Naar het overzicht
van de POST







De POST van AUGUSTUS 1820

Dinsdag 1 augustus 1820


Uit het brievenboek:

De Direkteur B. van den Bosch. Meldt de toedragt en plaatsgehadhebbende bij het bezoek van Z.K.H. den Prins van Oranje in de kolonien, op den 31 july ll. en dat Z.K.H. deszelfs volkomene tevredenheid heeft geuit over dezelven.
Zendt in eene opgave der namen, van de ter gras maaijing uitgezondene kolonisten. 19)


Woensdag 2 augustus 1820


Uit het brievenboek, invnr 19 over Reese: transcriptie


Uit de notulen van de Permanente Commis­sie:

Ter tafel gebracht door den Heer Genl Ma­joor van den Bosch een propositie om effect te geven aan de besluiten, gisteren door de Algemeene Vergade­ring genomen, van den volgende inhoud:
De Permanente Kommissie overwegen­de de noodzakelijkheid om gevolg te geven aan de besluiten der Algemeene Vergadering van den 1. augustus, en wel bijzonder aan dat, betrekkelijk tot de bemesting en grond­ontginningen, en den fabriekmatigen arbeid; overwegende alsmede de noodza­kelijkheid van de reeds aangelegde koloniën no.1, 2 en 3 te voorzien van koeijen en andere vereisch­tens; overwegende de noodzakelijkheid van bepalingen te maken ten aanzien van de uitgebreidheid van grond, die nog dit jaar zal worden voorbe­reid om daarop in het aan­staande jaar nieuwe koloniën aanteleggen, en in aanmerking nemende, de tot de opge­gevene eindens disponibele sommen, heeft besloten, gelijk dezelve besluit bij deze:

1. De Heer Direkteur afschriften te doen ge­worden van de genomene besluiten, betrek­kelijk het maken van mist, en de inrigtingen voor den fabriekmatigen arbeid.

2. Stukje over Ommerschans. transcriptie

Dat in de Vierde Parten op het Holland­sche Veen de grond voor 75 hoeven, op gelijke wijze zal worden voorbereid, als mede 25 hoeven op de Halle, en dat ieder derzel­ven alsmede tot medio october zal kunnen worden aangewend ƒ80,- met dezen verstan­de nogthans, dat de branding op de hoeven van de Halle geregeld zal moeten naar den aard der gronden, en naar het geen deswege bepaald is bij het reglement van grondontgin­ning, te vinden in de verzameling van wetten en reglementen.
Dat wat betreft de invoering van de fa­briekmatigen arbeid in de kolonien no.1 & 2 zullen kunne worden te werk gesteld, in ie­der, voor eerst, 2 schoen­makers en 2 kleder­makers, en deze zullen worden te werk ge­steld om schoenen en kleedingstukken te vervaardigen, volgens het model en tarief der Maatschappij, en het dubbeld getal in de kolonie no.2; gelijk mede voor de kolonie no.1 & 2 een tweede uit de kolonisten te nemen, en mede een tweederleij voor de kolonie no.3 in werking zal worden gebragt, en tot een en ander zal kunnen worden aan­gewend de som van ƒ1000:- voor de gebou­wen als gereedschappen; dat de Maatschap­pij daarvan eene behoor­lijke rente geniet, of de restitutie der hoofdsom erlangt.
Dat ten behoeve van de koloniën no.1, 2 en 3 op geschikte tijden zullen kunne worden aangekocht 175 a 180 stuks koeijen, bene­vens voor de kolonien no.1 & 2 voor ƒ4000:- aan hooi, waarvan echter het bedrag zoo spoedig mogelijk op den oogst der kolonisten zal worden gekort, terwijl ten aanzien van de kolonie no.3 daar mede zal worden getempo­riseert tot het blijkt of de gewone somme al of niet toereikende is; terwijl al verder, zoo tot aankoop van zaadkoorn voor de winters-gra­nen zal kunnen worden aange­wend de som van ƒ2000,-. Voor zoo verre die echter aan­gewend worden ten behoeve van de koloniën no.1 & 2, zullen die, zoo mogelijk op de oogst worden gekort.
Dat alsmede dadelijk eene proeve zal genomen worden, om de mistbe­reiding zood­anig intevoeren als bij het voorgenoemde besluit bepaald is, en te die einde voor de Ommerschans zullen worden aangekocht 300 schapen, voor de hoeven op den Halle 200, en voor de kolonie no.4 500. benevens het noodige hooi, a ƒ2:- per schaap, en zoo noo­dig, voor de hokken zal kunnen worden be­steed, de som van ƒ4000:-
Overigens wenscht de Kommissie dat de Heer Direkteur de overige uitgaven zoodanig regelen, dat dezelve met eene som van 6 of ƒ7000 maandelijks bestreken kunnen wor­den, en mitsdien de aankoop van nood­wen­dighe­den daarnaar zoo veel mogelijk regelen.
Konform besloten.

Voorts wordt er nog besloten een nieuwe lening bij de Vlaer en Kol aantevra­gen, groot ƒ 30.000,- 38)



Vrijdag 4 augustus 1820

Uit de notulen van de Permanente Commis­sie over aanstelling Reese, invnr 38:
http


Zondag 6 augustus 1820

Aug 06 Vledder, geboorteakte, 8 augustus 1820, aktenr. 20
Kind: Suzanna Adriana Pereijn, geboren te Frederiksoord (Vledder) op 06-08-1820, dochter van Willem Pereijn, beroep: arbeider; oud: 24 jaren, en Katrina Glas, oud: 37 jaren.

Dinsdag 8 augustus 1820


Brief van Prins Frederik aan Johannes vd Bosch:

Het Loo den 8 augustus 1820

Ik heb de eer UWEG te verwittigen dat Z.M. den Koning niet na de kolonien komen zal, daar onderscheidene werkzaamheden hem niet veroorloven in deze dagen zich van hier te verwijderen. Hoogstdezelve heeft dus van zijn voornemen afgezien, hoopt echter noch in de maand september dezes jaars na Fre­deriksoord te gaan. Dit doet mij echter mijn plan niet veranderen, en ik denk overmorgen, den 10den om 7 uur morgens te Steenwijk te zijn; ik zal UWEG dus verzoeken tegen dat uur ook daar te zijn om mij verder in de kolo­nien te begeleiden, of wel mij in Steenwijk te doen weten waar ik u aantreffen zal. Om twaalf uur wil ik wederom van Steenwijk ver­trekken om mij naar Zwolle te begeven; ik zal dus vijf uuren tijd hebben om van Steenwijk uit alles te bezichtigen, en verzoek UWEG ook alles wel zoo te willen inrichten, dat ik het meest mogelijke en vooral het belangrijk­ste in die tijd zien kan. Daar ik niet zoo goed met de localiteiten bekend ben, zal ik UWEG ook verzoeken te Steenwijk de noodige in­richtingen te willen treffen om mij van daar op de spoedigste en geschiktste weize naar de kolonien te kunnen begeven; het zij door aldaar vier paarden gereed te hebben om voor mijn eigen rijtuig te spannen en met die de tour te doen, of mogelijk een ligter rijtuig te doen in gereedheid hebben, t' geen meer voor de wegen van die omstreken berekend konde zijn.
Gij zult mijn vergeven, Mijnheer de Ge­neraal dat ik u met deze kleinighe­den lastig val, doch om geen verwarring te doen ont­staan, heb ik vermeend mij aan niemand, als aan UWEG te moeten wenden. Het zal mij een onuit­sprekelijk genoegen zijn, van u in het midden uwer schepping zoo men het zo noemen mag, te zien; en eindelijk daardoor aan mijnen wensch van Frederik­soord en de overige kolonien te zien te kunnen voldoen.

Ik noeme mij met de meeste achting
Mijn Heer de Generaal
UWEG zeer dienstwillige dr.
Frederik Pr. der Nederlanden P934)




Woensdag 9 augustus 1820

Uit de notulen van de Permanente Commis­sie:

Besloten op de missive van den Direkteur no.149/7 de medailles, zoo dra die gereed zullen zijn, uittedeelen in gevolge het tableau door den Generaal ter Algem. Vergadering geproduceerd. 38)




Donderdag 10 augustus 1820

Uit de Staatscourant:

Steenwijk, den 10 augustus.

Was er vreugde in deze omstreken, toen onlangs Z.K.H. de Prins van Oranje dezelve met Hoogstdeszelfs tegenwoordigheid vereer­de, - niet minder was de blijdschap, die, hier en in de nabijgelegene kolonien van Welda­digheid, door de komst en het vertoeven van 's Konings tweeden Zoon, den geliefden Prins der Nederlanden, algemeen werd opge­wekt.
Z.K.H. had zoo vroegtijdig het Loo verla­ten, dat dezelve reeds 's mor­gens ten acht ure deze stad binnen reed, alwaar hij, onder een herhaald hoezee, aan het logement op de markt, door den tweeden assessor der commissie van weldadigheid, ontvangen, alsmede door de hoofden van het plaatselijk bestuur verwelkomd werd. Terstond daarop beklom de beminde Vorst het rijtuig, bestemd om Hoogstden­zelven naar de kolonien van Welda­digheid te voeren. Begeleid door den tweeden assessor, nam Z.K.H. aldaar alles, met zigtbare belang­stelling, en, zoo veel de tijd toeliet, naauwkeurig in oogenschouw; en liet niet na meermalen Hoogstderzelver goed­keuring te betuigen.
Treffend was het schouwspel, hetwelk zich bij herhaling in de kolonien deed zien: Een weldadig Vorst, omringd door een aantal beweldadigden, welker dankbare erkentenis zich uitdrukte in het doelmatig gezang en vreugdejuichen; terwijl zij deszelfs pad met bloemen bestrooide, als een zinnebeeld hun­ner wenschen voor het levensgeluk van Hem, die, als hoofd en beschermer der maatschap­pij van Weldadigheid, bloemen op hun le­venspad doet groeijen, op het­welk weleer slechts distelen en doornen wiesen.
Wel te vreden over hetgene Z.K.H. had gezien en gehoord, keerde dezelve binnen deze stad terug. De tweede assessor had gezorgd, dat alhier eene collation in gereed­heid was, en aan eenige honoraire en corres­ponde­rende leden der maatschappij van wel­dadig­heid, benevens derzelver echtge­nooten, de gelegenheid verschaft, zich daarbij, met den Doorluchtigen Voorzitter der maatschap­pij, te verheu­gen in den bloei der kolonien, en Hoogstdeszelfs vriendelijk onderhoud eenigen tijd te genieten. De Vorst stelde, bij die gelegenheid, eenige zeer doelmatige toasten in, welke gepast werden beantwoord. Spoedi­ger dan men gewenscht had, sloeg het uur, tot 's Vorsten vertrek bepaald, en Hoogstdezelve verliet, na onderscheiden blijken van welwillendheid en minzaamheid gegeven te hebben, deze stad, onder het gejuich der menigte en de stille wenschen van vele voor het geluk van zijnen Doorluchti­gen persoon. sc 21.8.20



Vrijdag 11 augustus 1820

Uit het brievenboek:

De Direkteur B. van den Bosch. Zendt in de verantwoording van gelden over july ll., met berigt dat de kwit. per scheepsgelegenheid zullen volgen. 19)



Vrijdag 18 augustus 1820

Uit het brievenboek:

De Direkteur B. vd Bosch. Accuseert de ont­vangst van mandaten.
Zendt in de kwitantie van Ds Wilbrink.
Berigt het vertrek van den sergt. Gilliam en geeft hieromtrent ZijnEdG. advys.

De Direkteur A. Brouwer. Zendt in een pro­ject advertentie en een koncept voorwaarde der te doene aanbesteding van 10,000 pond Drentsche wol, met ZijnEd. aanmerkingen hieromtrent. 19)




Maandag 21 augustus 1820

Uit de notulen van de Permanente Commis­sie:

Direkteur B. vd Bosch, 18 augustus ...
Besloten den Direkteur aanteschrijven dat gemelde Giliam kan worden te rug gezonden.

Subk. Zaandam, 11 augustus, herhaalt haar verzoek om bij de wed. Weender in de kolo­nie een man intedeelen als hebbende daar toe reeds ernstig aanzoek gedaan; uit haar loftuiting(?) over de bevinding der kol. door den Heer secretaris. In handen van den Ge­neraal.

Subk. Utrecht, 9 augustus, verzoekt het ver­trek van den gewezen sergeant J.A. Dinant om als onderopziener in de kol. geplaatst te worden. In handen van den Generaal. 38)



Dinsdag 22 augustus 1820

Uit het brievenboek:

Den Direkteur B. vd Bosch. Berigt den tegen­woordigen toestand der gronden en gebou­wen aan den Ommerschans.
Berigt gunstig omtrent de bekwaamheden van de H.H. Visser en Fenner.
Berigt de voor die kolonie gedane uitgaven.
Verzoekt mandaten als naar gewoonte te ontvangen.
Deelt mede het gegeven bezoek door den Hr van Stirum, adj. van Z.K.H. den P. van Oran­je, en van deszelfs vader.

De Direkteur B. vden Bosch. Zendt in een door den Hr. Adjct. Direkteur vervaardigd kaartje der kolonie de Ommerschans. 19)


Uit de notulen van de Permanente Commis­sie:

Op de missive van den Hr Brouwer no.103/7 is besloten, na gehoord te hebben het rap­port van de leden Van den Bosch en Van Riemsdijk, het traktement van den Heer A. Brouwer te verhoogen jaarlijks tot duizend guldens; mits hij daarvoor de direktie houde, niet alleen over de vlas en wolspinnerij, maar over alle fabriekmatigen arbeid in alle de gevestigde of nog te vestigen kolonien tot 500 huisgezinnen toe, en met toezegging dat, bij uitbreiding boven dit getal huisgezinnen, dit traktement met één gulden per huisgezin zal verhoogd worden; terwijl wederzijds eene voorafgaande waarschuwing 6 maanden voor de jaarlijksche expiratie behoord te geschie­den, ingeval men mogt verlangen deze over­eenkomst te doen eindigen.

Ingekomen missive van den Hr. Brouwer, Direkteur der fabriekmatigen arbeid in de kolonien in dato 18 aug.; inhoudende een project advertentie en een koncept voorwaar­de ter aanbesteding van 10,000 pond Drendt­sche wol.
Besloten aan dien Heer te schrijven, dat de P.K. deze koncepten approbeert, alsmede goedkeurt deszelfs voorstel om de voorwaar­den, op de opgegevene plaatsen ter lezing te leggen, en dat de biljetten zullen moeten ingezonden worden, bij den Heer Direkteur B. van den Bosch voor of op den 20e septem­ber aanstaande. 38)



Woensdag 23 augustus 1820

Uit het brievenboek:

De Direkteur B. van den Bosch. Verzoekt toezending van klederen voor den huisverzor­ger Fanner. Stelt voor bij denzelven nog 3 kinderen intedeelen.
Meldt ZijnEdG. bevinding wegens eenige ontvangen steenen uit de bakkerij.
Zal de aankomst van huisgezinnen nader advyseren.
Berigt de aankoop van schapen. De duurte der koeijen.
En dat het huwelijk van Klaver met de doch­ter van Bosch niet kan geschie­den. 19)



Donderdag 24 augustus 1820

Uit het brievenboek:

De Direkteur B. van den Bosch. Zendt in eene missive van den adjt. Direk­teur Visser wegens de te hooge kosten der te vervaardi­gen schapenhokken. Verzoekt hieromtrent de bepaling der P.K.;
Gelijk ook autorisatie tot het doen van een voorschot aan Giliam.
Verzoekt retour der maandelijksche verant­woordingen, van april af.

Berigt het verzoek van ZijnEdG. boekhouder om te Steenwijk te mogen wonen.

Verzoekt de bepalingen der P.K. te vernemen omtrent de verdeeling der granen in het Broek, in gemeenschap aan de kolonisten behorende. Geeft hieromtrent deszelfs advys. 19)

24 augustus 1820; Wouter Peen en oudste dochter van Bosch, Johanna, worden geplaatst in Willemsoord.


Zondag 27 augustus 1820

De Direkteur B. vd Bosch. Vraagt de bepaling der P.K. omtrent de van Utrecht, zonder ge­leibrief aangekomene sergt. Dinant en 5 kin­deren, waar­van ZijnEdG. geen advys heeft. 19)



Dinsdag 29 augustus 1820

Uit het brievenboek:

Besluit der P.K. Om den Heer Direkteur aan­teschrijven wegens de bevinding der toege­zondene monsters vijfschaft, pijlaken, baaij, korissen en dekens, met verzoek om toezen­ding van nieuwe monsters van de 2 laatste artikelen.

Besluit volgens brievenboek invnr 19 over Ommerschans. transcriptie

De Direkteur B. vd Bosch. Accuseert de ont­vangst der mandaten no. 475 - 477. Verzoekt er weder eenige te mogen ontvangen.
Zal van de aankomende huisgezinnen nader rapport doen.
Geeft koloniale berigten. 19)






Uit de notulen van de Permanente Commis­sie:

Kornelis den Oude in Willemstad, no.24/7
Besloten hem aanteschrijven, dat er geene geleegenheid is, om hem als onderopziener te plaatsen.

Rekwest van den onderopziener P. Giliam in kolonie no.2
Te schrijven aan denzelven, dat daar hij op zijn verzoek vrijwillig ontslagen is, de P.K. geene termen vindt om eenig voorschot aan hem te doen. 38)



Donderdag 31 augustus 1820

Uit het brievenboek:

De kassier P.J. Ameshoff. Zendt terug de remise van Assen; als oninvorder­baar zijnde met het protest. 19)