16 maart 1846 N11: Bepaling dat geen verlof zal worden verleend aan kolonisten die, na de laatst opgemaakte rekening, op de f 50,- 's jaars zijn tekort gekomen


Drents Archief, toegang 0186, invnr 984


De Permanente Commissie,

Gelezen den door den Directeur der Kolonien bij brief van den 9 dezer N610 ingezonden notulen van den kleinen Raad in de gewone Kolonien over February ll,

Besluit:

1. toe te staan enzovoort;

2. te bepalen dat voortaan geen verlof zal worden verleend aan kolonisten die naar de laatste opgemaakte rekening op de betaling van f 50.- s jaars zijn tekort gekomen, behoudende de Permanente Commissie zich echter voor hiervan uitzondering toe te staan in zeer bijzondere gevallen, waaromtrent zij dan de voordragt van den Directeur der Kolonien zal te gemoet zien.

Afschrift dezes enzovoort.


Notitie hierbij:

Genoemde vijftig gulden is de jaarhuur die een vrije kolonist moet opbrengen voor het gebruik van het landje rond zijn hoeve. Zoals wel vaker voorkomt - en wat altijd gebeurt als mensen 'op afstand regeren' - is dat de permanente commissie na een tijdje moet uitleggen wat ze precies met haar besluit bedoelt:


12 mei 1846 N32: Explicatie van het besluit van 16 Maart ll N 11

Drents Archief, toegang 0186 invnr 984


De Permanente Commissie,

Gelezen den brief van den Directeur der Kolonien van den 5 dezer N1201.

Geeft aan den Directeur te kennen:

dat het inderdaad geenszins in de bedoeling ligt, om het besluit van den 16 Maart ll. N11 art. 2 tegen het verleenen van verlof, slechts toe te passen ten aanzien der op contract geplaatste kolonisten,
zijnde integendeel de strekking algemeen,
zoo als dan ook het besluit van zulk eene onderscheiding geen gewag maakt.