Naar het overzicht
van de POST







De POST van NOVEMBER 1821

Donderdag 1 november 1821

Ingekomen post invnr 59. Visser stuurt onder meer een lijst van alle in dienst zijnde onderofficie­ren, die niet aanwezig is.


Zaterdag 3 november 1821

Ingekomen post invnr 59. Visser stuurt een vestigingsstaat van kolonisten.



Maandag 5 november 1821

Ingekomen post invnr 59. Brief van het rooms-katholiek armenbestuur Maassluis aan de subcommis­sie Maassluis, door die laatste doorgezonden naar de permanente commissie. transcriptie bij de subcommissie, transcriptie bij Breukel




Dinsdag 6 november 1821

Ingekomen post invnr 59. Brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

In antwoord op de missive der Permanente Komm: van den 3 dezer no.5/11 met de daar bij ontvangene missive heb ik de eer te berigten; voor eerst aangaande die van de sub-kommissie te Zaandam; dat, wat betreft het belasten des huisgezins van F. van der Werf, met het montant der ontvangen kledingstukken, door de daar bij ingedeelt geweest zijnde en nu naar de Ommerschans gezonden personen; die kolonist een ongegronde vrees heeft gevoedt, zijnde het gen. montant van zijne rekening afgetrokken, en die welke de kleding genoten hebben, daar mede belast: aangaande het versterken van bovengen. huisgezin en dat van de wed. Weender, ik in overeenstemming met de gevoelens der Heeren 2e adsessor, van gedagten ben, dat de sub-kommissie van Zaandam, zoo min als eenige andere geen regt heeft, wanneer een kind, of ander lid eens huisgezins sterft, het zelve door een ader te doen vervangen; terwijl in het tegenovergestelde geval, zij ook de, in de kolonie geboren kinderen tot zich behoorde te nemen, of daar voor bijzonder kontrakteren.
WEBPAGINA
Voorts op de van de sub-kommissie te Zwolle aangaande voorziening van huisverzorgers, over hare bestedelingen van wegen de Direktie; dat na de dood van den huisverzorger van den Berg en het vertrek van deszelfs op haar verzoek ontslagen vrouw het noodzakelijk was, om over de bewuste kinderen andere huisverzorgers te stellen; doch zoo de sub-kommissie te Zwolle, vermeent door het met de Permanente Kommissie gesloten kontrakt regt te hebben, om zelve daar toe geschikte personen te designeren, zij zulks als nog zoude kunnen doen, zijnde Zijn Hoog Ed Gest de Heer 2e adsessor van gevoelen, dat in het aangaan van een nader kontrakt niet kan worden getreden, dan alleen in geval, dat ook voor ieder der huisverzorgers ƒ25- wordt betaalt en de sub-kommissie geen ander huisverzorgers zendt; zij daar voor ƒ50- minder zoude kunnen betalen.
Eindelijk op die van den Heer Luber te Amsterdam: 't is waar, dat het kind genoemd W. Putman, nog niet van koloniale kleding is voorzien. De reden daar van, zijn hoofdzakelijk deeze. Het kind is zoo jong, dat het bijna nooit buiten de deur komt, en is behoorlijk van gewone kleding voorzien, zoo dat het tot nu toe volstrekt geen nieuwe kleding behoefde; in zo danig geval is, mijn bedunkens, de strikte regel omtrent de kleding der kolonisten niet toepasselijk; ik heb het kind, meermalen gezien; het wordt bij Ebert zeer goed opgepast; betreffende de kinderpokken welke het zelve zoude hebben gehadt, dit is buiten de waarheid; het heeft een uitslag over zijn ligchaam gehadt, dat volgens zeggen van de onderDirekteur, door den geneesheer steenpokken wordt genoemt, en dit heeft slegts 3 a 4 dagen geduurt. 59)


Ingekomen post invnr 59. Uit een brief van Ameshoff aan de Permanente Commissie:

De brief voor P. Nederlander onlangs ingesloten, schijnt niet bezorgt te zijn, althans hij schrijft mij zulks.



Woensdag 7 november 1821

Ingekomen post invnr 59. Visser stuurt mutaties in het bestand van het personeel.



Zaterdag 10 november 1821

Uit een brief van de Permanente Commissie aan Prins Frederik, invnr 352.:

1. Dat, op het verlangen der P.K. omtrent den persoon van P.S. de Riemer door de Heer President dr subk. Rotterdam konfidentieel is te kennen gege­ven, dat dezelve aldaar bij een afdeeling der stads sekretarie is geemploy­eerd geweest, op een traktement van ƒ700:-, doch uit hoofde van het zich te buiten gaan aan sterken drank, zoodanig dat zelfs eene geringe maniente van penningen aan hem niet was toevertrouwd, in die betrekking is gedemitt­teerd geworden, waaruit volgt, dat zulk een voorwerp voor eenig emploi in de kolonien, alwaar het misbruik van sterken drank vooral bij de voorgangers ten strengste moet worden tegengegaan geheel ongeschikt is, en alzoo niet in aanmerking kan worden genomen.

Stukje  over Hermann Jurgens.transcriptie 




Zondag 11 november 1821

Ingekomen post invnr 59. Brief van Johannes vd Bosch aan de Permanente Commissie:

WelEdele Heeren!
Ongesteldheid heeft mij verhindert vroeger de toegezonden huisgezin­nen van Wymbritseradeel, gemeente IJsbrechtum te inspecteren. Ik heb bevonden dat alle drie de huisgezinnen bijna geheel bestaan uit vrouwen, dat bij hetzelve slechts gevonden word een man van 60 jaren en een jongen voor de veldarbeid weinig geschikt. De eene vrouw, hoofd des huisgezin 1 heeft drie onechte kinderen. De man van de tweede zit in het spinhuis en de derde heeft inmiddels met een ander geleefd, met welke zij niet getrouwd is. Deze huisgezinnen zijn derhal­ve voor de vroege kolonien ongeschikt. Ik stel voor die terug te zenden aan de Heer Rengers of anders deze menschen te doen gevoelen hoe onbillijk hun gedrag is te meer daar de gelegenheid hun is aangeboden om personen van een ongeschikt gedrag in de Ommerschans te plaatsen.
Het kan overigens niet dan ten uiterste bevreemdend zijn dat de heer Rengers in zijne amptsbetrekking eene opgeeft dat Trijntje Amkes schoon drie onechte kinderen hebbende ter goede naam en faam staat. Het schijnt dat de Heer Rengers voornemens is met ons de gek te steken.
Gaarne laat ik voering en het beheer dezer zaak geheel aan de Kommissie over. Uit de ingezonden stamlijsten zal het UWelEd licht blijken dat de zogenaamde wezen allen kinderen zijn tot de huisgezin­nen behorende. Gaarne verneem ik een spoedig antwoord om de familien te kunnen wegzenden.
Ook is hier aangekomen een kolonist de Vries van Sneek met een zo hoogzwangere vrouw dat dezelve in Steenwijk bevallen is. Na mijn begrip moeten de kosten daar door veroorzaakt vallen ten laste der subkommissie die onbarmhartig genoeg is om eene vrouw in zodanig een toestand in dit saizoen te verzenden. Voor dezelve word te Steenwijk alle mogelijke zorg gedragen.
Met betuiging van hoogachting heb ik de eer van te blijven

UWelEd DWDienaar
J. van den Bosch



Maandag 12 november 1821

Ingekomen post invnr 59. Uit een brief van de subcommissie Amersfoort aan de Permanente Commissie:

De wede Ouwerkerk, die als huisverzorgster met de van Heeren Re­genten van het weeshuis alhier overgenomen kinderen in de kolonie is, heeft met verlof alhier geweest, en ons berigt, dat zij, wat aangaat de voeding als andersins, te vreden zijn moest, doch dat zij wekelijksch aan kaartjes slegts voor 30st ontving, waarvan zij 8st voor turf en gedurende eenigen tijd, ook 2st voor het hoeden der schapen moest afgeven waardoor zij dan voor 7 hoofden voor zout, zuur, zeep, licht koffij en andere kleinigheden slegts eene gulden overhield, waarmede, zij zegt, niet rond te kunnen schieten, te meer daar zij daarvan ook de sayet voor het stoppen der kousen van de kinderen (die volgens haar zeggen) daarvoor al vrij wat benodigt hebben, moet betalen.


Ingekomen post invnr 59. Visser meldt de aankomst van enkele gezinnen.


Ingekomen post invnr 59. Brief van Johannes vd Bosch aan de Permanente Commissie:

Frederiksoord den 12 november 1821

WelEdele Heeren!
Ik zende hier nevens eene missive van den pastoor van Steenwijker wold ontvangen. Na mijn inzien is het alleszins noodzakelijk zo spoedig mogelijk met den ophanden zijnde in het verlangen der catolijken te voorzien en Zijne Majesteit eene som te vragen van 5 a ƒ600- voor kerkbenodigdheden, waarbij nog zou dienen gevoegd te worden 3 a ƒ400- voor een paar kamers voor een kapellaan die dikwerf verplicht kan zijn zich een of meer nachten in de kolonie op te houden. Voor deze kapellaan zou mede ƒ600- ten behoeve van de pastoor van Steenwijker wold nodig zijn. Gaarne verneem ik hier omtrent de dispo­sitie van de Kommissie.
De Heer Ockerse heeft mij bedeelt dat de Maatschappij niet van de verplichting kan ontheven worden zo van het vergelijkend examen ext: en dat ik met een Heer wiens naam ik niet lezen kon daar dezelve door den ouwel verscheurd was, arrangement dien aangaande zoude maken als mede met de handelbaate(?) der school­kommissie. Ik weet waarachtig hier aan geen mouwen te naaijen en ik zou van opinie zij dat wij ons rechtstreeks aan de Koning moeten adresseren, na alvorens de zaak overlegd te hebben met ZK Prins Frederik. Gaarne verneem ik ook hier omtrent het gevoelen der Kom­missie. De Gouver­neur zit er achter en dit maakt alle vriendschappelij­ke arrangementen onmogelijk. Met betuiging van hoogachting het ik de eer te zijn

UWelEd DWDienaar
J. van den Bosch

ouwel = brievenlak

Bijgevoegd is de brief van pastoor Schriever:

Steenwijkerwoud den 19 8ber 1821

Hoogwelgeboren Gestr. Heer!

Het was mij zeer aangenaam van den Heere Directeur te vernemen dat UWHoogwelg. gelukkig van de reize was gearriveerd en dat voorts de belangens der colonisten in godsdienstig opzigt wierden ter hant genomen. Tot dat einde verzocht om te willen opgeven de tot het uitoefenen van onzen godsdienst vereischte benodigdheden; heb ik de eere aan UWHoogwelg. te melden dat de hiertoe benoodigde gelden met het kastje dat het altaar zal remplaceeren, mede hieronder begrepen zijn, zullen aankomen op ten minste vijfhondert guldens, hebbende in allen deele de meest mogelijke bezuijniging onder het oog gehouden om zoodoende die zaak te faciliteren en hiertoe behulpzaam te mogen zijn. Twijfele ook niet of UWHoogwelg. zal van wegen deze kleine opgaven voldaan zijn. In hoop hiervan eenen goeden uitslag te mogen zijn na vele comp: heb ik de eer met de meeste hoogachting te zijn

Hoogwelg. Gestr. Heer!
Nederigste en DWDienaar
J.M. Schriever
pastor



Ingekomen post invnr 59. Uit een brief van Grietman Rengers aan de Permanente Commissie:

Wij vermeenden ... dat het bij deze eerste verzending voor onverschillig wordt gehouden, of juist dezelfde personen worden verzonden, als wier namen in het contrakt staan uitgedrukt.
Wij vermeenden dit laatste te meer, omdat uit het tegenoverge­stelde geval zoude volgen, dat een contrakt kwalijk effect zoude kun­nen sorteren, omdat tusschen het opmaken van hetzelve en de verzen­ding der personen gewoonlijk - zoo als hier ook heeft plaats gehad -  een geruimen tijd verloopt, de omstandigheden van sommige van het in het kontrakt genoemde personeel veranderen, en ook sommige weige­ren vrijwillig naar de kolonie te gaan, welk laatste zich gewoonlijk niet voor den dag van vertrek openbaart, uitwelk alles wij hebben moeten besluiten, om de bedoelde latitude, voor aannemelijk, ja zelf voor onontbeerlijk te beschouwen.
Wat betreft, dat eene der kolonisten geboeid naar de kolonie zoude zijn vervoerd, is volslagen abusief. Heeft eene momenteele drift van eene der vrouwen en een toeloop van gemeen volk in het dorp Woudsend uit vrees voor desorder, noodzakelijk doen oordeelen, deze vrouw voor een oogenblik te binden, betuigen wij, dat de drift bedaard zijnde, deze zelfden vrouw, geheel vrij voor ons is verschenen en zonder de minste dwang zich heeft op reis begeven.
Wat eindelijk de onregelmatige zamenstelling der huisgezinnen aangaat, deze is kwalijk te vermijden, omdat er zoo weinig huisgezin­nen zijn, welke uitsluitend het vereischte personeel bevatten. Reden waar om wij tot combinatie hebben moeten de toevlugt nemen. 59)



Woensdag 14 november 1821

Ingekomen post invnr 59. Visser stuurt stukken over november 1820 en augustus 1821.



Vrijdag 16 november 1821

Ingekomen post invnr 59. Visser stuurt de stukken over oktober.



Zaterdag 17 november 1821

Ingekomen post invnr 59. Brief van Johannes vd Bosch aan de Permanente Commissie:

Frederiksoord den 17 november 1821

Bij deze heb ik de eer de Permanente Kommissie voortestellen om den Heer Burgemeester te Ommen te verzoeken van te willen opgeven het bedrag van de verlangde schadevergoeding voor de verhindering toegebragt aan sommi­ge boekweit veenders, wier gronden in die der thans door de Maatschappij geoccupeerde gelegen zijn.
Ik heb de eer de Permanente Kommissie wijders te informeren, dat volgens afspraak de gelden voor gem. schadevergoeding door de Kommissie zouden worden betaald, doch wederom gekort worden, op de bedongen koopschat aan die der stad Ommen te betalen.
Ik heb de eer met hoogachting te zijn

UWelEd DWDienaar
J. van den Bosch

Zondag 18 november 1821

Ingekomen post invnr 59. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Wijders heb ik te rapporteren dat de kol. J. de Wolff uit kolonie no.3, twee der aan hem van wegen de Maatschappij toevertrouwde schapen, zonder voorkennis van den Ond. Direkteur hebbende geslacht, dezelve voor de Raad van Policie te Steenwijk is gebragt, door haar naar de Ommerschans is verwezen, en ten gevolge daar van den 15. dezer met zijn huisgezin is getransporteerd.

- over de ex-kolonist Muller. transcriptie




Maandag 19 november 1821

Brief van de Permanente Commissie aan de Grietman en Assessoren van Wymbritseradeel:

Na een nader, in de kolonie op onze last gedaan onderzoek nopens den staat en het zedelijk gedrag der door UWelEd opgezonden huisgezinnen, vinden wij ons in de onaangename verpligting, om onze daaromtrent reeds gemaakte bedenkingen te moeten in haereren en nader aandringen. Alle drie deze gezinnen toch bestaan bijna geheel uit vrouwen; en wordt bij dezelve slechts één man gevonden van omtrent 60 jaren, en een jongen, voor den veldarbeid weinig geschikt. De vrouw van het ééne gezin heeft drie onechte kinderen, de man van het tweede gezin zit in het verbeterhuis; en de derde heeft inmiddels met een ander man, buiten het huwelijk geleefd. Men kan dus deze lieden niet wel als ter goeder naam en faam staande, aanmerken, en derzelver voorgaande leefwijze moet aan andere kolonisten een slecht zedelijk voorbeeld geven.
Het spijt ons, hierop de konclusie te moeten gronden, dat deze huisgezinnen, immers in de vrije koloniën der M. door ons niet kunnen en mogen worden aangenomen. Wij willen intusschen gaarne, zoo veel in ons is, aan UWelEds verlangen tegemoet komen, en proponeren UWelEd dus, op dat niet de geherde(?) kracht van het engagement vernietigd worde, om deze gezinnen terug tenemen, en door andere voorwerpen te remplaceren, of wel om ons, op een nieuw daartoe aantegaan kontrakt, (waarvan de voorwaarden onlangs aan UWelEd gedrukt toegezonden, en in de Star geplaatst zijn) te authoriseren, om alle drie deze families naar de Ommerschans overtebren­gen.
Doch, wat ook UWelEd besluit zijn moge, moeten wij op de onverwijl­de beslissing der zaak aandringen, daar de tegenwoordige huisgezinnen de kolonies moeten verlaten, en het saisoen te hunner verzending, reeds verre verloopen, bij langer verwijl zulks alligt geheel onmogelijk zoude kunnen maken. 352



Woensdag 21 november 1821

Ingekomen post invnr 59. Uit een brief van Ameshoff aan de Permanente Commissie:\

De getuigen tegen Velius Baert wil men tegen 7 decbr aanstaande zullen opgeroepen worden.
Neme de vrijheid UWE te herinneren aan mij verzoek wegens den Minister van Finantien en P. Nederlander.


Ingekomen post invnr 59. Brief van Johannes vd Bosch aan de Permanent Commissie:

Frederiksoord den 21 november 1821

WelEdele Heeren!

De Heer Visser van IJsbrechtum heeft het oogmerk om met de geza­menlijke honoraire en korresponderende leden in Vriesland een soort van gezelschap op te richten, gelijk aan de afdelingen van de Maat­schappij tot Nut van het Algemeen. Hij meent dat hierdoor de belan­gens zeker zullen worden gevorderd, en ik deel in zijn gevoelen dat provinciale corporatien een gewigt aan de Maatschappij zullen bijzetten die dezelve thans ontbreek. Is dat ook de mening van UwelEd, gelief mij dan zo spoedig mogelijk een naamlijst van de honoraire en corres­ponderende leden in Vriesland te doen geworden en de betuiging aantenemen dat ik met hoogachting verblijve

UWelEd DWDienaar
J. van den Bosch



Vrijdag 23 november 1821

Ingekomen post invnr 59. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Ter voldoening aan het verlangen der Permanente Kommissie ... heb ik de eer te berigten dat het niet is te ontkennen dat, men gedurende eenige weken van gepasseerd voorjaar, kaartjes heeft ingehouden, ter betaling van ontvangen turf; doch dit heeft geheel opgehouden, zoodra die schuld is gebragt geworden, op de rekening van diverse schulden bij de Maatschappij, zoo dat de wed. Ouwerkerk, gelijk alle andere kolo­nisten, reeds voor langen tijd hare volle verstrekking gelijk dat bij onderscheidene besluiten is bepaalt, heeft genoten; ook is het waar dat zij slegts korten tijd geleeden een varken heeft bekomen; dit is een erreur geweest, door niets anders veroorzaakt dan het vertrek van den Heer adj. Direkteur Drijber uit kolonie no.3 en de onachtzaamheid van den wijkm:. Wat aangaat de reparatie der schoenen van de wee­zen te Vlaardingen, het is zeer ligt mogelijk dat, toen twee dier kinde­ren met verlof waren, hunne schoenen moesten worden herstelt, maar daarom behoeften zij niet naar Vlaardingen te gaan, daar dit in de kolonie zeer goed kan geschieden en ook geschied; dan dit komt mij voor een ongegronde en gezogte klagten te zijn; te meer daar juist die kinderen zich in een goeden staat bevinden.



Zaterdag 24 november 1821

Ingekomen post invnr 59. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

- over de net aangekomen ingedeelde uit Koog aan de Zaan Trijntje de Vrres. transcriptie.


Eindelijk heb ik de eer de Permanente Kommissie te vragen, authorisatie tot het doen der nodige reparatien en inwendige verbete­ring aan het huisje voor den boekhouder van kolonie no.1 bestemt; zullende de kosten daar van overeenkomstig de begroting van den Heer Oosterloo bedragen p.m. ƒ160-. Deeze som mij eerst te groot voorkomende, heb ik daar over met ZHEdGestr den Heer 2e adsessor gesproken, die insgelijks van dat gevoelen zijnde, daar in niet kon toestemmen; terwijl het egter bij nader onderzoek van ZHEdGestr gebleken is, dat buiten den bedoelde verbetering, het huisje niet wel tot eene comvertabel boekhouderswoning kon verstrekken. 59)

Ingekomen post invnr 59. Grietman Rengers en de assessoren van Wymbritseradeel accepteren het voorstel om de gezonden kolonisten naar de Ommerschans te verplaatsen en in hun plaats nieuwe gezinnen te sturen.



Donderdag 29 november 1821

Ingekomen post invnr 59. Visser stuurt de stukken over december 1820.