Besluit der permanente commissie 3 augustus 1831 N1: Bepalingen omtrent vrijwillige dienstneming van bedelaars en Weezen in de Kindergestichten


Drents Archief, toegang 0186, invnr 969

De Permanente Commissie etc.

In aanmerking nemende dat door de bevolking der gestichten van tijd tot tijd verzoeken aan de regering worden ingezonden om in ís Lands dienst te treden;

Dat het doen van zulke regtstreeksche verzoeken aan de Hooge regering niet alleen veel last oplevert, maar ook de belangen der kolonisten minder goed en spoedig verzekert

Nader gelet op eene missive van het departement van Binnnenlandsche Zaken van den 1 Julij 1830 N42 als mede op de sub 18 dezer N45 in advies gehouden missive van het departement van Oorlog van den 11 dezer N25

Besluit:

Artikel 1
In de kindergestichten zal aan de jongelingen, welke in dienst begeeren te treden eenmaal 's jaars en wel gedurende de eerste helft der maand Januarij gelegenheid worden gegeven om hunnen wensch kenbaar te maken aan het Hoofd van het gesticht.
In de bedelaars gestichten zal die gelegenheid, vier maal ís jaars worden opengesteld en wel gedurende de eerste week van de maanden januarij, april, julij en october.

Artikel 2
De genen, welke voor de dienst zich hebben aangeboden zullen voorloopig door den Geneesheer van het gesticht worden onderzocht, welke van ieder voorwerp dat geschikt wordt bevonden een verklaring zal afgeven waarin tevens het signalement zal worden opgegeven.

Artikel 3
Van de geschikt bevonden voorwerpen zullen de AdjunctDirecteurs naauwkeurige lijsten opmaken, welke vergezeld van de verklaringen der geneesheeren en met opgave van het wapen waarbij de kolonisten verlangen te worden in dienst gesteld aan den Directeur der Kolonien zullen worden opgezonden om door dezen aan de P. C. te worden overgelegd, ten einde verder aan de militaire autoriteiten te worden mede gedeeld.

Artikel 4
Voor zoo verre de kolonisten den 18 jarigen ouderdom nog niet mogten hebben bereikt, zullen bij de in het vorige artikel vermelde stukken ook behooren te worden gevoegd de bewijzen van toestemming hunner ouders of voogden; zullende voor die genen welke dit mogten verlangen, de bewijzen van toestemming door tusschenkomst van de P. C. bij de belanghebbende personen of besturen worden aangevraagd.

Artikel 5
Op de verzoeken door bovenvermelde kolonisten regtstreeks aan de Hooge Regering te doen, zal noch bij Haar, noch bij de P. C. eenig reguard worden geslagen, blijvende het aan die kolonisten evenwel vrij gelaten om zich aan de P. C. te adresseren, wanneer zij vermeenen mogten ten onregte van de lijsten van de AdjunctDirecteurs te zijn afgelaten.
En zal een afschrift dezes worden gezonden aan den Directeur der Kolonien ter executie en om den inhoud ter kennis te doen brengen van de kolonisten.


En heeft de P. C. wijders besloten om aan den Heer Directeur Generaal van Oorlog te schrijven den volgenden brief:

Wij hebben ons vereerd gevonden met Uwe Exc. missive van den 11 dezer maand N25.

Reeds vroeger was het denkbeeld bij ons opgekomen om aan de menigvuldige verzoeken, welke door de kolonisten in de kindergestichten worden gedaan om in dienst te worden gesteld, een einde te maken zonder daarom de dienstnemingen tegen te gaan en daarover in het voorgaande jaar het Departement van Binnenlandsche Zaken hebben onderhouden, hebben wij het nemen der door ons voorgestelde maatregelen alleen uitgesteld uit overweging der tijdsomstandigheden, die ons het maken van eenige beperkingen minder raadzaam deden oordeelen.

Ten gevolge echter van U Exc. meergemelde missive, hebben wij dat onderwerp in meer bepaalde overweging genomen en als nu eenige bepalingen dienaangaande vastgesteld.

In de eerste plaats hebben wij aan de kolonisten in de bedelaars zoo wel als in de kindergestichten verboden het doen van regtstreeksche verzoeken aan de Hooge Regering ten einde in dienst te worden gesteld.

Daarentegen zal hun regelmatig en op gezette tijden de gelegenheid worden gegeven om aan het hoofd van het gesticht hun verlangen naar de dienst kenbaar te maken.

Voorloopig zullen zij door den geneesheer van het Gesticht worden onderzocht en geschikt bevonden wordende, zullen wij hunne pogingen om dienst te bekomen verder bevorderlijk wezen.

Tot dat einde zullen wij ingevolge Uwer Exc. verlangen, den Heer Luitenant Generaal bevelvoerende in het 2e Groot militair kommando bekend maken met de aanvragen om dienst, als wanneer van wege Z. E. de noodige maatregelen zouden kunnen worden genomen om de belanghebbenden nopens hunne geschiktheid voor de dienst te doen onderzoeken het zij dat wij van onzen wege de voorwerpen op aanvragen der Provinciale Kommandanten naar Zwolle, voor zoo veel betreft het gesticht aan de Ommerschans en naar Groningen voor zoo veel aangaat de gestichten te Veenhuizen op den gebruikelijken voet deden overbrengen, het zij dat van wege de Militaire Autoriteit iemand gezonden wierd om in loco dat onderzoek te doen.

Wij twijfelen niet of de genomen maatregelen zullen volkomen aan het doel van U E. beantwoorden en meenen om hetzelve te verzekeren en ten einde botsingen voortekomen U E. in overweging te moeten geven, om in het vervolg op gewone verzoeken om in dienststelling bij UE departement geen acht meer te doen slaan, hebbende wij de kolonisten doen verwittigen, dat hunne onmiddellijk aan de regering te doene verzoeken voortaan buiten gevolg zouden worden gelaten.
De P. C.