Naar het overzicht
van de POST







De POST van APRIL 1822

Maandag 1 april 1822

Ingekomen post volgens brievenboek met  invnr 20. 16/4 Subcommissie Zwolle: Stelt tot definitief saldo harer Rek. C. over 1821 disponibel f 104,-  voor nog ontvngen kontribn van Hasselt en Zwartsluis met verzending van 2 nom. Staten en verbruikte kwitantien daartoe betrekkelijk. Herhaalt haar verzoek om Rek. Cour. Met de Mij wegens de plaatsing van huisgezinnen – In handen van dhr VR, Notulen 12 april art. 4, rescr. 5 junij, Notulen 4 idem art 33.



Dinsdag 2 april 1822

Ingekomen post invnr 61. Brief van Johannes vd Bosch aan W.A. Oc­kerse:

Frederiksoord den 2 april 1822
De Heer van Royen c:s:, mijn waarde Heer Ockerse, heeft in der tijd ingezon­den een stuk bij het welke de eigendom der gronden, door welke het kanaal van Frederiksoord naar Steenwijk geprojecteerd was vrijwillig aanboden de daar toe vereischte gronden vrijwillig aftestaan. Een dito stuk is ingezon­den of door het bestuur van Blokziel of door de Heer Schuurman met de Heer van Roijen wegens den vrijwillige afstand der gronden bij Muggebeek ten dienste van het kanaal van Steenwijk naar Blokziel. Beide de stukken heb ik thans nodig. Ik weet zeker dat die in het archief der Maatschappij verkeeren­de zijn. Mag ik u wel verzoeken van die te doen opzoeken en mij zo spoedig mogelijk per poste te doen geworden, daar die besturen voornemens zijn permissie aan de Koning te verzoeken om het geprojecteerd kanaal aan­teleg­gen en zich nader met de Maatschappij te verstaan over de wil en wijze waarop zulks uitgevoerd zal worden. Vooral verzoek ik u deze spoed daar de zaak van gewigt is. Ge­looft mij inmiddels
TT    VdBosch

Vrijdag 5 april 1822

Ingekomen post invnr 61. Visser stuurt enkele stukken waaronder:

- het maandelijkse verslag van de onderwijzers. transcriptie


Provinciaal kommandant Noord-Holland, zendt contributies in (brievenboek invnr 20)



Zaterdag 6 april 1822

Ingekomen post invnr 61. Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Commissie, met bijgevoegd bestek van het bedelaarsgesticht. transcriptie:



6 april 1822 Diakenen der vereenigde doopsgez gem te Haarlem, melden hun verlangen ter plaatsing van het gezin van A. de Haan,  bij kontrakt a 25 gulden per hoofd. Vragen deswege nader opheldering, als omtrent tijd en wijze van opzending en te presteren garantie. rescr 15 april met toezending van het begeerde kontrakt in duplo Not 12 id art 50.  (brievenboek invnr 20)

6 april 1822 Provinciaal Kommandant Noord-Brabant, zendt in de verlangde stamlijst, van het voor de koln uit de provincie gedesigneerde huisgezin van Hendrik Henrick, sterk 7 hoofden, Notificatie, not 12 april art 6/  (brievenboek invnr 20)




Zondag 7 april 1822

Ingekomen post invnr 61. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie over desertie door jongeren. transcriptie:


grotendeels in trascriptie bij Verhulst, maar kan/moet ook elders


Dinsdag 9 april 1822

Ingekomen post invnr 61. Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Commissie

Frederiksoord den 9 april 1822

over het te bouwen bedelaarsgesticht. transcriptie:

In de voorgaande week heeft de Heer Direkteur mij bij gebrek aan penningen een wissel van duizend gulden gevraagd op de kassier. Ik meende dezelve door ZijnE gead­viseerd. Dan oordeelde te laat dat ik mij dien aan­gaande bedrogen had. Ik zal intusschen dat erreur doen herstellen en verzoek UWel­Ed deze wissel te doen trekken en door een mandaat vervan­gen.

(...)

UWelEd DWDienaar
J. van den Bosch 61)



Woensdag 10 april 1822


Ingekomen post invnr 61. Brief van Benjamin vd Bosch aan de Perma­nente Commissie. transcriptie





Vrijdag 12 april 1822

Ingekomen post invnr 61. Visser stuurt een rapport van opziener Elsin­ga over de staat van de herstel­de spinza­len in de kolonie:

De spinzaal te Frederiksoord - no.4 - is vrij wel gebouwt of herbouwt. Dat de muren ge­scheurd zijn kan na mijn inzien niet aan de slegtheid van het werk, maar moet aan de sterke wind en aan de inrigting van het ge­bouw toege­schreven worden; ik zou het noodzakelijk oordeelen om in zulk een ge­bouw zonder binnen muren, 3 a 4 gebinten te zetten met goede krebiels er in, en daar de muren met goede ankers aan vast en dan de kap wat lager, zoo steijl niet. Als die wat vlakker was kon de wind er zoo goed geen vat op krijgen.
De spinzaal op Willemsoord heb ik UEd in mijn rapport van den 23 maart ll. de voor­naamste hoofdgebreken opgegeven en die zijn niet verandert of verbetert en kunnen ook niet verholpen worden of de zaak moet bijna tot de grond toe worden afgebroken. De mu­ren staan niet in het lood en zijn heel slordig gemetzelt en de kap die er op staat deugt ook niet zoo dat het geen mannen maar kin­der werk is, en zoo mij het werk zelf aanging er geen duit voor zou betalen, voor en al eer hij niet wederherbouwt was. En wat de kalk aangaat die is na mijn inzien ook te veel met zand vermengt. De kalk daar de zaal voor de eerste wijs met gemetselt is, was nog geen vastigheid in en kon met de vinger - na 1½ jaar gezeten te hebben - kongereren(?) wor­den. En daar altijd zulk zuiver wit zand tot de kalk gebruikt wordt, zou men op het oog zeggen dat zij vrij goed was, en ik zie ook geen kans om ze goed te krijgen, of ze moet altijd onder opzigt toe gemaakt worden of zoo ik met Zijne Excel­lentie den Heer van den Bosch versproken heb, dat haar voor elke duizend steen twee ton kalk gegeven word.
Hier mede verblijve ik, en meen genoeg gezegt te hebben tot de afkeuring van de spinzaal te Willemsoord.

Ingekomen post invnr 61. Visser stelt voor Oosterloo niet te betalen eer enkele deskundigen zijn gebouwen hebben gecontroleerd.


Ingekomen post invnr 61. Visser stuurt de rekeningen en verantwoor­dingen over april, mei en juni 1821. 61)


Ingekomen post invnr 61. De subcommissie Stavoren meldt dat bijna alle leden verhuisd zijn, gestor­ven zijn, dan wel hun lidmaatschap hebben opgezegd. De subcommissie heeft zich dientengevolge ontbonden. vermelding


Ingekomen post invnr 61. Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Commissie over het te bouwen bedelaarsgesticht. transcriptie



Ingekomen post volgens brievenboek:invnr 20. De Grietman van Wymbritseradeel: Zendt in het dubbeld van het vernietigde kontrakt D 5 februari 1821. Verzoekt opgave van den aanvang van het in de plaats geslotene kontrakt met de SubK der grietenij – rescr 25 april, Notulen 24 idem art 14. 20)

Uitgaande post invnr 353. Missive aan den Heer Minister van Binnenlandsche Zaken met verzoek om de bij art 4 van 's Konings Besluit van den 13 maart 1822 N22 vermelde reglementen van de bedelaars-werkhuizen, aan de P.K. tot 't nodige gebruik te willen inzenden vermelding


Zaterdag 13 april 1822

Ingekomen post invnr 61. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Kopie eens briefs van den kolonist Koppejan; verzoekende zijn ontslag uit de kolonien; en daar dit reeds meermalen is geschiedt, zelfs zoo in meen door de Perm: Komm: geakkor­deert; neem ik de vrijheid met overleg des Heeren 2e ads: haar te verzoeken, mij tot het verleenen van dat ontslag finaal te authori­seeren; kunnende de schulden door Koppe­jan gekontrakteert, wel uit zijne ingeleverde en te veld staande oogst worden vergoed.

Bijgevoegd de brief van Koppejan:

Aan Zijne Exelentie J.G. vd Bosch
Mijn Heer
Gehoort hebbende UE besluit wegens de koloniale kleeding en den sterken aandrang daartoe en mijzelven hiertoe buitenstaat be­vindende, te meer dar ik gedurende mijn verblijf alhier tot mijne grote voordelen onder toelatingen mij zelven hiervan ontrokke heb­be, te meer daar ik vast besloten hebbende ten behoeven van mijn vrouw bij het jongste ontslag dat ik kan krijgen de kolonie te verla­ten, hoopende en verzoekende vrindelijkst het weinigtje geld dat ik van mijn oogst nog boven mijn buiten schuld van hooy enz: nog moge beware en besparen ten einde met eere in mijn land te komen, dus om van dee­ze buitengewone kosten bevrijd te blijven, verzoek ik mijn ontslag als het UEd belieft hoe eerder hoe liever.
Mijn hartelijke begeerte is UE gevoelens hier van te mogen weten. In hope en verwag­tingen hiervan blijve ik met hoogachting

Abraham Koppejan

Het ontslag wordt toegestaan.


Uitgaande post invnr 353. Uit een brief van de Permanente Commissie aan de Minister van Binnen­landse Zaken:

De gemelde Hermanus Vulling is op voor­dragt van de subkomm. te Amster­dam, in den jare 1821 als kolonist gedispicieerd, om in de zomer van dat jaar in de koloniën der Maatschappij te worden gevestigd. Nimmer wordt bij zoodanige designaties bepaald, in welke kolonie het voorgedragen huisgezin zal worden gevestigd.
De onderscheidene koloniën, ofschoon verschillende namen voeren­de, kunnen ook niet anders beschouwd worden dan als af­deelingen van een groot geheel, Meestal gaat men onmerkbaar van de ééne in de andere, en bovendien is de inrigting en de stand der kolonisten in Frederiksoord, in Willemsoord en in de uitbreiding van die beiden volkomen gelijk. Nieuwe kolonisten kunnen bovendien nooit dan bij een bijzonder toeval, in de eer­ste kolonie, die meer bepaaldelijk den naam van Frederiksoord voert (ofschoon daaronder ook niet zelden alle de etablissementen in de nabuurschap van Steenwijk verstaan worden) worden geplaatst.
Hermanus Vulling kwam met zijn huisge­zin den 1 augustus, s'avonds ongeveer elf uren in de kolonie, en reeds den tweeden 's morgens ten zes uure verklaarde hij daar te willen vertrekken, gelijk hij ook gedaan heeft, voornamelijk onder voorwendsel dat hij niet anders dan op een veeren bed slapen wilde.
De subk. te Amsterdam is dan ook zood­anig overtuigd geweest van het onbehoorlijke zijner handelwijze, dat zij, na de mededeeling van het voorgevallene, haar ongenoegen over het gedrag van gemelden H. Vulling aan de P.K. heeft te kennen gegeven, en een ander huisgezin ter vestiging voorgedragen, hetwelk dan ook inderdaad in de kolonie geëtabliseerd is.
De P.K. heeft niet willen nalaten Uwe Excellentie door de mededee­ling van dit één en ander in staat te stellen, om het rekwest van H. Vulling en huisvrouw naar waarde te beoordeelen, hoezeer eigenlijk de goedkeu­ring der subk. te Amsterdam op het laten vertrekken van H. Vulling, alle verdere be­handeling dezer zaak als onnoodig konde doen beschouwen, en ook het verzoek van dezelven H. Vulling, om weder in de kolonien te worden ge­plaatst, ook dan, wanneer de subk. te Amsterdam daartoe voordragt had gedaan, door de P.K. niet in overweging zoude kunne worden genomen, als hebbende zij stellig besloten, geene personen, die zich éénmaal onwillig getoond hebben, om aan de koloniale inrigting zich te onderwerpen, ten tweede male in de vrije kolonien der Maat­schappij toetelaten.

13 april 1822 Vledder, geboorteakte, 13 april 1822, aktenr. 20
Kind: Kornelia ter Smette, geboren te Frederiksoord (Vledder) op 12-04-1822, dochter van Johannes ter Smette, beroep: arbeider; oud: 38 jaren, en Antje Kornelis Olieroek, oud: 39 jaren.


Maandag 15 april 1822

Ingekomen post invnr 61. Brief van Benjamin vd Bosch aan de Perma­nente Commissie. transcriptie:


Uit het brievenboek invnr 20:
- De weduwe Ds C. van Herwaarden (??) te Schiedam: Kommuniceert het overlijden van haren man, in leven secretaris der Subkommissie aldaar, op den 14e dezer – Notificatie

Uit het brievenboek invnr 20:
- Brief Appingedam, over moeizame inning bij dorpskommissies


Dinsdag 16 april 1822

Ingekomen post invnr 61. Uit een brief van S.J. van Roijen aan de Permanente Commissie:

Ook neem ik de vrijheid bij deze gelegenheid ter kennis van de Kommissie te brengen dat ik door de familie van Heloma, alle leden der Maatschappij, geinformeert ben geworden dat in het arrondissement Heerenveen, in geen twee jaren de contributien van de leden der Maatschappij zijn ingevorderd geworden, dat hier door die contributien verdubbelen en bij betaling voor de minder vermogenden lasti­ger worden, en daar door bij sommigen het gerugt verspreide, als of de administratie der Maatschappij niet goed zoude gaan, dat de Kommissie de gelden niet laat invorderen en daarom op zijn tijd niet betaalde. 61)



Woensdag 17 april 1822

Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

In antwoord op de missives der Permanente Kommissie van den 12 april N 25/4 en 15 daaraanvolgend N 29/4 heb ik de eer te res­criberen, voor eerst dat de kolonist Krabs­huis, belooft hebbende geen sterken drank meer te zullen gebruiken, aan hem overeen­komstig het gevoelen der Permanente Kom­missie het dragen zijner medaille wederom is toegestaan.

P.S. wijkmr. Snats, welke geene behoorlijke zorgen hadt tegen het dragen van andere dan koloniale kleding, is door mij met voor­kennis van ZHEdGestr. den Heer 2e Adses­sor, voor eenige dagen van zijn post gesus­pendeert, met voornemen hem daar na we­der te herstellen; ingeval namentlijk dit niet strijdig is met de intentie der Permanente Kommis­sie.

Uit het brievenboek invnr 20:
- Subcommissie Amersfoort: Zal de stemmen der kiezers tijdig bedeelen. Zendt in Reken. Kour. Over 1821, met een disponibel saldo van f 255,10, bemevens de daartoe betrekkelijke Staten, Kwitantien van Nonvaleurs en 83 stuks in blanko.
Meldt dat de intekening voor linnen is als in vorige jaren, - dat zij geene voorstellen heeft ter kontraktering, - en de belangen der Mij te zullen blijven behartigen. Er wordt teruggeschreven op 5 juni. 20)



Donderdag 18 april 1822


Huwelijk tussen Gijsbert Falck (geboren 23-8-1795 te Den Haag) en Cecilia Aletta Bernardina de Sturler (21 jaar oud). De ouders van Falck, Daniel Falck en Johanna Walwijk zijn beide overleden. De ouders van de bruid, gepensio­neerd kapitein Rudolf Wilhelm de Sturler en Daniella Elizabeth van Ooster­houdt, woonachtig in Antwerpen hebben schriftelijk hun toestemming gegeven tot het huwelijk. Als getuigen zijn aanwezig: Johannes van den Bosch, die wordt omschreven als een neef, Wouter Visser, Hendrik Hendriks Middelboer en Jan Hessels van Wolda. De laatste twee duiken regelmatig op als getuige bij huwelijken.

Uit het brievenboek invnr 20:
- Subcommissie Assen: Meldt de benoeming tot kiezer van den heer mr. Gerrit Kniphorst, en de uitnodiging aan hem ter stemming van een lid in de Kom. Van Toevoorzigt. - Genoteerd op het register, Not. 6 mei art. 13.

Uit het brievenboek invnr 20:
- Subcommissie Assen: Meldt de onderhoorige Subkommn andermaal door den Gouverneur der Provintie te hebben doen aanmanen, ter afdoening van den achterstand, waarvan zij een gunstigen uitslag verwacht, en dat na inkomen der gelden, zij die dadelijk zal disponibel stellen – Notificatie.


Zaterdag 20 april 1822

Ingekomen post invnr 61. Visser stuurt de verantwoording over juli en augustus 1821.





Zondag 21 april 1822

Ingekomen post invnr 61. Visser denkt voor de komende week ƒ5500,- nodig te hebben.


Ingekomen post invnr 61. Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Kommissie:

Frederiksoord den 21 april 1822

Ik heb de eer aan de Permanente Kommissie hier nevens toetezenden de geregistreerde hypotecaire inschrijving.

J. van den Bosch.

Volgens bijschrift gaat het om een inschrij­ving op kolonie 3.



Woensdag 24 april 1822

Ingekomen post invnr 61. Visser stuurt weekstaten.


26 april 1822

26 april 1822, Uit het brievenboek invnr 20:
Diakenen  der vereenigde doopsgez gem te Haarlem, melden dat het laatst toegezonden kontrakt eenigzins verschilt met het vorige, en insteren dat A. de Haan worde geemployeerd tot werkzaamheden bij de Administratie, rescr 27 id, met een verbeterd kontrakt in duplo, not 26 id art. 9


Zaterdag 27 april 1822

Ingekomen post invnr 61. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Afschrift van een rekwest en bijgevoegd at­test van eenen gen. P. Zuiderhoek, tenderen­de om als boekhouder in een der koloniën te worden geplaatst; aangaande denzelve door mijne broeder zeer gunstig getuigenis betref­fende zijn zedelijkheid hebbende bekomen, neem ik de vrijheid den req. in het gunstig aandenken der Permanente Kommissie te beveelen en haar in consideratie te geeven of het ook met de belang der Maatschappij zoude strooken gen. Zuiderhoek voor een proeftijd te doen overkomen.
Voorts te berigten dat de wijkmr. Ollart en Dumoulin - zijnde de laatste onlangs aan­gestelt - hun ontslag hebben gevraagt, dat door ZHEd­Gestr. den Heer 2e Adsessor ver­leend, en zij dien ten gevolge de kolonie hebben verlaten; dat in hunne plaats de dienst waarnemen de geweezen wijkmr. Rei­chenbach en de opziener Eikelboom. Ik arri­jouir(?) deeze gelegen­heid laatst gen. als een zeer braaf en bekwaam man der Permanente Kom­missie aantebevelen.


Bijgevoegd zijn de sollicitatie van Zuider­hoek, die gewerkt heeft voor de ontvanger der indirecte belastingen te Schiedam en een attest getekend door eene Niemantsverdriet. Geen Zuiderhoek gevonden in de Rode Kloos­terhuis.


Ingekomen post invnr 61. Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Commissie over het kanaal naar de Dedemsvaart. transcriptie:


Ingekomen post invnr 61. Visser stuurt de rekeningen en verantwoor­dingen over september, oktober, november en december 1821 en over januari 1822.


Ingekomen post invnr 61. Brief van de subcommissie Medemblik met een staatje van het huisgezin Kloppenburg. transcriptie




Zondag 28 april 1822

Ingekomen post invnr 61. Visser denkt voor komende uitgaven ƒ5500,- nodig te hebben.



Maandag 29 april 1822

Ingekomen post invnr 61. Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Commissie met het voorstel het houden van honden in de koloniën te verbieden. transcriptie