Naar het overzicht
van de POST







De POST van SEPTEMBER 1820

Zondag 1 september 1820

Notulen van de Permanente Commis­sie invnr 38. Besloten het koncept-besluit door den Gene­raal ter vergadering voorgelezen, wegens de verdeeling der granen en gewassen behoor­ende tot kolonie no.1 en der ter veld staande boekweit in de Vierdeparten, en het angloi(?) derzel­ve en 't bereiden van mest (fiat inserti­o).
Konform te arresteren en kopylijk aan de Direkteur ter apuitie(?) toetezenden.

Zaterdag 2 september 1820

Uit het brievenboek:

A. Brouwer. Direkteur der fabriekmatige ar­beid. Zendt in deszelfs engage­ment als Di­rekteur van den fabriekmatigen arbeid op de door de P.K. bepaal­de voorwaarden.
En diverse monsters van in de kolonien gefa­briceerde schoenen, met opgaaf der prijzen. 19)



Dinsdag 5 september 1820

Uit het brievenboek:

Besluit der P.K. Om aan den Hr Professor van Swinderen te Groningen, mede te deelen het gunstig rapport van den Hr van Muijden over den kweekeling Mulder aan den Genl. vd Bosch afgelegd. 19)


Notulen van de Permanente Commis­sie invnr 38. Missive van den Direkteur, 27 aug. Meldt de aankomst van den sergeant Dinant, vrouw en 4 kinderen, benevens 5 weezen; zonder aan­schrijving der Kommissie, met verzoek om opheldering.
Temelden dat Dinant komt als gewoon kolo­nist.

Uit de Staatscourant:

Leeuwarden, den 5 september.

In onze Stads-Courant van heden leest men het volgende:

(Extract uit een' particulieren brief.)

Gaarne berigt ik u het een en ander, ten opzigte der kolonie, waar ik onlangs wederom geweest ben. Volledig verslag kan ik er u niet van geven, zonder te langwijlig te worden. Hetgeen gij er van gehoord hebt, is niet over­dreven: in de kolonie no. 1, waar de be­schou­wer laatstleden zomer den grond te zandig hield, om er wat goeds van te maken, stond het gewas zoo, dat men het met dat van de vrucht­baarste zandgronden altans gelijk stellen kan. De aanleg der kolonie no. 2 is uitmuntend. Hier is het tigchelwerk; bijna 300,000 steenen waren er in de oven, en zijn nu reeds gebakken. Een groote voorraad was daartoe reeds weder gereed, en er worden dagelijks 10,000 steenen ge­vormd. Klei, hout en turf is er in overvloed. De aanleg der kolo­nie no. 3 overtreft alles. Langs eenen lijnreg­ten weg, zijnde de postweg van de Blesse naar Steenwijk, heeft men, ter lengte van ongeveer een half uur gaans, aan beide kan­ten huizen; en nog twee dergelijke rijen, ter lengte van ongeveer 1/4 uur gaans ieder, loopen noord-oostelijk. In de kolonien no. 2 en 3, hebben de huizen eene andere bouwor­de dan in no. 1. Ieder huis, hetwelk voor een arbeider uitmuntend is, heeft 1800 vierkante roeden grond om te bouwen. In aanmerking genomen, dat laatstleden winter alles nog dorre heide was, staan de vruchten over het algemeen goed, en de boekweit was voortref­felijk. men behoeft slechts de kolonisten aan te zien, om te vernemen hoe zij het hebben. Zeker treft men er wel eenen onverge­noeg­den, die den vreemdeling zoekt te misleiden; maar men bespeurt terstond zijne schaamte, wanneer hij merkt, dat men wel onderrigt is. De geregelde orde en werk­zaamheid zijn opmerkelijk. Met oneindig meer genoegen beschouwt de menschenvriend dezelve, dan die der bijen. Alle zwarigheden, zoo dikwerf ingebragt, verdwijnen meer en meer. Ik durf u en ieder vrijmoedig aanraden: ga en zie. Maar niet gelijk de menigte, die, of eenige treden ver gaat in de kolonie, tot dat zij er een oppervlakkig gezigt van heeft, of, op zijn best, er doorrijdt, en zegt: ik heb het gezien! Gij moet alles bezien, daar alles voor u open staat. Ziet gij, hoe het rondom het huis van den kolonist is, veilig kunt gij reeds besluiten, hoe het daar binnen is: meer of minder net. Ga dan in de onderscheidene huizen, in de spinschool, in het schoolge­bouw, in de hui­zen der onder-directeuren, in het voorheen zoogenaam­de maga­zijn, enz. Vooral moet gij de onderscheidene werkzaamheden te huis en te velde beschouwen; dan keert gij zeker terug met den wensch: namen toch mijne landgenooten er meer deel aan, wierden er op deze wijze vele duizenden teruggegeven aan de maatschappij! wierd op deze wijze het aankomend geslacht tot nuttige, brave en arbeidzame leden in de zamenleving opge­kweekt! heerschte er overal die orde en werkzaamheid, dan ware de behoefte, die dagelijks aan­groeit, minder! wilt gij op de regte wijze weldadig zijn, mijn vriend! spreek dan overal, waar gij kunt, ten voordeele van deze schoone inrigting van weldadig­heid; niet uit vrees, dat zij anders te niet gaan zal, maar doe dat, om den menschenvriend aan te wijzen, hoe hij op de beste wijze helpen kan, in den, reeds vrij algemeenen, en nog steeds klimmenden nood. sc 9.9.20



Woensdag 6 september 1820

Uit het brievenboek:

De Direkteur B. van den Bosch. Accuseert de ontvangst van mandaten.
Zendt in een staat van aangekomen huisge­zinnen en eene van vermiste personen.
Heeft de granen in het Broek reeds moeten verdeelen.
Geeft kennis van de beste gelegenheid tot aankoop van koeijen, schapen en hooij reeds verloopen is, zonder daarvan naar behoren te hebben kunnen profiteren.
Verzoekt andermaal de verantwoordingen van april af.
Vraagt naar eenige bepalingen der P.K. 19)

De bepalingen betreffen Seijl, een Haagsch weesmeisje en de dochter van Bosch.



Vrijdag 8 september 1820

Notulen van de Permanente Commis­sie invnr 38. Besloten aan de Direkteur te schrijven,
a. Dat ZijnEd. hierbij geworden 5 manda­ten, ieder ƒ1000:- no.495 tot 499, tot aanvan­kelijke besteding de aankoop van koeijen
b. Dat ZijnEd. met den aankoop ten spoedigste kan voortgaan; echter op dien voet dat hij beginne met de kolonisten in kolonie no.2 en 3 gevestigd, van ééne koe te voorzien, en de P.K. informeere, wanneer hij bovengen. som ten naasten bij zal besteed hebben. 38)



Zaterdag 9 september 1820

Missive in het Frans aan J.D. Lawaetz in antwoord op vragen over het stelsel van kolonisatie. 352)





Zondag 10 september 1820

Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 19.
De Direkteur B. van den Bosch. Accuseert de ontvangst van mandaten en missives.
Berigt de kolonie de Ommerschans te zullen gaan bezichtigen, en van deszelfs bevinding rapport doen.
Berigt de handelwijze der kolonisten omtrent het te veel besteden aan winkelwaren en snuisterijen.
Beklaagt zich omtrent het gedrag van het joodsche huisgezin van Winninck, 't welk hij vreest dat bij vervolg naar de Ommerschans zo moeten worden verplaatst worden. vermelding


Notulen van de Permanente Commis­sie invnr 38. Besloten den Direkteur aanteschrijven, om den sergeant Zyll met zijn huisge­zin te ver­zenden naar de Ommerschans; en het wees­meisje uit 's Hage meede derwaards te expe­diëren. 38)



Dinsdag 12 september 1820

Uit het brievenboek:

De Direkteur B. van den Bosch. Accuseert de ontvangst van mandaten.
Doet gunstig verslag zijner bevinding van de kolonie de Ommerschans.
Berigt eene voorgevallen onaangenaamheid met de arbeiders aldaar.
Verzoekt toezending der rekening van maart.

Door den Generaal gedeponeerd. Missive des Direkteurs B. van den Bosch van den 30 aug. ll. Zendt in eene nominatieve staat van aangekomene kolonisten met eenige berigten omtrent derzelver gedrag. Vraagt de bepaling der Perm. Komm. omtrent het restitueren van declaratien der wijkmeesters, gelijk ook der reiskosten aan de wed. Weender. 19)



Woensdag 13 september 1820

Uit het brievenboek:

De kassier P.J. Ameshoff in t partikulier. Zendt in kopy van het door den Hr de Riche­mont van 's Hertogenbosch toegezonden kind ter verzending naar de kolonien, berigt ƒ60 voor besteding en ƒ3 voor onkosten daarbij te hebben ontvangen, welk kind door ZijnEd. is opgezonden.
Verzoekt persoon in de admin. der kolonie tegen betaling van ƒ300.
Verrigting: het laatste punt in advys. 19)



Donderdag 14 september

Uit de notulen van de Permanente Commis­sie:

Missive van den Hr. Ameshoff van 13 sept. no.100 in zijn partikulier; inhou­dende, berigt dat hem door den Hr. G.L. de Rochemont van s'Hertogenbosch is toegezonden, het meisje Wilhelmina Leonora Mond ter verzen­ding naar de kolonien, benevens ƒ60 voor een jaar bestedingsgelden en ƒ3 voor reis­kos­ten; en dat hetzelve door ZijnEdG naar de kolonien opgezonden is; tevens inzendende kopy der geleibrief. Besloten den Heer de Rochemont te berigten dat de P.K. zich over deze opzending hoogst verwonderd, daar voor hetzelve, ingevolge de vroeger medege­deelde bepalingen, geen kontrakt is aange­gaan, noch de P.K. van deze opzending ge­in­formeerd is, en dat zij derhalve verzoekt per ommegaande te willen opgeven, of dien Heer genegen is voor de overneming van ge­noemd kind kontrakt aantegaan, op welken grond ZijnEd daartoe bevoegdheid heeft, hoedanig de namen van de ouders des kinds zijn, en gedurende welke tijd men het kind in de koloniën wenscht te besteden, zullende de P.K. alsdan, daartoe termen zijnde, het kon­trakt deswege aantegaan,ter teekening on­verwijld toezenden, terwijl zij bij gebreke van dien, in de verpligting is, het kind dadelijk te doen retourneren op dezelfde wijze, als het­zelve gekomen is.
Voorts den Heer Direkteur te berigten, dat omtrent de behandeling van het aangeko­mene meisje ZijnE nader zal worden geinfor­meerd, en tot dien tijd hetzelve van geene kleedingstukken te voorzien. 38)



Zaterdag 16 september 1820

Uit de notulen van de Permanente Commis­sie:

Missive van kassier Ameshoff, 13 sept. Voor­stellende een persoon van 36 jaren, vlug schrijvende, in de kolonie te plaatsen voor ƒ300 in eens.
Te schrijven, dat de P.K. wel een man, ge­zond van lijf en leden, voor ƒ300 in eens in de kolonie wil aannemen, doch dat dezelve met geen post of bedie­ning kan worden ge­accepteerd en dat hij dus zoude moeten on­derworpen om bij een huisgezin te worden ingedeeld.

Direkteur vd B., 10 sept. Accuseert de ont­vangst van mandaten brieven, meldt dat door de kolonisten, vooral van no.1 te veel aan winkelwaren wordt besteed, en hij daar te­gen, zoo veel mogelijk zal waken; beklaagt zich over het gedrag van het joodsche huis­gezin Winninck, 't welk hij vreest dat bij ver­volg naar de Ommerschans zo moeten wor­den verplaatst worden.

Subk. Amst., 15 sept. Stelt disponibel ƒ450 en wenscht dat in de volg. Star eenige berig­ten omtrent de staat der wezen in de kol. worden geplaatst.
Besloten, aan den Generaal om berigten te vragen, en wel zoo spoedig en naauwkeurig mogelijk. 38)

Zondag 17 september 1820

17 september 1820, 2e huwelijk Abraham Smit:
Vledder, huwelijksakte, 17 september 1820, aktenr. 7
Bruidegom: Abraham Smit, oud: 60 jaren; weduwnaar van Maria Antoni ten Ham, zoon van Harmen Abrahams Smit en Maria Schellekens.
Bruid: Aagje Jans Keg, oud: 42 jaren; weduwe van Pieter Boon, dochter van Jan Keg en Jannetje Jans Biere.


Maandag 18 september 1820

Uit het brievenboek:

De Generaal J. vd Bosch. Meldt de gunstige bevinding der kolonien door de Komm. met het onderzoek derzelve belast.
Vindt zich eenigzints verlegen met de uitdee­ling der medailles.
Advyseert de kinderen van Delft, ter indeeling overtenemen.
Stelt voor de berigten wegens de bevinding door Dordrecht, van de kolonie aan die subk. te verzoeken.
Koloniale berigten.
Retourneert de door ZijnEd. geteekende 5 acceptatien.

De Direkteur B. vd Bosch. Accuseert de ont­vangst van brieven & mandaten.
Berigt de aankomst van Wilhelmina Leonora Mond.
En dat de kleedingstukken nog niet zijn nage­zien kunne worden; uit hoofde van den onge­lukkigen val van Vrijhoeff.
Vraagt andermaal de rekening van maart terug.
Geeft koloniale berigten. 19)

Dinsdag 19 september 1820

Uit het brievenboek:

De Generaal J. vd Bosch. Zendt in een pro­ject besluit, met bijlagen omtrent eenige wijzi­gingen in de administratie ten fine van appro­batie.
Voorts eene staat van verdiensten der wee­zen met gunstig rapport wegens dezelven. 19)



Woensdag 20 september 1820

Uit de notulen van de Permanente Commis­sie:

Miss. van den Gener. vd Bosch, 18 septem­ber. Gevende gunstige koloniale berigten, advyseerende de kinderen van Delft ter in­deeling overtenemen, en retourneerende de 5 door hem geteekende acceptatien.
Besloten aan de subk. te Delft te schrijven, dat, het voor de plaatsing van kinderen voor zoodanig een korten tijd, en zonder verbinte­nis om dezelven daarna door anderen te vervangen, in 't algemeen buiten de gewone kontrak­ten valt, de P.K. thans echter juist gelegenheid ter plaatsing van dezelven heb­bende, bereid is die kinderen tegen ƒ60 jaar­lijks per hoofd, tot hun 21ste jaar overtenee­men; voorts aan dezelven tezenden een kon­trakt ter teekening, volgens de gewone form, de betaling eenmaal 's jaars voor uit moeten­de geschieden en met bijvoeging, dat zij dadelijk na de te rugzending van 't kontrakt kunnen verzonden worden, mits vooraf den Heer Ameshoff preven­nieerende. 38)

prevenniëren = verwittigen



Donderdag 21 september 1820

Uit het brievenboek:

De Direkteur B. vd Bosch. Berigt te hebben afgezonden de gerectificeerde verantwoordin­gen tot july, en de rekening van january op de nieuwe wijze. De overige zullen zo spoe­dig mogelijk volgen.

Vraagt de bepaling der P.K. omtrent den aanvang des traktements van Reese. 19)



Vrijdag 22 september 1820

Uit het brievenboek:

De Generaal J. van den Bosch. Advyseert op den brief van den Komm. van Oorlog no.71/9 om op het verzoek wegens den fuselier Heij­zer te blijven insisteren.
Op dien der SK Amsterdam dat de voorge­stelde persoon bij gelegenheid in aanmerking zal komen en op die van Zaandam dat de noodzakelijkheid der indeeling bij de wed. Weender thans vervalt. 19)



Zaterdag 23 september 1820

Uit het brievenboek:

De Direkteur B. van den Bosch. Retourneert de gerectificeerde verantwoor­dingen en zendt in die van january ll., naar de laatste bepa­ling, met ZijnEd. konsiderans deswege. 19)


Uit de notulen van de Permanente Commis­sie:

Direkteur, 18 september. Accuseert de ont­vangst van brieven en mandaten; meldt het weglopen en te rug brengen der dochter van den kolonist Nieuwen­huis. 38)



Dinsdag 26 september 1820

Uit het brievenboek:

De Generaal J. vden Bosch. Zendt in een brief van den Hr S.J. van Royen, houdende verzoek om definitief besluit, omtrent het verleenen van een toelaag, aan den te Vled­der beroepen predikant, met ZijnHoogEdG.s advys.
Geeft eenige koloniale berigten, en verzoekt informatie omtrent den te zenden school­meester en toezending der kledingstukken. 19)


Uit de Staatscourant,
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Personen/Zorn.html





Donderdag 28 september 1820

Uit het brievenboek:

De Direkteur B. van den Bosch. Berigt de 3 mandaten ieder a ƒ1000, welke op den 25 dezer schijnen verzonden te zijn, nog niet te hebben ontvangen.
Verrigting: de duplicaten toegezonden. 19)



Vrijdag 29 september 1820

Uit het brievenboek:

De Direkteur B. vd Bosch. Accuseert de ont­vangst der op den 25? afgezon­den 3 stuks mandaten welke door eenig toeval 2 dagen later zijn ontvangen. 19)


Besluit permanente commissie betreffende eenige bepalingen omtrent de inwendige administratie der koloniën met 1 Bijlagen genomen den 29e september 1820 (= instelling wijkmeesters), invnr 960 mapje 1820
Zie http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/1820_09_29Wijkmeesters.html




Zaterdag 30 september 1820

Bericht van 30 september 1820 van de subcommissie Schiedam, overgenomen in de Staatscourant van 3 oktober 1820, over wie ze allemaal al naar de koloniën hebben gezonden. transcriptie


30 september 1820, Huwelijk eerste dochter:
Vledder, huwelijksakte, aktedatum 30 september 1820, aktenr. 8
Bruidegom: Sijberen Gerrits de Vries, oud: 24 jr., zoon van Gerrit Jans de Vries en Martien Sijberens.
Bruid: Johanna Catharina Wener, oud: 21 jr., dochter van Johannes Wener en Grietje van Voorst.