Naar het overzicht
van de POST







De POST van OKTOBER 1821

Dinsdag 2 oktober 1821

Ingekomen post invnr 59. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Verder wordt de Permanente Kommissie bij deeze geinformeert, dat de kolonist Klijn in den loop dezer zomer in no.2 aangekomen, des avonds van den 30 sept. is overleden: het is haar door de ingezonden algeme­ne staten der kolonie bekend, dat gen. kolonist, van den ogenblik zijner aankomst, zelfs voor dien tijd, aan eene gevaarlijke ziekte leedt; het lijk zal te Vledder behoorlijk worden ter aarde besteldt.



Donderdag 4 oktober 1821

Ingekomen post invnr 59. Visser stuurt de stukken over augustus.



Vrijdag 5 oktober 1821

Ingekomen post invnr 59. Visser stuurt een brief van arm- en weeshuis te Enkhuizen, die schrij­ven het gezin van Jakob de Beer te hebben vervangen door een ander. Visser is hiervan niet op de hoog­te.



Zaterdag 6 oktober 1821

Ingekomen post invnr 59. Visser meldt van Johannes vd Bosch een wissel te hebben ontvangen om een oude schuld te betalen.


Ingekomen post invnr 59. Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Voorts heb ik de eer de Permanente Kom­missie te rapporteren dat de werkzaamheden aan de steenbakkerij, voor dit jaar zullen behoren te worden gestaakt; als kunnende dezelve, volgens getuigenis van de gebroe­ders Schenkelaar, bijzonder met de uitvoe­ring daar van belast, voortaan niet dan met nadeel plaats hebben. Het getal der steenen, aan den Heer Oosterloo tot gebruik aan on­derscheiden gebouwen afgeleeverd, beloopt 1,115300; dat der nog voorhanden geheel in gereedheid 300,000. en die welk door borg nog zijn ge­vormd 100,000. zijnde dit omtrent dezelfde voorraad des voorgaanden winters.



Zondag 7 oktober 1821

Ingekomen post invnr 59. Visser vraagt hoe hij eigenlijk moet handelen met het uitbetalen der militairen in dienst van de Maatschappij en meldt dat er een beste­de­ling is, die niet is aangemeld vanuit Den Haag.


Woensdag 10 oktober 1821

Okt 10 Vledder, geboorteakte, 11 oktober 1821, aktenr. 32
Kind: Suzanna van der Heide, geboren te Frederiksoord (Vledder) op 10-10-1821, dochter van Johannes van der Heide, beroep: arbeider; oud: 43 jaren, en Maria de Haan, oud: 37 jaren.



Donderdag 11 oktober 1821

Ingekomen post invnr 59. Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Commissie:

Frederiksoord den 11 october 1821

WelEdele Heeren!


Ik heb het genoegen UWelEd mijne terug­komst uit Switserland te bedeelen, volkomen gezond en bereid om onze gewigtige onder­neming meer en meer te voltooijen, waar omtrent echter zich van tijd tot tijd enige zwa­righeden opdoen.

- over de wijkmeesters Koppe en Koppens. transcriptie

Het instituut van de Heer Fellenberg heb ik bezocht en het aldaar veel belangrijks ge­zien, waar omtrent ik mij voorstel UWelEd eerlang nader mondeling te onderhouden zodra ik van mijne vermoei­jenissen een wei­nig zal zijn uitgerust en hierin het noodzake­lijke zal voorzien hebben.
Met den verkoop van aardappelen te Amsterdam schijnt het niet te willen lukken. Dat is een zorgelijke omstandigheid. Er schij­nen meer aardappelen geteeld als geconsu­meerd te worden in ons land en hier uit kun­nen nieu­we bezwaren voortvloeijen. Dan alvorens hier omtrent nadere maatregelen te kunnen voor­dragen ben ik verplicht meerdere informatien in te winnen.
Met betuiging van hoogachting heb ik de eer te zijn

UWelEd DWDienaar

J. van den Bosch


Ingekomen post invnr 59. Brief van Johannes vd Bosch aan W.A. Oc­kerse:

Frederiksoord den 11 october 1821

Ik ben mijn waarde Heer Ockerse in gezond­heid hier aan geland, schoon enigzins ver­moeid daar ik in de laatste zes dagen twee hondert km heb algeland(?). Ik brand van verlangen om enig naricht wegens het geen er belangrijks gedurende mijne absentie is ingeko­men en of er nog al gecontrakteerd word. Ook hier heb ik het bijster druk. Ver­schoon mij derhalve met omstandig te zijn. Ontvang benef­fens de dames onze hartelijke groeten en geloof mij
T.T.

VdBosch

P.S. Prins Frederik in S Hage? en hoort gij ook van de voortgang der zaken in Belgie.


Ingekomen post invnr 59. Visser meldt het vertrek van de huisgezinnen van De Beer en Been en de aankomst van een grote groep uit Harlingen.

Dat aangaan­de het indelen van Frans Lomeijer met des­zelfs vrouw en kinderen; de wede Weender, ik haar daar­over heb gesproken en zij geen genoegen schijnt te hebben gen. huisgezin bij haar in te nemen; en dit mijns bedunkens ook niet tot haar verpligting kan worden gere­kend; daar het voor de adm. zelfs grote moeijelijkheden zoude veroorzaken; ben ik van gevoe­len dat de subkommissie van Zaandam, op eene andere wijze in de be­hoefte van Frans Lomeijer zal behoren te voorzien.
Dat aangaande een kappelaan en locaal tot verrigting van den roomschen eerdienst, ik met den Heer 2e adsessor en pastoor te Steenwijkerwoud zal konfereren en daarvan de eer hebbe de Perma­nente Kommissie te berig­ten.

- over de nieuwe employé Poelman. transcriptie





Zaterdag 13 oktober 1821

Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

De kolonist en wijkmeester Meder mij verzogt hebbende de vrijheid voor zijne dogter, om de kolonie te mogen verlaten en in de gewo­ne maatschappij te gaan dienen, heb ik de eer dit ter kennis van de Permanente Kom­missie te brengen; met verzoek te mogen worden gein­formeerd, of dit aan haar, zoo wel als aan andere welke zulks voortaan zouden verlan­gen, kan worden toegestaan: tevens de vrijheid nemende aan de attentie der Permanente Kommissie te adresseren, dat zodanige aan­vragen mijns bedunkens zeer goed kunnen worden geaccordeerd. 59)



Dinsdag 16 oktober 1821

Visser stuurt de verantwoording over sep­tember en enkele andere stukken. 59)


Brief van Johannes vd Bosch aan de Perma­nente Commissie, invnr 59
Zie http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Kniesenburg/1821Koppe.html



Woensdag 17 oktober 1821

Brief van kolonisten van Willemsoord aan de Permanente Commissie, invnr 59
Zie http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Kniesenburg/1821Koppe.html

Donderdag 18 oktober 1821

Visser stuurt het rapport over de staat der koloniën van september. 59)


Brief van de kolonist Nicolaas Verhulst aan Paulus van Hemert, invnr 59:
Zie http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Kniesenburg/1821Koppe.html









Vrijdag 19 oktober 1821

Visser meldt dat in totaal nog 34 woningen beschikbaar zijn voor nieuwe kolonisten en vraagt hoeveel er het volgende jaar verwacht worden. 59)



Zondag 21 oktober 1821

Visser vraagt hoeveel hij de nieuwe boek­houder Poelman moet beta­len. 59)



Maandag 22 oktober 1821

Besluit van de Permanente Commissie van 22 oktober 1821  tot herstelling van den wijkmeester A.C. Koppe in zijne funktien, invnr 960:
Zie



Dinsdag 23 oktober 1821

Visser stuurt een vestigingsstaat van Rotter­damse gezinnen. 59)

NB: Staat zit er niet meer bij.



Vrijdag 26 oktober 1821

Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Daar het mij tot meerder regelmatigheid voor de administratie zoo tegenwoordig als voort­aan, wenschelijk voorkomt, dat nu reeds een boekhouder voor kolonie no.7 wordt be­noemt; en daar de persoon van Fr. Donker die sedert eenige weeken, als adsistent bij de algemeene administratie heeft gearbeit, de vereischte bekwaamheden van boek­houder eener kolonie schijnt te bezitten, neem ik de eer denzelven als zodanig aan de Permanen­te Kommissie voor te stellen.
Voorts wordt nog gemeld de desertie van twee personen, waarvan één voor de tweede maal. 59)








Zaterdag 27 oktober 1821

Visser stuurt enige stukken met betrekking tot het personeel. 59)


Zondag 28 oktober 1821

Visser vraagt wat te doen met de openstaan­de rekeningen van ver­trokken kolonisten. Eindelijk ontvangt de Permanente Kommissie hier mede berigt van het arrivement van J.F. Stockheimer en K. ten Broek. De eerste heb ik na Willem­soord gezonden, ten einde hij eenige dagen met den zeer bekwamen wijk­meester Loggel verkeerd, in wiens bijzijn hij provisioneel de funktie van wijkm: in een wijk van kolonie N.6 waarneemt. De tweede zal onder het dadelijk opzigt van den Heer Brou­wer de wolspinnerij in de nieuwe zaal van kol. N.4 een aanvang doen neemen. 59)



Maandag 29 oktober 1821

Brief van M.W. Luber aan de Permanente Commissie over Willem Putman, invnr 59:
http....


Uit een brief van de subcommissie Zaandam aan de Permanente Commissie:

In antwoord op UWelEd: missive van 24 de­zer dient, dat het de sub­comm: voorkomt, dat zij regt heeft om het gezin van de wed: Weender aan te vullen, als hebbende hetzel­ve verschei­dene personen, uit welke het bij de contracte­ring voor hetzelve bestond, door den door van Weender zelve, als ook door het vertrek van Fr. Lohmeijer bij haar inge­deeld verloren. Het is daarom dat de sub­comm: van oordeel is, dat Fr. Lohmeijer met zijne vrouw en kind zeer wel als ter weder­aanvulling in dat gezin ingedeeld worden kan, het zij hij, Lohmeijer, voortaan als hoofd der hoeve in plaats van Weender overle­den, het zij deze perso­nen als ingedeelde bij de wed: Weender, als blijvend hoofd voortaan be­schouwd worden, wat ook de wed: Weender daar tegen zoude willen inbrengen. 59)









Dinsdag 30 oktober 1821

Uit een brief van directeur Visser aan de Permanente Commissie:

Nog wordt bij deze gelegenheid ter kennis van de Permanente Kom­missie gebragt, dat de onlangs van Amsterdam aangekomen kolonist van Laar, zodanig door jichtpijnen als ander­sints is verzwakt, dat hij volgens zijne eigene schriftelijke verklaring - welke hier nevens gaat - sints twee jaren niet in staat was iets te kunnen verdienen; zoo als hij dan ook gedu­rende zijn verblijf in de kolonien nog niets heeft kunnen verrigten.

WEBPAGINA?
Eindelijk heb ik de eer de Permanente Kom­missie te rapporteren, dat overeenkomstig haar besluit van den 22 deezer, de wijkm: C.A. Kop­pen weder in zijne funktien is her­stelt; doch dat het mij raadzaam is voorgeko­men, denzelven in een andere wijk te plaat­sen, en wel in kolo­nie no.6, het geen nog dat voordeel heeft, dat dit een afgelegen wijk zijnde, dezelve beter door hem, dan door een ander nog niet met de gewone loop der din­gen bekend, kan worden bestuurt. 59)
EINDEWEBPAGINA?

Geen brief van Van Laar gevonden.