Naar het overzicht
van de POST







De POST van juni 1822

Diverse stukjes zouden ook nog naar subcommissie moeten.
Dat iets als ingekomen post in het brievenboek staat betekent hoogstwaarschijnlijk ook dat het zich bevindt in de ingekomen post, maar dat heb ik dan niet zelf gezien.

1 juni 1822
Ingekomen post brievenboek invnr 20. Subcommissie Vlissingen, draagt voor het verzoek van den Huisverzorger Ganzinga, om zijn zoon van 5 ½ jaar, te Vlissingen achtergelaten, in de koln bij zich te mogen hebben; dingend verzoekende hieraan te voldoen. Kopielijk aan den Directeur om advys gezonden den 5 juny; zie 33/6; not 4 id art 12; geakkordeerd  rescr 13 juny not 12 id art 13.

1 juni 1822 Ingekomen post brievenboek invnr 20. Subcommissie Leiden, doet eene nadere voordragt ter vestiging van een persoon in plaats van den gedeserteerde bam Nachaum???, zijnde zekere A. Piket, verzoekende hem met het huisgezin van H. Hendrikse te mogen opzenden.
1 juni 1822 Ingekomen post brievenboek invnr 20. Subcommissie Monnickendam, verzoekt tengevolge ontvangen approbatie op het kontrakt van besteding van P. Meij in de Ommerschans denzelve thans te mogen opzenden.
2 juni 1822
Ingekomen post invnr 61. Directeur Visser denkt de komende week ƒ5000,- no­dig te hebben en zal de kwitantie van Nuis voor de ƒ10.000,- opsturen.





4 juni 1822

 A. K. Tam, Luit. op Z.M.'s schip de Zeeland, aan de Helder, dringt aan op deszelfs verzoek om ontslag van zijn neef J.J. Tam, uit de koln, als zijnde hij reeds als stuurmansleerling onder zijne direktie, aangesteld. (brievenboek invnr 20)

Andermaal aan de subc Rotterdam geschreven om t verlangd advys van besteders (zie N 35/6 hierna en hiervan Tam berigt 5 juny, not 4 id art 14. (brievenboek invnr 20)


Woensdag 5 juni 1822

Ingekomen post invnr 61. Visser stuurt weekstaten en verzoekt nog­maals om de prijzen van bedelaars­kleding en -huisraad.


Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. 36/6 A.G. Volkerse te Monnickendam, verzoekt restitutie van de te veel betaalde bestedingspenningen voor de overleden B.N. Craaij. rescr 13 juby, not 12 id art 3. vermelding
-
Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. 37/6 Subcommissie Rotterdam, meldt de genoegenneming van t Algemeen Armbestuur aldaar in het ontslaan der bestedelingen J.J. en M. Tam, en de nadere vervulling dezer vacatures.

Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief 36b/6 minister van binnenlandsche zaken & waterstaat, zendt in de verlangde reglementen van bedelaarsgestichten, om, na gebruik, terug te zenden. Teruggezonden 17 juny. vermelding


Donderdag 6 juni 1822

Ingekomen post invnr 61. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Verder heb ik de eer de Permanente Kom­missie te informeren dat bij mij zijn ingeko­men klagten tegen den huisverzorger Nieuw­ervaart in kol. no.3 en Hubert in kol. no.4 zoo van de ond. Direkteur en wijkmr. als van de kinderen zelve: de eerstgen. en deszelfs vrouw maken zich schuldig aan misbruik van sterken drank, verkopen of verpanden van koloniale goederen en verzuim van het ver­vullen hunner pligten aangaande de kinderen, zoo door hun niet behoorlijk te reinigen als andersints; deeze zijn voor de Raad van Opzieners in kol. no.3 gebragt, en door deze naar de van Policie te Steenwijk verwezen, waarop zeker het zenden naar de Ommer­schans zoude zijn gevolgd; doch Nieuwer­vaart zijn ontslag als huisverzorger vragende is hier aan vooreerst geen gevolg gegeven. Tegen Hubert zijn de klagten van eenen an­deren aard. Deeze schijnt de kinderen te mishandelen, hij, maar bijzonder zijne vrouw, hun door vloeken als andersints een slegt voorbeeld gevende; voorts de goederen der kinderen te verwaarlozen en hun te dwingen naaij en stopga­ren enz. van hun zakgeld te kopen; alle dingen regtstreeks tegen de plig­ten eener goede huismoeder of opvoedster van wezen, zoo wel als tegen de koloniale instellingen en bedoelingen strijdig: waarom ik dan de vrijheid neem de Permanente Kom­missie te verzoeken, het daar heen te willen dirigeren, dat gen. huisverzorgers worden ontslagen en door betere vervangen.



Zondag 9 juni 1822

Ingekomen post invnr 61. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- over bedelaars uit Delft en Monnickendam. transcriptie

naar onderwijs Bijgevoegd is het maandelijks verslag der scholen. Vooral in kolonie 1 was het bezoek hoog, ook de oudere jongens kwamen na het werk na de avond­school. In deze kolonie zijn beide onderwijzers ziek geworden en is Mid­del­boer zelfs gestorven. Hij was een jonge­ling, die, hoewel met geen pralende vlijheid begaafd, een zeer goed klassikaal onderwijs gaf en zig vooral toeleg­de den kinderen be­schaafdheid en deugd eigen te maken.

In Willem­soord is het schoolbezoek minder geweest, waarom Van Wolda voorstelt om er een zondagsschool te openen, waarvoor al contact is opgenomen met de predikant.



Dinsdag 11 juni 1822

Ingekomen post invnr 61. Visser stuurt weekstaten.

- 46/6, besluit PK, om aan Z.K.H. Prins Frederik der Nederlanden ter approbatie toetezenden, een koncept van eene aan de SubKommissien te Schoonhoven, Naarden en Tilburg  door Hoogstdezelven af te zenden missive van adhortatie(?) wegens hunne achterlijkheid in de verantwoording over 1819, 1820 & 1921. (brievenboek invnr 20)

- 47/6 Wageningen, afrekening 1821. (brievenboek invnr 20)

- 48/6 directeur Visser No 97, mandaten ontvangen, advyseert om aan den huisverz. Ganzinga de inname van zijn zoon te akkorderen; en om de dadelijke vestiging van 11 bedelaars zoo mogelijk nog wat uittestellen; meldt de desertie van A. Hoekes(?) van Harlingen; vraagt ontslag voor P. Latour en H.C. Harskamp die zich in de echt willen begeven; zendt in kopie missive besteders van Harderwijk vragend ontslag voor C. Hendriks en ???, mutatiestaat van 8 personen, schoolrapporten over mei  (brievenboek invnr 20)


Woensdag 12 juni 1822

Ingekomen post invnr 61. Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Commissie:

Frederiksoord den 12 juny 1822

WelEdele Heeren!

- over aankoop gronden van baron van Dedem bij de Ommerschans. transcriptie

Ik heb een gift van ƒ50- in bankbriefjes ontvangen ten behoeve van kolonisten van Mejuffrouw Hofman. Ik stel voor daar over bij mandaat ten behoeve van de Maatschappij te disponeren, dan word hetzelve op een doel­matige wijze aangewend. Ik kan dezelve afgeven aan de Direkteur die dezelve in ont­vangst nemen kan.
Waardenburg voldoet tot dus verre, zo ten aanzien zijner bekwaam­heid als activiteit uitmuntend wel.

- over personeel voor het bedelaarsgesticht. transcriptie

De droogte heeft tot dus verre nog gee­ne grote zichtbare schade in de kolonie aan­gericht. Houd de droogte echter nog een week zo aan, dan zullen wij veel nadeel lij­den. Het roest begint zich bij ons in de rogge te vertonen. Buiten de kolonien zijn daar door reeds uitgebreide stukken ver­teerd. Wij heb­ben daar van tot dus verre minder dan ande­ren geleden omdat wij veel dieper gebouwd hebben. Maar tegen de tegenwoordige droog­te, houd die nog lang aan is niets bestand.
Met betuiging van hoogachting heb ik de eer te zijn

UWelEd DWDienaar
J. van den Bosch




Vrijdag 14 juni 1822

Ingekomen post volgens het brievenboek invnr 20. Prins Frederik, zendt het koncept van 11 juni terug met enige aantekeneningen en wacht nu het origineel af.

Ingekomen post volgens het brievenboek invnr 20. Brief 64/6 Epe zendt het contract van haar bedelaar in. vermelding


Zaterdag 15 juni 1822

Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Commissie:

Frederiksoord den 15 juny 1822

WelEdele Heeren

De gebouwen zijn thans zo ver gevordert dat een 50tal famillien kunnen worden opgezon­den en voor de overige kolonisten ook eer­lang plaats zal zijn.
De droogte houd nog bij voortduring aan. Op de rogge, aardappelen, klaver en haver in de kolonie N1 is dezelve tot dus verre van geen merkelijk schadelijke uitwerking ge­weest, zijnde dit het gevolg van eene grote vrucht­baarheid en vroege zaijing en diepe grondbereiding, daar hier door spoedig be­derf en die dus de uitdroging voorgekomen word.
In de kolonie N2 heeft de rogge mede bijna niets geleden, de aardap­pelen zeer weinig, de haver iets meer en de klaver mer­kelijk. Thuingroenten zijn geheel weg. Is ook deze kolonie nog een jaar gebouwd dan zal dezelve minder gevoelig zijn aan de afwisse­ling van het weder.
Kolonie N(3) begint meer van de nadeli­ge invloed te lijden. De aardappelen echter houden zich goed, de rogge tamelijk, de kla­ver minder. Koomt er nog spoedig regen dan zal het wel gaan.
N4 en 6 leiden veel van de droogte. Veele echter zijn daar nog niet ingezaaid uit hoofde dat het nutteloos was het zaad uitte­werpen welker kiem in deze nieuwe gronden spoedig zou verstikt zijn. De aardappelen komen tamelijk goed voor de dag, maar de droogte moet niet aanhouden. Klaver en spurrij heeft er zeer geleden, maar ook de regen waarop ik thans hoop zal hier nog alles herstellen.
Met betuiging van hoogachting heb ik de eer te zijn

UWelEd DWDienaar
J. van den Bosch 61)



Zondag 16 juni 1822

Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Verder te berigten dat Mevrouw Hoofman uit Haarlem welke voor eenige dagen de kolo­niën met een gezelschap bezogt, na Haar Ed. vertrek heeft gezonden aan ZHEdGest. den Heer 2e Adsessor, twee bankbriefjes, ieder ter waarde van ƒ25,-, met verzoek om daar van ten behoeve der kolonisten gebruik te maken. 61)


Maandag 17 juni 1822

Brief PC aan min BZ

's Hage, 17 juni 1822

Hoog Edel Gestrenge Heer!
In voldoening aan het gevraagd bij UwHEG missive van den 26 maart ll om toezending van een projekt kontrakt, met Uwe Excellentie, ten gevolge van het daarbij ontvangen afschrift van Z.M.'s besluit van den 13: te voren N 22 voor de overname en vestiging van 1000 bedelaars aantegaan, en om opgave van het tijdstip waarop dezelve naar de etablissementen der Mij zullen kunnen worden overgebragt, - heeft de Perm Komm bij dezen de eer Uwe Excellentie hiernevens zoodanig kontrakt aantebieden, waarop zij - ten einde hetzelve op den daarbij versnelden tijd effekt zoude kunnen sorteren - Uwer Excellenties approbatie of wijzigende aanmerkingen tijdig zal inwachten; terwijl het der Perm Komm te aangenamer zal zijn, indien Uwe Exc volgens de laatste zinssnede deszelfs bovengem missive, verkiezen mogt, in plaats van één kontrakt, meerdere te sluiten, voor de overname van mindere getallen der te vestigen bedelaars - tezamen uitmakende het getal van 1000.
Eindelijk heeft zij de eer Uwe Exc hierbij te retourneren de bij deszelfs missive van 4e dezer toegezondene reglementen van bedelaarsgestichten, waarvan zij bij het het koncipieren van het bedoelde kontrakt, het noodig gebruik heeft gemaakt.

Uwe Excellentie gelieve tevens de betuiging harer ware hoogachting aan te nemen.
(invnr 353)


Het conceptcontract overname 1000 bedelaars dd 17 juni 1822 (invnr 960):
(NB bij Post uit juni 1822, invnr 353, zit ook een contract met tijdaanduiding 17-06, maar dat is abuis, dat is het contract uit februari)
Zie http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/1822_06_17conceptcontract.html

P. Snoeck, rentmr van het gereformeerd weeshuis Delft, verzoekt ontslag uit de koln voor hunnen bestedeling J. Goeyer, en het door hem verleende ontslag aan A. van der Beek, per missive aan den direktie gemeld, mede te appuyeren. (brievenboek invnr 20)
Ontslag geakkordeerd tegen sept & okt 1822 met berigt aan regenten 5 of 15 aug, not 12 aug art 4. (brievenboek invnr 20)


Dinsdag 18 juni 1822

Ingekomen post volgens brievenboek invnr 20. Brief 89/6 Subcie Delft, meldt genoegen te nemen in het uitstel ter overname van den 10 bedelaars tot 31 july aanstaande; verzoekt echter spoedige plaatsing van het gezin van De Bruijn, uit de kontributie; doet aanvrage ter plaatsing van zekere N. Schuurman, desnoods in de Ommerschans. vermelding


Woensdag 19 juni 1822

Visser stuurt de maandelijkse berichten voor de Star en een rapport over de gezondheid door Schuurman, beide niet aanwezig. 61)



Donderdag 20 juni 1822

Visser stuurt de gerectificeerde maandstaten over juli tot en met november 1821. 61)

Subcommissie Leeuwarden, draagt voor ter remplacering van de ongeschikt bevondene huisverzorgers Hubert en vrouw, den bij de PK reeds bekenden J.H.Horst, met vrouw en 1 kind, welk laatste zij hoopt dat geen bezwaar zal opleveren. gedesigneerd, rescr 24 juny en advys aan den direct zie N 121/6, not 23 id art 21. (brievenboek invnr 20)

22 juni 1822

22 juni 1822, Koncept-antwoord aan de Minister van Justitie, op deszelfs missive van 11 juni 1822, wegens de kontraktering over twee kinderen van gedetineerde ouders.  (= opschrift op uitgaande brief invnr 353)


Zondag 23 juni 1822

Visser meldt dat de nachtvorst van eergiste­ren in de wijde omtrek grote schade aan de oogst heeft veroorzaakt, maar dat de veldge­wassen in de koloniën niet of nauwelijks hebben geleden. 61)


Maandag 24 juni 1822

Brief 132/6 Diakenen der Doopsgezinde Gem te Harlingen, accusseert de ontvangst van het mandaat ad f 60.- tot restitutie van te veel betaalde best penningen voor T. Bensonides. (uit brievenboek invnr 20)

Dinsdag 25 juni 1822

Brief van de subcommissie Monnikedam na een bezoek aan de kolonie.transcriptie

61)



Donderdag 27 juni 1822

Uit het brievenboek:
Besluit der P.K. Om aan den Minister van Marine aantevragen 't gebruik van het Konk vaartuig de Borias of Ëolus ter overvoering van den Hr. Mr. J.C. Faber van Riemsdijk, in kommissie voor de M. van W., naar Zwart­sluis, Blokzijl of de Lemmer, naar mate der gelegenheid, tegen 29 juny aanstaande van Amsterdam. 20)
- Subcommissie Grave, gaar Frankot opzenden. (brievenboek invnr 20)
- Subcommissie Texel, zendt stam- en kleedinglijsten in van de op te zenden kinderen. (brievenboek invnr 20)

27 juni 1822, Missive aan de Minister van Marine, verzoekende S K's vaartuig de Boreas of Eolus, ter overvaring van Amsterd naar ZwSl of elders van den Heer Faber van Riemsdijk c.s., tegen 29 juli.  (= opschrift op uitgaande brief invnr 353)


Vrijdag 28 juni 1822

Uit een brief van Ameshoff aan de Perma­nente Commissie:

Bij het opmaken der staat voor Z.K. Hoogh. heb ik ontdekt in de door UWE goedgekeurde maandstaat van febr: ll., en wel in de kolom­men der manda­ten, een verschiloptelling eene groote, ronde som uitmaken. Ik verzoe­ke UWE dringend zulks spoedig na tezien, ten einde ik eindelijk van het jaar 1821 ver­lost worde. 61)

Subcommissie Utrecht meldt dat gezin Montanus vandaar per schip direkt naar de koln zal afreizen, buiten koste der Mij. (brievenboek invnr 20)

28 juni 1822, Missives aan Kol, Leesberg & Sijpkens ter opvraging van de koncept-artikelen omtrent de bedelaars vóór 1 juli, invnr 353,

Zondag 30 juni 1822

Uit een brief van Ameshoff aan de Perma­nente Commissie:

Na ontvangst van uwe missieve van gister heb ik heden nacht, nadere optellingen en vergelijkingen gemaakt, en bevonden de staat van febr. ll. akkoort is. Ik schrijve de verzuiming toe aan het ongemakkelijke, om drie maanden lang de rekingen onafgesloten te houden. En verzoeke verschoning voor de moeite UWE veroorzaakt. 61)


Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Daar de menigte kinderen welke successif naar de koloniën zijn opgezonden, is reeds het grootste getal der huisgezinnen van een of meer ingedeelden voorzien, immers zulke huisgezinnen welke daartoe geschikt zijn; waarom ik het nodig heb geacht huisverzor­gers, wanneer die zich presenteeren en mij voldoende voorkomen, aanteneemen: op deeze wijze zullen zes der onlangs uit 'S Hage geaariveerde kinderen bij huisverzor­gers worden geplaatst; hopende hier mede niet strijdig met de intentie der Permanente Kommissie te handelen. 61)

Het wordt Visser toegestaan om huisverzor­gers aan te nemen.








Visser geeft een uitgebreide toelichting op diverse onduidelijkheden in de verrekeningen over het jaar 1821. Bijgevoegd zijn een sta­pel briefjes, kennelijk een soort van betalin­gen. Een voorbeeld:

Goed voor ƒ1000-
De Heer P.J. Ameshoff. UEd gelieve te beta­len drie dagen na zigt aan de order van den Heer W. Visser eene somma van duizend gulden; en zulks te stellen op rekening der Maatschappij van Weldadigheid.
Frederiksoord 26 aug 1821

Op de achterkant:

Door mij aan de order van W. Reese waarde genoten
Visser

Door mij aan A. Schuttelaar waarde genoten
W. Reese

Door mij aan J. Heerten of order de waarde ontv.
A. Schuttelaar

Door mij aan J. van Delden of order
J. Meesters

Door mij aan toonder J. van Delden voldaan
4 sept. 1821 A. Brentano 61)


Delft meldt het vertrek van het gezin de Bruin. (brievenboek invnr 20)