Naar het overzicht
van de POST







De POST van NOVEMBER 1819

Dinsdag 2 november 1819


Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 18. Subcommissie Rotterdam 'geeft goed getuigenis van de personen A. Leeuws (??) en huisvrouw, tot huisverzorgers gesolliciteerd hebbende, Zendt in dit verzoek van T. berkenkamp, en vrouw, mede vuh gaar aller gunstigst bekend.


Een verzoek van Teunis Berkenkamp en Machteltje ten Heuvel om in de kolonie te worden opgenomen. Op de achterkant staat: Goed getuigenis.  53)



Woensdag 3 november 1819


Brief van Benjamin van den Bosch aan de Permanente Commissie:

Frederiksoord den 3 november 1819

Het hier bijgaande proces verbaal van de overneeming der Ommerschans heden ontvangen hebbende, haast ik mij het zelve aan de Permanente Kommissie te doen toekomen. Ook den daarbij ontvangen brief, zend ik, tot informatie, mede aan de Kommis­sie over.

Mandaat no. 177 à ƒ 1000- meen ik bij mijnes voorgaande reeds als ontvangen, te hebben opgegeven.
Mijne meenigvuldige uitgaven noodzaken mij, op nieuw de toezending eener mandaat te verzoeken. Uit mijne verantwoording, die ik morgen aan de Kommissie afzende, zal zij dan den ongunstige staat mijner financien ontwaren.

Dheer Oosterlo is meede dringend om con­tanten verlegen wenschte ook gaarne dat het de Kommissie mogt gelegen komen, daar in te voorzien.

De menigvuldige bezigheden der Kommissie hebben haar zeker verhindert all mijne voorgaande geheel te beantwoorden.
Zij houde het mij ten goede, dat ik nogmaals onder harer attentie breng.
De aanzienlijke voorraad gesponnen wol, die zonder nadere bepaling, moeijelijk voor bederf zal te bewaren zijn.
Op de ingezonden model staat van ingebragte melk etc. en gedaane aanvraag hoe de Kommissie die gelden wenschte gebragt en verantwoord te hebben.
Geene decisies nog zijnde aangeko­men, heb ik gemeend het daar voor te mogen houden, dat de Kommissie de aangevangene wijze goedkeuren, en dus daarmeede te kunnen voortgaan.

Het meisje van Vos heb ik voor eenige dagen verlof gegeven, tot de Kommissie zou hebben gedecideert of aan t gedaan verzoek, van buiten de kolonie te gaan dienen, dat ik bij voorgaande reeds heb geappueerd kon worden voldaan.

De Kommissie gelieve mij mede te informeren of het bij Ger­ritsma inwonend meisje bij een ander kan ingedeeld worden.

Het zou mij meede zeer aangenaam zijn, de verzogte nota van 't geen hier. voor de opkomende kolonisten moet aangemaakt worden, te mogen ontvangen, dewijl men hier aan de bestellin­gen niet zeer spoedig voldoet en de tijd van aankomst reeds nabij is. 53)
Genoemde proces-verbaal en 'ontvangen brief' gezocht, maar niet gevonden.


Zaterdag 6 november 1819

Uit de notulen van de vergadering van de Perma­nente Commissie:

"Barth Ziek te 's Gravenhage verzoekt dat zijn knegt in de kol. worde geplaatst. Gedeklineerd." 38)


Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 18. Petrie te Amsterdam solliciteert dringend om in de kolonie geplaatst te worden, Provisioneel in advijs


Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 18. Subcommissie Maassluis berigt de mislukking aldaar van het plan van indeling van kinderen en huisgezinnen. Vraagt of zij dit jaar een huisgezin op de gewone voet naar de kolonie kan zenden.


Zondag 7 november 1819

Uit de notulen van de vergadering van de Perma­nente Commissie:

De commissie behandelt een brief van de directeur van 3 novem­ber. "Besloten bij den Heer Leembrugge te informeren, of de toegezonden wollen en vlasgaren reeds tot voerlakens zijn gefabriceerd, om zoo ja, ten spoedigste de kosten daarvan optegeven, als zijnde de P.K. met de overige gesponnen wol, als aan bederf onderhevig, verlegen. Te schrijven aan den Direkteur, dat Zijn E.G. propositie wegens de molkerij is goedgekeurd; dat het meisje van Vos kan gaan dienen; en dat dat van Gerritsma bij een ander kan worden ingedeeld."

"Gouverneur van Noordholland, 2 nov., verzoekt bepaaldelijk­heid te mogen weten, welke gronden de Maatsch. verlangen zoude, ten einde daar over met de gegeven te kunnen handelen. De brief in handen van den Generaal."

"Besloten in de kolonie doenden ?? te doen maken of aankopen het noodig aantal klompen voor 50 huisgezinnen, door de Direk­teur opgegeven."

"Nog besloten in de kolonie te doen aanmaken het noodige getal kantschoppen, kruijwagens, en bijlen, en daartoe den Direkteur aanteschrijven." 38)



Maandag 8 november 1819

Brief van Benjamin van den Bosch aan de Permanente Commissie:

Frederiksoord den 8 november 1819

Ik heb de eer aan de Permanente Kommissie hier bij in te zenden.
De verantwoording van gelden over de afgelopen maand october, waar van de kwitanties en bijlagen, met de nog manke­rende staten van uitbetaling etc. morgen per beurtschip zullen volgen.
Tevens zal ik, ingevolge aanschrijving, aan deHeer van Riemsdijk afzenden, het voorhanden zijnde gevervd voerlaken, dat echter van weinig belang is. Meer dan 1000 ellen zal ik spoedig kunnen afzenden, reeds voor eenige dagen ter verving naar Steenwijk gezonden.
Door mijn boekhouder de directie over de spinnerij op te dragen, zal het mij hoop ik gelukken, daarin meer orde en bezuining te doen ontstaan, en garen van beter kwaliteit te leveren.
Den spinbaas Gunther geeft mij steeds gegronde redenen tot ontevredenheid.
Overtuigd dat de Kommissie wenschen moet, eene rekening en verantwoording der fabrijk, van de oprichting af, te ontvangen: zo heb ik mij zeder eenige dagen daar mede beziggehouden, en daar mede in t bijzonder ook voor het vervolg deHeer de Bas gechargeerd.
Zeer moeijelijk is deze arbeid, dewijl veele aantekeningen, gebrek­kig, en andere verkeerdelijk gemaakt zijn: te meer nog daar de boeken in onderscheidene handen zijn geweest en zich in den beginne moeijelijk lieten regelen.
De prijs van het vlas en snuit, mij thans niet bekend zijnde, heb ik daar voor een vaste prijs moeten aanneemen. De verantwoording van kleeding zal ik, voor de opkomst der kolonisten mede aan het bureau tragten in te zenden. Het in kas blijvende op den 1 dezer was ƒ 439=13=2.
Mijne uitgaven zedert die tijd aan de kolonisten, hooi etc. hebben bijna het dubbelden dier som bedragen.
Zo dat mijne financien in geene gunstige omstandigheden zijn.
Mijne uitgaven vermeerdere thans door dien de aanvoer van mist begonnen is.
Mandaat no. (niet ingevuld) à ƒ 625 te mijnen behoeven is ontvangen. Ik bedank de Kommissie voor haare vriendelijke attentie. 53)



Dinsdag 9 november 1819


Uit de notulen van de vergadering van de Perma­nente Commissie:

"Besloten aan den Direkteur te schrijven, ons te informeren of er okkasie zij, zuurkool voor de nieuwe kolonie in de kolonie intemaken, en, ZijnEd. te verzoeken de prijs optegeven van het aanwezig zuurkool." 38)


Er ontbreekt een stuk notulen van de Permanente Commissie tussen 16 en 23 november.


Donderdag 11 november 1819

Staatscourant:, ook van 12 november 1819, over de bijeenkomst van de Commissie van Toevoorzigt. transcriptie




Brief van Benjamin van den Bosch aan de Permanente Commissie:

Frederiksoord den 11 november 1819

Ik heb de eer de Permanente Kommissie de receptie harer missi­ven van den 8 no. 23 en den daarbij zijnde mandaten no. 184 en no. 185 te accuseren. Voor laatstgenoemde als mede voor een vroeger ontvangen mandaat gaan hierbij twee kwitanties van Dheer Oosterlo ieder à ƒ 2000-.

Aan 't adres van deHeer Faber van Riemsdijk is verzonden 105 ellen gevervd voerlaken, waar onder een stuk à 36 ellen, ten diensten der joodsche huisgezinnen vervaardigt.
Ter her­kenning zal t mij aangenaam zijn, de daar van gemaakte klee­ding stukken, afzonderlijk gepakt, of van een bijzonder merk voorzien te mogen ontvangen.
2465 ellen voerlaken zijn bij de verver en geworden de Kommissie zo spoedig mogelijk.
Ik voeg hier bij eene kleine nota van t geen in het magazijn voor handen is aan Drijber, ter verkoop afgegeven is.

Een P.S. gaat over de familie Van der Heijde.transcriptie
Heden morgen is het kind van van de Heiden, waar van zijne vrouw onlangs is bevallen, overleden. De moeder is mede zeer ongesteld. 53)


Zondag 14 november 1819

Ingekomen post invnr 53. De subcommissie tot Nut en Beschaving geeft 2 joodse gezinnen op: S.D. Wijl en Barend Gerrits Winnink.


Maandag 15 november 1819

Ingekomen post invnr 53. Mendes de Leon geeft enkele portugees-joodse huisgezinnen op, namelijk dat van Simon en Israël Vieyza.


Nov 15 Vledder, overlijdensakte, 15 november 1819, aktenr. 10
Overledene: Jan van der Heide, geboren te Leiden op 29-03-1816; overleden te Frederiksoord (Vledder) op 13-11-1819, zoon van Johannes van der Heide, beroep: wever, en Maria de Haan.


Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 18. Subcommissie Purmerend geeft een descriptie van het voor de kolonie bestemde huisgezin van J Muus Beets / Gedesigneerd, met informatie aan de subk den 23 nov


Dinsdag 16 november 1819

Ingekomen post invnr 53. Brief van Benjamin van den Bosch aan de Permanente Commissie:

Frederiksoord den 16 november 1819

Ik neem de vrijheid de Permanente Kommissie de toezending eener mandaat te verzoeken, dewijl ik gebrek aan contanten heb en de uitgaven zeer hoog lopen door aankoop van hooi en t transport van mist.
Het zou mij tevens aangenaam zijn, te mogen geinformeerd worden, op hoedanige wijze de voeding der nieuwe kolonisten is bepaald; dewijl zulks de intentie der Kommissie zijnde, er eene schoone voorraad winter knollen, tot een zeer geringe prijs zou kunnen worden aangekocht, dat na eenige dagen moei­jelijker en na 2 a 3 weken in t geheel niet meer kan plaats hebben.
In het afgelopen jaar zou men de menage, door eene goede voorraad knollen en wortels op te doen, beter hebben kunnen inrichten.
Ook de aardappelen zijn thans op buiten gewone laage prijs. Wanneer daar van voorraad mogt benodigt zijn, zou het verkieslijk zijn, van dit gunstig ogenblik gebruik te maken.
Volgens bekomen aanschrijving zal heden een onder opziener kunnen aankomen. Mag ik de Kommissie herinne­ren, dat ik geene huisraad etc. voorhanden heb.
Ten aanzien van de kok, of hij in zijne betrekking conti­nueert, en de toelage blijft genieten, solliciteer ik vriende­lijk de intentie der Kommissie te mogen vernemen.
Ik ontvang op het ogenblik de brief der Kommissie van den 12 en mandaat no. 188 à ƒ 1000=.
Ten aanzien vande mogelijk­heid om geele peen en zuurkool te bekomen, voor de nieuwe kolonisten zal morgen verslag aan de Kommissie geschieden. In haast. 53)



Donderdag 18 november 1819

Ingekomen post invnr 53. Brief van Benjamin van den Bosch aan de Permanente Commissie:

Frederiksoord den 18 november 1819

Ik heb de eer aan de Permanente Kommissie hier bij in te zenden.
De staat en verrekening van ontvangen wol, vlas en snuit van 1 november tot 1 november 1819 en dus van de oprichting der fabrijk tot op dit tijdstip.
Overtuigd van het belang dat de Kommissie er in stellen moet, om zodanige staat te ontvangen, ten einde te ontwaren in hoe verre dezen arbeid aan hare verwachtingen beantwoord, verzekerd dat zijn wenschen zal, bij de verdere uitbreiding der kolonie, daarin zo zodanige veranderingen te doen ont­staan, zal zij voor het welzijn der kolonisten en hare eigen­belangens zal dienstig oordeelen, heb ik gepoogd, dezelve uit de voorhanden zijnde stukken en gehouden aantekeningen op de doelmatigste wijze zamen te stellen.
Kleine abuizen zullen er in kunnen gevonden worden, maar ik meen dezelve vrij te mogen achten van alle fouten, welke van eenige invloed op de bereke­ningen en resultaten zouden kunnen zijn.
Tot meerdere duide­lijkheid heb ik eene nota doen opmaken, die hier bij wordt overlegt.
Op en een ander zal t mij aangenaam zijn, de aanmer­kingen der Kommissie te mogen ontvangen.
Uit de recapitulaties blijkt, dat op de wol ƒ 391=5=1, op het vlas ƒ 152:9:4 en op de snuit ƒ 13=2=., te zamen ƒ 566:16:5 verloren is.
De prijs van 207 pond kam wol, in den beginne uit Leijden ontvangen en voor onze fabrijk ongeschikt; en van het gezondene vlas, mij niet bekend zijnde, heb ik daarvoor gemiddelde prijzen, zo als uit bijgaande stukken blijkt, moeten aannemen.
Transport kosten zijn niet gebragt, en geene intressen of slijtagie voor de gereedschappen berekend, t geen te zamen genomen echter van weinig invloed op het geheel wezen zal.
De waarde van t ge­sponnen vlas is op 21 stuivers per pond berekend, waarop het ons zelfs te staan koomt: het voerlaken is even zo gebragt en zal vevervd zijnde, op 15 1/2 stuivers komen.
Vlas, en wol spinnerij is voor veel verbetering vat­baar. Ik durf mij vlijen daar mede een gunstig begin gemaakt is.
Kool kan hier worden aangekocht tegen ƒ 5=5= de honderd stuks.
Geele peen 5 stuivers de 100 stuks.
Ik denk wel met meer voordeel deze voorraad in Holland zal kunnen opdoen, zijnde hier mede niet van de beste kwali­teit.
Mijne uitgaven zijn hoog, ik moet de Kommissie vriende­lijk de toezending eener mandaat solliciteren. Ik heb aan den onder Directeur en de meester van Wolda nog geene betaling kunnen doen. 53)

De genoemde nota zit er NIET bij.

Er ontbreekt een stuk notulen van de Permanente Commissie tussen 16 en 23 november.


23 november 1819

Ingekomen post invnr 53.
Samenvatting brief subcommissie Edam.
Uitgebreide brief over ruzie met Monnickendam; antwoord 28 november (brievenboek invnr 18)


Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 18. Subcommissie Brielle bericht opzending Broekhuizen op de 22ste en dat ze er een jongeman bij geduwd hebben


Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 18. Subcommissie Schiedam geeft een gezin op


Vrijdag 26 november 1819

Uit de notulen van de vergadering van de Perma­nente Commissie:

Ingekomen een brief van den Direkteur, 20 november, berigten­de de aankomst van een onderopziener en een koloniaal huisge­zin: geeft voorts op eenig verschil in de toegezondene kle­dingstukken en vraagt of er weder in ieder huisgezin 4 kinde­ren zullen worden gekleed: verzoekt nog eens de lantaarns een weinig groter en met hoornenglazen, en tevens een mandaat voor dagelijksche uitgaven. De brief in handen van den Heer v.R. 38)


Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 18. Brief subcommissie Hoogeveen
Over het kontrakt (zotezien snappen ze er niet veel van)

Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 18. Subcommissie Utrecht geeft een gezin op


Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 18. Subcommissie Monnikendam over kontrakt



Maandag 29 november 1819

Ingekomen post invnr 53. Brief van de subcommissie Beemster. transcriptie


Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 18. Subcommissie Monnikendam stuurt kontrakt.


Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 18. Subcommissie Gravenhage berigt afzending gezin Kruidhoek


Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 18. Pastoor Gerving uit Monnickendam wil de voordeligste manier weten om 4 armenkinderen in de kolonie te plaatsen, en doet daarbij wat aanmerkingen over de grote afstand tot de RK kerk


Ingekomen post volgens het brievenboek met invnr 18. Subcommissie Amsterdam berigt dat het gedesigneerde huisgezin tot deszelfs vertrek gereed is, maakt eenige aanmerkingen over de voorrang dezer, boven andere aspiranten ten deel gevallen; geeft op de verlangde informatie omtrent eenige huisverzorgers.


Dinsdag 30 november 1819


Brief van Benjamin van den Bosch aan de Permanente Commissie:

Frederiksoord den 30 november 1819

De kolonisten Frans Broekhuizen met vrouw en 4 kinderen uit Brielle en Hendrik Kruidhoed met vrouw en 8 kinderen van S Graveland den 28 aangekomen zijnde.
Zo heb ik de eer daar van de Permanente Kommissie kennis te geven; met vriendelijk verzoek dat de verzending van huisraad zo spoedig mogelijk moge plaats hebben, dewijl bij den 4 aangekomen huisgezin­nen, morgen nog 2 uit Amsterdam zich voegen zullen, en mijne verle­genheid daar door zal toenemen.
Eene mand met kleeding stukken is in slegte staat ontvangen, men is met ontpakken bezig. Er mankeren eenige boezelaars, van het eerder bevindende zal ik nader opgave doen.
De schoenen zijn nog niet aangekomen.
De mandaten voor deHeer Oosterlo en mij ieder a ƒ 1000- zijn ons door den 2 assessor geworden. Voor eerstgenoemde zal bij een volgende de kwitantie gevoegd zijn.
Mijnen uitgaven nemen zodanig toe, dat ik gedwongen wordt de Kommissie telkens aan den ongunstige staat mijner finan­cien, te herinneren.

Heden zend ik per beurtschip af, de staten van uitbeta­ling tot 22 november: waarbij ik mede heb gevoegd het rapport van den ingenieur de Jong, over de opneming tot het maken van een kanaal van Steenwijk naar Frederiksoord.
Waarbij door de regering van eerstgenoemde plaats eeniger aanmerkingen en berekeningen gevoegd zijn.
Ook het plan van de Ommerschans met eene berekening der kosten van Dheer Oosterlo ontvangen, is daarbij verzonden.

De voorraad vlas bestaat in 600, die van snuit in 43 pond. Weshalve ik de toezending van eenige provisies moet verzoeken.

Ook ben in zo vrij de Kommissie te herinneren dat op den 15 dezer 1000 pond wol hadden moeten betaald worden, en dat het mij zeer aangenaam zijn zou, wanneer zij tegen den 15 december aanstaande, de dan verschuldigde 2000 pond konde voldoen. Dewijl men mij daaraan op eene zeer dringende wijze zal herinneren.

Den 2 assessor op gisteren van hier vertrokken, zal aan de Kommissie van het verder belangrijks verslag doen. Het zij mij vergund mij daar aan te mogen refereren.

P.S.
De prijs van de straten-drek mij vergeten zijnde, zou het mij aangenaam zijn, daar van opgave te ontvangen. 53)









CONTRACT TUSSEN DE PERMANENTE COMMISSIE EN DE SUBCOMMISSIE STEENWIJK OVER HET OPNEMEN VAN EEN BEHOEFTIG PERSOON IN FREDE­RIKSOORD

De per contract overgenomen persoon heet Jacob de Vos. De subcommissie van Steenwijk betaald per jaar ƒ 60,- voor hem, te voldoen in halfjaarlijkse termijnen. Verder wordt bepaald dat De Vos wordt "voorzien van een behoorlijk gecertificeerde stamlijst, inhoudende de voor- en familienamen, het geslacht, den ouderdom en de geboorteplaats, vergezeld van een behoor­lijk bewijs van zedelijk goed gedrag afgegeven door het plaat­selijk bestuur van zijne laatste woonplaats en tevens van een lijst der kledingstukken en der verdere goederen die den aanstaande kolonist bij zijne aankomst, in eigendom heeft; mits dat de overbrenging van dezelve niet strijdig zij met de koloniale reglementen en inwendige policie."

"De Permanente Kommissie verbindt zich bovendien, om te zor­gen, dat er in de kolonie, ten allen tijde, de gelegenheid voorhanden zij, om de kinderen aan een behoorlijk schoolonder­wijs te doen deelnemen.
Alle kolonisten zullen verpligt worden een gepast gebruik te maken van den openbaren godsdienst, bij hunne gezindheid, op de gewone kerk- en feestdagen, en zich daarin te doen onderwijzen; gelijk ook hunne kinderen daarin doen te onder­wijzen."

"De aanstaande kolonist behoudt alle de burgerlijke regten, waarvan hij te voren in de maatschappij heeft gejouisseerd, mits hem onderwerpende aan alle zodanige koloniale verordenin­gen, die voor de gezondheid, de goede orde, en de bevordering van zedelijkheid en deugd, vanwege de Maatschappij van Welda­digheid, ter nakoming zijn of zullen worden daargesteld."

Voorts wordt nog bepaald dat de subcommissie over het welzijn van de kolonist mag blijven waken en met suggesties mag komen over de verbetering van zijn omstandigheden.
De datum is 30 november 1819, getekend hebben Johannes van den Bosch, Faber van Riemsdijk en Van Hemert. Voor de subcommissie J. Zomer. Op 3 december tekent ook burgemeester Tuttel van Steenwijk voor de goedkeuring van de halfjaarlijkse betaling. Tenslotte tekent ook de gouverneur van Overijssel (22 decem­ber) voor de goedkeuring van het contract.
In de kantlijn staat nog met potlood bijgeschreven dat Jacob de Vos is overleden op 8 oktober 1830. 1396)


Samenvatting brief subcommissie Nijmegen
Geeft een gezin op (brievenboek invnr 18)

Samenvatting brief subcommissie Gorinchem
Stuurt kontrakt voor 12 personen (brievenboek invnr 18)