Naar het overzicht
van de POST








De POST van SEPTEMBER 1819

Vrijdag 3 september 1819


Sep 03 Vledder, geboorteakte, 4 september 1819, aktenr. 14
Kind: Harmanus Berents, geboren te Frederiksoord (Vledder) op 03-09-1819, zoon van Jan Berents, beroep: arbeider; oud: 49 jaren, en Derkje Bosch, oud: 36 jaren.


Zondag 5 september 1819

Brief van Benjamin van den Bosch aan de Permanente Commissie:

Frederiksoord den 5 september 1819

Ik heb de eer aan de Permanente Kommissie hier bij in te zenden, de verantwoording van gelden over de maand augustus 1819. De daarbij behorende kwitanties en bijlagen zullen per eerst varende beurtman volgen.

Daar de nieuwe haver zonder nadelige gevolgen, noch niet aan de paarden kan worden gevoe­dert, ben ik verplicht geweest daarvoor uitgaven te doen, 't geen de Kommissie, zich onze eigen voorraad herinnerende, zou kunnen bevreemden.

Mandaat no. 149 à ƒ 700-, tot aankoop van koeijen heb ik ontvangen. Het zou mij aangenaam zijn eene voorlopende uitgave aan mij wierd afgezonden; dewijl deze, vooral door de uitgra­ving van de scheepssloot, thans zeer aanzienlijk zijn.
Mag ik ook zo vrij zijn de Kommissie te herinneren dat tegen den 15 dezer wederom 1000 pond wol, ingevolge aanbeste­ding, zullen moeten betaald worden: en dat daar voor geene bijzondere mandaten ontvangende, mijne kas daarop eeniger mate diende voorbereid te zijn.
De betaling voor de afgelopen maand zal de Kommissie op mijne verantwoording vinden. Plus minus 8000 pond wollen garen voorkomende zijnde; en voor bederf vrezende, ben ik nogmaals zo vrij de Kommissie aan mijn vroe­ger gedaan voorstel te herinneren waarvoor ik met Dheer Faber van Riemsdijk mede gesproken heb.

Den opziener der spinnerij, Gunther heeft eene slegte directie in de fabrijk, en terwijl het spinnen van linnen garen, zeer goed opneemt, zo schijnt het spinnen van wollen, niet aan de verwachting te voldoen en wordt zeker tot nadeel der Kommissie gedreven. Ik zal het gewevende voerlaken per beurtschip verzenden.
Ik ben genoodzaakt geworden voor ƒ 250- op Dheer Bagman te trekken; welke op bijgaande verantwoording verrekend zijn. In haast.

P.S.
Ik heb een gedeelte van de rogge doen dorschen. De 3 1/2 morgen hebben circa 12.000 schoren, die echter wat klein gebonden zijn opgebracht. En naar mijne berekening durf ik de waarde gerust op ƒ 13 à ƒ 1400 gulden berekenen, 't geen bijzonder veel is. Daar van moet echter wederom worden afge­trokken het zaai-koren en arbeidsloon. Den 2 assessor is heden - sondag - nog niet aangekomen. 53)



Dinsdag 7 september 1819

Ingekomen post invnr 53. Brief van schoolmeester Wolda aan de Permanente Commissie waarin hij bedankt voor hun cadeautje. transcriptie:



Uit de notulen van de vergadering van de Perma­nente Commissie, invnr 38:

"De Heer v.R. rapporteert te hebben ontvangen ƒ 45 en 5 stui­vers, van een halfjaar pensioen van F. Rauhs. Besloten aan den Direkteur te schrijven, dat de Direkteur over die gelden kan disponeren bij den Heer van R. ten zij ZijnEd. verkieze dat die gelden aan den Generaal werden ter hand gesteld, en de akte van schenking aan den Direkteur optezenden."



Woensdag 8 september 1819


Stuk van de subcommissie van weldadigheid in Nederlands Indië dat zal verschijnen in de Staatscourant:van 8 februari 1820. transcriptie



Sep 08      Vledder, geboorteakte, 10 september 1819, aktenr. 15
Kind: Henderika Katharina van der Heide, geboren te Frederiksoord (Vledder) op 08-09-1819, dochter van Johannes van der Heide, beroep: arbeider; oud: 40 jaren, en Johanna Maria de Haan, oud: 35 jaren.


Vrijdag 10 september 1819

Uit een brief van J. Mendes de Leon aan de Permanente Commissie:

Amsterdam 10 september 1819

Ik bedank UWEdGeb. overigens voor de vlijende en verëerende uitdrukkingen te mijwaarts gebeezigd, en indien ik mij voor een ogenblik gelukkig mag rekenen van de Maatschappij in een belangrijk moment een geringe dienst te hebben kunnen bewijzen, hoe groot dan moet het genoegen niet zijn, hetwelk UWEdGeb. met zooveel recht mag smaken, voor de gewigtige en onophou­delijke, die UWEdGeb. dagelijks aan de Maatschappij betoont, en waarvan de leden der Kommissie de spreekendste bewijzen bij geleegenheid der Alge­meene Vergadering, van de vorige maand, onder de ogen hebben gehad. 53)



Zondag 12 september 1819

Ingekomen post invnr 53. Brief van Benjamin van den Bosch aan de Permanente Commissie:

Frederiksoord den 12 september 1819

Voldoende aan de intentie der Permanente Kommissie heb ik de eer haar hierbij den brief van Dheer Volkers, houdende verzoek tot plaatsing in de kolonie van den gewezene ontvanger Craaij, te retourneren, en te informeren dat ik voornemens zijnde mij van een bekwamen boekhouder te voorzien, van den, tot dien werkzaamheden geproponeerde Craaij, geen dienst zou kunnen hebben; en dat zijne plaatzing in de kolonie derhalve met de administratieve werkzaamheden niet zal kunnen worden in ver­band gebragt.

Ten aanzien van Dheeren Rulach en Fenner moet ik berigten dat de plaatzing van den eerst genoemden als direkteur der fabrijken uit hoofde der kostbaarheid, voor als nog, bij den Kommissie zelven in geen aanmerking schijnt genomen te zijn.
Terwijl ik den Heer Fenner uit zijnen zonderlingen brief niet durvende beoordelen, mij eeniger mate met het daarop verlang­den advies, heb verlegen gezien.
Dat overtuigd van het belang om een goede onder-directeur te bekomen, ik mij heb voorgeno­men in persoon informatie van genoemde Heer Fenner te gaan inwinnen en dat ik daartoe gelegenheid zal hebben aanstaande zondag als zullende dan den 2 assessor bij zijn retour, over Hasselt en de Ommerschans vergezellen; waarna ik de Kommissie van mijne bevinding zal verslag doen.

Hier mede aan de intentie der Kommissie voldaan hopende, ben ik zou vrij mij, vooral ten aanzien mijner financien, aan mijne laatste te refereren; terwijl ik er moet bijvoegen dat morgen per beurtschip het voorhanden zijnde voerlaken, nevens de kwitanties der voorgaande maand etc. zullen worden verzon­den; dat de Graaf van Hogendorp door onpasselijkheid te Zwolle wordt opgehouden en dat in de afgelopen week vrouw Berends van een zoon en vrouw van der Heiden eene dochter bevallen is. In haast.

P.S.
Mijn broeder is vrij welvarende en heeft mij met de aflegging zijner komplimenten gechargeerd.



Dinsdag 14 september 1819

Ingekomen post invnr 53. De financiële raad van de prinses doua­rière van Oranje heeft ingestemd met een lening van ƒ 1000,- renteloos t.b.v. de Maatschappij.
Idem een bericht in de naam van de Hertogin van Brunswijk. Dit alles als onderdeel van een groter lening van ƒ 80.000,


Vrijdag 17 september 1819

Ingekomen post invnr 53. Een brief uit Brussel met daarin een uitga­ve van het journal général des pays-bas van die datum, waarin enige stukken over Frederiksoord vermeld worden. De stukken zijn volgens opgave overgenomen uit de star. Met positieve commentaren van een redacteur.




Zaterdag 18 september 1819

Uit de notulen van de vergadering van de Perma­nente Commissie, invnr 38. :

"Subkommissie Gouda, 16 september, berigt de redenen van het achterblijven van Jaantje Wester uit de kolonie, en derzelver vertrek derwaarts, met verzoek om de zagtsmogelijke straf.
... Notificatie, en den Direkteur aan te schrijven, dit meisje voor dit­maal in genade aantenemen, met ernstige waarschuwing, in't vervolg zich van zulke dingen te onthouden." 38)



Maandag 20 september 1819

Ingekomen post invnr 53. Brief van Benjamin van den Bosch aan de Permanente Commissie:

Frederiksoord den 20 september 1819

Ik heb de eer de Permanente Kommissie te informeren, dat het meisje bij de weduwe Vergeer ingedeelt, eindelijk uit Gouda is geretourneerd, voorzien van een brief der subcommissie van genoemde plaats, welke ik hier bij overlegge, ten einde daarop de decisie der Kommissie te mogen vernemen.

Zedert eenige dagen ben ik geheel zonder contanten en heb mij heden bij de uitbetaling verlegen bevonden.
Mag ik derhal­ve de Kommissie vriendelijk de toezending van een mandaat solliciteren.

Dheer Oosterlo zal deze week 25 huisjes gereed hebben. Wanneer het de Kommissie convinnierde zijn kon meede een mandaat te doen komen, zou hem bijzonder aangenaam zijn.

Ook zal de Kommissie het mij wel te goede houden dat ik haar nogmaals aan de voorraad van gesponnen wol herinner, die wel 8000 pond kan bedragen en ongewasschen blijvende tot bederf zal overgaan, dewijl eene zo grote kwantiteit moeijelijk te bewaren valt.

De gehouden inspectie door den Graaf Hogendorp heb ik, met verzoek van kennis geving aan de Kommissie den 2 assessor bedeelt. Het zij mij vergund mij aan die berigten te mogen refereren.
Uitgenomen de aardappelen zijn bijna alle de vruchten van het veld, terwijl de bewerking van den grond volgens de door den 2 assessor gemaakte bepaling plaats hebben zal.

In de nieuwe kolonie gaat alles voorspoedig, de bewerking van den grond zal ons veel mist uitwinnen, en schijnt volkomen aan de verwagting te zullen beantwoorden: er zal echter nog zeer veel moeten verricht worden, alvorens de bepaalde houtgronden voor de bezaaying gereed is, en daar wij geene huur ploegen bekomen kunnen, zou het getal paarden, thans negen, tot 13 dienen gebragt te worden.

Het onderhoud is zeer swaar, en ook dat der koeijen, thans op 51 gebragt, zal belangrijk zijn.
Ik heb heden iemand uitgezonden, ten einde de benodigde voorraad te zoeken, de prijs te horen en de Kommissie daarvan kennis te geven. Mijne wekelijksche uitgaven zijn door het uitgraven van de scheepssloot ruim ƒ 600= waarbij thans het transport der mist gevoegd wordt. Ook moeten er op den 15 weer 1000 pond wol zijn betaald geworden.

Bijgevoegd is de brief van de subcommissie Gouda over het te lange verlof van Jaantje Wester. De subcommissie heeft zich al "ernstig over het misbruik dat zij van haar (verlofs)vergun­ning heeft gemaakt" met Jaantje onderhouden.
De subcommissie is echter tot de conclusie gekomen dat onvoorziene omstandig­heden, buiten haar schuld de oorzaak waren van Jaantje's wegblijven. Een brief met een dergelijke strekking was al eerder naar de Permanente Commissie gestuurd.


Ingekomen post invnr 53. Brief van Ameshoff aan de Permanente Commissie:

Amsterdam 20 september 1819

Waarde Vrienden!

Zouder er geen kans zijn om in de Star op eene of ander wijze, eervolle melding te maken van het sermoen door Dom van der Bank te Eindhoven, over onze weldadige inrigting gedaan. Dezen Heer word ook om onzen wille, door de katholieke geestelijkheid, die ons in de meijerij zoo veel mogelijk tegenwerken, onäardig behandelt; 's mans ijver waarvan ik ooggetuige was verdiende mijn bedenkens wel eenige aanmoediging.
Met vriendschappelijke achting
UWE Dr

P.J. Ameshoff



Woensdag 22 september 1819

Ingekomen post invnr 53. Brief van burgemeester Ommen over Ommerschans. transcriptie





Donderdag 23 september 1819

Ingekomen post invnr 53. Brief van Benjamin v.d. Bosch aan S. van Roijen:

Amice

In een op heden van mijn broer ontvangen brief informeert hij.
"Het request van Smit, Eleveld en Schreuder in den Kommissie medegedeelt. Zij wenscht Dheer van Roijen in consideratie te geven, of het niet daar heen kan gedirigeerd worden, dat gezamtlijke marktgenoten van Vledder een zodanig stuk teken­den. De Kommissie zou er dan niet op tegen hebben, om de afgestaane grond te taxeren en aan de belanghebbende uittebe­talen. De zaak zou echter voor Dheer van Roijen met voorzig­tigheid moeten worden behandelt, en de schijn vermeden worden als of de gedane afstand, als onvolledig door ons beschouwd wiert."
"De aanschrijving zal u geworden zijn om eenige wagens turf van Bovekamp te doen weghalen, dewijl hij dan wel zal uit den hoek komen. Mogten er reden bestaan dit uittestellen tot de koop met mevrouw Heloma gesloten is, bedeel dit dan aan de Kommissie."
"Het zal de Kommissie aangenaam zijn, dat Dheer van Roijen voorgaat met de gronden van mevrouw van Heloma en andere grondens in de west vierde parten te kopen of de weet(?) en wo­maarden(?) zo als wij afgesproken hebben etc." 999)



Vrijdag 24 september 1819

Uit de notulen van de vergadering van de Perma­nente Commissie, invnr 38.

"Br. van den Direkteur, 14 sept., accuseert de receptie van een mandaat van ƒ 1000 en der pensioenlijst, vraagt of ook niet onderteekend moet geretourneerd worden aan de P.K. zende eene lijst van het verzondene voerlaken, bericht de bezig­heden in de kolonie door de Komm. van landbouw, geeft eenige infor­matie wegens de lieutenant Fenner; ppneert derzelven tot onderDirekteur aantestellen; verzoekte een mandaat. In handen van den Heer Generaal v.d.B."

Gezocht naar brief maar niet gevonden.


Zaterdag 25 september 1819

Notulen van de vergadering van de Perma­nente Commissie over aanstellingen voor de Ommerschans invnr 38..transcriptie:

 



Zondag 26 september 1819

Uit de Staatscourant:

's Gravenhage, den 26 september.

De Permanente Commissie maakt bekend dat zij binnenkort nieuwe missives met bepa­lingen omtrent het plaatsen van vondelingen etc. zal rondsturen. De aanmeldingstermijn, aanvankelijk gesteld op 1 oktober, zal wor­den verlengd. Wel genieten de sub-commis­sies die zich reeds hebben gemeld, voor­rang.

Onderscheidene gemeente- en armenbestu­ren, reeds de plaatsing van een aanzienlijk getal wees- en armen-kinderen in de kolonie verlangd hebbende, en het getal der perso­nen, over dezelve te stellen als huisvaders en moe­ders, welke zich reeds hebben aange­boden, niet toereikende zijnde, om daaruit eene geschikte keuze te doen, zoo worden alle zoodanige personen, die daartoe gene­gen zijn mogten, uitgenoodigd, om hunne namen en woon­plaatsen, benevens de gods­dienstige gezindheid, waartoe zij behooren, en zulke plaatselijke autoriteiten of sub-com­missien, bij welke zij bekend zijn, op te geven aan het bureau der permanente commissie van Weldadigheid, ten huize van den heer M. Vermeulen, aan de Scheveningsen Weg, in 's Graven­hage.
Tot narigt dient, dat tot deze posten alleen worden aangenomen:
Bejaarde echte lieden, liefst met den veldarbeid bekend, zonder kinderen, of wier kinderen reeds elders geplaatst zijn, van een goed zedelijk gedrag, bekend bij het plaatse­lijk bestuur of de sub-commissie, waar zij wonen, als brave, vreedzame, zindelijke en huishoudelijke lieden, aan welke het toever­zigt over weeskinderen kan worden toever­trouwd. Ook brave huismoeders, of bejaarde jonge dochters, diezelfde vereischten bezit­tende, zullen tot deze post kunnen worden aangenomen, gelijk mede oude en wel ge­diend hebbende militairen, van wier zedelijk karakter men voldoende bewijzen erlangen kan.
De voordeelen, waarop zij, bij de inrig­ting der maatschappij van weldadigheid, re­kenen kunnen, zijn de volgende:
Vrije woning, eene geheele uitrusting van kleding voor de eerste maal; vrij brand, en bovendien een geldelijk inkomen, naarma­te van hunne eigene spaarzaamheid en werk­zaamheid.
Zij zijn tot geen' zwaren arbeid gebon­den, maar alleen tot huishoude­lijke bezighe­den; zij kunnen echter in den veldarbeid, des verkiezende, deelen, en genieten in dat geval eene billijke vergelding.
De huismoeders zijn verpligt, het spin­nen te leeren, en worden volgens het ge­vormde tarief betaald.
Het achtste nummer van de Star, bladzij­de 662 en 663, benevens bladzijde 710, 711 en 712, bevat eenige nadere ophelderingen wegens den aard dezer inrigting. De plaatse­lijke sub-commissien zullen deswege de noo­dige ophelderingen geven kunnen, waartoe zij, des noods, bij deze door de permanente commissie worden verzocht.
De permanente commissie herinnert overigens denzulken, die hiertoe genegen mogten zijn, doch die van hunne braafheid en geschiktheid geene voldoende bewijzen ver­schaffen kunnen, dat het nutteloos is, zich te adresse­ren, daar men besloten heeft, geene personen te plaatsen, dan van welke men voldoende zekerheid dienaangaande verkrij­gen kan.
Ook de sub-commissien der steden en dorpen, gelijk mede bijzonde­re leden dezer maatschappij, die zoodanige personen wenschten verzorgd te zien, worden uitge­noodigd, om dezelven aan de permanente commissie te doen kennen, zullende hunne aanbevolenden, zoo zij de noodige hoedanig­heid bezitten, bij voorkeur gratis worden ge­plaatst.
Van wege de permanente commissie,
P. van Hemert, secretaris sc 27.9.19



Maandag 27 september 1819

Uit de notulen van de vergadering van de Perma­nente Commissie, invnr 38.
Op een brief van de Direkteur, 21 sept., te schrijven dat de pensioenslijst van Rausch aan de P.K. moet worden toegezon­den.

Besloten, den Heer Direkteur te kwalificeeren ter aankoop van vier paarden ten gebruik in de kolonie.


Ingekomen post invnr 53. Brief van Benjamin van den Bosch aan de Permanente Commissie:

Frederiksoord den 27 september 1819

Ik heb de eer aan de Permanente Kommissie de gerectificeerde verantwoordingen over de manden juny en july te retourneren.
Kwitantie no. 175 behoord tot geene verantwoorden, en kan derhalve worden vernietigd, abusievelijk was dezelve, die slegts ter mijner verrekening bij de onder officieren dienen moest, ingezonden.
Zo als uit kwitantie no. 38 onder rekening met diversen over july voorkomende, kan gezien worden.
Ik heb daar door aanleiding gegeven, dat men twee kwitanties van het zelfde nummer in mijne verantwoording van 175, 176 gemaakt heeft, waar door van laatst genoemd nummer eindelijk 2 kwitan­ties zouden ontstaan.
Ik heb dit derhalve verandert zo als het bij de inzending geweest is.
Het zou mij aangenaam zijn ge­weest, de verantwoording over augustus mede te hebben mogen ontvangen, terwijl ik veronderstelle, daarin ook eenige kleine veranderingen zullen moeten plaats hebben. 53)

Woensdag 29 september

Uit het brievenboek ingekomen post invnr 18:

29 september. Kassier Ameshoff. Proponeert pogingen te doen, bij den Direct, der Conv. Lic zvz(?) vrijdom van paspoorten voor de schippers.

Stelt voor de gemeenten nabij de kolonie voortelagen tot afstand der ruwe gronden aldaar tegen schadeloosstelling.



Dinsdag 30 september 1819

Ingekomen post invnr 53. Brief van Benjamin van den Bosch aan de Permanente Commissie:

Frederiksoord den 30 september 1819

Ik zend hier bij aan de Permanente Kommissie de nota van het op heden verzonden vlas- en snuit-garen te zamen 1225 pond.
De uit Gouda ontvangen snuit heb ik doen verwerken en zal na de inlevering de Kommissie verslag doen.
Ik geloof echter te mogen besluiten, uit t geen mij van de beste spinsters ver­toond is, dat genoemde snuit voor de kolonie geheel ongeschikt zal zijn: Zijnde van de slegste zoort die mij is voorgekomen.

Dheer Oosterlo zal de gevorderde stukken aan de Kommissie inzenden.
Ten aanzien van de Ommerschans, zal ik mij naar de bedoeling der Kommissie gedragen.

Ik heb Dheer de Bas, als boekhouder tegen 20 october aangenomen; en bedongen dat zijnEd, zo wel de fabrijk in deze, als de nieuw aanteleggen kolonie dagelijks zal nazien, en in alles survailleren.
Waartoe hij volgens zijne opgaven, de nodige kennis bezit. In dat geval zou de fabrijk met een goeden onder-baas behoorlijk kunnen gedreven worden; en baas Gunther, die daartoe geen de minste geschiktheid bezit ter nadere dispositie gesteld worden, 't geen tevens de fabrijk van een last van ƒ 364- zou ontslaan.

Mandaat no. 160 à ƒ 1000- meen ik reeds bij mijne voor­gaande als ontvangen te hebben gemeld.
Mijne veelvuldige uitgaven dwingen mij op nieuw de toezending van een gelijk montant te solliciteren.
De Vledder boeren heb niets nader onder-nomen, maar echter doen weten dat zijn spoedig wilde terug komen.

P.S
Dheer Ockerse verzoekt eenige koloniale berigten. Ik zal daaraan gaarne zo veel mogelijk voldoen. Voor september heb ik weinig belangrijks en zoude, ter plaatsing ook niet tijdig genoeg kunnen aankomen. 53)

Uit het verhaal over spinbaas Gunther leiden we af dat hij een jaarloon van 364 gulden ontving.
Bijgevoegd een brief gedateerd Frederiksoord den 29 september 1819 (een dag eerder dus)

hier nevens 12 zakken vlas van no 1, 12
twee zakken snuit zijnde 13, 14

Zijnde no 1,2,3,4,5,6 eerste soort
7,8,9 tweede soort
10,11,12 derde soort

Op de omslag onder de adressering:
met 11 zakken vlas en snuitgaren
zwaar 1225 ponden
verzonden van Frederiksoord den 29 september

In een ander handschrift:
schipsvragt            ƒ 3=14=
vaarbestel            - 1=03=
aan te ?even (onleesbaar)    = 2=08
zamen                ƒ 4=19=8 53)