Naar het overzicht
van de POST







De POST van MAART 1822

Vrijdag 1 maart 1822

Ingekomen post invnr 60. Brief van directeur Visser met ondermeer:

- over kolonist Kniesenburg. transcriptie


1 maart 1822. Uitgaande post invnr 353. Koncept-Missive aan Heeren Gedeputeerde Staten der Provincien, begeleidende Kontrakten ter overneming van bedelaars in de Ommerschans, ter fine van approbatie.



Zaterdag 2 maart 1822

Ingekomen post invnr 60. Visser denkt voor de komende week É4200,- nodig te hebben.



Maandag 4 maart 1822

Ingekomen post invnr 60. Uit een brief van de subcommissie Harder≠wijk over ene 'Gerrit Boon'. transcriptie


Uitgaande post invnr 353. Uit een brief van de Permanente Commissie aan de Staten van Friesland:

Ten dien aanzien moeten wij UWEGestr ver≠zoeken op te merken, dat het brood, door den OnderDirekteur aan de kolonist verstrekt wordende, niet is eene uitdeeling om niet, aan hen van wege de Maatschappij geschie≠dende, maar zij inderdaad dit brood voor een gedeelte hunner verdiensten van den Onder≠Direkteur kopen, en dat hun zelfs, volgens de reglementaire instellingen der koloniŽn, niet kan worden ontzegd de bevoegdheid, om voor de door hen verdiende penningen het brood ook elders, dan bij den OnderDirekteur te kopen.

Wanneer wij intusschen die gestelde begin≠selen almede op de kolonisten toepassen, dan kunnen wij inderdaad, niet zien, dat het beletten van dien invoer onder ons bereik valt.

Bij deze ontwikkeling onzer gevoelens moe≠ten wij nog voegen, dat de kwantiteit, welke voor kolonisten op Vrieslands bodem geves≠tigd, van den gemelden OnderDirekteur wordt gehaald, 's wekelijks niet meer dan ongeveer 800 Nederlandsche ponden kan bedragen, en dus niet meer dan 1/5 kan beloopen van de kwantiteit, over welks invoer Grietman en Assessoren zich beklagen; terwijl de verdere invoer door personen waarop wij geenen invloe≠den hoegenaamd kunnen uitoefenen 4/5 van de opgegevene kwantiteit uitmaakt.


Uitgaande post invnr 353. bijlage N3 bij de not van 6 maart (kan niet kloppen), Missive aan den Prins, wegens eene negociatie van 300/m en andere maatregelen, ter overneming van 1000 a 1500 bedelaars in de Ommerschans. (NB: gaat over 1000 ŗ 1500) vermelding

Uitgaande post invnr 353. bijlage bij de not van 6 maart 1822 (kan niet kloppen), Missive aan de Heeren Vlaer en Kol te Utrecht, ter nadere overeenkomst met hun Ed Geb tot het negocieren van f 300,000:- en verder daaromtrent gegeven berigt. vermelding


Dinsdag 5 maart 1822

Uitgaande post invnr 353. Brief van de Permanente Commissie aan de subcommissie Harderwijk over de ingedeelde 'Gerrit Boon'. transcriptie:





Woensdag 6 maart 1822

Ingekomen post invnr 60. Brief van directeur Visser met ondermeer:

- over de verplaatsing naar andere gezinnen van Arie Roesteen en Janna Hendriks.transcriptie:

- over het verzoek om ontslag voor twee kinderen van Martinus Alblas.transcriptie

- over het het verzoek om ontslag van dochter Neeltje van proefkolonist De Haan

- Eindelijk gaan hier nevens de afschriften der rapporten van den onderwij≠zer van Wolda en deszelfs ondergeschikten, in de onder≠scheidene scholen.transcriptie


Visser stuurt weekstaten. 60)



Vrijdag 8 maart 1822


Voorstellen van Johannes vd Bosch, als Bijlage der Notulen van 8 Maart 1822. Rapporten des Heeren Generaals, op in zijne handen gestelden brieven, invnr 960, waaronder:

- voorstel over de smid van Steggerda. transcriptie:




Zondag 10 maart 1822

Ingekomen post invnr 60. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Voorts heb ik het genoegen de Permanente Kommissie te informeren dat, de uitgeperste haring van Monnikendam ... hier is aangeko≠men, zullende daar van een doelmatig ge≠bruik worden gemaakt.


Ingekomen post invnr 60. Brief van kolonist Schmidt aan Paulus van Hemert:

Willemsoord den 10 maart 1822

Achtbaarste Heer!
Hoop dat weinige schrijven werd UEdele Heer mit gezondheid ontvangen; ik J. Schmidt ben de geene die den 15e november 1821 onder UWEdele beweest zijn, op de vergadering bij Vermeule, mit belofte van UE Heer van den Haag naar Willemsoord gezon≠den, onder de voorwaarde om mijne brood≠winning te verbeteren, en gesproken als gij daar een man zijt als hier in den Haag, dan hebben wij huisjes genoeg; ons onverschil≠lend aan wien wij ze geven; u een betere broodwinning te verschaffen: ik heb hier al 3 maan≠den met een zeer been gezeten, maar kan op de spinzaal toch mij kost verdienen, maar neen ik mag niet meer als een gulden 4 of 6 stuivers verdienen en wind mij daarom zugtend aan UWEdele Heer om niet te gelo≠ven dat de belofte aan U niet voldaan te worden, neen maar wel dat ik uit Uwe Edele gedagten ben gekomen en daarom hier zoo zugtende moet leven wat oprigt en zedelijk heb ik hier nog niet gevonden, en de deugd word nog verwagt, en overgeve mij over der≠wagt naast God hulp aan U Edele Heer, ver≠blijve met achting
UWDienaar en Knecht
J. Schmidt, kolonist in kolonje 3.W.3 no.68


11 maart 1822

11 maart 1822 Uitgaande post invnr 353. Brief aan S.J. van Royen over ruilkontrakten.


Woensdag 13 maart 1822

Ingekomen post invnr 60. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Ik vind mij in de onaangename verpligting de Permanente Kommissie te informeren dat door de woede der stormen, na die lang zon≠der aanmerkelij≠ke schade te hebben doorge≠staan, eindelijk in de nagt tusschen den 10 en 11 dezer, zijn bezweeken de spinzaalen op kol. no.3 en 4, zoo ook twee kolonia≠le woningen als een in kol. no.2 en een in kol. no.4; de daken deezer gebou≠wen zijn eerst door de wind verschoven, en hebben voorts in hunner val de muren omver geworpen: op last van Zijn Hoog Ed. Gestr. den Heer 2e Adsessor, is de Heer Oosterloo begonnen, het een en ander opteruimen, ten einde zoo spoedig mogelijk de fabriek arbeid, welke nu niet dan gebrekkig in huizen worden voortge≠zet; als naar gewoonte kan voortgaan. Het zal niet ondienstig zijn, hier bij aantemerken dat een boerenhuis op de Eeze en een te Eestveen op diezelfde tijd zijn ingestort; hui≠zen welke altijd nog eenige beschutting tegen den wind door de daar bij staande bomen hadden; voorts zijn in deeze environs veele huizen op het platteland en te Steenwijk zwaar beschadigt.


Ingekomen post invnr 60. Brief van Ameshoff aan de Permanente Commissie over de familie Noor(d)berg. transcriptie:





13 maart 1822 Uitgaande post invnr 353. Rekwest aan Z.M. den Koning, om vrijstelling van zegel, registratie en inschrijvings regten voor de akten voortvloeyende uit de negociaite van 300/m.

Koninklijk Besluit van 13 maart 1822 dat alle werkvatbare bedelaars naar de Maatschappij moeten, gemeentearchief Ommen ingekomen stukken 1821-1822. transcriptie







Donderdag 14 maart 1822

Ingekomen post invnr 60. Koning Willem staat toe dat kapitein Van Hoff van het koloniaal depot voor de tijd van 8 maanden met behoud van rang en half trak≠tement in dienst treedt bij de Maatschap≠pij. vermelding

14 maart 1822 Uitgaande post invnr 353. Cirkulaire aan eenige subkommissien, houdende dringend verzoek om voldoening aan de cirkulaire dd 21, 22, 23 & 24 januari ll N36/1, wegens de inzending der verantwoordingen over 1821 en vorige dienstjaren.



Vrijdag 15 maart 1822

Ingekomen post invnr 60. Directeur Visser stuurt de staten der spaargelden van de weeskinderen.

15 maart 1822 Uitgaande post invnr 353. Missive aan de Heeren Vlaer en Kol te Utrecht, met verzoek om aan de P.K. toetezenden het projekt van likwidatie der negociatien van 100/m in dato 1 oktober 1820, van 100/m in dato 1 juli 1821, en van 200/m in dato 1 september 1821.


Zondag 17 maart 1822

Ingekomen post invnr 60. Directeur Visser meldt enkele verzoeken van kolonis≠ten om hun dochters buiten de koloniŽn te laten dienen, onder meer van Pieter Arends≠e. Voorts de desertie van de 14-jarige Florian Rigter uit kolonie 3.



Maandag 18 maart 1822

Ingekomen post invnr 60. Directeur Visser stuurt de staat over de lopende maand.


Vrijdag 22 maart 1822


Mrt 29      Notaris S.J. van Royen te Vledder, 29 maart 1822, aktenr. 73
Betreft: huwelijkstoestemming.
Genoemde personen: J.H. Lichtenfels (Broek in Waterland); Aaltje Westerveld (Broek in Waterland); Vrouwke Crol (Frederiksoord); Jan Kornelis Westerveld (Frederiksoord).
De akte is niet in origineel aanwezig.

Uitgaande post invnr 353. Koncept-Missive aan de leden der Komm van Weld, kennisgevende van t besluit van 't gouvernement om te kontrakteren met de Maatschappij voor de plaatsing van 1,000 a 1,500 bedelaars in de Ommerschans, en de reeds geŽnterpreneerde negociatie van 300/m bij de Heeren Vlaer en Kol te dien einde, benevens voordragt van twee honoraire leden.


Zondag 24 maart 1822

Ingekomen post invnr 60. Directeur Visser meldt de aankomst van enkele kolo≠nisten en de desertie van 3 jongelingen, twee uit Willemsoord en een uit kolonie 6, en

- meer algemeen over desertie. transcriptie




Ingekomen post invnr 60. Brief van Johannes vd Bosch aan W.A. Oc≠kerse:

Frederiksoord den 24 maart 1822

Ik zend u hier nevens een stuk mijn vriend, dat ik u verzoek door Stuart in duplo te laten afschrijven en mij daar van een het aftezen≠den en een aan de Heer van Riemsdijk ter hand te willen stellen, die ik daar over schrij≠ven zal. Het is nog verre van volmaakt zulk een gewigtige arbeid word niet d'un juljet(?) voltooid. Er is haast bij, daar om zende ik u het over de post en verwacht het op dezelfde wijze terug, althans zo dit voor een paar gul≠den port kan ge≠schieden. Anders per scheepsgelegenheid.
Waardenburg stel ik voor aantestellen als adjunct Direkteur van de derde klasse met 500, zegge vijfhondert, guldens tracte≠ment sjaars, onder voor≠waarde dat hij zes maanden op de proef dient en eerst na de≠zen tijd definitie≠velijk geplaatst kan worden, genietende hij inmiddels de betaling van É9-16 stuivers sweeks.
Als het gouvernement kinderen plaatsen wil wier ouders gercent(?) zijn, zie ik niet in dat hier alles tegen pleit. Immers of men ons bedelaars geeft of deeze dat maakt geen verschil.
Adieu mijn vriend, groet de collega's en geloof mij
TT

VdBosch

Geen stuk gevonden. Uit het bijschrift blijkt dat het bij de te plaatsen kinde≠ren gaat om kinderen van ouders uit de gevangenis.



Dinsdag 26 maart 1822

Ingekomen post invnr 60. De subcommissie Rotterdam meldt dat de gedeserteerde bestedeling Florian Regter is aangehouden en zal worden teruggestuurd naar de koloniŽn.


Ingekomen post invnr 60. Directeur Visser stuurt weekstaten.



Woensdag 27 maart 1822

Ingekomen post invnr 60. Harlingen heeft een vervanger voor Leba gevonden en wel Anske Alles Dijkstra, bak≠ker van beroep, met vrouw maar zonder kinderen.

27 maart 1822 Uitgaande post invnr 353. Missive aan de Hoofd-Direktie der Armen-Inrigting in 's Gravenhage, tot kennisgeving dat de P.K. 10,000 ellen linnen van haar zal employeren.



Donderdag 28 maart 1822

Ingekomen post invnr 60. Directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Voorts ontvangt de Permanente Kommissie hier bij berigt dat de kolonist Krabshuis ll. zondag, zich verregaande bedronken heb≠bende, hij voor de Raad van Opzieners in de kolonien is gebragt; en dat, door deeze Raad provisioneel het dragen der medaille aan hem is ontzegt; ik neem ten gevol≠ge daar van de vrijheid de Permanente Kommissie te verzoeken, mij tot het definitief afnemen dier medaille te authoriseren.



Zaterdag 30 maart 1822

Ingekomen post invnr 60. Directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- over veroordelingen wegens desertie. transcriptie

Eindelijk heb ik het genoegen de Perma≠nente Kommissie te kunnen berigten dat de agterstallige administratie, thans tot den dag is bijgewerkt; moetende nu nog slegts de minuten worden in het net geschreeven, om aan de Permanente Kommissie te kunnen overzenden; waartoe nog ongeveer 14 dagen of drie weken zullen worden vereischt.