Naar het overzicht
van de POST







De POST van OKTOBER 1820

Maandag 2 oktober 1820

Notelen van de permanente commis­sie invnr 38.
De Heer de Rochemont, 's Bosch, 27 sept. meldt dat de persoon in questie niet eer dan na 3 weken in de stad te rug komt, en hij dus tot na dien tijd uitstel verzoekt. 38)


Uit het brievenboek:

De Direkteur B. vd Bosch. Zendt in eene staat van afbetalingen op de schulden van de kolonisten in kol. no.1; met eenige aanmer­kingen.
Berigt de bevinding van de laatst ontvangene kledingstukken.
Retourneert de 3 uitgereikte duplikaat man­daten.
Doet voorstel omtrent de betaling van het traktement aan Reese.
Koloniale berigten.
Verzoekt opgaaf der prijzen van t vlas en snuit en toezending van administra­tieve boe­ken. 19)



Dinsdag 3 oktober 1820


Uit het brievenboek:

Generaal vd Bosch. Geeft eenige koloniale berigten.
Zendt in koncept miss. aan den Koning, ter vergrooting der politieke magt in de koloniën. Met verzoek om spoedig besluit.
Wenscht de monsterschuit gevraagd te heb­ben ter zijner afhaling van Zwartsluis, op 15 oktober. 19)



Zaterdag 7 oktober 1820

Notelen van de permanente commis­sie invnr 38.
De Generaal vd Bosch, 3 october. Meldt het vertrek en de voorafgaande misleiding van den sergeant Dinant; pponeert de Utrechtse subkom. daar van te informeren; geeft berigt van een voorval tusschen den adjudant Boij en den veldwagter op het Steenwijkerwoude­heideveld; zendt in een concept voorstel aan Z.M. wegens de uitoefening der jurisdictie in de kolonien.
Besloten het advies, mutatis mutandis, aan den Koning op te zenden: voorts aan de subk. te Utrecht te schrijven, overeenkomstig het voorstel van den Generaal, en de mon­sterschuit te vragen. 38)



Dinsdag 10 oktober 1820

Uit het brievenboek:

De Generaal van den Bosch. Berigt de de­sertie van drie der onlangs van Delft aange­komene jongens.
En den slechten toestand der kas.
Verzoekt ook een mandaat voor den onderDi­rekt. Visser.
Geeft gunstige koloniale berigten, als ook wegens het schoolwezen in de kolonie.
N.B. met inzending van een brief van den onderwijzer Van Wolda.


De brief van Van Wolda:

Berigt de organisatie van het schoolwezen in de kolonie no.3, doende eenige voorstellen om met de onderwijzers zoo in deze als in no.2, met verzoek van bepaling omtrent hun­ne traktementen. 19)



Woensdag 11 oktober 1820

Notelen van de permanente commis­sie invnr 38.
De Heer vR rapporteert op een brief van den Direkteur no.10/10 aan den Direkteur te schrijven dat de P.K. volkomen agreëert zijne ppositie omtrent de afbetaling der schulden van kolonie no.1; dat de P. Kommissie doet opmaken en eerlang zal overzenden en kopy van al de rekeningen van vlas en snuit hem (inktvlek) den Direkteur met de prijzen be­kend te maken; dat de P.K. geen zoodanig weekboek voor de onderdirekteur als waar voor de Direkteur vraagt, voor handen heet, dat zij echter meent dat hij het vorige heeft gehad van den Heer van der Hey te Amst., en hem dus verzoekt het noodige van dien Heer te ontbieden.

Voorts dat het de mee­ning der P.K. is geweest, den Heer Reessen op kosten der Maatschappij, en niet op die des Direkteurs te salarieeeren, en vooral bij de meerdere uitbreiding der kolonien, en daar door vermeerderende dagelijksche onkosten van den Direkteur, alleen de kleine onkosten der administratie, als schrijfbehooren en der­gelijke, te zijner laste te laten; en dat dus de P.K. den Heer Reessen successievelijk zijn traktement uittebeta­len en bij de Kommissie in rekening te brengen.

Okt 11      Vledder, geboorteakte, 14 oktober 1820, aktenr. 25
Kind: Henderika Bosch, geboren te Frederiksoord (Vledder) op 11-10-1820, dochter van NN NN, oud: 21 jaren, en Aaltje Bosch, oud: 25 jaren.

Donderdag 12 oktober 1820

Uit het brievenboek:

De Direkteur B. van den Bosch. Accuseert de ontvangst van mandaten.
Berigt de afzending per beurtschip van de verantwoordingen van aug. en sept.
Geeft kennis van den staat der kas, met ver­zoek om toezending van manda­ten.
Geeft deszelfs rapport omtrent de indeeling van een jongeling bij De Kruiff

De Direkteur B. van den Bosch. Zendt in ZijnEdG gewone verantwoordingen van augs. en sept. ll. met de kwitantien, benevens die van july; met berigt dat de verantwoordingen van febr. en maart naar de nieuwe bepaling, spoedig volgen zullen.
Verzoekt een mandaat ter vereffening zijner ontvangsten in september.  19)



Maandag 16 oktober 1820

Notelen van de permanente commis­sie invnr 38.
Missive van den Generaal vd B., 10 october. Berigt desertie van 3 wezen, onlangs uit Delft in de kolonie gekomen en deelt mede zijne daar omtrent genomene informatie; geeft berigt omtrent verschillende gedane aanko­pen; meldt de gunstige bevinding der kolonie aan de Ommerschans; geeft voorts koloniale en schoolberigten en verzoekt een mandaat te kreeren voor het traktement van den Heer Visser.
Besloten aan den Heer Kastelijn, als presi­dent regent van het weeshuis te Delft de periode omtrent de wezen medetedeelen, met bijvoeging dat dit berigt van den Gene­raal (die zich toevallig in loco bevond) giste­ren ingeko­men zijnde, de P.K. reeds voorne­mens was hetzelve aan den Heer Kastelijn medetedee­len toen heden zijn brief aan den Heer sekretaris inkwam; dat de regenten zich niet moeten verwonderen geene direkte ken­nisgeving van den Direkteur ontvangen te hebben, dewijl die altijd door de P.K. gehou­den wordt; dat de P.K. aan regenten voorstelt om die 3 knapen onder behoorlijk geleide naar de kol. te rug te voeren, ten einde van daar naar de Ommerschans getranspor­teerd te worden.

Kassier, 30 september. Geeft finantieele be­rigten; vraagt of iemand zijn kind in de kolo­nieen zou kunnen besteeden tegen ƒ60 's jaars, vooruit te betalen, zonder daar voor kontrakten te behoeven te maken ...
Te antwoorden, dat de besteeding op dien voet kan worden aangenomen, dat de vader de fakulteit heeft het kind te rug tenemen wanneer hij verkiest, doch zonder restitutie van het ingetreden jaar. 38)


Uit het brievenboek:

Fanner uit de kolonien. Klagten wegens de behandeling van Evers en Bade, bij gelegen­heid dat zijne dochter bevel kreeg om de kolonien te verlaten. 19)



Woensdag 18 oktober 1820

Uit het brievenboek:

De President Regent van het geref. weesh. te Delft. Berigt de 3 uit de kolonie gedeser­teer­de jongens onder politiek geleide weder der­waards te zullen doen transporteren, ver­zoe­kende de koloniale wetten naar goedvin­den aan hun te appliceren.

De kommissaris generaal van Oorlog. Berigt order te hebben gegeven, tot het ter disposi­tie stellen der Perm: Komm: van den fuselier Heijzer. 19)



Donderdag 19 oktober 1820

Uit het brievenboek:

De Direkteur B. van den Bosch. Agreeert het voorstel om de administratie­kosten zijnen laste te houden en dat de P.K. zijnEd boek­houder voor hare rekening neemt. 19)



Vrijdag 20 oktober 1820

Uit het brievenboek:

Booij. Boekhouder in de kolonie no.3. Zendt in de betaalstaat in die kolonie van den 9 tot den 14 dezer, met verzoek om inlichting we­gens de boeking van zeker post. 19)


Brief van A.S. Alting, gepubliceerd in de Star:

Kampen, 20 october 1820

Over een bezoek vorig jaar: Een huisgezin uit deze stad in de kolonie geplaatst, en mij bekend, vond ik er uiterst gelukkig, en, zon­der eenige klagten, gevoelig over den gun­stig-veranderden toestand, waarin het zich bevond; het hoofd van dat huisgezin is sedert hier meermalen geweest, en overal toonde hij zich ten uiterste dankbaar voor zijn geluk.
In dit jaar heb ik dezelfde kolonie weder bezocht, alles naauwkeurig nagegaan, en bij de overtuiging, dat men hier het weldadigst plan als reeds volkomen gevestigd rekenen kon, gevoelde ik de hartelijkste vreugde, Vrolijk verliet ik no. 1, om ook no. 2 en 3 te zien; in de laatste kolonie werden uit de stad mijner woning vier huisgezinnen, ieder 7 personen sterk, opgenomen, behalve zes weeskinderen met een' vader en eene moe­der, bij wie zij inwonen. Ik kende al deze nieuwe kolonisten; van hunne behoeftige omstan­digheden was ik meermalen getuige geweest, met het innigst mededoogen had ik hunne verlaagden toestand waargenomen, en thans zag ik hen in de mogelijkheid ge­bragt, om zich op te beuren en gelukkiger dagen te slijten. Waar ik te voren morsigheid gewoon was, door moedeloosheid aange­kweekt, te zien, vond ik aanvankelijk zinde­lijkheid; bij de mogelijkheid, om door eigene vlijt in zijne behoeften te voorzien, vond ik ook lust om te werken. Overal vond ik vrolijke aangezigten en hoop voor de toekomst; over­al dankbaar­heid, dat men hier geplaatst werd, met het voornemen, om zich dier wel­daad waardig te maken; terwijl men mij over­al met zigtbare blijdschap alle zien liet, wat men thans, zoo aan kleederen als aan huis­raad, bezat.

Alleraangenaamst was mij, dezen zomer, mijn reisje naar de koloniën: met dankzeg­ging aan God keerde ik terug; terwijl ook dit mij trof, dat ik nergens iemand vond, die eenigen schijn gaf, dat hij wel eene aalmoes hebben wilde, iets, dat anders aan de armen-klasse zoo eigen is.



Zaterdag 21 oktober 1820

Notelen van de permanente commis­sie invnr 38.

Besloten den Direkteur aanteschrijven, den drie weeskinderen uit Delft, welke op hunne terugreize naar de kolonie zijn, wanneer zij zullen zijn aangekomen, naar de Ommer­schans te verzenden, en tevens de noodige kleedingstukken te voorzien. 38)


Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 19.
De Direkteur B. van den Bosch. Berigt de desertie van het huisgezin van Winninck met eenige aanmerkingen. vermelding
Geeft kennis van de gepleegde ongeregeld­heden bij de aanzegging van vertrek van de dochter van Fanner.
Berigt de bevalling van 3 koloniale vrouwen.
Herinnert aan den staat der kas.
Deelt mede het verzoek van zeker persoon van Smalle om één der 6 van Zwolle be­steedde kinderen terug te hebben.
Vraagt de decisie op het verzoek van Rottem in bijgaande brief vervat. 19)



Maandag 23 oktober 1820

Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 19.

De subk. Nut & Beschaving te Amsterdam. Berigt de aankomst aldaar van het uit de kolonien gedeserteerde huisgezin van Win­ninck met mededeeling der voorgegevene redenen.
Vraagt het gevoelen der P.K. deswege. vermelding



Dinsdag 24 oktober 1820

Notelen van de permanente commis­sie invnr 38.

De regenten van het geref. weeshuis te Delft, 21 oktober. Stellen voor nog een jongeling, op de vorige voorwaarden, in de kol. overte­nemen, en deze aldaar, zoo mogelijk, gele­genheid te geven tot het uitoefenen van zijn handwerk.
Besloten te schrijven aan die regenten dat die jongeling naar Willemsoord kan worden gedirigeerd, en dat de Kommissie zal zorgen, in den aanstaan­den zomer bij het wederbou­wen van meer woningen, zoo veel mogelijk die jongeling in de gelegenheid tot de oefe­ning van zijn handwerk te stellen; dat echter de gelegenheid daartoe, buiten het opgege­ven geval, slechts zeld­zaam voorkomt.

Besloten den Direkteur te schrijven, dat, op zijn voorstel van 2 oktober, geresolveerd is, het gene den kolonisten meerder mogt zijn gekort, door het inhouden van 2 stuivers per gulden op hunne verdiensten, dan hunne schuld op voeding bedraagt, voor de eene helft zal geleden worden in mindering der verschuldigde landhuur, en voor de andere helft in mindering van hunne schuld op kle­ding, en dat men zal blijven voortgaan met de korting van 2 stuivers per gulden op de gewone wijze.

Besloten den Heer Direkteur aanteschrijven, dat de P.K. in den brief van denzelven de dato 19 oktober, op nieuw de blijken bewon­derd heeft van deszelfs edelmoedige manier van denken en handelen, en derhalve gaarne alginesteert(?) in de voorgedragene exposu­me(?).

Nog besloten den Direkteur aanteschrijven dat alle zoodanige kolonisten in no.2, die een redelijk gewassene aardappelen van hunne grond getrokken hebben, verpligt zullen zijn (1) te betalen ƒ50 aan landhuur of de waarde daar van in aardappelen, wegens de bepaling der P.K. (2) Te betalen voorts ƒ50 mede in aardappelen voor het fonds van den veldar­beid, (3) opteslaan onder toezigt der wijk­meesters, het zij bij hunne huizen of elders, de noodige provisie voor den wintervoorraad, uit het overschot het gekogte hooi te betalen, en het resteerende ter vrije beschikking der kolonisten te stellen. Dat de zoodanige die een gedeeltelijk misgewas hebben, in de eerste plaats zullen afleveren voor ƒ50 aan aardappelen aan het fonds voor den veldar­beid, in de tweede plaats doen opslaan den noodige voorraad onder toezigt der wijkmees­ters, en uit het overschot, zoo mogelijk, zul­len betalen het noodige hooij, en vrijelijk over het overige zullen beschikken, als geene huur dit jaar betalende. Dat de zoodanige, die een geheel misgewas hebben geleden, hunne aardappelen zullen opslaan, ten ge­bruik van wintervoorraad, zoo ver die daar toe kan strekken; en dat, zoo draa deze be­palingen ten uitvoer zullen gebragt zijn, eene lijst daar­van aan de P.K. zal worden inge­zonden.

Besloten, Nikolaas van Velzen, gewezen militair aanteschrijven, dat hij, ingevolge zijn verzoek van augustus 1820, is aangesteld ter onderopzigter te Frederiksoord op traktement van 4 guldens s'weeks en vrije woning en zich dus naar de kolonie begeven kan.

- besluit over gedeserteerde kolonist Winninck. transcriptie

Besloten den Direkteur aanteschrijven, den huisverzorger Fanner en huis­vrouw onver­wijld uit de kolonie weg te zenden, en te dien einde te verzoeken de assistentie der politie van Vledder en Steenwijk, en hen door 2 gardes champchis(?) aan boord te doen ge­leiden.

Door den Direkteur ingezonden een brief van den Heer A. van Offen te Amst. de dato 17 oktober 1820, voorstellende omtrent de provi­sioneele indeeling van deszelfs broeder in een koloniaal huisgezin, en nader deswegens te kontrakteren.

Besloten den Heer Oosterloo te schrijven, dat de P.K. het voorstel aanneemt om bij het huis van den onderdirekteur Drijber te bou­wen eene schuur lang 62 en breed 44 voe­ten, overeenkomstig het ingezondene bestek, en dat wel voor de som van ƒ969 en 6 stui­vers.

Nog besloten aan den Heer Oosterloo te schrijven, dat het bestek wegens de sekreten boven de gierbakken a 36 stuivers ieder wor­den goedgekeurt; voorts de verandering in het huis van den Direkteur der spinnerijen en boekhouder a ƒ20, en het dubbel sekreet bij die beide woningen a ƒ22 goedgekeurd. 38)



Vrijdag 27 oktober 1820

Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 19.
De Direkteur B. vd Bosch. Berigt zijne hoog­ste verlegenheid om gelden en om de be­noodigde kledingstukken.



Zondag 29 oktober 1820


Notulen van de Permanente Commis­sie invnr 38.

Gelezen en geapprobeerd missive door den Genr. ter tafel gebragt, aan Z.M. den Koning, inhoudende verzoek om het door Z.M. geak­kordeerde kanaal aan de stad Ommen, in eene meer oostelijke strekking te mogen aanleggen, ten dienste der Maatschappij.

Besloten aan de Aalmoezenierskamer te Utrecht te schrijven, dat de sergeant Dinant, bij zijne aankomst in de kol. heeft voorgege­ven, door de subk. van Utrecht gezonden te zijn als opzigter, en geenszins als kolonist; dat hij dus geweigerd heeft aan eeniger ar­beid hoe ook genaamd, deel te nemen, zelfs niet na dat hem voor oogen gehouden werd dat, indien hij zich in de veldar­beid bekwaam maakte, hij hopen kon in 't vervolg op bevor­dering tot onder­opzigter; dat hij vervolgens gelijk van agter is gebleken, gevoegd had bij den Direkteur te Frederiksoord, voorgeven­den door den 2den adsessor te zijn gezon­den om bewijs te bekomen dat hij als opzig­ter in de kolonie bij gebrek van vakature niet kon worden geplaatst, en ter bekoming van reisgeld; derhalve dat hij zich als luiaard en leugenaar heeft getoond; voorts dat dit berigt aan de subk. reeds vroeger zijn gezonden, zoo de P.K. de komst van den 2den adses­sor uit de kol. niet eerst had willen afwach­ten.

- aanstelling onderwijzer Booij. transcriptie




Maandag 30 oktober 1820

Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 19.
Besluit der P.K. Om aan den Heer de Ro­chemont te s'Hertogenbosch aanteschrijven, dat de bepaalde termijn van 3 weken reeds ruim verloopen zijnde, de P.K. binnen 8 da­gen, op haar billijk verlangen, wegens de onderne­ming van het bewuste kind blijft insis­teeren.

De Direkteur B. vd Bosch. Accuseert de ont­vangst der mandaten no. 547-540 met ver­zoek om meerdere.
Berigt het vertrek van Fanner en vrouw die zich ter verantwoording bij de P.K. zullen vervoegen.
Zendt in de specificatie der vermiste en voor­handen zijnde kledingstukken en verdere goederen van Winninck. vermelding
Gelijk ook een nota van verzondene lakens en garens.
Geeft berigten en doet voorstellen omtrent Koppens en Reichard. 19)