. Visser zegt de verantwoording over oktober per post te zullen sturen aange­zien er door de vorst geen schepen meer varen.


Besluit der PK, Om aan den direkteur der Bataafsche Brandwaarborg Mij het verzoek der PK te herhalen om verwaarborging van de nog onverzekerde gebouwen aan de Ommerschans en in de vrije kolonien, en tevens dat om vergoeding der brandschade van een gebouw in kol 3 (brievenboek invnr 20)


Zondag 15 december 1822


Ingekomen post invnr 63. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

De werkzaamheden op het land buiten de O.S. door vorst als ander sints in dit jaargetij­de geheel of gedeeltelijk zijnde gestremt, en het derh. noodzakelijk is, aan de bedelaars meerder fabriek arbeid dan tot nu toe heeft plaats gehad, te verschaffen, zoo heb ik al­mede de eer hiermede te vragen authori­satie tot het aankopen van het benodigde vlas en de wol.



Maandag 16 december 1822

Ingekomen post invnr 63. Uit een brief van Ameshoff aan de Perma­nente Commissie over Van der Palm. transcriptie:


Brief subcie te Lisse, dringt aan op de spoedige plaatsing van de in de Ommerschans bij kontrakt optenemen persoon, als hebbende de Koninkl approbatie daarop reeds lang ontvangen
De opzending toegestaan 18 december, berigt aan de directeur 21 december, not 20 idem art 13. (uit brievenboek invnr 20)

Uitgaande post invnr 353. Missive aan den Gouverneur van Utrecht, in antwoord op die van ZHEG; houdende berigt dat de PK uit hoofde van de nog niet plaats gehad hebbende onderhandelingen over het Besluit van 6 november 1822 met den minister van BZ, de verlangde opgave niet kan doen.


Grondaankoop Veenhuizen, invnr 1173. transcriptie:




Dinsdag 17 december 1822

Minister BZ, zendt in een modelstaat, wegens den toestand der kolonien van de Mij, ter invulling en inzending in de maand January aanstaande → ingevuld en verzonden den 30 Jan: not 20 dec art 2 en 30 jan art 22 (brievenboek invnr 20)


Woensdag 18 december 1822

Ingekomen post invnr 63. Visser stuurt de verantwoording over oktober en enkele ander stukken.


Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 20. Het hoofdbestuur van het bedelaarsgesticht te Hoorn, verzoekt de terugzending, bij geschikte gelegenheid, van de door de bedelaars uit hun gesticht naar de Ommerschans medegenomen kleeding stukken.
Kopielijk gezonden aan den Direkteur om berigt 21 dec. Not 20 id art 17. Rescr 7 jan. Not 4 id art 7.

Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 20. Minister BZ, berigt dat de opzending van bedelaars, krachtens Z.M. besluit van 6 nov ll, zal geschieden in mindering van het gekontrakteerde getal van 1000; verzoekt dat de PK de opgave, in art 4 van dat besluit vermeld, aan den Gouverneurs doet toekomen; en meldt dat alleen voor den arbeid geschikte bedelaars zullen opgezonden worden.

Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 20. Minister BZ, meldt de HH Gouverneurs te hebben uitgenoodigd tot het doen van opgave van de vondelingen, verlatene kinderen, weezen en huisgezinnen welke men tengevolge 's Konings Besluit van 6 november ll No 13 in 1823 zoude verlangen geplaatst te hebben, om daarna het te sluiten kontrakt te bepalen → Notificatie. vermelding


Donderdag 19 december 1822

Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 20. Brief Visser met o.m. zendt in een missive van den Adj: Direkt: von Hoff, meldende de aankomst van 4 bedelaars uit de Prov: Drenthe; en verzoekende autorisatie tot het doen repareren van de Bed: kleeding. Vraagt autorisatie tot het doen aankoopen van eenige timmermans- en klompenmakersgereedschappen en werkhout; zendt in nom staten van aangekomene koln en van de geëmployn aan de Ommerschans; met verzoek om approbatie van de door de Direktie provisioneel aangestelde en genommineerde; (…) → de verlangde autorisatie verleend, en eenige aanmerkingen op de opgegevene geemployeerden van de Ommerschans gemaakt, 28 december, zie N95/12, not 27 id art 4 en 21 (brievenboek invnr 20) Verder:

Nog heb ik de eer te vragen authorisatie tot het aankopen van eenig timmer­mans en klompemakershout; terwijl dit laatste een art: is dat door de kolonis­ten, zoo binnen de Schans als in de vrije koloniën veel wordt gebruikt, en nagenoeg geheel van buiten wordt ingevoerd.
Voorts ontvangt de Permanente Kom­missie hier mede berigt dat de nieuw aange­stelde onderDirekteur Harlof zijn functien in het bedelaars instituut heeft aanvaart; 63)


Ingekomen post invnr 63. Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Commissie over grondaankopen in Veenhuizen. transcriptie:



Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 20. Brief minister van binnenlandse zaken, meldt de 2 opgegeven ongeschikte bedelaars uit t gesticht te Brugge, niet naar de Ommerschans te hebben doen afzenden.
Berigt aan de directeur 21 december, not 20 id art 18. vermelding


Vrijdag 20 december 1822


Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Commissie over de bouwkundige keuring van de Ommerschans. transcriptie:



Zondag 22 december 1822


Ingekomen post invnr 63. Brief van de subcommissie Enkhuizen aan de Permanente Commissie:
transcriptie


22 december 1822, brief Visser met ook: stelt voor, de behoefte aan kleeding voor de Bed, door de gestremde kommunikatie, uit het Algemeen Magazijn te remedieren (brievenboek invnr 20) Verder:

De onderDirekteur Harloff heeft mij te kennen gegeven liefst niet tot het houden eener win­kel te zijn verpligt, om reden vooreerst en voornamelijk dat deeze hem in het behoorlij­ke uitvoeren zijner eigentlijke werkzaamhe­den zouden belemmeren; ik ben zelf van dat gevoelen, en het is uit dien hoofde dat ik de eer heb de Permanente Kommissie in consi­deratie te geven, of het niet met de belan­gens der Maatschappij zoude stroken eenen anderen tot het houden eener winkel of het verkopen van eenige goederen, welke tot veraan­genaming des levens zoo wel als voorziening in volstrekte behoeftens, kunnen strekken, toe te laten; dan in zodanig geval zouden aan hem, wie deze toelating mogt verkrijgen, een locaal voor den winkel zelve en zijn inwoning behoorde te worden aange­wezen, en hier toe is geene plaats voorhan­den. Het geschiktste middel van dit aan ie­mand anders te brengen zoude mijns inziens zijn, twee onderofficie­ren-opzieners van za­len, namentlijk, een in het mannen en een in het vrouwen kwartier, die daar toe genegen waren, het houden eener winkel, onder zeke­re voorwaarden toe te staan; en tot dat einde hunne woningen, die tevens voor de winkel konden dienen eenigzints te approprieren.

- over de aankomst van een detachement militairen op de Ommerschans. transcriptie

Ook is nog aangekomen de persoon van Drees, door de Perm. Kommis­sie tot opziener eener zaal aangewezen. 63)



Maandag 23 december 1822


Ingekomen post invnr 63. Brief van de subcommissie Rotter­dam over Van der Palm. transcriptie

Ingekomen post invnr 63. Brief van Johannes vd Bosch aan W.A. Oc­kerse over grondaankopen Ommerschans. transcriptie:



Dinsdag 24 december 1822


Dec 24 Vledder, geboorteakte, 27 december 1823, aktenr. 48
Kind: Johanna Kornelia van der Heide, geboren te Frederiksoord (Vledder) op 24-12-1823, dochter van Johannes van der Heide, beroep: arbeider; oud: 56 jaren, en Johanna Maria van der Haan, oud: 40 jaren.

Cirkulaire aan de Heeren Gouverneurs der Noordelijke Provincien, houdende opgave van het getal Bedelaars, dat door elk, ingevolge zijne majesteits besluit van 6 november 1822 N15, en tot volmaking van het met den Minister gekontrakteerde getal van 1000, overeenkomstig dat kontrakt, naar de Ommerschans kan worden opgezonden, invnr 353. transcriptie


26 december 1822

26 december 1822, Missive aan den Minister van Binnenlandsche Zaken & Waterstaat, houdende het bij deszelfs missive van 18 dec 1822 gevraagd berigt, omtrent de aankomst van 12 bedelaars uit het depot de Mendicité  te Brussel in de Ommerschans, (= opschrift op uitgaande brief invnr 353).

26 december 1822, Missive aan den Minister van Binnenl Zaken; houdende accusatie der receptie van deszelfs beide missives van 18 dec ll, N22 & 26 BZ, en mededeeling der wijze waarop door de PK aan laatstgem is voldaan, (= opschrift op uitgaande brief invnr 353)

26 december 1822, Konduktoire missive aan ZKH Prins Frederik der nederlanden, van 2 missives van den Minister van Binnenl Zaken van den 18: dezer, de daaruit voortgevloeide cirkulaire der P.K. aan de H.H. Gouverneurs der N. Provincien en van het antwoord der P.K. op die der Minister (= opschrift op uitgaande brief invnr 353).


Vrijdag 27 december 1822


Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

1. Dat ten gevolge der missive tot de opname van het ond. Direkteurshuis buiten de Schans, gebouwd door E. Nuijs, en der zes boerenwoningen aldaar, door Makkinga ver­vaardigt; is gequalificeert R. Elsinga; van zijnen bevindingen gaan de rapporten hier nevens.

3. Dat bij plaatselijk onderzoek na den toe­stand der wezen van Zaandam het mij ge­bleeken is, de in de missive dier subkommis­sie vermelde klagten geheel ongegrond te zijn; terwijl zij alle ontkennen eenige klagten te hebben ingezonden, ten zij men daar van wilde uitsonderen Neeltje Dral, welke voor nu bijna 4 maanden geleeden met verlof zijnde, heeft gezegt geen spek of vleesch te genie­ten, maar overigens te zijn goed gevoed, en van al het nodige voorzien: het geen mij te meer waarschijnlijk voorkomt, daar juist om­trent dien tijd ik met haar lang en veel heb gesproken, naar hare toestand informeree­rende, en ook toen verzeekerde zij mij geen klagten te hebben. Haar broeder Muus Dral ingedeelt bij J. Verra is zeker de eenige die reden van klagten zoude kunnen hebben, als zijnde Verra met een talrijk gezin belast; doch niet tegenstaande deeze schijnbare reden, heeft Muus Dral mij nimmer over iets geklaagt; maar heeft integendeel wel eens geld van zijne oververdiensten aan zijne zus­ter gegeeven. Verder is Johannes Verwer ingedeelt bij Poelstra ook zeer goed en te vreeden; tot een klijn bewijs daar van kan strekken dat, hij een en ander aardigheden voor zijne huismoeder maakt; in ledige uren, des avonds nog. Martje Bas, bij Hoogmoed gehuisvest, heeft nu voor twee dagen juist een brief naar Zaandam geschreeven, die ik nog heb kunnen lezen, en waarin niet een woord naar klagt gelijkende wordt gevonden. Hille Ratelband bij de wed. Bosch ingedeelt, kan als een voor­beeld van te vredenheid in alle kolonien worden aangewezen en eindelijk Jan Post, bij de wed. Molenbroek, huisver­zorgster in kol. no.3 een voorbeeld van prop­riteit; kan niet ander dan goed geplaatst zijn; alle zijn en waren altijd zeer goed gekleed en nu de varkens geslagt zijn, eeten zij bijna dagelijks spek; terwijl zij in den zomer zeker niet alle dit zoo veel zullen hebben genoten.
4. Aangaande de brief van hoofdbestuur­deren van het bedelaarsge­sticht te Hoorn, ik van oordeel ben dat de bedelaars uit dan gesticht evenmin als eenig anderen geheel zonder kleding kunnen worden verzonden; terwijl dat geene wat de bewuste bedelaars aanhadden niet anders dan als bede­laarslom­pen kunnen worden beschouwd, blijkens het berigt van de Heer adj. Dir. von Hof; waar van zoo wel als van Z.Ed.Gestr. korrespon­dentie met het bewust Hoofdbestuur kopie hier nevens gaat. Waarom ik de eer heb de Permanente Kommissie in consideratie te geeven of wel eenige der kleeding stukken behoeven te worden teruggezonden, en dan zeker slegts dat, wat niet in de gierbak is geworpen.

Bijgevoegd is het rapport van Elzinga, waarin deze stelt dat het onderdirec­teurshuis in goede staat is, maar dat in de boerenwonin­gen dunnere balken zijn gebruikt dan was afgesproken. Bijgevoegd is ook een brief van von Hoff, waarin ondermeer staat:

Toen ik van de zijde van de sekretaris Bak­ker in tegenwoordigheid van de Kommissio­naris van het Ministerie gevraagd wierd, of ik meende dat het gestigt te Hoorn verpligt was, om de aftegeven bedelaars met hunne kle­ding te laten vertrekken, wist ik niets te ant­woorden dan dat zoo lang men veron­derstel­len moest dat deeze menschen niet volstrekt nakend te Hoorn waren gekomen, zoo lang ook het gestigt verpligt was, aan hun bij het ontslag kleding te verstrekken; dat voor het overige die kleding van een zoo gering alloij was, dat over dezelve bezit wel geen twist te verwagten was.
De mannelijke bedelaars namentlijk droegen een buis, pantalon en muts van grof hennep touw geweven; de vrouwen een borstrok en rok van het zelfde goed. Het wordt in het gestigt zelf geweven en van daar ook tot dwijlen en vijlen verkogt. Het was meestal in zoo slegt een staat en dermate vol ongedierte dat ik die klederen, voor zoo veel dezelve zich niet volstrekt tot de gierbak qualificeerde dadelijk moest doen uitkoken. Meerder stukken hebben deeze proef niet doorstaan; de overige zijn op de zolder opge­hangen om te drogen, en hangen daar nog tegenwoordig.
Ik was verwondert in 't eerste van dee­zen maand eene brief van de Heeren hoofd­bestuurders van het Hoornsche bedelaars­gestigt te ontvangen, dewelke ik in origine hier bij voege, en konde mij niet wederhou­den, het antwoord in kopie hier insgelijks bijgevoegd daarop te geeven; ingevolge van het welk antwoord die Heeren zich niet ont­zien hebben de medegedeelden brief aan de Perm. Kommissie te schrijven, waarin van beloft van terugzen­ding word gesproken, dewelke ik ontken, en waarin die kledingstuk­ken op ƒ329- worden geschat, die, aan het getuigenis van alle experten en cipiers zij dit overgelaten, geen ander waarde dan die van 't gewigt van oude zoutzak­ken hebben.

In de brief aan het hoofdbestuur van Hoorn houdt von Hoff het beschaafder en stelt hij voor een bestaand transport voor de nog overgebleven kleding­stukken af te wachten daar anders de kosten van de vragt welligt niet door de waarde der gemelde kleding­stukken gedekt zoude worden. 63)


Ingekomen post invnr 63. Brief van Ameshoff over Van der Palm. transcriptie





Zondag 29 december 1822

Ingekomen post invnr 63. Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie, met ondermeer:

- een deserteur van de Ommerschans. transcriptie

- het eerste sterfgeval onder de bedelaars op de Ommerschans. transcriptie




In map Post 1822 12 zit een personeelsoverzicht van de OS per 31-12, waarover Falck begin 1823 vragen moet beantwoorden.




Dinsdag 31 december 1822


Ingekomen post invnr 64. Brief van Ameshoff over Van der Palm. transcriptie

Uitgaande post invnr 353. Brief van de Permanente Commissie aan de subcommissie Enkhuizen:
transcriptie